Wat hebben we het toch mooi

Een begrip als vaderlandsliefde is bijna helemaal verdwenen. Het werd in de oorlog te veel en te vaak gehoord. Mijn vader had het nog wel over vaderlandsliefde, wat ik altijd raar heb gevonden. Wat was zijn vaderland? Nederland? Indi‰?

Er viel met hem niet over te discussi‰ren: ‘Ik heb in het kamp gezeten voor het vaderland, ik heb gevochten voor het vaderland.’
Ja, en hij had gehuild toen hij in Singapore na de bevrijding voor het eerst het Wilhelmus weer hoorde.
Als mensen in een kamp hebben gezeten, is dat het enige wat hun leven nog zin geeft en is elk woord heilig, want jij hebt dat kamp niet meegemaakt en je weet er dus niets van.
Ikzelf heb me nooit Nederlander gevoeld. Wat voel je dan? Ik ben gebonden aan de Nederlandse taal en van alle culturen ken ik de Nederlandse cultuur het best. Dat is alles.
Maar de laatste tijd koester ik warme gevoelens voor mijn vaderland. En nu de Centrumdemocraten in de verkiezingen tot mijn grote genoegen weggevaagd gaan worden, durf ik mijn nationalistische emoties aan de orde te stellen. Wat hebben we het mooi voor elkaar hŠ - in vergelijking met het buitenland. Er zijn geen getto’s, de aandelen stijgen hier het meest, we kennen minder verkeersdoden dan elders in Europa, we hebben het poldermodel en een mooie rechtspraak en we gedragen ons tamelijk beschaafd.
Nu denkt u natuurlijk: Opheffer is columnist, die gaat nu een wending aanbrengen in de trant van: 'Maar… de gezondheidszorg, het onderwijs, de asielzoekers, etcetera.’
Nee hoor.
Nederland is een heerlijk land, het heerlijkste land van de wereld. Leve Nederland. Hup Holland hup. Ik zal het u sterker vertellen: dat links (het socialistische gedachtegoed) in de jaren negentig op de vuilnisbelt terecht is gekomen, heeft - zeg ik collega Youp van ’t Hek na - alles te maken met onze Verfettung; Paars is de embonpoint van geslaagd calvinistisch denken waardoor de supermarkten vol liggen met producten uit de vrijemarkteconomie. Doe mij nog maar een auto, dan neem ik tevens uw hypotheek over.
Maar, hoe verklaar je dan de fantastische opkomst van GroenLinks en de Socialistische Partij? Aldus.
Inderdaad: GroenLinks en de SP zijn zeer populair. Wat ze willen is mij ongelooflijk sympathiek. Het is namelijk socialisme. Youp van ’t Hek en ik zijn daar erg voor. En het milieu - dat maken ze goed duidelijk, vind ik - daar moet iets aan gedaan worden, want zo kan het niet langer. En wat ze met onze zieken en bejaarden willen - dat is zo nobel.
Je vraagt je voortdurend af: waarom nemen PvdA, VVD en D66 die standpunten niet over? Ik zal het u zeggen: het is luxe. Het zijn twee luxepartijen. Daarom zijn ze in dit paarse klimaat zo populair. GroenLinks en SP zijn de bric brac-galerietjes in de Amsterdamse Jordaan; leuke antiekwinkeltjes waar je dingen van vroeger kunt krijgen - maar wel aan de prijs.
Het is eigenlijk alleen maar weggelegd voor de wat rijkeren, zoals elke vorm van luxe. Socialisme is namelijk een luxeartikel geworden, want het kost een gigantische hoeveelheid geld die je alleen maar kunt vergaren wanneer je de inkomensverdeling gelijkmatiger verdeelt. (Haal het bij de rijken, en geef het aan de armen.)
Socialisme is voor hen die een kaartje bij CarrÇ voor Youp van ’t Hek kunnen kopen, zoals ik. Socialisme is voor de intellectuelen, die liever boeken kopen dan een vakantie boeken aan de Costa del Sol, die liever de VPRO zien dan RTL, voor mensen die kwaliteit willen en kunnen betalen. Voor Ons Soort Mensen. Groen Links en SP zijn typisch Nederlands. Behoudend - in wezen; daarom hou ik van ze.
Stem Socialistisch! Voor Nederland!