In 1923 had Kemal Ataturk de Turkse republiek gesticht. Zijn voornaamste doel was het oplossen van een rassenprobleem. Hij wilde van de complexheid van zoveel verschillende culturen, talen, achtergronden en etnische groeperingen af. Alle inwoners van het land moesten samensmelten en tot Turken verworden, het verheven volk.

De laatste hoeders, de militairen, van die eerste republiek hebben vorige week de handdoek in de ring gegooid. De vier hoogste generaals hebben hun ontslag ingediend en hebben het veld geruimd voor de eerste apolitieke generaals van Turkije. Dit betekent dat een einde is gekomen aan een strijd van negen jaar; de AK Partij van Tayyip Erdogan is reeds heer en meester in Turkije.

De vraag is nu wat de tweede republiek is. Het ultranationalisme is wel losgelaten, maar heeft Erdogan dan een islamrepubliek in gedachten? Wordt het consumeren van alcohol aan banden gelegd? Mag een minirok over vijf jaar nog steeds? En, hoe lang mogen de standbeelden van Ataturk nog blijven staan?

Lees ook het artikel ‘In de schaduw van Ataturk’.