Wat is de politieke winst van de rede van Kaag?

‘Het gevaar van onderhandelen is natuurlijk dat je er uitkomt met elkaar’, twitterde de politiek commentator van Trouw, Bart Zuidervaart, daags nadat vvd en cda definitief hadden geweigerd met de combinatie pvda/GroenLinks het gesprek over regeringssamenwerking aan te gaan. Daarmee typeerde hij scherp de kleingeestigheid die deze blokkade kenmerkt. De leiders van vvd en cda, Mark Rutte en Wopke Hoekstra, laten zich in de kaart kijken met het gelegenheidsargument dat zij voor hun destructieve actie aanvoeren: een coalitie van hun partijen met d66 en pvda/GroenLinks zou niet ‘stabiel’ zijn. Het is ongeloofwaardig een coalitie al wankel te verklaren vóórdat de betrokken partijen in inhoudelijke onderhandelingen elkaar de nieren hebben kunnen proeven. Daarbij komt: voor een politicus die zelf de meest instabiele partij van dit moment leidt is het nogal arrogant zo’n oordeel over anderen te vellen. Alleen door het congres, afgelopen zaterdag, zo inhoudsloos en a-politiek mogelijk te maken, kon het cda maskeren dat het zich met zichzelf geen raad weet, inhoudelijk noch in het bepalen van de koers. Niemand confronteerde Hoekstra met de onvermijdelijke conclusie: waarom dan het gesprek met links blokkeren?

Het gevolg van de rechtse ramkoers is dat op het Binnenhof uit arren moede zelfs nieuwe verkiezingen als mogelijke uitweg uit de impasse worden geopperd. Dat zou een blamage zijn, niet alleen omdat de kiezers dan de Haagse onmacht om een kabinet te vormen in de schoenen geschoven krijgen, maar ook omdat een hernieuwde stembusgang de indruk wekt dat de kiezers de politiek op 17 maart met een onmogelijke uitslag hebben opgezadeld – en dat is niet zo. De vorming van een vijfpartijencoalitie van vvd, cda, d66 en de combinatie pvda/GroenLinks laat zich getalsmatig goed met de uitslag rijmen: vvd en cda hebben 48 zetels in de Tweede Kamer, de drie links georiënteerde partijen samen 41. Zwaarwegender is het argument dat deze coalitie zowel qua politiek gewicht – een stevige meerderheid in het parlement – als programmatisch de meest geëigende lijkt voor de beleidsmatige doorbraken die nu van de hoogste urgentie zijn.

Kaag verwacht een doorbraak vooral van een vijfpartijencoalitie

De naoorlogse kabinetten ontleenden hun kracht aan de compromisvorming tussen kapitaal en arbeid. Concreet kreeg dat vorm in de opbouw van de verzorgingsstaat. Zo’n groot project is opnieuw geboden, maar nu om Nederland zo goed mogelijk toe te rusten voor de beteugeling van de klimaatcrisis zonder dat de lasten oneerlijk worden verdeeld. Filosoof Huub Dijstelbloem constateert in de Groene van deze week terecht dat je de energietransitie ook verkeerd kunt aanpakken: ‘Op een wijze die misschien goed is voor het klimaat, maar de minst machtige maatschappelijke groepen en personen onevenredig hard treft’. Geboden is een klimaatbeleid dat sociaal-economisch rechtvaardig is, zonder te verzeilen in illusiepolitiek over het einde van de markteconomie. De contouren van een coalitie van centrum-rechts met centrum-links tekenen zich daarmee af.

De wil om de beleidsmatige inertie van de eerdere kabinetten-Rutte te doorbreken, vóór alles in de klimaatcrisis, is ook het werkelijke politieke belang van de HJ Schoo-lezing van d66-leider Sigrid Kaag. In de media zijn haar plaagstootjes naar Rutte nogal gedramatiseerd – alsof de vvd-leider van suiker is – maar politiek werkelijk relevant is dat zij het verschil tussen het sociaal-liberalisme van d66 en het neoliberalisme van de vvd scherp markeert. Het eerste vergt een actieve overheid, het tweede een overheid die zich zo ver mogelijk uit de economie en de maatschappij terugtrekt. Mensen zijn pas vrij, zei Kaag, als ze in staat zijn een vrij leven te leiden, en dat impliceert een overheid die in actie komt om de leefomgeving van mensen voor rampen te behoeden, om sociaal-economische ongelijkheid te bestrijden, om de last van de migratie eerlijk te verdelen zonder de economische én culturele voordelen ervan te niet te doen.

Met dat betoog maakte Kaag onomwonden duidelijk waarom zij de doorbraak die ze wenst eerder verwacht van een vijfpartijencoalitie die centrum-rechts en centrum-links verenigt dan van een minderheidscoalitie met de vvd. Mochten vvd en cda bij hun blokkade blijven, dan is dit napraten over een gemiste kans, maar weten de kiezers welke partijen zij daarop kunnen aanspreken als ze opnieuw naar de stembus moeten.