Wat is amsterdam zonder de tram?

Vakbondsmuseum. Zo betitelde de Volkskrant afgelopen week het Amsterdamse Gemeentelijk Vervoersbedrijf (GVB). En inderdaad. De jaarlijks herdachte Februaristaking begon in de remises van de Amsterdamse tram. En toen na de oorlog heel Nederland gepacificeerd was en de vakcentrales vrijwillig het stakingswapen aan de wilgen hingen, kwam het gemeentepersoneel van Amsterdam opnieuw onder leiding van GVB'ers in opstand tegen de beroerde werkomstandigheden en de lage lonen. Het leidde tot fraaie tonelen.

Het stakingsverslag van 1956 meldt: ‘Bij de remise Havenstraat verschijnen op zondagmorgen te half elf enkele tientallen NVV- functionarissen met aan het hoofd Ad Vermeulen. De stakers weigeren echter om ook maar met een van deze leiders te spreken. Op deze grandioze mislukking geeft Vermeulen het sein tot een openlijke poging tot stakingbreken. De NVV-mannen lopen langs de rijen stakers en roepen: “NVV'ers, uittreden!” Er trad niemand uit…’
Toen de gemeente Amsterdam in de jaren zeventig haar schoonmaakdienst wilde privatiseren, staakten de bus- en tramchauffeurs, omdat 'die vrouwtjes zelf de macht niet hebben het gemeentebestuur op andere gedachten te brengen’. En toen twee jaar terug de eerste lichting banenpoolers in vaste dienst genomen moest worden, staakten ze opnieuw voor het behoud van normaal bezoldigde conducteurs. Geen actie, of ze namen geestdriftig het voortouw. En uiteraard vergaten ze zichzelf niet. En passant wisten ze de beste personeelsregelingen in het vaderlandse openbaar vervoer in de wacht te slepen.
En nu krijgen ze de schuld van het dreigende faillissement van hun roemruchte bedrijf. Want het GVB is failliet. Wat gebeurt er in zo'n geval bij, zeg, een fabriek van koffie- en theepotten? Men begint het bedrijf op te delen in rendabele onderdelen en een onverkoopbaar restant. Als de koffiepotten toekomst hebben, wordt dat onderdeel afgesplitst en verkocht. De schulden worden geparkeerd bij de vestiging theepotten en die gaat vervolgens failliet. Bij het GVB zou dit scenario uitdraaien op de verkoop van de metro en de buslijnen. De eerste aan de NS, de tweede aan de NZH, de regionale busmaatschappij. Waarna de tram met de molensteen van de schulden en het overtollig geachte personeel tot zinken zou worden gebracht. Maar daar wordt tegelijk het verschil tussen koffie- en theepotten en openbaar vervoer duidelijk: koffiepotten kun je bij de slimmere concurrent halen. De tram niet. Het einde van de tram betekent slechts de definitieve overwinning voor de auto in de Amsterdamse binnenstad.
Natuurlijk, het GVB kan efficienter werken. Maar afslanken alleen helpt niet. Natuurlijk, minister Jorritsma moet ophouden met het uitknijpen van het openbaar vervoer. Maar het gemeentebestuur kan dat alleen verkopen als het zelf een werkelijke keus voor het openbaar vervoer maakt. Dat is de eerste voorwaarde voor een gezondere situatie. Dan kan men op een geloofwaardige manier een beroep doen op extra geld uit Den Haag. En dan kan men het bedrijf op een andere leest schoeien en van de gestaalde kaders medeverantwoordelijkheid eisen. Gemeentebestuurders, aantreden!