Thema & Variaties

Wat heel naar is (1)

Bij Manchester United laat de vorige manager, de trainer dus, Alex Ferguson, nee sorry Sir Alex Ferguson, zich de laatste tijd vaak zien op de trainingen. Hij is al een flinke tijd weg, na de club aan grote successen te hebben geholpen. Hij is die man die altijd heel lelijk kauwgum kauwt.

Tijdens de wedstrijd langs de lijn, maar ook als er geen wedstrijd is kauwt hij heel lelijk kauwgum. Manchester United wordt tegenwoordig gecoacht door David Moyes, een sympathieke Schot. Al een half jaar. Maar nu laat zijn voorganger zich steeds vaker zien op het complex van United, zo gaat het verhaal. Als een soort adviseur. Je kunt je afvragen of dat wel zo prettig is voor Moyes.

Nee, natuurlijk is dat niet prettig. Stel je voor hoe dat gaat.

Alex Ferguson, door de koningin in de adelstand verheven vanwege bewezen voetbaldiensten voor het koninkrijk, is 27 jaar de leider geweest van Man United, dat uitgroeide tot een van de toonaangevende clubs in Europa. Hij leidde met stevige hand en flexibele kaken: nog nooit heeft iemand zo lelijk kauwgom gekauwd als hij. Het is alsof hij een heel klein vies dingetje in zijn mond heeft dat hij probeert stuk te krijgen door heel snelle, felle kauwbewegingen te maken, met zijn mond een beetje open. De koningin zei er niets van tijdens de verheffing in de adelstand, maar ze dacht wel iets onvriendelijks.

Stel je voor, David Moyes is net trainer en sinds een paar weken is hij lekker op stoom met het team. Moyes denkt: hè hè, eindelijk verlost van het Ferguson-verhaal, of zelfs het Ferguson-syndroom, nu kan ik mijn gang gaan. En hij komt op maandagochtend naar het trainingscomplex, denkt: ja, nu is het aan mij, echt aan mij, en hij roept de jongens bij zich.

‘Jongens, het is maar een maandagochtendtraining, en we gaan vooral uitlopen, maar ik wil eerst iets met jullie delen…’

En dan vertelt hij over zijn plannen met het team, en hij vertelt over zichzelf en hij is eerlijk en oprecht en hij vertelt over zijn moeilijke jeugd, over zijn alcoholistische vader en zieke moeder, en hoe hij al jong op zichzelf aangewezen was, en alleen soms bij zijn oma terecht kon, en recht uit zijn hart en met een snik in zijn stem zegt hij: ‘Ik heb geleerd om sterk te zijn, ondanks alles, en van het leven te houden. Voetbal helpt me daarbij. Ik wil dat jullie ook sterk zijn en van het leven houden.’

En de spelers hebben tranen in hun ogen, van Rooney tot Van Persie tot Buttner, en ze vragen zich af hoe ze ooit zonder David Moyes hebben kunnen voetballen. Ze zwijgen, kijken elkaar vochtig aan. Na een tijdje trekken ze hun veters nog iets strakker aan om de gang op te gaan naar het veld, dat sappige groene veld waar ze lekker gaan uitlopen onder leiding van hun nieuwe trainer Moyes, die held van een trainer, super-Moyes.

Maar net als Robin van Persie, nog een beetje nasnikkend, de deur van de kleedkamer wil opendoen, wordt erop geklopt en meteen zwaait hij open.

‘Hello guys. It’s me!’ (smak smak, de kauwgom…)

Onduidelijk gebrom.

‘Yes, ME! Your Alex!’

Even blijft het stil. dan zegt de rechtsback, die altijd al de meest beleefde van de groep was: ‘Hello, welcome, Sir Alex’ en hij geeft hem een halfhartige dreun op zijn schouder. David Moyes staat er bedremmeld bij.

‘Ik wou maar zeggen: toi toi toi. En zettummop. Ik geef tegenwoordig namelijk advies. Aan jullie. Of je nu wilt of niet. Advies zal ik geven.’

Niemand zegt iets.

Sir Alex kauwt. ‘Alles over links. En op het middenveld spelen in een ruit met de punt naar achteren. Net als altijd.’

‘En jij David, wat jij moet doen, dat zal ik je vertellen. Wees streng voor de jongens. Geef ze geen ruimte. Laat nooit het achterste van je tong zien. Hou ze strak. Dat deed ik ook altijd. En ik ben toch mooi Sir geworden.’

David Moyes knikt. Ook hij is van het beleefde type.

‘Dus denk ik aan wat ik heb gezegd, jongens. Ga maar lekker trainen. Ik ga kijken langs de lijn. En straks na afloop kom ik weer wat adviezen geven. En morgen ook. Fijn hè?’

Het blijft stil.

‘Fijn hè, jongens? Fijn hè, David?’

David zegt zacht: ‘Mm-mm.’