Wat er echt gebeurd is

Medium sander kollaard
Sander Kollaard – een bedrieglijk achteloos geschreven mini-meesterwerkje © Van Oorschot

In Het einde van de verlichting, een van de zes verhalen die samen de bundel Levensberichten van Sander Kollaard vormen, richt een naamloze verteller zich tot de lezer. Om het over optimisme te hebben. Volgens de Israëlisch-Britse fysicus David Deutsch wordt elk probleem gecreëerd door een gebrek aan kennis: een gebrek aan inzicht en begrip. Wanneer er in de maatschappij een grote honger naar kennis is – zie de Renaissance, zie de Verlichting – dan maakt die maatschappij de kans grote sprongen in vooruitgang te maken, want vanuit kennis volgen oplossingen. Het verhaal in kwestie gaat over ene Janet van Oostrom, die aan de keukentafel haar post opent. Met één oog kijkt ze naar de inauguratie van die nieuwe president (‘Trump balde zijn vuisten. De wind lichtte zijn kapsel op, nieuwsgierig misschien naar de merkwaardige dracht’). Alleen al het noemen van die naam wijst de lezer er maar eens op dat we nu niet in een tijd leven waar hele maatschappijen een grote honger naar kennis hebben; Trumps dedain voor kennis en expertise is, in die zin, al ‘het einde van de verlichting’.

Wetenschap en literatuur zijn beide gebieden van optimisten, gaat de verteller verder. Wetenschap is in feite ‘giswerk’ dat robuust en streng wordt getest, zodat het falsificeerbaar is – zie Karl Popper. En zo begint ook literatuur met vage ideeën, zegt hij, giswerk voor een verhaal, dat vervolgens wordt hard gemaakt door het op te schrijven. Het idee van het verhaal wordt zo bewezen. Zo krijgen de twee iets deelbaars; zowel van een wetenschappelijke theorie als van een literair meesterwerk kun je geen regel veranderen. En beide worden door mensen mooi gevonden.

Er gaat iets onherroepelijk zelffeliciterends uit van zulke statements; alsof Kollaard je uitdaagt met een pen door zijn verhaal te gaan, die ene overbodige zin eruit te strepen, het kleine cliché, de slappe metafoor. Dat zou vast lukken, maar het gekke is dat ik geen onderdeel van het verhaal zou willen missen, want in al zijn schijnbare toevalligheid, ongedwongenheid, heldere vaagheid, is het een bedrieglijk achteloos geschreven mini-meesterwerkje, dat volkomen fascineert, zonder dat het je iets duidelijks lijkt te vertellen.

‘Trump balde zijn vuisten. De wind lichtte zijn kapsel op, nieuwsgierig misschien naar de merkwaardige dracht’

In de post vindt Janet een krantenknipsel over een bruidspaar dat erachter is gekomen dat ze stomtoevallig als baby’s op dezelfde foto staan, een kwart eeuw eerder genomen bij het Rijksmuseum. Janet gaat naar het huwelijk, ergert zich aan het echtpaar, geeft een onhandige speech, gaat weer weg, krijgt op straat een bak specie op haar hoofd, belandt in het ziekenhuis en heeft een lang, mooi, wezenlijk gesprek met de vrouw in het bed naast haar, die ongeneeslijk ziek is. Het is moeilijk het gesprek te recapituleren, zoals alle onderdelen van het verhaal moeilijk zijn te recapituleren: ze hebben het over het weerzinwekkende mondje van Trump, erotische verhalen op internet, haar gewoonte de hondenriem uitsluitend met de linkerhand vast te houden, haar angst voor pijn, angst om haar persoonlijkheid te verliezen tijdens de behandelingen. De vrouwen liggen een paar keer dubbel van het lachen. Het zijn maar drie bladzijdes, maar het voelt totaal menselijk aan.

En vervolgens gaat Janet naar Lyon, naar de man met wie ze ooit in het Rijksmuseum was, die nu een voorname kunstenaar is, en ze kijkt naar hem terwijl hij naar zijn eigen schilderij kijkt, en ze bedenkt hoe ze hem zoveel jaar terug had getroffen in het Rijks, toen hij eindeloos voor De bedreigde zwaan van Asselijn stond: ‘Ze begreep voor het eerst dat hij op zeker moment niet meer de zwaan zag, niet meer het licht in de veren en het dons in het zonlicht tegen die opengesperde snavel, maar alleen maar het lege doek daaronder, en de eindeloze mogelijkheden die dat doek in zich droeg.’

Einde verhaal.

Ik weet niet of je het allemaal te veel moet willen duiden, niet te poëtisch moet willen maken. De zes originele verhalen van Kollaard – in 2012 debuteerde hij met de verhalenbundel Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde, waarvoor hij in 2014 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs ontving – variëren in vorm en setting, maar wat ze gemeen hebben is hun kalme toon, op het bedaagde af, en alle personages zijn eenzaam. Geen van de verhalen heeft een duidelijke clou, of iets dat het voorgaande duidelijk verklaart. Stuk voor stuk kijken Kollaards personages terug op hun leven en vragen ze zich af of echt is gebeurd wat is gebeurd. De man die zich zijn eerste vrouw en kind herinnert, die lang geleden stierven in de oorlog; de langeafstandloper die probeert te bedenken wat er gebeurd is met zijn verdwenen vriend; de lezer die nadenkt over zijn favoriete cultschrijver. Allemaal vragen ze zich af welke herinneringen echt zijn, wat een leven maakt tot wat het is, of je dat ooit echt kunt weten.

Als je met dat in gedachten Het einde van de verlichting zou willen duiden, zou ik zeggen: de schilder kijkt naar het schilderij en ziet alles wat erop is gesmeerd, wat er is gebeurd, de verf, de kwasten, de mensenhanden die het hebben vastgepakt, het verhaal dat er van verf is gemaakt. Hij probeert dat alles weg te denken, alsof het blanco doek pas het echte leven laat zien.