Het verbluffende aanpassingsvermogen van dieren

‘Wat ik kan doen is verbazing creëren’

Wetenschap hoeft volgens bioloog Wouter Halfwerk niet altijd een aanwijsbaar nut te hebben. Het gaat hem om de hunkering naar kennis. Met zijn innovatieve onderzoek naar menselijke verstoringen van dierlijke communicatie wint hij dit jaar de Young Scientists Award.

Medium photo 204

Stadse kikkers zijn sexyer dan hun soortgenoten in het bos. Of althans, de lokroep van mannetjes is daar aantrekkelijker voor vrouwtjes. ‘Pjieeeeeeuw’, doet Wouter Halfwerk de paringszang na. Dat is het standaardgedeelte, dat je bij iedere kikker hoort. Vervolgens plakt ieder beestje daar unieke versierseltjes aan vast. ‘Zo van: _è_hèhèh.’ In een urbane omgeving blijken kikkers sierlijker te baltsen dan in hun natuurlijke habitat. Het is een van de bevindingen van het veldonderzoek dat de bioloog uitvoert in Panama. Tot en met juni bivakkeerde Halfwerk in een onderzoekskamp in de Panamese jungle, nu zit hij aan een picknicktafel op het terrein van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De 35-jarige wetenschapper krijgt de Heineken Young Scientists Award voor zijn ingenieuze onderzoek naar de communicatie tussen dieren en het verstorende effect dat mensen daarop kunnen hebben. Het lijkt een logisch carrièrepad voor iemand die sinds zijn kinderjaren al een passie had voor de natuur. Waren ze op vakantie, dan begonnen zijn ouders bij aankomst met het opzetten van de tent en klonk het een paar uur later: ‘Hé! Waar is Wouter eigenlijk?’ Die was in z’n eentje het bos in getrokken, op onderzoek uit.

Toch begon Halfwerk zijn academische leven als student neurobiologie. Hij was altijd goed geweest in exacte vakken en koesterde de drang om grote vragen te ontrafelen. Hoe werkt ons brein? leek hem een uitstekend begin. Maar het feitelijke werk viel vies tegen. Halfwerk: ‘Dat was ontzettend saai. Ik zat de hele dag naar een beeldscherm te turen. Ik wilde naar buiten.’ Hij besloot zijn aandacht te verleggen naar dierkunde en trok in 2005 voor een stage naar het Ecuadoriaanse regenwoud. ‘Dat was echt een openbaring’, vertelt hij. ‘Ik dacht dat ecologie niet echt een “harde” wetenschap was, dat het allemaal erg beschrijvend zou blijven – daar had ik een aversie tegen. In Ecuador zag ik dat je ecologisch onderzoek ook experimenteel kunt aanpakken.’

Het laboratorium naar het veld brengen, zo werkt Halfwerk het liefst. En dan kan het voorkomen dat hij een hele nacht lang in een klein koepeltentje zit om een vleermuis met een pincet vis te voeren. Die vleermuis is onderdeel van zijn onderzoek naar de communicatie van kikkers. Dat zit zo: in Panama eten sommige vleermuizen kikkers. Het paringsritueel is voor kikkers een gevaarlijk spel; om een vrouwtje te schaken moeten mannetjes risico’s nemen. Ze hoppen naar ondiepe poeltjes om daar hun lokroep te laten klinken. Hoe uitvoeriger ze baltsen, hoe aantrekkelijker ze zijn, maar het maakt hen ook kwetsbaar, want door het kwaken kunnen vleermuizen hun prooi lokaliseren.

Het paringsritueel is een gevaarlijk spel; om een vrouwtje te schaken moeten mannetjes risico’s nemen

Om precies te onderzoeken hoe dat werkt bedenkt Halfwerk uitgekiende experimenten. Dat is essentieel, vertelt hij: om goed na te denken over het experiment en je opzet. Je moet helder voor ogen hebben welke vraag je wil beantwoorden. Om het jachtgedrag van de vleermuis te analyseren had Halfwerk een exemplaar gevangen en vrijgelaten in een grote kooi, op de grond had hij een robotkikker geplaatst, waarmee hij gecontroleerd het paringsgedrag kon nabootsen: een mechanisch ballonnetje voor de blaaszak en een luidspreker voor de lokroep. Alleen kun je een mechanische kikker niet eten, dus om de vleermuis te belonen voor zijn inspanningen plakte hij stukjes vis op de robot. De nachtelijke voedersessie was nodig om de vleermuis aan de smaak van vis te laten wennen.

De experimenten in het bos zijn slechts een deel van Halfwerks verhaal, het wordt pas echt interessant als hij die resultaten vergelijkt met onderzoeken in een urbane omgeving. Halfwerk: ‘Wij mensen zijn bezig om op ongekende schaal een nieuwe leefomgeving te creëren. Mij interesseert het hoe dieren zich daaraan aanpassen.’ Het idee dat de oprukkende urbanisering desastreus is voor wilde beesten verdient nuancering, gelooft hij. ‘Wat mensen en dieren nodig hebben komt in veel opzichten overeen. Bewoners willen graag weinig vervuiling, een diverse omgeving en een groene stad. Sommige dieren gedijen juist heel goed in die nieuwe stadse habitat.’ Zie bijvoorbeeld de kikkers in Panama: in de stad hebben ze minder te duchten van roofdieren en kunnen ze een lyrische lokroep ten gehore brengen zonder het risico door een vleermuis gepakt te worden.

Uiteindelijk zou het mooi zijn als we de stad op een diervriendelijke manier kunnen inrichten en natuurlijk hoopt Halfwerk dat zijn werk daaraan kan bijdragen, maar met politiek bemoeit hij zich niet: ‘Wat ik kan doen is verbazing creëren. Telkens komen we erachter dat dieren veel meer kunnen dan we aanvankelijk dachten.’ Wetenschap, vindt Halfwerk, hoeft niet altijd een aanwijsbaar nut te hebben. De hunkering naar kennis is voldoende. ‘Als bioloog probeer ik mooie verhalen te vertellen waar we op allerlei manieren van kunnen leren. Planten en dieren hebben miljoenen jaren gehad om oplossingen te bedenken. Een groot deel van de belangrijke ontdekkingen komen tot stand door puur toeval. Maar dan moeten er natuurlijk wel mensen ter plekke zijn die dat soort ontdekkingen kunnen doen.’


Wouter Halfwerk, laureaat van de Heineken Young Scientists Award voor de Milieuwetenschappen 2016 geeft een KNAW Heineken Lecture op 26 september in Wageningen. Zie knaw.nl/heinekenprijzen

Beeld: Alex Tran