Wat een vlo vermag

William Rosen
Justinian’s Flea: Plague, Empire and the Birth of Europe
Viking, 367 blz., € 28,-

Er zijn van die boeken waar je van het begin af aan moeite mee hebt, waar je aan twijfelt, maar die je desondanks gefascineerd blijft lezen. Vaak zijn dat boeken over onderwerpen waar je weinig van afweet, zodat je het gevoel hebt dat de auteur je alles kan wijsmaken. De overtuigingskracht en flair waarmee het verhaal wordt verteld én de vele intrigerende details zorgen er echter voor dat je veel meer over dat onderwerp wilt weten en je uiteindelijke oordeel blijft opschorten.
Justinian’s Flea van William Rosen is zo’n boek, dat zelfs twee onderwerpen behandelt waar ik weinig van afweet: microbiologie en het Oost-Romeinse Rijk in de zesde eeuw na Christus. Rosen schrijft erover op een manier dat je je gaat schamen voor het feit dat je er zo slecht van op de hoogte bent. Neem alleen zo’n type als Justinianus. Het leek niet waarschijnlijk dat hij, van relatief eenvoudige afkomst en opgegroeid op de Balkan, keizer zou worden. Toch gebeurde dat en bovendien werd hij een van de grootste Byzantijnse vorsten, die niet alleen de Haya Sophia liet bouwen en het Corpus Iuris Civilis liet samenstellen, maar ook een heel eind kwam met zijn poging de door de barbaren onder de voet gelopen westelijke helft van het Romeinse Rijk te heroveren. Zijn vrouw Theodora, dochter van een berentrainer en voor haar huwelijk prostituee, was zo mogelijk een nog kleurrijker figuur. Ook Justinianus’ generaal Belisarius is zo’n type wiens faits et gestes je met open mond leest.

Niet minder boeiend is Rosens verhaal over Yesinia pseudotuberculosis, een in oorsprong weinig gevaarlijke bacterie die op zeker moment een nieuw transportmiddel koos: de vlo. Omdat de vlo er alles aan deed om van de indringer af te komen, ontwikkelde die zich tot een nieuwe variant, Yersinia pestis, de veroorzaker van de builenpest. Waarschijnlijk ontstaan rond de grote meren in Oost-Afrika bereikte de pestbacterie in 542 de grootste stad ter wereld, Constantinopel. In het Oost-Romeinse Rijk stierven naar schatting 25 miljoen mensen een akelige dood.

Volgens Rosen heeft deze pestepidemie er voor gezorgd dat het Romeinse Rijk niet in volle glorie werd hersteld, het oosten een gemakkelijke prooi werd voor de islam, die een eeuw later zou ontstaan, en dat in het westen aparte, onafhankelijke staten ontstonden. Het is op dit punt waar Rosen zijn twee verhalen tracht te combineren, waar hij zich vertilt en zijn boek kapseist onder de sweeping statements. Maar dat maakt die twee afzonderlijke verhalen, waarvan de lezer veel kan opsteken, niet minder boeiend.