© Milo

Rutger Bregman staat dit voorjaar op een podium naast een smeltende ijssculptuur van een ijsbeer. In de chique Rotterdamse Sociëteit aan de Maas roept de journalist van De Correspondent een zaal vol beleggers op om vaker ‘ja’ te zeggen: ‘Ja, tegen een windmolen in de achtertuin. Ja, tegen nog zo’n heel lelijk zonneveld. Ja, tegen nog zo’n smerige vegaburger die echt niet zo lekker is als het alternatief – laten we onszelf niet voor de gek houden, mensen.’

De ijsbeer van ijs staat symbool voor de klimaatcrisis, en de steeds kortere tijd die we hebben om daar iets tegen te doen. Vermogensbeheerder Actiam, die de bijeenkomst in Rotterdam organiseert, noemt het ‘de meest fundamentele, mondiale uitdaging waarmee wij te maken hebben’. Met ‘2 keynote speakers, 150 professionals en 100% impact’ gaat Actiam op deze bijeenkomst ‘op zoek naar een duurzame wereld’.

Actiam investeert ongeveer twintig miljard euro van pensioenfondsen, verzekeraars en particulieren. Beleggers kunnen kiezen uit verschillende door Actiam samengestelde fondsen: pakketten aandelen of obligaties die hopelijk rendement op zullen leveren. Ook banken als ing en Rabobank bieden hun klanten de mogelijkheid om hun geld in fondsen als die van Actiam te steken.

De fondsen hebben namen als ‘Duurzaam Europees’ of ‘Impact Wereld’, met investeringen in bedrijven ‘met zeer goede prestaties op het gebied van duurzaam ondernemen’ of die ‘actief bijdragen’ aan de sustainable development goals van de Verenigde Naties. ‘Bij Actiam gaan financieel en sociaal rendement hand in hand’, staat op de Actiam-website. ‘Wij zijn Responsible for growth.’

Maar wie verder kijkt dan de website en zich in de diep verborgen prospectussen en beleggingsportefeuilles waagt, vindt allerlei viezigheid in de fondsen die volgens Actiam zo groen zijn. De fondsaanbieder steekt bijna 170 miljoen euro van idealistische beleggers in kolen, olie- en gasbedrijven en vliegmaatschappijen. Actiam staat daarin niet alleen. Bijna de helft van de Europese beleggingsfondsen die zeggen zich op een duurzame wereld te richten, belegt alsnog in de fossiele industrie en in de luchtvaartsector.

Dat blijkt uit The Great Green Investment Investigation, een groot dataonderzoek dat werd opgezet door Investico en Follow the Money, samen met negen Europese media – waaronder het Franse Le Monde, het Duitse Handelsblatt en het Spaanse El País, mede voor De Groene Amsterdammer. Deze fondsen, vaak van bekende aanbieders als BlackRock en BNP Paribas, steken in totaal 8,5 miljard euro in fossiele bedrijven, terwijl hun hele portfolio volgens Europese regelgeving duurzaam moet zijn. Nationale en Europese toezichthouders controleren echter nauwelijks of fondsen wel zo groen zijn als ze pretenderen. Beleggers die met hun spaargeld denken bij te dragen aan een duurzame toekomst investeren zo zonder het te weten in bedrijven als Shell, TotalEnergies en Easyjet.

In de vroege herfst van 2007 komt een groep pioniers in duurzaam beleggen bijeen in het Italiaanse dorpje Bellagio. De filantropische Rockefeller Foundation heeft hen hier samengebracht in een villa met weids uitzicht over het Comomeer, om na te denken over een duurzamere financiële wereld. Buitenbeentjes zijn de deelnemers dan nog, ze houden zich bezig met het opzetten van een ‘sociale effectenbeurs’, of een label voor de impact van bedrijven op de planeet. Op deze bijeenkomst bedenken ze samen de term ‘impact investing’.

Onder hen is Marilou van Golstein Brouwers, die de beleggingstak leidt van de dan nog kleine Triodos Bank. ‘Begin jaren negentig startten we een van de eerste duurzame beleggingsfondsen van Nederland’, zegt ze. ‘Heel lokaal allemaal: we kochten landbouwgrond en verpachtten die aan bioboeren, daarna begonnen we met microfinanciering in ontwikkelingslanden.’ Een klein bankje met een hoge gunfactor – zo dachten de grootbanken in die tijd over Triodos, zegt ze, maar echt serieus namen ze de duurzame bank nog niet. ‘Je werd toch een beetje met de nek aangekeken als je het rendement niet vóór alles liet gaan.’

In de Rockefeller-villa ligt in 2007 dan ook een belangrijke vraag op tafel over het gat tussen ‘groene’ en reguliere geldverstrekkers. Moet de sector zo zuiver mogelijk op de graat blijven, kleinschalig blijven werken, of wil je de mainstream er ook bij betrekken? ‘We kozen toen voor dat laatste: je moet mensen meekrijgen. Als je alleen maar klein blijft, is dat niet goed genoeg. De hele financiële sector moet in beweging komen.’

Intussen is niet alleen Triodos een gevestigde naam geworden, dat geldt des te meer voor duurzaam beleggen. Zo zegt ing te ‘geloven in verandering’, ABN Amro ‘gaat voor duurzaam’, en Rabobank zegt ‘de transitie naar een duurzame wereld te stimuleren’. Op congressen die worden georganiseerd door het ‘impact-netwerk’ dat aan het Comomeer geboren werd, kunnen of willen kleine partijen, zoals Triodos, tegenwoordig geen stand meer betalen, zegt Van Golstein Brouwers: die zijn nu voorbehouden aan grote partijen als axa (‘Championing sustainability’) en Nationale Nederlanden (‘duurzaamheid is een thema dat we serieus nemen’).

Steeds meer beleggers vinden het belangrijk dat hun geld niet alleen maar rendement opbrengt, maar ook helpt om de planeet de verduurzamen. Volgens het financiële-databedrijf Morningstar wordt bijna veertig procent van het in Europa belegde geld, een slordige vierduizend miljard euro, in fondsen belegd die op enige wijze ‘duurzaam’ zeggen te zijn.

Maar als bijna iedereen zichzelf duurzaam noemt, hoe moet een belegger dan onderscheid maken tussen daadwerkelijk groene fondsen en gelikte marketing? Om daarbij te helpen voerde de Europese Unie in 2021 een nieuwe wet in waaronder fondsen zichzelf moeten indelen in één van drie klassen. Die worden doorgaans aangeduid met ‘grijs’, ‘lichtgroen’, en ‘donkergroen’, maar officieel hebben ze de naam van artikelen uit de EU-wet. Grijze fondsen (artikel 6) hebben géén duurzaamheidskenmerken. Lichtgroen (artikel 8) is een soort grabbelton waar fondsen onder vallen met ‘enkele’ duurzame kenmerken, maar die als geheel niet hoeven bij te dragen aan een duurzamere wereld. De donkergroene artikel-9-fondsen hebben wél een volledig duurzame doelstelling: zij streven een sociaal doel óf een milieudoel na, zoals het tegengaan van milieuvervuiling of mensenrechtenschendingen, en mogen op geen enkele manier ‘significante schade’ toebrengen aan alle andere duurzame doelen.

Maar in welke bedrijven die fondsen exact investeren, daar kom je als argeloze kleine belegger moeilijk achter. Op de website van een fonds staat vaak slechts de top-tien grootste beleggingen. Sommige publiceren diep in hun jaarverslag wel een lijst van alle beleggingen, maar dat doen ze lang niet allemaal. De samenstelling van een fonds is ‘het geheim van de smid’, hoor je vaak: als een fondsbeheerder die zomaar online zet, dan kan iemand anders dat moeiteloos kopiëren en voor net wat minder geld aanbieden. Wel moeten groene fondsen verplicht uitgebreide informatie verstrekken over hun duurzame doelen.

Onlangs concludeerde toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (afm) echter dat fondsen in die rapportage ‘te algemeen’ en ‘te vaag’ blijven. Maar of al die vage claims daadwerkelijk werden waargemaakt, daar keek de afm niet naar. De toezichthouder onderzocht enkel de algemene documentatie van beleggingsproducten, niet de portfolio’s waarin de soms honderden aandelen en obligaties opgesomd zijn.

Investico en Follow the Money deden dat wél. Wij analyseerden de portfolio’s van 838 donkergroene fondsen die in Europa worden aangeboden, samen goed voor 130.000 beleggingen ter waarde van 619 miljard euro. Met behulp van peperdure beleggingssoftware van databedrijf Bloomberg wisten we de portfolio’s van driekwart van alle donkergroene Europese fondsen te verkrijgen. Die lijsten met aandelen en obligaties voegden we samen tot één grote database, die we vervolgens konden doorzoeken op de aanwezigheid van beleggingen in de fossiele industrie en in de luchtvaartsector (zie methode in kader).

Bijna de helft van Europa’s zelfverklaarde duurzaamste fondsen bevat vieze investeringen, constateerden we. Bij de fondsen die op de Nederlandse markt aangeboden worden, is het beeld hetzelfde: met 167 van de 361 fondsen bevat bijna de helft investeringen in fossiele brandstoffen of luchtvaart. Daartussen zitten fondsen van bekende beheerders als BlackRock, BNP Paribas en Allianz. Een fonds van het Franse BNP Paribas bestaat voor maar liefst twintig procent uit fossiele investeringen, het zogenoemde Sustainable Energy Fund van BlackRock investeert zelfs meer dan een miljard euro in fossiele bedrijven. In fondsen van ASN Bank en Triodos, twee banken die van oudsher als duurzaam bekendstaan, komen zulke ‘grijze’ investeringen niet voor.

Het fossiele bedrijf waar het meeste groene geld naartoe stroomt is het Amerikaanse energiebedrijf NextEra, dat weliswaar veel windmolenparken beheert, maar de helft van zijn stroom uit gas en kolen haalt. Andere veel voorkomende grijze investeringen zijn het Italiaanse elektriciteitsbedrijf Enel, de Franse oliegigant TotalEnergies en het Duitse luchtvaartbedrijf Lufthansa. Maar we zien ook investeringen in meer exotische fossiele bedrijven voorbij komen, zoals het Portugese oliebedrijf Galp Energia, dat olie wint in diepe wateren voor de kust van Brazilië, Congo en Angola. Of Range Resources dat in het oosten van de Verenigde Staten schaliegas oppompt. Van de 239 miljard euro in de donkergroene fondsen op de Nederlandse markt gaat in totaal bijna twee procent naar fossiele bedrijven en vliegmaatschappijen.

Twee procent klinkt misschien weinig, maar we hanteerden in dit onderzoek een absolute ondergrens. We telden alléén investeringen mee in bedrijven die minimaal twintig procent van hun omzet uit fossiele brandstoffen halen, en geen geloofwaardige exit-strategie uit de fossiele sector hebben. Geoormerkte groene obligaties, bijvoorbeeld van een oliebedrijf dat geld ophaalt om een windmolenpark te bouwen, sloten we uit. Daarnaast lieten we allerlei andere controversiële sectoren, zoals de chemische industrie en staal- en cementfabricage buiten beschouwing, net als de schending van mensenrechten. En toch haalde bijna de helft van Europa’s allergroenste fondsen, waarvan het hele portfolio duurzaam zou moeten zijn, die ondergrens niet.

‘Je kunt niet zo’n label gebruiken om miljarden op te halen, zonder dat je echt duurzaam bent’

Het loont om een donkergroen fonds te zijn. Terwijl aandelenmarkten afgelopen maanden onderuit gingen door inflatiedruk, geopolitiek en dreigende recessie wisten in Europa alleen de groene fondsen meer geld op te halen. En fondsen die zichzelf duurzaam noemen, vragen daar gemiddeld meer geld voor dan ‘gewone’ fondsen, blijkt uit recent onderzoek van Paul Smeets, hoogleraar duurzame financiering aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Maar de beheerders steken niet meer moeite of tijd in het fonds’, zegt hij. ‘Nu uit dit onderzoek blijkt dat deze “duurzame” fondsen ook in fossiele bedrijven investeren, lopen beleggers mogelijk dubbel risico. Ze betalen meer voor een duurzaam fonds dat ook nog eens niet groen is.’

Het Nederlandse Actiam, van de smeltende ijsbeer, komt met twaalf donkergroene fondsen voor in de database, waarvan slechts twee géén grijze investeringen bevatten. Dennis van der Putten, Actiams hoofd duurzaamheid, schrikt als we onze bevindingen voorleggen. Volgens hem investeert Actiam alleen in fossiele bedrijven die stappen zetten om hun afhankelijkheid van fossiel af te bouwen. ‘Als wat jullie zeggen klopt, dan verkopen wij die posities direct.’ De verschillende Actiam-fondsen bevatten maar liefst 279 fossiele investeringen. De energiebedrijven NextEra en Enel bijvoorbeeld, maar ook het Japanse Tokyo Gas, dat bijna driekwart van de productie uit schaliegas haalt. Of een chemie- en kolenbedrijf in Xinjiang, de Chinese regio waar mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren nog steeds aan de orde van de dag zijn. En het Noorse staatsoliebedrijf Equinor, dat olievelden bezit bij het Arctische Bjørnøya (Bereneiland). Milieuorganisaties vrezen dat het leefgebied van tientallen diersoorten daar ernstig wordt bedreigd, waaronder, ironisch genoeg, dat van de ijsbeer.

Desondanks meent Van der Putten niet in strijd met de Europese verordening te handelen, al is dat meer vanwege de vaagheid van die wet, die hij ‘crap’ noemt. ‘Ik wil duiding hebben. Mag ik in een oliebedrijf beleggen, ja of nee? En als dat bedrijf voor twee procent in olie belegt, mag dat dan ook nog? Dat is helemaal een open norm.’

Het Amerikaanse BlackRock, dat meer dan een miljard ‘duurzame’ euro’s naar fossiele bedrijven doet vloeien, interpreteert de wet zo dat dit legaal is. Bovendien zegt BlackRock dat het niet zijn rol is om te bepalen hoe de wereld duurzaam wordt. ‘Het is onze rol om onze klanten te helpen hun investeringsdoelen te behalen.’

‘Fossiele bedrijven zijn wel heel moeilijk te rijmen met beleggingsfondsen met een duurzaam doel, maar we kunnen ze niet helemaal uitsluiten’, zegt Raoul Köhler, coördinator sustainable finance bij toezichthouder afm. ‘Het lijkt me evident dat aandelen in bedrijven die zeer vervuilend zijn niet thuishoren in zo’n fonds. Dat wordt een heel moeilijk verhaal.’

Maar de definitie van duurzaamheid in de Europese regels is zo vaag dat het voor de afm moeilijk is om te handhaven, zegt Köhler: ‘We hebben in Europa meer duidelijkheid gevraagd over wat een duurzame belegging is, en wat “significante schade” is. We hebben er dus ook begrip voor dat fondsbeheerders nog niet altijd alles goed doen.’

De Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (esma), die vanuit Europa toezicht houdt op nationale autoriteiten, stelt eveneens dat het ‘nogal moeilijk te beargumenteren’ is dat een fossiele investering geen enkele schade doet op sociaal of op milieuvlak. Vanaf volgend jaar is dat nog duidelijker: dan geldt elke fossiele investering als negatieve milieu-impact. Maar ook nu zegt esma dat de definitie van een duurzame investering duidelijk genoeg is voor fondsbeheerders om aan de wet te voldoen.

De belangenbehartiger van beleggers is minder invoelend dan de toezichthouders. ‘Het is echt laakbaar’, zegt Joost Schmets, van de Vereniging van Effectenbezitters (veb) ‘Je kunt niet zomaar een donkergroen label gebruiken om miljarden op te halen, zonder dat je echt duurzaam bent. Dat label is geen marketinginstrument, maar een belofte aan de belegger.’

In het buitenland ondervindt de financiële sector langzaam de gevolgen van liegen over duurzame pretenties. Eerder dit jaar vielen vijftig Duitse politieagenten binnen bij vermogensbeheerder dws. Ook dws beloofde dat het bedrijf belegde in duurzame bedrijven, maar zou slechts een klein deel van die beleggingen überhaupt hebben getoetst op duurzaamheid. Het onderzoek loopt nog, maar de topman nam al ontslag. En in Amerika kregen de zakenbanken BNY Mellon en Goldman Sachs dit jaar miljoenenboetes voor het verzuimen van duurzaamheidschecks op beleggingen die ze als duurzaam aanprezen.

Verschillende fondsbeheerders komen inmiddels terug van hun al te groene beloftes. Zo stelde NN Investment Partners, tot april dit jaar de investeringstak van Nationale Nederlanden, de inschaling van tien fondsen deze zomer bij, van donkergroen naar lichtgroen – naar eigen zeggen omdat de Europese Commissie en de afm duidelijker hadden toegelicht wat de duurzaamheidswetgeving precies inhield. Tot dat moment was het voor NN blijkbaar nog niet duidelijk dat een donkergroen fonds geen beleggingen in oliebedrijven als TotalEnergies, kolenbedrijven als rwe en de luchthavens van Maleisië en Thailand mocht bevatten.

Ook de Franse vermogensbeheerder Amundi stelde recentelijk de duurzaamheidsklasse van zijn fondsen bij, net als BlackRock, Robeco en het Nederlandse Van Lanschot Kempen. Alleen fondsen die zich specifiek richten op bijvoorbeeld hernieuwbare energie kunnen nog door als artikel 9, legde Van Lanschot Kempen die afwaardering uit. Dat zeggen meerdere fondsbeheerders: voor algemene beleggingsfondsen zijn er simpelweg te weinig duurzame bedrijven om in te investeren.

Natuurlijk is het lastig om te bepalen wanneer een bedrijf precies duurzaam is en wanneer niet. Een bedrijf dat ‘groen staal’ maakt, kan wellicht duurzaam zijn, net als een techbedrijf dat zich inzet voor mensenrechten. Maar voordat we verzanden in zo’n welhaast academische discussie is het belangrijk om vast te stellen dat kolen, olie en luchtvaart dat in ieder geval niet zijn. Zolang dat basale bedrog niet serieus wordt bestraft, is een duurzaam financieel systeem ijdele hoop.

‘De financiële sector weet een beeld neer te zetten dat er al grote stappen gemaakt zijn, en dat we nu even pas op de plaats moeten maken,’ zegt GroenLinks-europarlementariër Bas Eickhout. Hij is ‘rapporteur voor het definiëren van duurzame beleggingen’ en probeert al ruim een decennium het financiële systeem te verduurzamen. ‘Dat zie je ook bij de Europese Commissie, die de regels maakt. Maar dat beeld slaat nergens op. We zijn pas net begonnen.’

Over dit onderzoek

Om te onderzoeken hoe ‘groen’ Europa’s duurzaamste beleggingsfondsen in werkelijkheid zijn, vroegen Investico en Follow the Money bij financieel-databedrijf Morningstar een lijst op met alle Europese beleggingsfondsen die zichzelf, op peildatum 30 juni 2022, als donkergroen (‘artikel 9’) aangemerkt hadden. Via de Bloomberg Terminal, een computersysteem voor financiële data, aangevuld met handmatig werk, konden we van bijna driekwart van deze fondsen (838) de volledige portfolio’s achterhalen.

Deze lijsten voegden we met een zelf geschreven computerscript automatisch samen tot een database met daarin ruim 130.000 aandelen en obligaties, ter waarde van 619 miljard euro. Die database doorzochten we op investeringen in fossiele brandstoffen of luchtvaart, twee sectoren die niet te verenigen zijn met een duurzame toekomst. Om de ‘grijze’ investeringen daarin te onderscheiden, vergeleken we die met een viertal datasets.

De Duitse non-profitorganisatie Urgewald volgt de fossiele sector al twintig jaar en stelt jaarlijks de Global Coal Exit List en de Global Oil & Gas Exit List samen. Die lijsten worden binnen de financiële sector breed gebruikt om fossiele investeringen te onderscheiden. Bedrijven die hun afhankelijkheid van fossiel aantoonbaar afbouwen, worden door Urgewald niet in hun lijsten opgenomen.

Sommige fossiele bedrijven geven ook geoormerkte, groene obligaties uit. Om te voorkomen dat we deze als ‘grijs’ zouden bestempelen, maakten we gebruik van een dataset van Climate Bonds Initiative, een Brits onderzoeksbureau dat groene obligaties beoordeelt. Ten slotte gebruikten we de sectorclassificatie die Bloomberg aan investeringen toekent om een lijst samen te stellen met bedrijven in de luchtvaartsector.

Lees de volledige onderzoeksverantwoording op platform-investico.nl. Deze publicatie is onderdeel van The Great Green Investment Investigation, een samenwerking opgezet door Investico en Follow the Money. Ruim twintig journalisten werkten mee, van negen Europese media: El País (Spanje), Le Monde (Frankrijk), Handelsblatt (Duitsland), IRPI Media (Italië), Børsen (Denemarken), Der Standard (Oostenrijk), De Tijd (België), en Luxemburger Wort en Luxembourg Times (Luxemburg).


Correctie 29-11-2022

In een eerdere versie van dit stuk stond dat NN Investment Partners de investeringstak van Nationale Nederlanden is. NN Investment Partners werd echter in april dit jaar overgenomen door Goldman Sachs. Dit is aangepast in het huidige artikel.