Opheffer

Wat heb ik eraan?

Is het verkeerd om je voortdurend bij cultuur af te vragen: wat heb ik eraan? Door een toeval ben ik zeer geïnteresseerd geraakt in ‘outsider art’, ook wel ‘Art Brut’ genoemd. Oftewel: ‘kunst van gekken’. Vooral het werk van ‘autisten’ - vaak mathematisch van karakter - raakt me.
Sinds ik daarvan hou - al een jaar of tien - krijg ik de vraag: ‘Wat is nou het verschil tussen dit en echte kunst?’
‘Het is echte kunst’, zeg ik dan.

Medium opheffer 45 11 kunst

‘Waarom heet het dan outsider art?’
'Omdat de makers vaak gestoord zijn. Ze hebben schijt aan tradities en heersende modes.’
'Zijn alle kunstenaars niet gestoord?’
'Ja… nee…’ En dan leg ik uit dat het inderdaad een dunne lijn is tussen gestoord en niet-gestoord, dat een en ander te maken heeft met traditie en opleiding, maar dat het toch heus echte kunst is.
Mijn favoriet is Adolf Wölfli.
In de wereld van de schrijvers heb je ook outsiders. De bekendste is misschien wel Henry Darger. Hij was niet alleen een 'fantastisch’ tekenaar. Na zijn dood vond men een manuscript van 15145 pagina’s: The Story of the Vivian Girls, in What Is Known as the Realms of the Unreal, of the Glandeco-Angelinian War Storm, Caused by the Child Slave Rebellion.Maar ook een autobiografie van 5084 pagina’s: The History of My Life. En nog een roman Crazy House van maar tienduizend pagina’s.
Op het moment dat ik me voor Darger ging interesseren, bleken er duizenden anderen dat ook te doen. Er zijn over hem al documentaires gemaakt en tientallen songs. Gisteren, zondag 6 november 2011, midden in de nacht (het zal een uur of drie in de morgen zijn geweest) hoorde ik plotseling in het programma Het goede leven van Adeline van Lier weer een liedje over Henry Darger, en hoewel ik buitengewoon slecht gehumeurd was, voelde ik me gloeien van enthousiasme.
Maar waarom is dat? Waarom inspireert die man mij, terwijl ik niets maar dan ook niets met hem gemeen heb? Ik hou niet van fantasy-verhalen (nou ja, niet erg veel), zijn tekeningen vind ik vaak te zoet, maar ik wil alles over hem lezen. En eigenlijk wil ik die boeken van hem ook hebben, hoewel ik ze niet zal lezen. Ik wil ze zien. Het liefst zou ik die dichtgetikte vellen bezitten. Om naar te kijken!
Maar wat heb ik daaraan?
Soms denk ik dat het kunst is die me troost.Mocht ik gek worden - en dat sluit ik nooit uit - dan kan ik misschien nog zulke kunst maken. Outsider-artists zijn vaak geobsedeerd. De regelmaat van hun leven wordt gevormd door de constante handeling: tekenen, schrijven, klanken voortbrengen. Dat herken ik. Maar wat troost me dan precies?
Geniet ik ervan? Jawel… ja… jawel… (Er zit een wereld van verschil eigenlijk tussen 'ja’ en 'jawel’.) Wat is genieten? Ik kijk er graag naar. Het krankzinnige, de fantasy, het detail, het mateloze, het ontrolt zich voor me als een film. Maar dan weer de vraag: wat heb ik eraan?
In de Echte Kunst - bij wijze van spreken - hou ik helemaal niet van krankzinnigheid.
Mijn helden in de literatuur, Karel en Gerard van het Reve, vind ik niet echt krankzinnig. Je zou Karel zelfs enigszins burgerlijk kunnen noemen, en ik geloof dat hij dat als een compliment zou hebben aanvaard.
Sartre is ook een held van mij, hoewel ik het in alles oneens ben met hem, maar hij had ook dat autistische dat me wel aanspreekt, vermoed ik.
Zou ik zelf een autist zijn?
Volgens een kennis die psychiater is, heb ik zeker autistische trekken, maar hij zei er meteen bij dat je die bij iedereen wel kon ontdekken.
Wat heb ik aan deze kunst?