Film

Wat ik doe, is vals

FILM Jean-Pierre Melville

De jonge honden van de nouvelle vague, Jean-Luc Godard voorop, zagen in Jean-Pierre Melville een geestelijk vader, iets wat de meester eerst koesterde, maar waar hij later afstand van nam. Melville was te veel een revolutionair om een ‘vader’ te kunnen zijn. Maar meer dan twintig jaar na zijn dood blijkt dat hij zijn stempel duidelijker dan ooit op de cinematografie drukt. Zijn kenmerkende, extreem gestileerde gangsterfilm Le cercle rouge (1970), of meer nog Un flic (1972), ziet eruit alsof hij vandaag kon worden gemaakt. De geest van Melville is bovendien onmiskenbaar aanwezig in het werk van drie moderne meesters van de misdaadfilm: John Woo, Michael Mann en Quentin Tarantino.

Melville leeft vooral voort in Michael Mann, schepper van Miami Vice. Bij Melville heerst in bijna alle scènes een gedempte stilte terwijl de personages door gekunstelde sets bewegen. In deze anonieme wereld is de moraliteit van de gangster even glad als de gepolijste oppervlaktes. Er zit weinig verschil in de daden van de boeven en die van de rechercheurs. Beiden zijn existentiële figuren, gemotiveerd door het bereiken van het grote niets. ‘I’m into nothing, man’, zegt Peter Strauss in Manns beste werk, de tv-film The Jericho Mile (1979). Dat moment is door en door melvilliaans.

‘Ik sta erop niet realistisch te zijn. Wat ik doe, is vals. Altijd.’ Dat zei Melville in 1974, vijf jaar voordat hij stierf aan een hartaanval en tijdens een periode waarin hij misschien wel zijn beste werk maakte: L’armée des ombres (1969), Le cercle rouge en Un flic.

Vooral Un flic lijkt steeds meer een sleutelwerk. De film laat zien hoe prachtig Melville vorm geeft aan surrealistische en existentiële motieven door een gestileerde mise-en-scène. De opening is, om met Melville te spreken, een en al ‘valsheid’, en daardoor beeldschoon: langs een koude, mistige boulevard aan zee rijdt een glimmende, zwarte auto. De auto stopt voor een bank. De inzittenden zijn vier mannen met hoeden op. Secondenlang blijven ze stil zitten, hun gezichten gehuld in schaduw en verscholen achter de drijvende mistbanken. In de volgende shots zien we de binnenzijde van de bank. Drie van de vier mannen lopen naar binnen, gekleed in beige regenjassen en met zwarte hoeden. Ze zetten grote, zwarte zonnebrillen op. Het is stil; lichaamsbeweging is nihil. Tegen een doorschijnende, glazen wand aan de voorkant staat een man met zijn rug naar de camera gekeerd. Hij heeft een zwarte hoed op. Stilte. Over twee seconden begint de overval.

De door Magritte geïnspireerde scène heeft een kille, lichtgrijze tint, net als de hele film. De ironie is dat het werk hierdoor juist is overgoten met romantiek. Dat raakt de kern. Het onderscheid tussen gangster en flic verdwijnt – beiden zijn verenigd door eenzaamheid, vriendschap en eer. En verraad. Zelden blijven de helden overeind in een Melville-film. In Un flic is de oplossing van de hoofdrolspeler, een rechercheur gespeeld door Alain Delon, die van een executeur. In een straat in Parijs schiet hij Richard Crenna, zijn vriend en het brein achter de bankoverval, in koelen bloede neer. Daarna registreert de camera Delon in al zijn melvilliaanse glorie, met glimmend zwart haar en een revolver fetisjistisch gestoken in de tailleband van zijn smetteloze, lichtgrijze pak.

Un flic is moeilijk op dvd verkrijgbaar, maar dat geldt deze dagen niet voor andere Melvilles, die allemaal bij Criterion zijn verschenen: Bob le flambeur (1956), Le samouraï (1967) en L’armée des ombres. Van deze laatste film, over het verzet ten tijde van het Vichy-regime, gebaseerd op Melville’s persoonlijke ervaring tijdens de oorlog, is recent zelfs een Nederlandse versie uitgekomen. Deze valt helaas niet aan te bevelen. De disk steekt namelijk slecht af bij de geïmporteerde Criterion-editie, die een schat aan informatie bevat in de vorm van een tweede schijf vol documentaires en essays over Melville. En iets om naar uit te zien: Criterion heeft aangekondigd ook Melville’s tweede, zeldzame film Les enfants terribles (1950), gebaseerd op een roman van Jean Cocteau, die ook het script schreef, uit te brengen.