Kijken

Wat het is

Er zijn vele soorten abstractie. Het werk van Mondriaan, bijvoorbeeld, zien we als ‘normaal’ abstract. Leg daar eens de schilderijen en collages van Kurt Schwitters naast…

Michael Jacklin, Plus Null, 2019. Poeder gecoat vierkant stafijzer (6 mm), 35 x 35 x 35 cm © Peter Cox / Courtesy Slewe Gallery / collectie AkzoNobel Art Foundation

Eigenlijk had ik geen idee wat in Schwitters zijn schilderij Isle of Man de eigengereide figuur van elliptisch gedraaide vormen zou kunnen voorstellen. We zijn zulke schilderijen, bij gebrek aan betere woorden, abstract gaan noemen. Hun vormgeving lijkt op geen manier op iets uit de werkelijkheid waarop het zou kunnen lijken. Ik had een conservator in het Van Abbemuseum aan de telefoon en vroeg voor dit blad om een foto. Van die late Schwitters, zei ik. Je bedoelt de baarmoeder, zei zij. Dat was de naam die zij eraan gaf om het helder te identificeren. Zo gaan dingen in de wereld. Maar toen het werk in 1985 voor de collectie werd aangekocht, dat weet ik heel zeker, was dat juist vanwege de raadselachtige vorm ervan. Het leek werkelijk op niets wat we ons erbij konden voorstellen.

Als abstractie was Schwitters’ werk vreemd gevormd, stug en dwars geschilderd. Omstreeks 1907 begon hij als schilder in Duitsland met het zware handschrift van het expressionisme. Het oppervlak van zulke schilderijen zat vol donker gekleurd gewicht en krom verknoopte vormen. In Nederland had abstractie zich wezenlijk anders ontwikkeld: eerder rechthoekig van vorm, helder en licht van kleur. Bij de schaduwkleuren van Schwitters vergeleken is een schilderij van Mondriaan eerder transparant.

Kurt Schwitters, Isle of Man, 1941. Olieverf op papier op linoleum, 112 x 93,5 cm © Peter Cox Eindhoven / Collectie Van Abbemuseum, met steun van Vereniging Rembrandt
Het is voldoende dat kunst gewoon zichzelf is

De abstracte vormgeving van Isle of Man was gegroeid uit verward gedraaide, bewegende lijnen die zich werkelijk onnavolgbaar gedroegen. Dat soort idioom van bochtige vormen en bruine kleur was voor ons, in het land van Mondriaan, vooreerst echt wezensvreemd. Het was een donkere abstractie die eigenlijk niet thuis te brengen was. Intussen had ik me nog nooit afgevraagd wat bijvoorbeeld een Mondriaan, met links in het beeldvlak een gele rechthoek, verder nog zou kunnen voorstellen. Dat is omdat schilderijen van Mondriaan, zoals die eruitzien, gewoon normaal abstract zijn. We hebben er in onze musea zoveel gezien dat we ze zijn gaan beschouwen, denk ik, als figuurlijke schilderijen die alleen toevallig abstract zijn. Hun rechthoekig idioom is gestaag en afgemeten, net als hun zorgvuldige handschrift. Als we rustig en geduldig kijken, herkennen we dat een schilderij (dat bijvoorbeeld met de gele rechthoek) de vorm heeft van een elegant stilleven. In andere schilderijen zien we een horizontale. Die lijken op een landschap. We zien een figuurlijkheid die wonderlijk terughoudend abstract is. Het is echt een Mondriaan, daar lijkt het schilderij op.

De vormgeving van Schwitters’ werken, schilderijen en collages, ging met horten en stoten. Ze kwamen met vreemd impulsieve interrupties tot stand. Hij had het ongeduldige karakter van een artistieke avonturier. Zijn manier van verzinnen en werken was onregelmatig. Er waren veel ingevingen. Daarom leek het of alles wat hij ging maken steeds weer opnieuw begon. Zo begon Isle of Man volgens mij nogal abrupt – misschien met die slank gebogen lijn blauw van linksboven en dan, dikker wordend, naar rechtsonder. Daartegenover, ter linkerzijde, beweegt een andere slinger blauw – als een taai soort tegenbeweging. Rechts, in het dunne beige en wit, zijn er verdere vormen die we in elkaar zien schuiven en plooien.

Wat stelt dat alles voor? Een baarmoeder kan ik me niet voorstellen. Schwitters was in de vijftig toen hij als Duitse vluchteling in Engeland op het eiland Man geïnterneerd zat waar dit werk gemaakt werd. Hij kon weer wat bezig zijn met schilderen en vormvertelling. Ik denk dat hij zomaar begon met lijnen, contouren, vlakken en dat glijdende blauw en het langzame bruin. Hij liet de verf dwalen om te zien wat zou gebeuren. Hij volgde de bewegingen van verf en kwast. Hij schilderde niet om iets op iets anders te laten lijken: hij wilde schilderen om te ontdekken wat hij nog nooit eerder gezien had. We zien dat abstracte kunst helemaal geen andere verhalen nodig heeft om toch serieus te lijken. Het is voldoende dat kunst gewoon zichzelf is.

Piet Mondriaan, Compositie no II, 1929. Olieverf op doek, 52 x 52 cm © Museum Boijmans Van Beuningen

Bekijk de schitterend voorzichtig gemonteerde elementen in Michael Jacklins kleine sculptuur Plus Null. Het is een ruimtelijke vertelling die begint met acht ronde ringen en acht vierkanten van 6 mm stafijzer. Vier ringen worden dwars met vier andere ringen verbonden: de contouren vormen zo vier bollen. Hetzelfde gebeurt met vier vierkanten die net zo verbonden worden met vier andere vierkanten: de contouren van die verbinding werden vier kubussen. De omvang van de grote beeldruimte is 35 x 35 x 35 cm. Precies daarin passen, om en om, de groeperingen van vier bollen en vier kubussen. Met hun contouren hangen de vormen aan elkaar. Er is een optische gelijkwaardigheid. Hun middelpunten kloppen. De bol is de ronde vorm van de rechte kubus: dat is de schoonheid die we zien. Door de perspectivische vertekening lijken alle elementen verschillend hoewel ze hetzelfde zijn. De werking is uiterst geheimzinnig. De dichte montage maakt het beeld onbuigzaam expressief. Door de perfecte montage van zwart ijzer vertelt het beeld zichzelf – het vertelt wat het is.