Wat is kritiek en wat is wijsheid

Journalistiek wordt niet alleen bedreven, maar ook opgevoerd. Net als mediakritiek. Wantrouwen en scepsis kunnen verworden tot trucjes. Met marktwaarde.

Het was de Week van de Mediawijsheid en in het kader daarvan deed men onderzoek naar de jeugd van tegenwoordig. ‘Jongeren hebben moeite commerciële en politieke belangen te doorzien die bij media komen kijken. Driekwart herkent niet wanneer een bericht op Instagram is gesponsord of een foto overduidelijk is gemanipuleerd’, vatte opdrachtgever mediawijzer.net een en ander samen. ‘Zorgelijk’, noemde degene die het bericht deelde dit niet herkennen van gesponsorde berichten. Maar een groter probleem lijkt me dat er nog altijd mensen zijn die denken dat het vervagen van de grenzen tussen redactionele en commerciële belangen iets anders kan zijn dan een nagel in de doodskist van de journalistiek.

Toeval, maar een dag of wat later zit ik in Delft met een paar honderd anderen te wachten op Joris Luyendijk, toch een beetje het gezicht van de gewetensvolle journalistiek. Aan de titel van zijn reeks theatercolleges, Het zijn net mensen 2.0, is geen inspiratie verspild. Publiek laat zich nu eenmaal liever lokken met dat wat al eerder smaakte. Terwijl het zaallicht dooft bedenk ik hoe dat wat we allemaal maar gewoon ‘de media’ blijven noemen – bij gebrek aan een woord dat de pluriformiteit beter uitdrukt – twaalf jaar later nog sterker alomtegenwoordig lijkt. En hoe we nog altijd naar een beetje wijsheid snakken.

Op het scherm doet een twintig jaar jongere Joris opgewonden verslag vanuit Caïro. ‘In de pauze kunt u het crèmetje kopen waardoor ik zo jong ben gebleven’, zegt hij wanneer hij op het scherm is stilgevallen. Zijn timing is perfect.

In sneltreinvaart komt het allemaal nog eens voorbij. Het onvoorziene succes van dat ene boek dat het hele medialandschap op zijn grondvesten deed schudden, hoe boos ‘zilverruggen’ als Conny Mus en Frits Wester waren, de NS Publieksprijs, en natuurlijk dat waar het allemaal om ging, zijn verhaal: hoe het beeld dat je via een eenzijdig mediadieet krijgt voorgeschoteld onvermijdelijk gefilterd, gemanipuleerd, partijdig en versimpeld is. En journalistieke objectiviteit is een mythe.

‘Er zit een per-for-ma-tie-ve kant aan journalistiek.’ Hij zegt het op een toon die tegelijk duidelijk maakt dat wie de term niet kent zich niet hoeft te schamen en vertrouwen uitstraalt dat iedereen aan die vijf lettergrepen de betekenis kan ontworstelen. Journalistiek wordt niet alleen bedreven, ze wordt ook opgevoerd.

Luyendijks verhaal is altijd helder en vaak genuanceerd. Op zijn beste momenten laat hij vooral zien hoe verdomd ingewikkeld het allemaal is. Hoe de manier waarop de Volkskrant soms tekortschiet wezenlijk verschilt van de manier waarop De Telegraaf dat vaak doet. Hoe funest de invloed van de markt is. Hoe je een Pauw-fragment over criminaliteitscijfers maar hoeft uit te schrijven om te beseffen hoe beschamend en infantiel dat programma is.

Een nieuwsitem over Wilders die een markt bezoekt in een gemeente waar een azc zal worden gevestigd. In de marge worden voxpopjes gescoord en een vrouw in een scootmobiel krijgt sloten zendtijd omdat ze zonder het zelf door te hebben de vleesgeworden onderbuik is. Pleegzoon van 21 zit werkloos thuis. Straks krijgen die asielzoekers zijn baan.

Joris Luyendijk pleit voor openheid over het eigen tekortschieten

‘Maar wie zegt dat zij over vier maanden werk krijgen?’ vraagt de interviewer.

‘Dat heb gestaan op Facebook’, antwoordt de vrouw.

Als de van ieder mededogen gespeende bulderlach eenmaal is weggestorven zegt Luyendijk, wederom zonder een beat te missen: ‘En dat is waarom mensen op de PVV stemmen.’

Goedkoop? Wellicht, maar het mist zijn uitwerking niet. Dit moment waarop Luyendijk het publiek met de eigen bekrompenheid confronteert is het moment waarop de complexiteit daadwerkelijk voelbaar is. Hij was ook zo, zegt hij begripvol, maar hij heeft inmiddels veel van dat soort mensen uitgebreid gesproken. Het klinkt van de weeromstuit alsnog moreel superieur.

Verlies je eigen vooroordelen niet uit het zicht. Soms smaakt dat wat je krijgt voorgeschoteld zo goed omdat er een scheut van je eigen zelfgenoegzaamheid aan is toegevoegd.

Wat Luyendijk zijn publiek ooit hoopte te verkopen was het belang van gezonde scepsis – en so what als hij zich het succes liet aanleunen? Maar een deel van datzelfde publiek heeft gedurende de afgelopen twaalf jaar de genoegens van het onverdunde wantrouwen geproefd. Dat is waarom hij hier nu staat: om duidelijk te maken dat zijn pleidooi van destijds niet moet worden verward met de ondermijning van nu. Dat de wijze waarop de taal van mediakritiek is gecoöpteerd door sluwe politici nog altijd gewoon politiek is, en geen mediakritiek.

Aan het einde van de avond krijgt iedereen een maandje snuffelen op De Correspondent cadeau. Gek genoeg leek Luyendijks voorstelling, in geconcentreerde vorm, juist daar een paar dagen later nog eens te worden opgevoerd. Hoofdredacteur Rob Wijnberg had de wind van voren gekregen nadat hij in de jacht op Amerikaanse lezers op Twitter iets te gemakzuchtig zijn mediakritiek maar weer eens herformuleerde. Scepsis over ‘het nieuws’ was volgens critici gevat in woorden die wantrouwen jegens ‘de media’ vergoelijkten. Onder de karakteristiek bescheiden kop Wat ik geleerd heb van de kritieken op mijn nieuwsfilosofie – toch mooi een persoonlijk groeimomentje eruit gesleept – legde hij nog eens uit hoe ontzettend genuanceerd hij het eigenlijk allemaal had bedoeld.

Luyendijk pleit voor openheid over het eigen tekortschieten als de enige manier om daadwerkelijk betrouwbaar te zijn. In zijn beste gedaante is mediakritiek behalve zulke openheid ook een uitnodiging tot beter kijken en meer zien. En op andere momenten zit ook aan mediakritiek een per-for-ma-tief luchtje. Of ruikt het zelfs naar een heus verdienmodel.