Wat is de zin van god?

God, ik vind het zo'n vreemd begrip. Wat mij stoort is dat er mensen zijn die ik bewonder en die in God geloven: Gerard Reve, Kees Fens, Gerrit Komrij, Jan Kal. Allemaal geloven ze in een macht, kracht of wezen buiten de mens om. Waarom ik niet?

Wat is het verschil tussen God, een macht, kracht of wezen? Waarom gebruiken ze die woorden ter nuancering? Het is iets wat je voelt, hoor ik wel eens. Waar dan, in je hoofd, maag of hart? Hoe is dat gevoel dan? Waarom voel ik dan niets, al denk ik nog zo na?
Ik begrijp dat je niet kunt leven zonder vooronderstellingen. Ik geloofde in het marxisme. Nu niet meer. Maar ik geloof nog wel in rechtvaardigheid, liefde, kameraadschap, solidariteit - vooronderstellingen die even zinloos zijn. Ik wil er alleen maar mee zeggen dat er ook dingen zijn die ik geloof. Ik geloof in schrijven, in het maken van een mooie zin. Ik geloof dat er zin moet zijn.
En dan de effectiviteit van God. Welk effect heeft God op het leven van mijn gelovige broeders? Is Fens gelukkiger dan ik? Is Komrij dat? Jan Kal? Dominee Gremdaat? Zijn ze meer mens dan ik? Waaruit blijkt dat dan? Zijn ze meer geest dan ik? Waaruit blijkt dat dan weer?
Ik kom er niet uit. Of laat ik zeggen: ik heb een hoop problemen minder door niet te geloven. Waar je ook kijkt: godsdienststrijd. Of het nou Joegoslavie is of Ierland, Irak of Iran, Turkije of Israel of Palestina. In mijn wereld zonder God, Jaweh of Allah zijn die problemen er niet. Als het nou net zo makkelijk is om in God te geloven als om niet in God te geloven, dan is het toch veel beter voor de wereldvrede om niet te geloven?
Blijkbaar hebben al die godsgelovers ‘iets anders’. Maar wat dat andere is, hoor je nooit. Of ze formuleren het in termen die net zo inhoudsloos zijn als het begrip God.
Van welke kant ik het ook benader: God blijft nietszeggend.
Is de kracht van God dan Gods zwijgen? Ik wou dat iedereen daar dan een voorbeeld aan zou nemen, maar dat doet men dus net niet.
Geef me een goede reden om in God te geloven. Vanwege de zaligheid na de dood? Dat wil ik graag geloven. Maar waarom moet ik nu geloven dat ik straks zalig zal worden? Waarom wil die God, als die zou bestaan, dan dat ik nu in hem geloof? Waarom kan ik dan niet na mijn dood in hem geloven? Zelfs als hij dan ook niet zou bestaan, zou het toch veel beter zijn om dan in hem te geloven, in verband dus met die zaligheid na mijn dood.
Waarom is er nog niemand ooit duidelijk geweest over God? En waarom is God dat zelf niet?
'Er moet een ordenend principe zijn’, zegt vriend Jan Kal wel eens. Wil ik ook best even aannemen. Maar wat gebeurt er dan als we dat ordenend principe ontdekt hebben? Heeft God dan een mond en kan hij praten? Kan hij dan kinderen van kanker genezen? Zijn er dan geen vooronderstellingen meer? Geneest God mij dan van mijn hoofdpijn? Maar als minder werken, een aspirine en matig alcoholgebruik mij ook van mijn hoofdpijn genezen, wat heeft de ontdekking van dat ordenend principe dan voor zin?
Kortom, ik ben weer terug naar de vraag die ik stelde toen ik twaalf was: wat is de zin van het bestaan? Ik leerde door zelf te schrijven en over de woorden na te denken, dat die vraag kullekoek is, want eeuwig onbeantwoordbaar.
Dat neemt niet weg dat ik wel eens met God in gesprek ben. Hij is erg aardig en lijkt dan op mij, soms op mijn vader, ook wel eens op een man met een baard. Ik vraag hem dan waar mijn autosleuteltjes zijn, en soms bid ik dat hij mijn geldzaken regelt. Die autosleuteltjes vind ik wel eens. Maar mijn geldzaken neemt hij me niet uit handen, terwijl ik daar het meeste onder lijd.
'Waarom bent U zo?’ vraag ik dan ook wel eens aan Hem. 'Vergeet niet straks twee preien, een bos uien, melk, kaas, Whiskas, toiletpapier, eten voor morgen (je moeder komt) te halen’, zegt-Ie dan.
En dan doe ik die boodschappen. Dat weer wel, dat is waar.