Lad literature

Wat is liefde?

De Britse schrijvers Tony Parsons en Nick Hornby zijn succesvolle vertegenwoordigers van de «lad literature»: boeken voor jongens over jongens. Niet over grote, verheven levensvragen, maar over het dagelijkse leven van de westerse man.

Wat moet je met het leven aanvangen als je je grote liefde hebt verloren? Met deze vraag worstelt de hoofdpersoon uit het laatste boek van de Britse schrijver Tony Parsons. In One For My Baby volgen we het wel en wee van Alfie Budd, een verbitterde, ongelukkige dertiger die, nadat hij in Hong Kong de mooiste jaren van zijn leven heeft doorgebracht met zijn vrouw Rose, alleen terugkeert naar Engeland. Eenmaal in Londen vindt hij werk als leraar Engels en zoekt, zonder resultaat, troost in de armen van een aantal van zijn studentes. Terwijl niets lijkt te lukken, wordt Alfie geconfronteerd met het stuklopende huwelijk van zijn ouders — zijn vader gaat ervandoor met de Tsjechische au pair — en het overlijden van zijn geliefde grootmoeder. Hij zoekt steun bij een oude Chinese man die hem Tai Chi leert in het park en ontmoet Jackie Day, een alleenstaande moeder met een schoonmaakbedrijf, die hem vraagt haar bij te scholen in Engelse literatuur. Alfie krabbelt er langzamerhand bovenop, maar hij blijft gekweld worden door de vraag: wat is het leven nog waard als je die ene kans op geluk al hebt verspeeld?

Tony Parsons behoort samen met Nick Hornby tot de meest succesvolle Britse schrijvers van dit moment. In de afgelopen tien jaar hebben zij de boekenmarkt overspoeld met een nieuw genre dat bekendstaat als «lad literature»: boeken voor jongens over jongens. Daarmee worden geen grofgebekte rauwdouwers in de stijl van Bukowski bedoeld maar gewone, aardige kerels, die geen vlieg kwaad doen en het hart op de juiste plek hebben zitten. Nick Hornby diepte als eerste het onderwerp «ontwortelde dertiger zoekt naar de zin van het bestaan» uit. Het leverde een aantal hartverwarmende, geestige boeken op, waaronder High Fidelity en About A Boy, waarin de protagonisten op zoek gaan naar levensgeluk in een grillige postmoderne wereld. Ook in Parsons’ boeken ontmoeten we dit type gevoelige jongen. Zo verzucht Alfie dat hij eigenlijk te zachtaardig is voor deze boze wereld: «Ik werd altijd verliefd op de vrouwen met wie ik naar bed ging. Ik kon nooit rondneuken zonder gevoel (…) Ik had te veel naar de platen van Sinatra geluisterd. Ik wilde liever een vlucht op vederlichte vleugels naar de maan dan een vluggertje.»

Het is opvallend hoe pretentieloos «lad literature» is. Hornby heeft een simpele en directe schrijfstijl, refereert veel aan popsongs en schrijft over de alledaagse problemen van doodgewone mensen. Hij is geen intellectueel en blikt niet terug op het verleden. «Ik wil nu gelezen worden en hoop dat mijn boeken nu iets voor mensen kunnen betekenen», zei hij vorig jaar in een interview met The Observer. Ook Parsons zoekt in zijn werk niet naar de grote, allesomvattende levensvragen, maar richt zich op de dagelijkse beslommeringen van de westerse man. Hij schreef al eerder een aantal minder succesvolle romans maar kreeg in Engeland vooral bekendheid door zijn optredens in Late Review, een praatprogramma over kunst op de BBC-televisie. Parsons werkte lange tijd voor het muziekblad NME en is als columnist verbonden aan The Daily Mirror. Zijn doorbraak kwam in 1999 met Man and Boy, een roman over een werkende vader die, verlaten door zijn vrouw, de zorg voor zijn zoontje op zich neemt. Het werd uitgeroepen tot Book of the Year en er werden meer dan een half miljoen exemplaren van verkocht. Sindsdien schrijft Parsons in rap tempo door: One For My Baby, dat vorig jaar verscheen, wordt in juni alweer opgevolgd door Man and Wife. En telkens blijft Parsons trouw aan hetzelfde onderwerp: hoe gaat de moderne man om met ellende en tegenspoed? In een interview met The Independent verklaarde hij: «Ik ben een schrijver die steeds naar bepaalde thema’s terugkeert, zoals een hond naar zijn bot. Je kunt niet ontsnappen aan waar je hart vol van is, ik interesseer me voor het familieleven.»

Vanwaar die fascinatie? Is Parsons er gewoon op uit om zich te bekwamen in het ultieme snotterboek of steekt er meer achter? Zijn personages zijn vaak stereotiep en weinig verrassend: Alfie’s oma loopt over van liefde en wijsheid en Jackie, de schoonmaakster uit het arbeidersmilieu, ontpopt zich tot een tof wijf waar je als man tenminste wat aan hebt. Maar ondanks dit soort clichés weet Parsons de lezer telkens voor zich in te nemen. Hij legt vaak de vinger op de zere plek door haarfijn te analyseren waarom jongeren zich verloren voelen in deze gecompliceerde wereld. Want Parsons schrijft zonder enige terughoudendheid, uitermate liefdevol en weet de lezer onverwacht te ontroeren. Je moet wel een cynicus zijn wil je geen traantje wegpinken op de momenten dat Alfie terugdenkt aan zijn grote liefde Rose, of wanneer hij naast zijn grootmoeder zit op het moment dat zij haar laatste adem uitblaast en fluistert: «Stay with me, love.»

De moderne man die worstelt met zijn gevoelens, dat was tot nu toe ook het centrale thema in de boeken van Nick Hornby. In High Fidelity, inmiddels verfilmd, volgen we het leven van muziekfreak Rob die, als zijn vriendin Laura bij hem weggaat, wanhopig probeert zijn bestaan opnieuw zin te geven door zijn platenkast te rangschikken, zich een stuk in de kraag te drinken en ex-vriendinnetjes op te zoeken. In About A Boy, waarvan onlangs de filmrechten door Robert de Niro werden gekocht, sluit de 36-jarige vrijgezel Will Freeman, bij gebrek aan een warm gezinsleven, een eigenaardige vriendschap met een ongelukkige, pukkelige tiener.

Maar Hornby’s laatste boek How To Be Good lijkt een poging om te breken met de lad literature. Het is filosofischer van toon, en de ik-persoon is ditmaal geen jongen maar een vrouw. Katie Carr, een arts met een druk, inhoudsloos yuppiebestaan in Londen, wil haar gezin aan de kant zetten. Ze kan geen respect meer opbrengen voor haar echtgenoot David, een botte cynicus en columnist van een plaatselijke krant waarin hij het gedrag van bejaarden en andere ergerlijkheden afzeikt. Maar vanaf het moment dat Katie aankondigt dat ze wil scheiden, ondergaat David een persoonsverandering. Hij raakt geobsedeerd door het onrecht in de wereld en begint daklozen in zijn huis op te nemen. David gaat zo op in zijn naastenliefde dat hij nauwelijks nog oog heeft voor Katie en de kinderen. Katie voelt zich verslagen en verward, maar ze is te uitgeblust om de scheiding door te zetten. Het enige wat haar nog enigszins zinvol voorkomt, is het bijeenhouden van het gezin.

Ook Parsons pleit in Man and Boy en One For My Baby voor het behoud van het gezinsleven. Zo betreurt Alfie het feit dat de wereld zo is veranderd sinds Oranges for Christmas — de autobiografische bestseller van vader Budd. Want vroeger waren de mensen er nog voor elkaar, werden familiewaarden hoog gehouden en hield men er geen zelfzuchtige, egocentrische levenswijze op na. Deze opvattingen van Parsons zijn voor de Britten geen verrassing. Al langer staat hij bekend als ouderwets en conservatief. In de jaren negentig deden zijn columns in de Daily Telegraph de nodige stof opwaaien, vooral toen hij beweerde «dat het tijd was voor ons mannen om toe te geven dat we dronken vrouwen afkeuren». Maar de auteur bestreed de beschuldiging dat hij alleen zou terugblikken op die goeie ouwe tijd. Hij wilde slechts benadrukken, zo zei hij, «dat aan de sociale en seksuele verworvenheden van de jaren zestig een prijskaartje hangt, en dat de kinderen van nu de rekening betalen». Zo veroordeelt Alfie het overspelige gedrag van zijn vader. «Niemand wil nog uit de weg gaan en de volgende generatie de ruimte geven. Iedereen wil steeds weer een nieuwe kans.» En daarmee, meent hij, drijf je de spot met het verleden. «If you have endless goes at getting it right, then you will never get it right. Not even once. Because constantly starting again turns the best thing in the world into just another take away. Fast Love. Junk Love. Love to go.» En daarom concludeert Alfie dat hem in de chaos van deze normenloze samenleving maar één ding te doen staat: «the human thing». Toon respect voor je medemens, heb je naasten lief en stap niet zomaar uit een relatie. Daarmee predikt de schrijver een bijna christelijke boodschap, zij het dat God in zijn boeken geen rol krijgt toebedeeld.

Parsons is een romanticus, maar wel een van het praktische soort: voor liefde moet je strijden, en wel te midden van de vieze luiers en de stapels wasgoed. Hornby’s conclusie in How To Be Good is een stuk somberder en dubbelzinniger. Katie kiest voor het bijeenhouden van haar gezin, maar komt ook tot het inzicht dat deze keuze haar niet buitengewoon gelukkig zal maken. In haar wanhoop draait ze aan een stuk door een nummer van Lauryn Hill waarin een bijbeltekst is verwerkt: «And though I have the faith to move mountains, without love I am nothing at all.» Maar wat ís liefde? Liefde voor jezelf of voor de ander? Katie komt tot de ontstellende conclusie dat liefde en naastenliefde onverenigbaar zijn: wie kiest voor zichzelf, kiest niet voor de ander of voor het gezin. Wie kiest voor de verzachting van het leed in de buitenwereld, kiest niet voor zijn naasten. Welke beslissing de mens ook neemt, altijd gaat er iets verloren. Dat inzicht maakt haar leven grijs en grauw, want geen enkele keuze kan haar het gevoel geven een beter mens te worden. Niets is volledig goed. En dus is God ook nergens te bekennen. Op hem kan niet meer worden gerekend.