Kunst: Gummbah

«Wat een kut-eeuw!»

Ooit kwam Sigmund Freud op het idee dat humor uitgelegd dient te worden. Hij deed dat in de zeldzaam slaapverwekkende studie Der Witz und seine Beziehung zum Unbewuss ten (1905), waarin de humor op de harige analysebank werd gelegd. De grap, zo betoogde de in neurotische sneltreinvaart sigarenstokende zielenknijper, dient als bliksem afleider voor opgekropte spanningen die schuilgaan in ons collectieve onder bewuste. Humor, rekende Freud zijn schare psychoanalytische behoeftigen voor, is een vorm van ontregeling, een moment van bevrijding binnen een door strikte codes en afspraken gereguleerde samenleving.

Wat in het echt niet kan gezegd, mag wel als grap worden verteld.

De lach als schaar, die het knellende rijgsnoer van het fatsoenskorset doorknipt. De lach als mentaal broodje gezond; de lach als gratis massage van een gekweld gemoed — talloos zijn de pogingen geweest om de verfrissende werking van humor te verklaren en te beschrijven.

Wie in de valkuil van de humoranalyse stapt, stapt echter voornamelijk in een valkuil.

«Humor ist wenn zwei Komiker da sind», definieerde een Duitse humordeskundige het fenomeen dan ook kordaat. Dat klinkt afdoend, maar wat als in een galerie vier komieken elkaar ontmoeten? Wordt dat lachen in het kwadraat — volgens de wetten van freudiaans logaritmische vermenig vuldiging?

Ja, luidt het eenvoudige antwoord. Het op uitnodiging van galeriehouder Dirk Vermeulen in galerie De Praktijk bij elkaar gebrachte viertal cartoonisten plakt humor op de muur en masseert de lachspieren van de bezoeker onophoudelijk.

Zelden zal de combinatie van tekst en beeld zo goed doel hebben getroffen als in deze tentoonstelling van «B-kunst met een grote B», zoals de in Tilburg woonachtige tekenaars hun werk betitelen.

De getoonde tekeningen, drukwerken en schilderijen zijn het resultaat van een speciale gave: die van het vrijuit associëren, langs de rafelranden van de alledaagse logica. Of, zoals Gummbah onlangs aan een verslag gever van Het Parool meldde: «Onze humor zou ik hyperrealistisch absurdisme met een sadistische inslag willen noemen.»

Harde, politiek incorrecte grappen, dat is waar de redacteuren van De Bedenkelijk Kij kende Grondeekhoorn patent op hebben, naast absurde observaties van de werkelijkheid in de beste traditie van Wim T. Schippers en Alex d'Electrique. De titels zijn veelzeggend: «Wat een enorme afwas», Beroemde Brabantse viaducten», «Dinsdag, wat nu?», «Als wodan sterft», «Wat een kut-eeuw!», «Ik zal kantklossen op jullie graf!» en: «Een zultimoment is een VET moment» — en het kan dan ook niet anders of De Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn is een uitgave van het «Tekenkundig Genootschap door Lust tot Verveling».

«Echte jongenshumor á la Propria Cures (S. Lloyd Trumpstein is medewerker) in zijn slechtste tijden», hoor je weleens roepen over de cartoons van het viertal. En inderdaad, teksten als: «Rot op, moeder! Ik wil niet hip en trendy zijn!», «Onderwijl in het schaarsch verlichte Sodomieten-lokaal ‹Den Gedoofden Kaarsch›» en: «Evert, zullen we anders house gaan maken? Nee Geurt, house is net als wij passé» getuigen van een hoog studentengehalte, maar de vraag is of dat erg is als je er toch om moet lachen.

De cartoon is de beste remedie tegen de vaak zwaarwichtige pretenties van serieuze kunst («de mens is slécht» — gaat er ooit een Holland Festival voorbij waarop die tragische hartenkreet níet wordt gehoord?). Als voorbeeld diene een stukje typisch naoorlogse oorlogsverwerking uit de koker van S. Lloyd Trumpstein; in de in George Grosz-stijl getekende serie Bloopers uit het Derde Rijk toont een verwilderd ogende, beteuterde SS-soldaat zijn woedende commandant een getatoeëerde biceps. Op de Teutoonse bovenarm prijkt trots de zwarte hardloper Jesse Owens, winnaar van verscheidene medailles tijdens de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 — een prestatie die de Führer verre van vrolijk stemde. Verbaasd commentaar van de soldaat op deze niet rassenreine tattoo: «Ich? Gestern betrunken?»

Waarna we het laatste nummer van De Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn openslaan waarin Kabouter Orgastiko, gekleed in puntmuts, overhemd en moonboots, een café bezoekt, een «dubbele absint light» bestelt maar niets geserveerd krijgt vanwege zijn «onbedekte slang der schaamte», zoals de barman Orgastiko’s naaktheid van onderen omslachtig aanduidt.

Wie genoeg heeft van deze feeërieke gein raadpleegt de in Grondeekhoorn-nummer 7 afgedrukte «handleiding ter neutralisatie van de mop door middel van Groentevisualisatie» — een «uitstekende methode ter bestrijding van het humorvirus», aangereikt door «De Bond Tegen Humor». Vervang de eerste zinnen van een grap door groenten en geheid dat het «lachspier-activatiecentrum» tot zwijgen wordt gebracht. Voorbeeld? «Vlak voordat het konijn te pletter valt naast de dorsmachine, zegt het gehandicapte everzwijn: ‹Incontinent? Daar wist ik niks van!›» De bijbehorende neutraliserende groente soort is «tuinbonen.» Samenvattend: kunst móet — maar B-kunst is leuker.

De Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn / geen saus over koude aardappelen! T/m 1 juli, galerie De Praktijk, Lauriergracht 96, Amsterdam, wo t/m za 13-18 uur. www.depraktijk.nl