Wat is er mis met politiek correct gedrag?

In haar vorige week verschenen boek De oorbellen van de minister waagt Agnes Verbiest het om taalseksisme aan de kaak te stellen. De hoogleraar taalkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden wijst op de ‘systematische asymmetrie’ - ze spreekt heel tactisch niet van ongelijkheid - in het taalgebruik over mannen en vrouwen.

En ze roept een recensie in herinnering (een jaar geleden in de ‘progressieve’ Volkskrant) waarin de beroemde Russische componiste Galina Oestvolskaja een 'simpel vrouwtje’ werd genoemd dat ooit, in een ver verleden, 'begerenswaardig’ moest zijn geweest, volgens de informatie van de recensent (m). En waarom, vraagt Verbiest zich af, heeft professor Jansen eigenlijk prof. dr. Jansen op zijn deur staan, en zijn buurvrouw op de universiteit mevr. prof. dr. Pietersen? Omdat geslacht op het werk er niet toe doet, behalve als het om vrouwen gaat.
Taal geeft ook ongemerkter richting aan het denken en bevestigt heersende opvattingen. Neem de beschrijvingen van de balts tussen eicel en spermacel: hij stuwt zich krachtig voort, om haar te penetreren. Zij laat zich vervoeren door de eileider, en wacht lijdzaam tot het sperma in haar binnendringt.
De taal waar wij het mee moeten doen is voorgevormd, geworteld in een traditie die al een aantal eeuwen weinig vrouwvriendelijk is. Een jongensnaam is sinds mensenheugenis een naam die aan jongens gegeven wordt; een meisjesnaam is de naam van de vader van een getrouwde vrouw. Laten we ons alsjeblieft niet druk gaan maken om respectabele historische erfstukken als Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, of om schepen die met man en muis vergaan. Maar het is heel legitiem om je te verbazen over hedendaagse krantekoppen als 'Het oranje hockey-elftal en ons damesteam’. Mannen zijn de norm en vrouwen zijn vrouwen, blijkt daar maar weer uit. Of de deelname van de laatste categorie aan het openbare leven wordt gewoon genegeerd, zoals in 'Luchtmacht verbiedt het dragen van lang haar’.
In een interview nam Verbiest vorige week vast een voorschot op de hoon die ze verwacht over zich heen te krijgen - en al eerder kreeg. Maar er is niets mis met een verwijzing naar de sturende kracht van taal. Het probleem is hooguit dat de taal waarin men over dit thema spreekt zo afzichtelijk is; dan komen er woorden als 'gender-geladen’ aan te pas. Waarop de tegenstanders hun kans schoon zien en roepen: politiek correct!
Kan het niet eens afgelopen zijn met die retorische truc om iedere maatschappijcriticus op grond van 'politieke correctheid’ te verketteren? De kreet is de ultieme drogreden geworden en wordt gebruikt om elke discussie te frustreren. Met deze in bepaalde kringen zo populaire dooddoener wordt de bewijslast verschoven naar degene die probeert duidelijk te maken dat zich onderhuids en - in de taal - ongehoord heel wat discriminatie verbergt.
Gelukkig begint zich voorzichtig een beweging te vormen die zich sterk maakt voor herwaardering van de term. Misschien moet om te beginnen dat woordje 'politiek’ er gewoon af, zodat overblijft 'correct’, in de zin van omgangsvormen. Daar kan Nederland best nog wat van gebruiken.