Groene-lezing nr 3

Wat ging er mis met Sport 7?

Deel III in de lezingenreeks van De Groene: Wat ging er mis…? is een betoog van Willem van Kooten over de Nederlandse televisiezender Sport 7. Waarom liep het sportkanaal, dat met veel bombarie werd gebracht, binnen korte tijd uit op een mislukking? Van Kooten was er vanaf het begin bij, maar trok zich als eerste aandeelhouder terug. «Nog steeds vind ik dat Sport 7 geen eerlijke kans heeft gekregen.»

Wat ging er mis met Sport 7? Dat is andere koek dan «Wat ging er mis met de christenen in Nederland?» en «Wat ging er mis tussen man en vrouw?», de onderwerpen van mijn hooggeleerde voorgangers in deze reeks.

Wat ging er mis met Sport 7? Alsof dat belangrijk zou zijn in het licht van de geschiedenis van de Lage Landen. Zo weet ik er nog wel een paar: «Wat ging er mis met de gezondheidszorg, het onderwijs, met Fokker, de openbare veiligheid, de privatisering van nutsbedrijven, de spoorwegen en Schiphol?» Dat kan een lange reeks worden.

De grootste gemene deler is, en dat zal ik proberen aan te tonen, dat het mis is met het poldermodel, het consensusmodel, dat tot veel goeds leidde misschien, maar ook tot overmatig gedogen, tot de weg-met-ons-houding waar professor Zijderveld in zíjn lezing ook al op wees. Tot een Jan Salie-mentaliteit, waar niemand het gedaan heeft, niemand de schuld krijgt en de overheid niet aangesproken kan worden bij gebrek aan wetgeving. Zie Enschede, zie Volendam. Blijf zitten waar je zit, en verroer je niet.

Dat is het gevolg van de ambtenaren cultuur van de PvdA en de consultantcultuur van de VVD, na zeventig jaar vriendjescultuur van het CDA. Dat alles leidde tot Paars I, II en, naar te vrezen valt, zelfs III. Tel uw zegeningen.

Het parool is: «Privatiseren tot de dood er op volgt.» Juist en vooral van (overheids) diensten die niet geprivatiseerd behoren te worden. De gevolgen bleven niet uit. Stakingen waar je ze niet verwacht en waar ze niet horen plaats te vinden. De artsen staakten de laatste jaren drie keer, de leraren vijf keer, de politie vier keer en het openbaar vervoer vijf keer. Hofland maakte deze optelsom al eens in NRC Handelsblad. De corrosie van het algemeen belang zoals professor Brenninckmeijer het beschreef, is in volle gang. «Defining deviancy down», schreef Patrick Moynahan, een gerespecteerd Democraat, over de overheid die de lat steeds lager legt.

En juist daar waar de overheid afstand zou behoren te bewaren, bemoeit ze zich met van alles en nog wat. Zo kom ik bij Sport 7 en alles wat daar mis ging.

Sport 7 werd in 1995 bedacht bij Endemol. Het project heette toen nog niet zo. Het had een codenaam omdat het geheim moest blijven uit diverse overwegingen. Die codenaam is me ontschoten, zo geheim was het.

Endemol ontstond in 1993 en was het resultaat van de fusie tussen John de Mol Produkties en Joop van den Ende Produc tions, die in Nederland marktleiders waren. In Duitsland liepen ze elkaar voor de voeten waardoor ze besloten hun krachten te bundelen. Dat was een wijs besluit, zo heeft de geschiedenis geleerd.

Ik stel er prijs op vast te stellen dat John en Joop groot werden in Nederland ondanks de Nederlandse overheid, niet dankzij. Toen het schaarsteargument in de ether uit het verleden, dat regulerend optreden rechtvaardigde, allang was verdwenen — ik wijs op de ongelimiteerde mogelijkheden op de kabel en voor wat radio betreft ook op FM — hield de overheid het hok toch nog steeds dicht. Ik herinner aan de tv10- en Cable One-deconfitures in 1989, Nederlandse initiatieven die onmogelijk werden gemaakt toen dat allang niet meer kon volgens Europese regelgeving. Het gevolg was en is dat de commerciële radio en tv in Nederland volledig in buitenlandse handen zijn. Nederlanders mochten niet — dankzij de U-bocht van Piet van de Sande en Lubbers — wat aan buitenlanders niet geweigerd kon worden. Door een uitspraak van de Raad van State van 29 augustus 1989 verdween Cable One, Europa’s eerste satellietradiozender waarvan ik oprichter was, van de kabel en kwam TV10 van Joop van den Ende er niet op. Twee Nederlandse initiatieven, en de laatste twee. Tot Sport 7.

Ik verwijs naar mijn uitspraak in de Volkskrant van 3 oktober 1989 over de vier B’s die dit op hun geweten hadden: Boukema (Raad van State), Brentjes, Beinema en (B)Lubbers.

Brinkman, toen minister, hoorde eigenlijk ook in dat rijtje, maar later ben ik te weten gekomen dat hij van goede wil was, maar overruled werd door Lubbers, z'n baas, die zich weer had laten ompraten door Brentjes van de vnu, die vreesde voor z'n omroep bladen die hij drukte en uitgaf. Allemaal CDA'ers natuurlijk, ook Boukema, die voorzitter was van de afdeling rechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd commissaris bij uitgevers Audet en Hazewinkel. En alles zogenaamd ter bescherming van de publieke omroep, maar vooral van hun eigen belangen.

Het was inmiddels 1995 geworden. Endemol bloeide, ook in het buitenland, en de tijden waren veranderd, dachten we. Vergeet het maar, zoals we zouden ervaren. John de Mol, Ruud Hendriks en ik, als commissaris en aandeelhouder van Endemol, speelden al enige tijd met de gedachte om een Nederlandse televisiesportzender te beginnen, zoals die toen ook in Duitsland en Engeland was ontstaan, en, niet te vergeten, in de Verenigde Staten. Geen sportzender zonder voetbal. De deal tussen NOS en KNVB zou in 1996 met ingang van het voetbalseizoen 1996-1997 aflopen.

In de loop van 1995 werd duidelijk dat de KNVB van z'n leden het mandaat had gekregen om onderhandelingen te openen met eventuele gegadigden. De Grote Drie — Ajax, Feyenoord en psv — hadden daarin toegestemd. Ook Van den Herik, voorzitter van Feyenoord, al was hij niet zelf bij die besprekingen aanwezig geweest, maar wel zijn vertegenwoordiger.

Pas later in februari 1996, toen hij zich realiseerde dat het om aanzienlijk grotere bedragen ging dan hij had gedacht, en tot dan toe het geval was geweest, ging hij zich er persoonlijk mee bemoeien. En hij betwistte het mandaat van de KNVB-commissie die was ingesteld om de onderhandelingen te voeren.

In november 1995 moesten bij een notaris in Zeist onder couvert de voorstellen van de gegadigden worden ingeleverd, op gezag van de KNVB-commissie. De NOS deed dat, en ook Endemol, maar dat bleef onopgemerkt.

Was het maar uitgelekt, heb ik later wel eens gedacht, dan had ons veel onheil en tijd en geld gescheeld. In een land waar niets geheim blijft, in twee disciplines waarin alles binnen een uur op straat ligt, voetbal en tv, slaagden wij erin tussen november 1995 en 10 februari 1996 stil te houden waar we mee bezig waren. Achteraf gezien beschouw ik dat als een buitengewone prestatie, een beter doel waardig, in de zin van meer succesvol. Nog steeds vind ik namelijk dat Sport 7 geen eerlijke kans heeft gekregen. Was dit wel het geval geweest, dan hadden we nu over een eigen sportkanaal beschikt dat zich met soortgenoten over de grenzen had kunnen meten.

Ook was en ben ik van mening dat sport en dan met name voetbal, wielrennen en schaatsen — onze grootste sporten — niet meer bij de publieke omroep horen. Toen al niet, en vandaag de dag al helemaal niet. Topsport is zo commercieel als het maar kan, en hoort op een open commercieel televisiekanaal, wat ook onze bedoeling was. Topsport hoort niet meer bij de publieke omroep, zoals in Engeland allang niet meer het geval is. De BBC groeit en bloeit, zonder voetbal dat bij Sky is te zien. En zo hoort het ook.

Sterker nog, ik ben voor een sterke publieke omroep, maar dan zonder commercie. Drie kanalen, prima, als de middelen dat toelaten, maar liever twee goede publieke kanalen zonder STER, dan drie halfslachtige. Vandaag de dag moet je niet God en de Mammon willen dienen. Helaas zijn we in dit land niet in staat gebleken om dit voor elkaar te krijgen. Geldgebrek kan niet de oorzaak zijn.

De publieke omroep heeft namelijk (zonder STER-gelden) 1,2 miljard per jaar ter beschikking en dat moet meer dan genoeg zijn voor twee, zelfs drie kanalen en vier of vijf radiozenders van topkwaliteit, zonder commercials en sluikreclame. Bovendien liggen er in Den Haag nog honderden miljoenen aan zogenaamde omroepreserves.

Riep iemand daar «Poldermodel»? Consensus? Ja, daar was ik al bang voor. Ook in dit geval leidt onze overlegcultuur tot niets, of in elk geval niet langer tot iets, maar we weigeren die conclusie te trekken en de geëigende maatregelen te nemen. Juist vanwege dat poldermodel.

In november en december 1995 gingen we op zoek naar mede-investeerders. Het project met de geheime naam was veel te groot voor Endemol alleen. We hadden een businessplan gemaakt op basis waarvan we een voorstel bij de notaris van de KNVB hadden neergelegd. Toen we hoorden dat de KNVB-commissie exclusief met ons verder wilde praten, kregen we haast.

Ik drong aan op een zo langdurig mogelijke overeenkomst met de KNVB, liefst voor tien jaar, omdat ik ervan overtuigd was dat de eerste jaren zwaar zouden zijn, met hoge kosten en een reclamewereld die zoals ge woonlijk eerst de kat uit de boom zou kijken.

Nieuwe tv-kanalen hebben sowieso altijd een moeizame start, kijk maar naar ESPN in Amerika en Sky en Sky Sport in Engeland. Het zou ditmaal niet anders gaan en we waren dus voorbereid op een moeilijk begin. De KNVB wilde een overeenkomst voor drie jaar, maar dat was voor ons onbespreekbaar. Zo werd het een deal voor zeven jaar met een jaarlijks aan de KNVB te betalen bedrag van 140 miljoen gulden, zeven jaar lang, voor de uitzendrechten van Eerste en Eredivisie, inclusief samenvattingen en herhalingen. En een optie op internet- en multimediatoepassingen, mochten die gedurende de looptijd van het contract belangrijk worden. Internet stond eind 1995 nog in de kinderschoenen — nog steeds trouwens — maar we waren wel zo verstandig om ons in te dekken bij onverhoopt gebleken succes.

Toen we dus een serieuze kandidaat voor de KNVB bleken te zijn, gingen we terstond op zoek naar mede-investeerders. ING wilde direct meedoen, wat niet zo vreemd was vanwege de sponsoring van het Nederlands Elftal. KPN was ook direct geïnteresseerd, wat weer geen verbazing wekte vanwege de sponsoring van de KPN-Telecompetitie en telecombelangen in ruimere zin. Bovendien had KPN een afdeling KPN Multimedia die het project ook wel zag zitten, en ook dat klinkt logisch.

Nuon, het Gelderse energiebedrijf dat graag hogerop wilde, deed mee, ook vanwege de grote kabelbelangen die het had. Datzelfde gold trouwens voor KPN, die via kabeldochter Casema al de grootste kabelaar van het land was.

Toen de Telegraaf Holding dit hoorde, wilde ze ook meedoen. Later weer niet, en toen weer wel. Daar kom ik nog op terug.

We vonden dat we nog een grote partij nodig hadden, liefst Philips, vanwege PSV, de consumentenelektronica, en investeringen in de kabel. Philips had A2000 gekocht en nog wat kabelnetten, en was ook daarom al een logische partner. Ik belde Jan Timmer en vertelde hem over onze plannen.

Hij zou er over nadenken, en zo gebeurde het dat John de Mol en ik een paar weken later op weg waren naar Eindhoven voor een lunchafspraak met Jan Timmer en Cor Boonstra, toen tweede man bij Philips en beoogd opvolger van Jan Timmer, die in april 1996 afscheid zou nemen.

Het resultaat was dat Philips meedeed en een even groot belang wilde als de andere grote partijen ING, KPN en Endemol, de initiatiefnemer en beoogd producent en als zodanig leverancier van personeel en knowhow.

Zo kwam het dat de grote vier aandeelhouders ieder een belang van 19,5 procent kregen in wat Sport 7 zou gaan heten, Nuon zeven procent en een van mijn vennootschappen vijf procent. De KNVB kreeg een optie op tien procent, die ze naar believen later zou kunnen opnemen. Het belang van de KNVB zou op termijn zelfs kunnen oplopen tot vijftien procent, als ik me niet vergis.

Naar eer en geweten dachten we alles zo veel mogelijk afgedekt te hebben. Het ging om een Nederlands initiatief, van grote respectabele Nederlandse partijen die niet alleen in de voetbalwereld actief waren, maar ook grote kabelbelangen hadden; dat wil zeggen KPN, Philips en Nuon. Juristen van alle betrokkenen hadden vastgesteld dat het initiatief niet in strijd was met de Mediawet of welke wet dan ook.

Bovendien was een eigen Nederlands sportkanaal goed voor de Nederlandse sport in de breedte, niet alleen voor voetbal. Het was onze bedoeling om veel aandacht aan hockey, basketbal, ijshockey en andere sporten te gaan besteden, sporten die bij de N0S niet of nauwelijks aan bod kwamen of komen. Je vult een sportkanaal niet alleen met voetbal, dat mag duidelijk zijn. Op mijn persoonlijke lijstje stonden darts en snooker, waaraan nog nooit aandacht was besteed op de Nederlandse tv. Volkssporten in opmars, zoals de BBC al had laten zien sinds hij van topvoetbal was verstoken, en relatief goedkoop te maken ook. De NOS deed en doet niets aan die sporten, die vindt ze te min.

SBS is inmiddels — en met succes — met darts en Barney en Stompé aan de haal gegaan. Met snooker is het nog steeds niets. Tot er een kampioen aankomt, natuurlijk. Zonder exposure zal dat niet meevallen. Exposure kweekt aandacht, en aandacht creëert kampioenen en nog meer aandacht. Als we niet zoveel schaatsen hadden laten zien, hadden we in dit nagenoeg ijsvrije land ook geen kunstijsbanen en geen Ritsma, Postma en Romme.

Uit het bedrag dat Sport 7 aan de KNVB zou betalen, zouden alle eredivisieclubs een evenredig deel krijgen. Ook zou er relatief veel geld naar de clubs van de Eerste Divisie gaan, de kweekvijver immers voor en van jong talent.

Dat vonden we belangrijk. De KNVB ook. De Eerste Divisie leidt thans een zieltogend bestaan zoals bekend, mede door gebrek aan middelen. Hoe anders had het kunnen gaan.

Met drie partijen hadden we, voorafgaande aan de persconferentie van de KNVB op zaterdagmiddag 10 februari 1996 om 14:00 uur in Zeist, geen contact gehad en dat was een bewuste keuze, vanwege de nagestreefde geheimhouding.

Die partijen waren:

— de Nederlandse regering. Waarom zouden we ook? Het ging immers slechts om een sportkanaal op tv en met zoiets triviaals val je een regering niet lastig;

— de NOS, onze grootste concurrent. Die zou het vanzelf wel horen als de tijd daar rijp voor was. Een overeenkomst voor samenvattingen was onderdeel van onze plannen;

— de VECAI, de vereniging van kabel exploitanten, onder leiding van voorzitter mr. Bas Eenhoorn, burgemeester van Voorburg, thans voorzitter van de VVD en consultant bij Ernst en Young met als specialiteit de kabel, en andere te privatiseren nutsvoorzieningen. De VECAI zouden we direct na de bekendmaking formeel op de hoogte stellen, maar de VECAI bleek onbereikbaar op zaterdagmiddag, maar was wel direct boos. Ondanks het feit dat drie van de aandeelhouders van Sport 7 grote kabelbelangen hadden, huilde de VECAI direct mee met de wolven in het bos en sprak, net als de overheid en de NOS, ook schande van de twee gulden per maand die de kabelbezitters extra zouden moeten gaan betalen. Van de NOS verbaasde ons dat niet. Wel de manier waarop.

Zaterdagmiddag 10 februari 1996 om 14:00 uur was het zo ver. Het was rustig, licht vriezend weer en er brak een orkaan los vanaf het ogenblik dat Jos Staatsen de historische woorden sprak: «We gaan iets nieuws beginnen.» Een ander begin zou beter zijn geweest.

De rest is geschiedenis, zoals dat heet. Ruud Hendriks was woordvoerder van de nieuwe zender en hij kon ogenblikkelijk aan de slag gaan. Jos Staatsen speelde dezelfde rol namens de KNVB.

De NOS was verbijsterd. Ze hadden zich zeker van hun zaak gevoeld en ineens hadden ze niets, dachten ze. Natuurlijk hadden we een deal over de samenvattingen op het programma staan en die was er sowieso gekomen; onder alle omstandigheden, zoals gezegd.

Kees Jansma, woordvoerder van de gegriefden, stak zijn mening niet onder stoelen of banken, maar ’s avonds in het Journaal en vooral in Nova, barstte de bom pas echt. Ruud Hendriks was uitgenodigd om daar aanwezig te zijn, alleen werd die uitnodiging vroeg die zaterdagavond ingetrokken. Zo kon Sport 7 z'n zegje niet doen. Uitsluitend de NOS bij monde van André van der Louw en Kees Jansma. De volgende dag in Buitenhof van hetzelfde laken een pak. Hoor en wederhoor was er ineens niet meer bij nu het om de NOS zelf ging.

De overheid volgde direct. Minister Jo Ritzen zei dat hij er persoonlijk voor zou zorgen dat Ajax en Feyenoord voor het grote publiek bereikbaar zouden blijven. Alsof dat werd afgepakt. Integendeel, maar er was geen houden meer aan. De stemmingmakerij was in volle gang.

Op maandag 12 februari kwam het kabinet om 14.00 uur in spoedberaad bijeen, alsof het oorlog was. Staatsen en Hendriks vroegen belet bij de minister-president, maar hij wilde hen aanvankelijk niet ontvangen. De VECAI had z'n mening al klaar en Nova kwam al na een paar dagen met een enquête waaruit zou blijken dat het Nederlandse publiek geen behoefte had aan een sportzender.

Als u mij vraagt: «Wat ging er mis met Sport 7?», dan kom ik terecht bij de drie partijen die niet op de hoogte waren: de publieke omroep, de regering en de VECAI. Gezamenlijk boorden ze genadeloos vanaf de eerste minuut Sport 7 de grond in zonder dat daar in dat stadium al enige reden voor was.

De ontsteltenis bij de NOS valt nog te begrijpen, niet de ongenuanceerdheid waarmee ze te werk ging. Van de overheid en de VECAI hadden relativerende woorden mogen worden verwacht. Van de andere media ook. Zelfs van Van den Herik, maar die greep zijn kans toen hij zag dat het om veel meer geld ging dan hij had gedacht, en luidkeels ging verkondigen dat de toenmalige Grote Drie veel meer hadden behoren te krijgen dan de andere clubs in de Eredivisie. Feye noord had de KNVB immers ook z'n mandaat gegeven. Hoe juist onze verdeling was, is inmiddels wel gebleken: de Grote Drie hebben tegenwoordig concurrentie gekregen.

Het kwaad was geschied. Toen Sport 7 op 18 augustus 1996 van start ging, was de publieke opinie zodanig beïnvloed dat die nimmer meer onbevooroordeeld blij met haar nieuwe speeltje kon zijn.

Inmiddels ging de oorlog tegen Sport 7 achter de schermen gewoon verder. De NOS en de politiek bewerkten voor zover nog nodig het Commissariaat voor de Media zodanig dat het tot juli duurde voordat Sport 7 een licentie kreeg om uit te zenden. Die heb je nodig als Nederlandse zender. Waren we maar buitenlanders geweest, zoals RTL, dan hadden we onze gang kunnen gaan. Onder druk van het Commissariaat voor de Media werd een veel te riante deal met de NOS gesloten waardoor samenvattingen op zondagavond te lang waren en te vroeg op de avond door de NOS konden worden uitgezonden, ten nadele van Sport 7.

Als het aan mij had gelegen, was die overeenkomst nooit zo geworden als hij werd, dan had ik mijn poot stijf gehouden en was ik naar de rechter gegaan.

Maar de tijd drong. Het was al juli, een maand voor de start; de investeringen waren honderden miljoenen groot en de aandeelhouders werden zenuwachtig en drongen aan op een deal.

Inmiddels speelde ik al geen rol meer. Eind april droeg ik mijn aandelen over aan de Telegraaf Holding, die in tweede instantie toch wilde meedoen. Ik maakte plaats omdat de andere aandeelhouders niet wilden verwateren. Mijn taak zat er sowieso op, Sport 7 zou er komen.

Daardoor lijk ik achteraf het slimste jongetje van de klas, maar zo was het niet bedoeld. Elk nieuw tv-kanaal of radiostation — en dus ook Sport 7 — heeft tijd nodig om tot wasdom te komen, liefst in alle rust. Die tijd en die rust was Sport 7 tussen de aankondiging op 10 februari en de start op 18 augustus en 8 december, het einde, niet gegund.

Had Sport 7 een eerlijke kans gehad, dan zou het inmiddels een bloeiend bestaan hebben geleid. Daarvan ben ik nog steeds overtuigd.

Nog geen jaar later zat Kees Jansma bij Canal+ als programmaleider. Hij zit daar nog steeds. Zijn tranen bleken krokodillentranen te zijn. Sport 7 doorkruiste zijn plannen om de NOS te koppelen aan Canal+ teneinde gezamenlijk de voetbalrechten te exploiteren — zoals later ook is gebeurd en nog steeds het geval is. Het was een deal die niet gemaakt hoorde te worden tussen de publieke omroep en een commercieel en bovendien buitenlands kanaal achter de decoder. En voor zestig gulden per maand. Twee gulden was een schande, over die zestig gulden hoor je niemand.

Die deal riep bij mij toen al vragen op en doet dat nog steeds, zeker omdat hij ten koste ging van een Nederlands initiatief. Jansma c.s. zagen ten onrechte — zoals is gebleken — hun plannen en toekomst in rook op gaan, traden buiten de oevers van het fatsoen en gebruikten daarvoor de publieke omroep, die zich líet gebruiken, evenals de landsregering, die wijzer had moeten zijn.

Kees Jansma ontkende later tijdens een lunch, waarvoor hij me had uitgenodigd nadat ik hem in de pers een keer «die kale gluiperd» had genoemd, dat hij met voorbedachten rade had gehandeld. Jansma is een vakman die ook een gezin heeft te onderhouden. Sans rancune dus, wat mij betreft, maar zo hoort het natuurlijk niet te gaan in een hoogontwikkelde democratie.

Zo ging het mis met Sport 7. Het plan was goed, maar het mocht niet in Nederland-consensusland. De programmering was beter geworden na verloop van tijd, maar het maakte niet meer uit. Het kwaad was al geschied in het voortraject.

Wel wil ik nog opmerken dat het in geen enkel ander land op deze wijze was gegaan. Elders krijgen buitenlanders geen kans in de lokale media. Bij ons krijgen uitsluitend buitenlanders de kans.

Weg met ons! Nederland in de uitverkoop.