Wat een vak!

Sommige weekenden van de theaterrecensent zijn uitzonderlijk. Hier volgt er een, opgeschreven in telegramstijl.
Vrijdag, 17.00 uur. Een informele ontmoeting tussen publiciteitsmedewerkers van Amsterdamse theaters en redacteuren van de hoofdstedelijke Uitkrant. De kleine podia zijn op dit soort bijeenkomsten opvallend trouw, de grote podia opvallend afwezig. Wat eeuwig zonde is. Ik had gehoopt op een flitsende discussie. Nu blijft het bij een wat lauwe uitwisseling.

Trein naar Den Haag. Om 21.30 uur in het zaaltje van jeugdtheater Stella voor de voorstelling Kot naar Suiker van Hugo Claus, in de bewerking van regisseur Alize Zandwijk. Een geweldige avond! Het drankovergoten verhaal van de seizoensarbeiders Kilo en Max in de suikerfabriek van Verrieres (Noord-Frankrijk), over de hen observerende broers, en over de jonge vrouw Malou (haar aanwezigheid trekt de onderlinge verhoudingen tussen de vier mannen volledig aan flarden) wordt rauw en prachtig verteld.
Zaterdag, trein van 13.09 uur naar Den Haag. Weer Stella. Nu Storm, een fraai theatraal ‘gevecht’ tussen een acteur, een actrice en een televisiefilm. Mag ik verder niks over verklappen. Gaat nog in premiere. Ik zit tussen volwassenen en genietende blonde kleuters, van wie ik er veertig jaar geleden eentje was. Met dit verschil dat zulk mooi theater in mijn jeugd niet bestond. Na afloop interview ik de regisseur (Hans van den Boom) in een overvol cafe. Een goed gesprek, met zestig aandachtige luisteraars. We ontdekken met zijn allen opnieuw dat spreken over theater-maken een avontuur kan zijn.
De Haagse taxichauffeur verbreekt de illusie. Ik moet snel naar Antwerpen. Voel me even een bewindspersoon met dossiers. Lees onderweg veel interviews met en dagboeken van staatssecretaris Aad Nuis.
Zaterdag, 20.00 uur. Antwerpen, De Singel. Witte Nachten, een voorstelling naar een boek van Dostojevski, gemaakt door een nieuwe Belgische groep die De Roovers heet. Een ontluikende verliefdheid, een serie gesprekken in winterse nachten te Sint-Petersburg, twee acteurs, een kaal plankier. Een theatraal kleinood, zo broos, zo klein, zo kwetsbaar - dat leren de Vlaamse acteurs ons steeds weer opnieuw, dat theater klein en groots ineen kan zijn. Intens genoten. Gaat op toernee in de herfst. Daarna aan de werktafel, in bad en in bed binnen de spiegelende muren van een mistroostig handelsreizigershotel.
Zondag, 10.30 uur. Begin van een dag over de jonge theatermakers in Nederland. Georganiseerd voor de Vlamingen. Magere en bleke opkomst van die Vlamingen. Desondanks goeie voordrachten over de 'jonge honden’ in het Nederlands theater (door Max van Engen) en over de laboratoria voor aanstormende theatertalenten (door Nan van Houten). Zelf wat woorden over theaterbeleid gesproken. Aansluitend: een debat geleid tussen Nederlandse theatermakers. Een van de dilemma’s: blijven we op de kleine podia opereren of gaan de jonge theatermakers ook de grote podia bestormen? Het antwoord van Koos Terpstra (een 'jonge’ regisseur van bijna veertig): 'Gerardjan Rijnders heeft de schouwburg zo langzamerhand wel gezien, ik heb er net een produktie gemaakt. Laat mij op die podia nog maar wat uitproberen.’ Aansluitend eten en drinken op een verregend terras. Daarna in een ijzingwekkende rit naar de Eindhovense schouwburg.
Zondag, 20.15 uur. Aldaar: eerste try-out met publiek van de reprise van Een vijand van het volk (Ibsen/Miller, regie: Koos Terpstra, geselecteerd voor de Theaterfestivals in Den Haag en Antwerpen - zie De Groene van vorige week). Een voorstelling waar ik zeer van ben gaan houden. Tachtig man in de zaal - dat valt weer zwaar tegen. Maar tachtig mensen kunnen reageren alsof het er achthonderd zijn, zeker wanneer de chemische verbinding tot stand komt. En die was er. Introvert gejuich in de kleedkamers bij de mededeling dat de voorstelling in Antwerpen al is uitverkocht. Doodmoe de bus in. Koos Terpstra neemt alle acteurs individueel onder handen. 'Wat een vak, joh!’, luidt de verzuchting van de regisseur. De spelersbus rolt regenachtig Amsterdam binnen. Het is maandag, tegen enen in de vroege ochtend.
Wat een vak! Wat een leuk vak!