Ze komen vanuit de zee. De Noorse winter valt vroeg in, en de vissen weten dat. Duizenden, tienduizenden, honderdduizenden, van overal uit de zoute oceaan verzamelen ze zich, de leden van de stam van de Atlantische zalm, om terug te keren naar het zoete water, via een van de duizenden fjorden en baaien en inhammen de rivieren en stroompjes op, op basis van geur, op zoek naar de plaats waar ze ooit zijn geboren en als visjes ter grootte van een hand zijn vertrokken. De vissen, die nu wel een meter kunnen zijn, zoeken en speuren en springen, niet alleen in de verlaten gebieden in het noorden maar ook hier, dwars door Oslo, het riviertje de Akerselva op, via watervalletjes en nieuw aangelegde vistrappen, tot ze niet verder kunnen: de Øvre Foss, een onneembare waterval ter hoogte van de Oslo Academy of Arts, midden in de stad.

Achter dit gebouw, vanaf een onverlicht stoepje, sta ik in de kou tegen een hekje naar de mist boven het kolkende water te kijken. Mijn gedachten bewegen met het water mee, de Oslofjord in, waar een hele generatie zalm zich verzamelt om deze beek te gaan bevolken.

Aan de overkant van deze fjord, op een kwartiertje met de pont, ligt het schiereiland Nesodden. Daar woont Martin Lee Mueller, een bevlogen filosoof, schrijver, kunstenaar, activist. Als postdoc aan de Universteit van Oslo houdt hij zich onder meer bezig met het vertalen van academisch onderzoek naar het grotere publiek, door middel van debatten, kunst en film. Het werk is gegroeid uit zijn voorliefde voor de zalm, waar hij eerder ook een boek over schreef, Being Salmon, Being Human. Daarin gaat hij op zoek naar wat het betekent om zalm te zijn, maar ook naar wat het betekent om mens te zijn en om een verstoorde relatie met de rest van de planeet te hebben. Een verstoring die nu tastbaar wordt in allerlei crises tegelijk, van klimaatverandering tot de dramatische terugloop van de vispopulatie.

Sinds de Verlichting hebben we geleerd om de wereld en de natuur als ‘buiten’ te zien, schrijft Mueller, vanuit onze innerlijke rationele toren, maar we lopen daarmee tegen muren op. Volgens Mueller moeten we onszelf gaan zien als deel van de biosfeer, als onderdeel van de grote ruileconomie waar niet alleen wij, maar ook de lucht, het water, de planten, de dieren en in het bijzonder ook de wilde zalmen toe behoren. Wat hij in zijn boek schrijft, verkondigt hij niet alleen in de academie. Samen met inheemse activisten en performers, onder anderen van Sami-afkomst, heeft hij er een voorstelling van gemaakt met theater, zang en verhalen.

De afspraak bij Mueller thuis kan helaas niet doorgaan, omdat hij net terug is van een reis en heel nodig even bij zijn jonge kinderen wil zijn. Daarom spreken we elkaar via de telefoon. Hij is nu vooral druk met het organiseren van een festival, Tegenstroom, om de terugkeer van de zalmen te vieren. Samen met andere kunstenaars, filosofen, activisten, ouderen en kinderen gaan ze de zalmen feestelijk onthalen, aan de oevers van de Akerselva. Ze gaan elkaar verhalen vertellen, verhalen over de relatie tussen ons en de natuur, over de relatie tussen cultuur en wildernis, om in een tijd van crisis op zoek te gaan naar verhalen van hoop en wedergeboorte. Na het festival vertrekt Mueller richting Glasgow, met een paar inheemse artiesten, om daar zijn eigen voorstelling ook op de klimaatconferentie ten tonele te brengen.

Mueller, van Duitse afkomst maar al jaren woonachtig in Noorwegen, studeerde naast duurzame ontwikkeling ook filosofie. Zijn promotieonderzoek besloot hij te wijden aan de filosofische betekenis van de zalm. ‘Noorwegen kweekt steeds meer zalmen op zogenaamde “boerderijen” in het water. Een miljoen ton zalm per jaar. Dat zijn vijfhonderd miljoen vissen en dat worden er steeds meer. Maar van de wilde zalm is er steeds minder. Dat heeft allerlei oorzaken, zoals overbevissing, grote dammen en de opwarming van het water.’ Maar daar komt bij dat de kweekzalm vaak ontsnapt – buiten de netten leeft evenveel wilde zalm als kweekzalm – en dat brengt de wilde zalm serieus in gevaar. ‘Hij verdringt de wilde zalm, want hij groeit veel harder en is competitiever. En hij neemt zeeluis mee uit de kwekerijen, waar tien tot dertig procent van de wilde zalmen aan sterft.’ Maar uiteindelijk is het een zwakkere soort, die nooit heeft geleerd om zich af te stemmen op de natuur.

Maar kweekzalm maakt het wel mogelijk voor veel mensen om zalm te eten, en het is goed voor de Noorse economie. Is dat het niet waard? In de Noorse zakenkrant Dagens Næringsliv zei een vooraanstaande hoogleraar visserij-economie het openlijk, een jaar of tien geleden: ‘Waarom hebben we wilde zalm nodig? Als het in de weg staat van de kweekzalmindustrie, dan moeten we bereid zijn om wilde zalm op te offeren. De industrie creëert waarde en banen langs de hele kust.’ En dat verwende mensen dan een speeltje missen, is geen ramp: ‘Die vinden wel weer wat anders.’ Mueller was diep geschokt toen hij het las. ‘Hier, uit het land van Arne Næss, met zijn deep ecology, en van Gro Harlem Brundtland, met haar duurzame ontwikkeling, komt het pleidooi om een dier te laten uitsterven, omdat dat goed is voor de industrie? Waar komt dit vandaan? Wat voor waarden zitten daarachter? En hebben die waarden misschien te maken met de huidige ineenstorting van de ecologie? Dit was voor mij een directe aanleiding voor mijn onderzoek.’

Mueller besloot zijn oren te luisteren te leggen bij inheemse volken in de Pacific, in het noordwesten van de Verenigde Staten, voor wie de zalm al sinds mensenheugenis bij het leven hoort. ‘Hun verhalen zijn diep verbonden met zalmen. Niet als product, maar als voorouders, als verwanten. Dat is een belangrijk woord hier. Een verwantschap waarbij zalmen werden gezien als persoonlijkheden, zoals ook rivieren, personen met een individueel handelingsvermogen en een eigen innerlijkheid. Maar ook als volk, als natie, waar je verdragen mee kunt sluiten.’

‘Volgens Noorse zalmkwekers is wilde zalm overbodig’

Die verhalen kwam Mueller tegen bij verschillende volken, zoals de Klallam die aan de rivier Elwha woonden en visten, de grootste rivier van de staat Washington. ‘Ze beschreven een tijd waarin mensen stierven van honger, hebzucht en zelfgerichtheid. Maar toen kwamen de vissen en die gaven zichzelf, als geschenk. Dat woord komt heel vaak terug in hun wereldbeeld. Zij zien de wereld als geschenk. Dat heeft ook raakvlakken met het christelijke idee van de schepping, waar uiteindelijk zelfs God zichzelf geeft, om de mensen te redden. Dat hebben de zalmen volgens deze volkeren ook gedaan. Ze voedden de mensen, maar ook de raven en de beren en de bomen, en ze beloofden terug te zullen keren, maar ze verlangden wel een geschenk terug: je moet eerbiedig over ons praten en je moet ons met zorg vangen. Met beleid vissen dus. Het verhaal zag dit als het oorspronkelijke verdrag tussen de natie van de mens en de natie van de zalm. Van Californië tot Alaska komt dit terug in de verhalen.’

De witte kolonisten zagen dat helaas anders. De Elwha moest worden veranderd ‘van verspilling en verlies in een magnifieke bron van energie en kracht’, vond een visionaire zakenman die ruim een eeuw geleden twee grote dammen in de Elwha bouwde om elektriciteit op te wekken. ‘De rivier is voorbestemd om een krachtige macht ten goede te worden in de handen van de vernuftige mensheid’, juichte de Seattle Times. Eindelijk was de rivier nuttig geworden, ‘voor de fabriek, voor verlichting, voor de tram en voor de auto’. Maar de zalmen konden niet langs de dammen en stierven uit. ‘Dit is een parallel met de zalmkweek in Noorwegen nu. Wilde zalm is overbodig, een sta-in-de-weg voor de industrie. In beide gevallen wordt het opofferen van de soort gezien als iets uiterst rationeels. De wereld van rivieren en oceanen, van plantaardige en dierlijke bewoners, is namelijk puur een bron van grondstoffen. Deze manier van denken is typisch voor de moderniteit.’

Opmerkelijk feitje: ondanks de dam bleven er altijd vissen terugkomen die tegen de dam op probeerden te springen om landinwaarts te paaien. Jaar na jaar, zelfs na een eeuw nog. Alsof ze wisten dat ze er vandaan kwamen. Ze kwamen niet voor niets. In 2012 werden, na decennia van juridische strijd, de dammen afgebroken, om eindelijk weer ruimte te maken voor de zalm. De Klallam vierden feest, en Mueller met hen. En de zalmen ook: de eerste vissen waren binnen enkele weken weer terug, in kleine aantallen weliswaar, maar een hoopvol begin.

Klimaatdenkers

Zes jaar na het bereiken van het klimaatakkoord van Parijs is de wereld in november weer samengekomen in Glasgow. De hoop is dat hier afspraken worden gemaakt die de verdere opwarming van de planeet tegengaan. De Groene interviewt schrijvers, filosofen en wetenschappers over de opdrachten die weggelegd zijn voor de mens in de wankelende natuur.

Wie zich laat raken door de zee en haar bewoners ziet niet zozeer een grondstof als wel een oneindigheid, een grootsheid die ons eigen bestaan relativeert. Op een veerboot voor de Noorse westkust probeer ik me in te denken wat het met je doet als je altijd het einde van het land ziet en in de afgrondelijke diepte kunt staren. De zwarte sluiers regen vallen ons schuin tegemoet, vanuit het noorden. Rechts, door de mist, zie ik de besneeuwde toppen van bergen tussen de fjorden die het land in steken. Op de rotsen groeit enkel mos, met af en toe een spar. De wind wordt harder, de golven worden hoger. Op het dek striemt de regen langs mijn hoofd, of is het al hagel, ik krijg er koppijn van. De golven zwiepen het schip flink op en neer. Links doemt achter een laatste eiland de oceaan op, de grote, reusachtige, diep donker dreigende oceaan, de plek waar de zalmen zich op dit moment verzamelen om vol heimwee de neus te volgen en terug te keren naar huis, in de bergbeekjes. Maar dan ineens – in de luwte van een volgend eiland – zien we grote cirkels drijven, de netten van een zalmkwekerij. Met uitzicht op de wilde diepte mogen deze intelligente, gevoelige dieren rondjes zwemmen en voer zo efficiënt mogelijk opeten om biomassa te produceren.

Er is veel kritiek op zalmkweek. Vaak gaat die kritiek over dierenwelzijn, over de ziektes, de verspilling van het voedsel, over de lichamelijke beperkingen van de kweekzalm, zijn gebrek aan zicht, aan reuk en gehoor. Sommige zalmen worden zo passief dat er antidepressiva moeten worden toegediend. In Nederland kennen we dit soort problemen uit de (pluim)veehouderij. Maar in beide landen kan de nadruk op dierenwelzijn soms afleiden van iets fundamentelers: de filosofische en morele implicaties van ons denken en spreken over dieren. ‘Ik hoorde een onderzoeker trots vertellen dat we in Noorwegen ieder uur vier wagonladingen vol zalm produceren’, zegt Mueller. ‘De overheid zegt: één miljoen ton biomassa. En dat moet in 2050 op het vijfvoudige liggen. Dat moet onder meer gebeuren door de “voerconversie” op te schroeven. Zo wordt erover gepraat, in termen van biomassa en produceren… Het gaat om 2,5 miljard individuele vissen per jaar! Zijn dat producten of subjecten?

Zalmen zijn seizoensdieren. Ze groeien in verschillende stadia, op verschillende manieren, in continue afstemming met hun omgeving, de temperatuur en het water, en afhankelijk van hun plek in de sociale hiërarchie. De zalmindustrie wil er een beheersbare vis van maken die continu gelijkmatig groeit. Sommige bedrijven manipuleren de zalm genetisch zodat de aanmaak van het groeihormoon niet meer uit gezet kan worden. Andere bedrijven experimenteren met gesloten systemen, zodat alles nog beheersbaarder wordt en zelfs in de Gobi-woestijn kan plaatsvinden om de Chinese steden van proteïnen te voorzien. Maar als we dit gaan doen, en de zalm alleen nog maar als ding gaan zien… dan is moreel het einde zoek. Dat ontneemt dieren hun laatste restje subjectiviteit.’

‘Beheersing is gedoemd te mislukken. De biodiversiteit stort in’

In zijn boek gaat Mueller uitgebreid in op de oorsprong van dit denken. Volgens hem begon het met een radicale keuze die Descartes maakte. Descartes nam de cruciale beslissing om zijn individuele denken als basis voor zijn wereldbeeld te nemen. De buitenwereld zag hij als een automaat die je als een klok kunt ontleden en begrijpen. Hij moedigde zijn studenten aan om levende dieren open te snijden, ook al schreeuwden en piepten ze, immers, het waren maar mechanische objecten. Descartes staat aan het begin van een lange, moderne lijn, waarbij het nut voor de mens steeds centraler komt te staan. De rest van de wereld wordt geobjectiveerd. Mueller had ook Bacon kunnen noemen, die hier radicaal op doorging met zijn vooruitgangsdenken. Bacon vond dat de natuur moest worden ‘doorstoken’, ‘bij de haren gegrepen’, ‘onderworpen’, ‘door elkaar geschud’ en ‘gepenetreerd in haar intiemste kamers’. Allemaal voor de vooruitgang en het bouwen van het paradijs.

De moderniteit werd vaak ‘humanistisch’ genoemd, maar in de kern bleef het altijd een mens-zijn-in-afscheiding, zegt Mueller. ‘De rest van de wereld was res extensa, zoals Descartes zei, de omgeving, het milieu, dat we moeten leren beheersen. Beheersing staat centraal in het moderne project. Maar beheersing is gedoemd te mislukken. Oceanen verzuren, het klimaat warmt op en de biodiversiteit stort in. De wildernis wordt nog veel wilder. De wereld blijkt te bestaan uit actoren! Uit wilde, handelende actoren, die uiterst onvoorspelbaar zijn.’

De planeet is vol voelende wezens die hun eigen verlangens, instincten, reuk en herinneringen hebben en relaties met elkaar hebben. Mueller beschrijft in zijn boek de complexe kringlopen tussen bacteriën, vissen, zoogdieren, planten en de atmosfeer, die allemaal niet zonder elkaar kunnen – ja, zelfs de atmosfeer zou verdwijnen als er geen leven was dat de chemische balans in stand hield – en tussen elanden, wolven en het bos, die elkaar nodig hebben om te gedijen. ‘Zelfs ademen kunnen we niet alleen, het is een daad die we doen samen met de plantenwereld. Dat te erkennen maakt ons nederig, nieuwsgierig, in plaats van controlerend. Dan zien we dat wij ook wildernis in ons hebben. De lijn tussen ons en de wildernis is poreus. Gisteren nog las ik een onderzoek naar bacteriën die alleen voorkomen in onze elleboog. En ze hebben ook nog een functie in ons lichaam! Ons lichaam en onze geest zijn beide helemaal afgestemd op relaties.’

Volgens Mueller kunnen we niet zonder wildernis, en moeten we op zoek naar oude stemmen, om die in plaats te stellen van het moderne verhaal van beheersing. ‘Dat kunnen stemmen zijn van inheemse volkeren, maar het kan ook de stem zijn van de rivieren, van de kraanvogels die in de afgelopen weken met duizenden tegelijk door Europa trokken, van de merel die in de avondschemering zingt, en van de zalmen die het land in trekken om te paaien.’

Dat klinkt wel een beetje romantisch misschien. ‘Maar het is juist heel praktisch. Als ik het even bij zalm hou: de zalm leert ons wat een geschenkeconomie betekent. De zalm geeft heel veel. Hij levert voedsel voor mensen. Maar ook veel diersoorten, zoals beren en aaseters, leven ervan. Zalm is echt een sleutelsoort, waar heel veel andere soorten van afhangen. De zalm brengt ontzettend veel nutriënten zoals fosfaten van zee naar het land. Uit Californisch onderzoek blijkt dat het zelfs te merken is aan de kwaliteit van druiven in gebieden met rivieren waar zalm leeft. En als vissen sterven, brengen ze hun koolstof mee naar de zeebodem, die daar wordt opgeslagen. De laatste weken is daar weer nieuw onderzoek naar verschenen, dat gaat om hoeveelheden die er echt toe doen. Al dit soort processen zijn met elkaar verbonden.’

Het gaat Mueller dus niet om het afstandelijk ‘bewonderen’ van de wilde natuur. Hij gelooft wel degelijk in economie. ‘In tegenstelling tot planten hebben wij andere soorten nodig voor voedsel. Wij ontkomen daar niet aan. Ik zou nooit zeggen dat je geen vis moet eten. De smaak van zalm is fantastisch. Zalm geeft ons een heerlijk geschenk. We zullen altijd tegen dit soort morele dilemma’s aanlopen rond leven en dood. Die kan ik niet oplossen. Ik kan als filosoof en als dichter alleen maar duidelijke vragen stellen. Hoe kunnen we zalm eten zonder hun hun individualiteit te ontzeggen?’

Volgens Mueller is dit verhaal over zalm zijn, mens zijn, deel zijn van een complexe wildernis, van groot belang voor het klimaatdebat. Heel vaak gaat het over uitstootcijfers, temperaturen en tonnen CO2. Maar dat gaat ons niet bevrijden van de beheersing die de crisis heeft veroorzaakt, de scheiding tussen mens en milieu. ‘We doen vaak alsof de wereld uit data bestaat, maar dat is niet juist. De wereld bestaat uit subjecten.’ Om dit te vertellen gaat Mueller naar de klimaatconferentie in Glasgow, voor een debat en voor een voorstelling. Maar eerst gaat hij feestvieren in Oslo ter ere van de zalm. ‘Tien jaar geleden waren hier geen zalmen meer, door de watervervuiling hier. Maar er zijn maatregelen genomen en de zalm is weer helemaal terug, in hartje Oslo, en dat geeft hoop.’

Uiteindelijk is het cruciaal om op zoek te gaan naar de goede verhalen, zegt Mueller. ‘De vrijheid van de mens ligt vooral in het kiezen van zijn verhaal, meer dan wat hij binnen dat verhaal doet.’