Economie

Wat is geluk?

Vorige week overleed Robert Pirsig, schrijver van Zen en de kunst van het motoronderhoud. Dat klinkt helaas als een soort Tao van Poeh voor motorfreaks. Maar het boek gaat noch over zen, noch over motoronderhoud, en is ook geen achterhaald cultboek uit de jaren zeventig. Het is serieuze filosofie met praktische toepassingen. Ter nagedachtenis van de zachtmoedige Pirsig daarom de volgende illustratie.

Ik neem daarvoor het World Happiness Report 2017. De ontdekking, zo’n veertig jaar geleden, van geluk als onderzoeksobject van de dismal science is opmerkelijk, maar inmiddels helemaal geaccepteerd. ‘Increasingly, happiness is considered to be the proper measure of social progress and the goal of public policy’, meldt het rapport. Economen passen het nutsidee uit de leerboekjes economie nu toe op geluk. Waaraan mensen nut ontlenen doet er niet toe, als ze het maar maximaliseren. Op dezelfde manier wordt met enquêtes geluk en kwaliteit van leven gemeten zonder dit te definiëren. Waar jij gelukkig van wordt moet je zelf weten, als je ons maar vertelt hoe gelukkig je bent op een schaal van 1 tot 10. De cijfers die uit de enquêtes rollen worden gecorreleerd met factoren die geluk bevorderen (inkomen, relaties, werk, leefruimte) of niet (scheidingen, werkloosheid, ongelijkheid, corruptie). Het is de kwantificering van kwaliteit van leven.

En laat dat nou precies zijn waar Zen over gaat: Kwaliteit, met een hoofdletter. Een concept dat Pirsig bedacht (of ontdekte, zou hij gezegd hebben) om te benoemen wat er ontbreekt aan ons begrip van de wereld. Het punt is dat wij mensen zowel het Goede als het Ware najagen. In de wetenschap zoeken we waarheid door waarneming. Wij, de waarnemende subjecten, worden gescheiden van wat we waarnemen, de objecten. Zo vergaren we wetenschappelijke en technische kennis, die we voor waarheid houden. Maar deze subject/object-tweedeling geeft ons geen enkele basis om het Goede te kennen. Dat doen wij immers (aldus Pirsig) door een intuïtieve, in wezen romantische houding die de subject/object-scheiding overstijgt – en die dus wetenschap en techniek buitenspel zet. Al gauw zit je dan met een valse tegenstelling tussen techniek en romantiek als manieren om je tot de wereld te verhouden. Vals, want mensen zijn zowel rationele als romantische wezens. Ze kunnen niet zonder het Ware én niet zonder het Goede. Blijkbaar is er iets aan ons, of aan de wereld, dat de wetenschappelijke subject/object-tweedeling overstijgt, maar niet tenietdoet. Dit iets noemt Pirsig Kwaliteit. Hoewel niet te definiëren en dus niet wetenschappelijk te onderzoeken, is het fundamenteel. De dharma (kosmische wet) van de oosterse filosofie, de arètè (voortreffelijkheid) van de pre-Socratische filosofen: allemaal verschillende woorden voor Kwaliteit. Wat kun je ermee? Besef van Kwaliteit, zegt Pirsig, behoedt ons voor een éénzijdig en dus misleidend begrip van onszelf in de wereld. Bijvoorbeeld, denk ik dan, een éénzijdig begrip van wat het betekent om gelukkig te zijn.

Wat telt is niet waar je bent, maar wie je bent

Want we weten dat geluk de uitkomst is van een samenspel tussen onze gemoedstoestand en onze omstandigheden – tussen subjecten en hun objectieve omgeving. En toch betreft ‘kwaliteit van leven’ in het veld van geluksstudies uitsluitend de omstandigheden. Het gaat over waar je bent, niet wie je bent. Maar spullen, relaties, leefruimte en zinvol werk bepalen slechts deels je geluk. De focus hierop is de wetenschappelijke benadering: alle aandacht voor het object, dat streng gescheiden blijft van het subject.

Oosterse filosofie kijkt juist naar het andere deel, ons innerlijk. Geluk is hier niet de uitkomst van externe omstandigheden, maar juist het loskomen ervan en het bereiken van innerlijke harmonie, ongeacht de omstandigheden. Wat telt is niet waar je bent, maar wie je bent. Deze scheidslijn tussen oost en west is het verschil tussen het najagen van begrip van de externe wereld dat uitloopt op wetenschap, welvaart en het schrijven van het World Happiness Report 2017, en het najagen van innerlijke harmonie dat uitloopt op meditatie en verlichting – desnoods (of zelfs bij voorkeur) in armoede. Waar schieten we meer mee op?

Die vraag ontbreekt in het rapport. Dankzij Pirsig is het probleem daarvan nu duidelijk. Als je beleid gaat maken om de productie van geluk te optimaliseren, ben je misschien wel de gemoedsgesteldheid die bijdraagt aan geluk aan het ondermijnen. En dat komt doordat je het grotere plaatje, de Kwaliteit die beide verbindt, uit het oog verloren bent. Die Kwaliteit (of een equivalent) komt in dit rapport over de kwaliteit van leven inderdaad niet voor. Vermoedelijk hebben de opstellers Pirsig niet gelezen.