Wat is er mis met Jonathans bloed?

Een veroordeelde pedofiel, Jonathan, wordt in hoger beroep vrijgesproken en probeert daarna zijn leven weer op te pakken.

Medium schilperoord 2c inge  c  keke keukelaar

Hij woont met zijn moeder in een half gesloopte wijk vlak bij duin en zee. De enige andere bewoners van de verrotte buurt zijn een vrouw en haar pre-adolescente dochter. Tijdens een steeds verstikkender zomer probeert Jonathan zijn almaar dwingender gevoelens richting het meisje te beteugelen.

Structuur en verhaal van Muidhond, het romandebuut van Inge Schilperoord (1973), zijn eenvoudig en eenduidig, alles rolt in een rechte lijn vooruit. Korte zinnen en alinea’s, af en toe een witregel, veel eenregelige directe rede: van een afstand lijkt de stijl van het boek ingehouden, compact, impliciet. Maar met de blik wat dichter op de pagina lijken deze veronderstellingen minder te kloppen.

Een opmerkelijke keuze van de auteur is de constante neiging tot uitleg, tot verduidelijking, tot opzichtige symboliek. Neem de muidhond, een ander woord voor een zeelt, een vissoort, die Jonathan vangt voor het aquarium in zijn kleine slaapkamer. ‘Je bent gekomen om mij te helpen’, zegt Jonathan tegen de vis. Daarna leest hij in ‘zijn dierenboek’ dat de vis geneeskrachtige kruiden bezit. Daar komt een schep bovenop als hij aan het buurmeisje uitlegt dat de vis een ‘zachtaardig en verlegen dier is’. Het gaat verder: ‘“Hij houdt van rust en stilte”, vervolgde hij, “als er te veel geluiden en andere dieren in zijn buurt zijn, dan schuilt hij onder de modder. Hij wordt gauw bang. Dan moeten we hem met rust laten.”’

Vaak lijkt de auteur te twijfelen over wat de lezer in staat is op te pikken, zoals ook blijkt uit een andere, symptomatische zin met overbodig aanhangsel: ‘Zijn moeder zat op de keukenstoel bij het raam en speelde een kaartspel tegen zichzelf. Patience.’ Herhaling lijkt bewust te zijn ingezet in de roman, maar het effect wringt. Zo lukt het Schilperoord om in minder dan twintig pagina’s weers- en lichtomstandigheden zo’n vijftien keer te vermelden, maar alle meteorologie voelt als een manier om maar buiten het personage te blijven, een artificiële afstand te bewaren. En wat is er toch steeds mis met Jonathans bloed? ‘Er leek een warme vloeisof door zijn aderen te stromen’; ‘Hij voelde zijn bloed gloeien’; ‘Zijn bloed suisde in zijn slapen.’

Schilperoord perst de meeste onvoorspelbaarheid uit haar personages

De roman draait om het idee dat de wetenschap dat Jonathan een pedofiel is de tekst van betekenis voorziet. In vaak plichtmatig proza beschrijft Schilperoord de banale bezigheden van haar hoofdpersoon, de voorkennis van de lezer lijkt de spanning en tragiek erbij te moeten verzinnen. Dat is geen ongebruikelijke schrijverstactiek. Tijdens een passage over Jonathans eerste vistocht na zijn vrijlating moest ik denken aan Big Two-Hearted River, het tweedelige korte verhaal van Ernest Hemingway, waarin een jonge oorlogsveteraan zich in zijn zoektocht naar goede forel dompelt zonder dat ergens de oorlog of enig trauma wordt genoemd. Waar Hemingway poëzie en een impliciet gebruik van detail inzet, mist Muidhond een vergelijkbaar vertrouwen in de lezer, in literaire techniek.

Contrast of contradictie maakt geen deel uit van Schilperoords arsenaal. De mentale Werdegang van Jonathan blijft rechtlijnig, de omgeving en bijfiguren hebben duidelijke rollen, moeten het decor versterken, het innerlijke bederf staven. Schilperoord perst de meeste onvoorspelbaarheid uit haar personages. Jonathans moeder is astmatisch en hopeloos katholiek, leeft vastgeroest in haar wegkwijnende huis. De onzichtbare moeder van het buurmeisje werkt lange dagen in een café, op de vlucht voor haar gevaarlijke man die haar iets kwaads heeft aangedaan. Wanneer Jonathan richting het einde van het boek het huis van moeder en dochter binnengaat volgt met de beschrijving van het onttakelde interieur een staaltje poverty porn.

Jonathan zelf laveert tussen ideale patiënt en karikaturale neuroot. Het is opvallend hoe veilig Schilperoord haar roman inricht. De seksuele gedachten en handelingen van Jonathan laat ze traag op gang komen, de eerste ruim tachtig bladzijden zijn ze non-existent. Het is moeilijk in te schatten wanneer het verhaal zich afspeelt. Internet, toch de eerste levensbehoefte voor elke moderne pedofiel, komt in ieder geval geen enkele keer ter sprake. Op Jonathans werk wordt niet over hem geroddeld. Hij leeft met zijn moeder in een literaire cocon waarin de auteur netjes een jong meisje introduceert dat hem moet testen, de plot zal stuwen. Dat buurmeisje overstijgt de roman. Ze heeft alle kenmerken van een typische gamine, maar Schilperoord weet haar overtuigend op te roepen, haar eenzaamheid en kinderlijke pogingen toenadering tot Jonathan te zoeken zijn werkelijk pijnlijk en ontroerend. Ook bevat de roman een boeiende kiem over de sociale val van Jonathans familie. De visfabriek waar hij werkt is blijkbaar ooit gestart door zijn grootvader. Zijn vader was er nog eerste voorman, maar hijzelf staat er aan de lopende band. Wat is daar allemaal gebeurd?

‘Een zucht verliet zijn lippen.’ ‘Stilte vulde de kamer.’ Dergelijke zinnen doen alarmbellen bij me rinkelen. Aan het einde van de roman komt het zware geschut: ‘Bij het inademen schroeide en verdroogde de lucht in zijn keel.’ De hyperbolische taal belooft een uiterst dramatische ontknoping, en die krijgt de lezer dan ook.


Beeld: Keke Keukelaar