Wat is erger?

MIJNHEER FABER, wat vindt u ervan? Moet de boel plat? LE:

Faber: ‘Wat mij betreft wel. Milosevic heeft de meest krankzinnige moordpartijen aangericht. We zitten nu in een situatie waarin opgetreden moet worden. Wat mij betreft gebeurt dat vanuit de lucht. Ik hoop dat luchtbombardementen Milosevic zo ver brengen dat hij bereid is grondoperaties toe te staan, zoals de Britten willen. Het belangrijkste is dat de vluchtelingen die nu in de bergen zitten, naar huis kunnen.’
En u, mijnheer De Wijk?
De Wijk: 'Ik vind het echt ongelooflijk dat Mient Jan dat zomaar roept. Op dit ogenblik is bombarderen hoogst onverantwoord. Er ligt nu een resolutie van de Veilgheidsraad op tafel. De belangrijkste voorwaarde daarin is dat de wandaden tegen de Kosovaren worden gestaakt. Zoals het er nu naar uitziet, gebeurt dat. De Servische troepen trekken zich terug in hun kazernes. Daarmee is de resolutie op de belangrijkste punten ingewilligd. Je kunt Servië niet gaan bombarderen als het aan de eisen voldoet.’
VOLGENS DE WIJK, auteur van de onlangs verschenen notitie Vechten met een hand op de rug?, valt in dit soort conflicten met militaire middelen niet veel te bereiken. 'Kijk naar Irak. Hoeveel bommen hebben ze daar niet neergegooid? En Saddam Hoessein is nog steeds aan de macht.’
'En Bosnië dan?’ probeert Faber.
De Wijk: 'In het geval van Bosnië is het de vraag of bombardementen de doorslag hebben gegeven. De strijdende partijen waren daarvoor gewoon al murw geslagen.’
Faber: 'Toch heeft bombarderen zin.’
De Wijk: 'Dat betekent dat je bereid moet zijn de wapens op te nemen tegen een Joegoslavisch leger dat is getraind in partizanenstrijd, zou je dat willen? Daar komt nog bij dat je in wezen de onafhankelijkheid van Kosovo creëert. Dat is nu juist wat de internationale gemeenschap niet wil vanwege de precedentwerking. Je moet niet de luchtmacht van het Kosovo Bevrijdingsleger worden.’
MIENT JAN FABER is op het puntje van de bank gaan zitten. 'Moet je dan zeggen: Kosovo blijft voor eens en altijd deel van Servië? Dat kun je de Kosovaren toch niet aandoen! Er moet een einde gemaakt worden aan de greep waarin Milosevic Kosovo houdt. Dus zetten we de luchtmacht in om zoveel mogelijk Servische militaire capaciteit te vernietigen.
Ik denk dat het in Bosnië wel is gelukt. Uiteindelijk is Republika Srpska door een combinatie van Moslim-Kroatische aanvallen en Navo-bombardementen op de knieën gedwongen. En achter Republika Srpska school ook Milosevic.’
Van Wijk: 'Milosevic is geen makkelijk heerschap. Misschien dat Milosevic wél wil meewerken als hij zich realiseert dat de internationale gemeenschap alleen maar die humanitaire ramp wil afwenden. Maar als we ons ook nog eens gaan bemoeien met staatsvorming, zoals jij zou willen, dan haakt hij onherroepelijk af.
En dan kom ik weer op die vervolgstappen. Als je meer wilt dan die ramp afwenden, wát is dat dan en hóe moet dat dan? Milosevic speelt een behendig spel dat hij nog steeds controleert. Het is een ontzettend slimme man.’
Faber: 'Milosevic staat met zijn rug tegen de muur.’
De Wijk: 'Dat hebben we ook steeds gezegd van Saddam Hoessein. Probeer je eens te verplaatsen in Milosevic. Zou jij niet hetzelfde doen als hij? Nee? Ik wel. Ik zou voortdurend kijken hoe ver ik kan gaan en als ik zou worden aangepakt, zou ik even inbinden. Om vervolgens opnieuw te beginnen. Dat is de beste tactiek. Milosevic heeft de tijd. Politici in de westerse gemeenschap hebben een horizon van vier jaar.’
Faber: 'Bij de Navo vertelden ze me dat het tijd wordt dat de Serviërs zelf zouden gaan voelen wat oorlog is, in hun eigen land. Ze moeten weten wat het is als hun elektriciteitscentrales zijn platgegooid, als hun olievoorziening niet meer werkt en noem maar op.’
De Wijk: 'En dan denk jij dat de positie van Milosevic daardoor verzwakt wordt? Man, die wordt juist veel sterker.’
Faber: 'Op termijn geredeneerd raakt hij Kosovo hoe dan ook kwijt als hij zo doorgaat. En dat tast zijn macht aan. Je moet een spel spelen dat hij niet kan dirigeren.’
De Wijk: 'Maar snap het nou! Als je gaat bombarderen en de Serviërs onder druk zet, dan dirigeert hij het wél. Dan schaart het volk zich achter de leider.’
Faber: 'Ik heb Servische vrienden in Belgrado wonen. Zij waren tegen luchtbombardementen, maar vóór inzet van grondtroepen om de humanitaire elllende te voorkomen. Vergis je niet, de meeste Serviërs hebben allang afstand genomen van Kosovo. Het is alleen nog maar het jachtterrein van Milosevic zijn troepen.’
DE WIJK: 'STEL NOU dat het allemaal lukt wat jij wilt, Mient Jan. Dat het zover komt dat we erin gaan met grondtroepen. Hoeveel troepen denk jij dan dat er op de been kunnen worden gebracht?’
Faber: 'Zo'n dertigduizend man, schat ik.’
De Wijk: 'Dertigduizend? Soldaten slapen ook, hoor. Als je werkt in diensten van acht uur, heb je er maar tienduizend permanent op de been. Dat is niets in zo'n gebied. Het zal een veelvoud van dertigduizend moeten zijn. Wie gaat dat leveren? Behalve Groot-Brittannië, welk land zou dat willen? Ingrijpen mag dan wenselijk zijn, het betekent nog niet dat het haalbaar is.
Je hebt in zoiets als dit volstrekte zekerheid nodig. Zekerheid dat luchtbombardementen toestemming voor grondtroepen opleveren en de zekerheid dat je er meer dan dertigduizend op de been krijgt. Die zekerheid hebben we niet. Dan moet je er dus niet aan beginnen. Want dan word je volstrekt ongeloofwaardig en creëer je een nieuwe ramp. Kosovo wordt dan wat Somalië voor de Verenigde Staten was.’
Faber: 'Wat is erger: niets doen, een humanitaire ramp laten gebeuren en tegelijkertijd daarmee het failliet van de internationale vredeshandhaving afkondigen, of grondtroepen inzetten waarvan een deel zal sneuvelen bij de uitvoering van hun taak?’
De Wijk: 'Het is allebei even erg. Het is kiezen uit twee kwaden, een Sophie’s Choice waarvoor we zijn komen te staan. Ik heb best respect voor je standpunt, maar het is een emotioneel standpunt, niet een rationeel. De vraag is hoe moreel en ethisch het is om je eigen mensen naar Kosovo te sturen, terwijl er geen zicht is op een politieke oplossing en ze daar ook nog eens voor te laten sterven.’
OP MISSIE MET zijn Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) heeft Faber een aantal Kosovaren persoonlijk leren kennen. 'Het eerste wat ze me telkens vragen is: waar blijft nou toch die Navo? En terecht, er zijn resoluties aangenomen, nooit zouden we dit meer laten gebeuren.’
De Wijk: 'Die Kosovaren zijn ook geen lieve jongens, hoor. De strijd is mede ontstaan omdat zij onafhankelijkheid willen, laten we wel wezen.’
Faber: 'Dat kun je niet menen. Milosevic heeft complete dorpen vernietigd. Toen de UÇK in geen velden of wegen meer te bekennen was, is die man met moorden doorgegaan. Er zijn vierenzeventig Serviërs omgekomen. Dat is vreselijk, maar aan de andere kant zijn liefst veertienhonderd doden gevallen. De Serviërs zijn de boosdoeners. Zij richten hun haat tegen de Kosovaren. Die in meerderheid naar onafhankelijkheid streven. Dat is hun goed recht. Iedereen die tien jaar onderdrukt wordt wil onafhankelijk zijn.’
De Wijk: 'Het Kosovo Bevrijdingsleger is ook stevig tekeergegaan, dat vergeet je telkens. Ze terroriseren de Servische minderheid. Serviërs in Kosovo zullen niet blij zijn met jouw betoog.’
Faber schudt resoluut het hoofd. 'Het staat in geen verhouding tot dat wat Milosevic gedaan heeft.’
Even staren de twee zwijgzaam voor zich uit. Dan vervolgt De Wijk: 'Het principiële punt blijft dat jij partij kiest voor de Kosovaren. Dat is in strijd met de resoluties.’
Faber: 'Ik kies partij voor de vluchtelingen in de bergen.’
De Wijk: 'Heel nobel van je, maar besef dan toch dat je in feite een keiharde oorlog wil voeren tegen Milosevic. Daarin zul je tot het uiterste moeten gaan, het gebied zal volledig bezet moeten worden. Daar zal de internationale gemeenschap nooit mee instemmen. Er staan te veel belangen op het spel. Westerse landen zijn niet bereid om die risico’s te lopen omdat het hun nationaal belang niet dient.’
Faber steekt zijn vinger in de lucht. 'Een humanitaire tragedie hoort van nationaal belang te zijn.’
De Wijk: 'Dat kan jij wel zeggen maar een gemiddelde politicus in de westerse wereld peinst er niet over om drieduizend van zijn soldaten op te offeren, alleen om die vluchtelingen naar huis te laten terugkeren.’
Faber: 'Als er honderdduizenden mensen van huis en haard verdreven worden dan zou dat geen nationaal belang zijn? Zijn onze belangen dan werkelijk zo materieel van aard, zijn we dan werkelijk zo egoïstisch?’
De Wijk: 'Ja, zo werkt het nu eenmaal. Als je als internationale gemeenschap eerlijk wilt zijn, moet je zeggen: Kosovo, barst maar. Halfslachtig ingrijpen, wat jij wilt, is hypocriet. Het wekt valse verwachtingen. Je gaat onvermijdelijk in je eigen zwaard vallen omdat je niet waar kunt maken wat je moreel en ethisch voor ogen hebt. Het moet uitvoerbaar zijn en de hele gemeenschap moet bereid zijn er volop tegen aan te gaan. Dat is niet zo. Rusland wil zeker niet, Frankrijk en het nieuwe Duitsland net zo min.’
Faber: 'Dan moeten we des te harder knokken, is mijn boodschap.’
De Wijk: 'Dat klinkt heel mooi, maar hoe dan? Het kan niet half-half. Denk aan Srebrenica. Dachten we ook dat we met tweehonderd man de vrede konden bewaren. Je moet goed weten wat je doet. Het is geen welzijnswerk, Mient Jan.’
FABER: 'JE KUNT ook beperkte doelen stellen en dat goed doen zonder dat je heel Servië gaat bezetten.’
De Wijk maakt gebaren van onmacht. 'Mient Jan, kom nou toch, dat is echt onzin. Er is gewoon geen politieke wil.’
Faber: 'Laten we opstaan uit die machteloosheid die onze hypocrisie zo zichtbaar maakt. Je kunt vaststellen dat we met een geweldige ethische crisis te maken hebben. Daar moeten we uit zien te geraken. Bombarderen dus.’
De Wijk: 'Wat je ook nog vergeet is dat je daarmee een conflict met de Russen riskeert.’
Faber: 'We kunnen niet alleen vanwege die Russen door de knieën gaan.’
Van Wijk: 'Met alle respect Mient Jan, maar dat is levensgevaarlijk. Nu in deze instabiele periode daar de Russen tegen je in het harnas jagen. Die hebben weer een vijand nodig. Begrijp dat dan.’
Faber: 'Ik herhaal, het is een humanitaire aangelegenheid. We kunnen de Russen dan gelijk duidelijk maken dat zij in Tsjetsjenië ook niet hun gang kunnen blijven gaan.’
Van Wijk: 'Dat is westers superioriteitsgevoel. Moeten wij bepalen wat de Russen wel of niet in hun achtertuin mogen doen? Als jij zonodig wil bombarderen, doe dat dan in godsnaam met een mandaat van de Veiligheidsraad, zodat de Russen achter je staan.’
Faber: 'Als je, zoals ik, werkt met mensen in de regio, dan zou je er anders tegen aankijken.’
Van Wijk: 'Ik heb doorgeleerd in internationale betrekkingen, ik weet donders goed dat wat jij wilt niet kan.’
Voor de oprijlaan geeft een taxi groot licht. Rob de Wijk helpt Mient Jan Faber in zijn jas en drukt hem sportief de hand. In Leidschendam is alles weer pais en vree.