Opheffer

Wat is rechtvaardigheid?

Het is een eigenaardig probleem, het probleem van de atoombom en het verzet.

Ik ben op deze aarde omdat er een atoombom was, gegooid door de Amerikanen. Ik ben ook op deze aarde omdat er soms gewapend verzet was. Hoe nu te denken over atoombommen en geweld?

Wat je er ook van vindt, ergens komt een moment dat je geweld wel moet goedkeuren, dat je stelt: hier past niets anders dan het oordeel: dood ze!

Ik kon mijn ouders aan het huilen krijgen door de atoombom af te wijzen, benevens elke vorm van geweld, en ze vervolgens voor te houden: «Wat heeft jullie oorlog en jullie verzet voor zin gehad? Ben ik er gelukkiger door geworden? Een beter mens? Zijn jullie er betere mensen door geworden met je rechtse ideeën… Jullie zouden zo achter Hitler aan zijn gelopen!»

Het was 1968, 1969 toen.

Ik wist dat ik kwetste, diep kwetste, met mijn theorie over geweldloosheid…

Maar kun je het moment dat rechtvaardigheid geweld en dood betekent ooit vastleggen, omschrijven, definiëren? Je maakt een analyse en concludeert: democratie helpt niet, we moeten ze doden, met atoombommen – wanneer is het zo ver?

Sommige zaken zijn helder: wanneer geweld «gepredikt» wordt, wanneer men het ene ras boven het andere stelt en men ertoe oproept een bepaald ras uit te roeien, mag je geweld gebruiken om dat tegen te gaan. We onderschrijven de Rechten van de Mens tenslotte.

Maar wie begrijpt die Rechten van de Mens… als je zelf het tegendeel ervaart.

Ik surf af en toe wat over het internet en kom wel eens terecht bij behoorlijk extremistische sites. Ik schrik als ik lees wat ze ons allemaal willen aandoen, maar ik schrik misschien wel nog meer van de oprechtheid waarmee ze alles opschrijven… Geen spoor van afstandelijkheid, geen spoor van relativering, geen spoor van nuance…

En soms merk ik dat ik het ermee eens kan zijn. Als ze spreken over consumentisme – waaraan ik trouwens ook hartelijk meedoe – wanneer ze het hebben over gebrek aan solidariteit, wanneer ze oproepen tot rechtvaardigheid…

Dat laatste woord, losgeweekt van elke context, is het woord dat je het meest leest: rechtvaardigheid. Want hun is onrechtvaardigheid gedaan.

Zou men ooit een goede definitie van rechtvaardigheid weten te vinden?

Toen mijn ouders uit de oorlog en uit Indië terugkwamen – KZ-syndroom en alles verloren – werden ze nog eens getrapt en geslagen door de overheid. Mijn vader kreeg geen salaris over de oorlogsjaren en hem werd – als assistent-resident in Indië – ook nog eens verweten dat hij een afgrijselijke fascistoïde koloniaal was geweest. Het kolonialisme stond gelijk aan fascisme in die jaren, en misschien nog wel.

De enige verdediging van mijn vader was dat hij alles had gedaan om dat «schitterende land te helpen opbouwen, want die mensen zelf daar kunnen dat niet». Hij had geprobeerd hun rechtssysteem, de Adat, te combineren met het onze, hij had scholen helpen opzetten, fabrieken, hij had de inlandse economie proberen te stimuleren – hoe kon dat kolonialisme fout zijn?

Hij heeft dat nooit begrepen. Hij voorspelde de grote armoede in Indië, hij voorspelde hoe de revolutie daar haar eigen kinderen zou opeten, en hij voorspelde dat wanneer we weg zouden gaan uit Nieuw-Guinea, en de Bovenwindse en Benedenwindse eilanden en Suriname, daar grote armoede zou komen.

«Waarom pap?»

«Omdat ze dat niet kunnen… Nou ja, ze kunnen het misschien wel… maar ze willen het niet.»

«Waarom willen ze het dan niet?»

«Ze missen het niet… Ze denken altijd maar dat het hun lot is…»

Wat mijn vader wilde, vond hij meer dan rechtvaardig. Hij wilde tenslotte «de mens verheffen». Een humanist die geloofde in goed onderwijs, en ofschoon zelf behept met een religieus besef inzag dat God en Allah meer kwaad dan goed hadden gedaan in de wereld.

En juist die compassie met de mens, juist die solidariteit met degenen die het minder hadden, hadden hem tot een koloniaal gemaakt, en dat niet alleen: het rechtvaardigde in zijn ogen ook het gewapend geweld.

Als twintiger stond ik sympathiek tegen over de RAF en de Baader-Meinhofgroep. Het vermoorden van mensen mocht niet, maar hun idealen… daar kon ik goed mee leven.

Mijn vader natuurlijk niet, maar… hij begreep wel dat de overheid niet te vertrouwen was. Zijn analyse was daarom: «Dit zijn kinderen van fascisten, dus zelf fascisten ondanks dat handjevol goede ideeën dat ze hebben.»

Toen Baader in de gevangenis zat en iedereen beweerde dat hij slecht werd behandeld – Sartre voorop – zei mijn vader: «Wat moet de overheid anders doen? De overheid is en heeft per definitie de macht.» Onlangs werd duidelijk dat Baader helemaal niet slecht werd behandeld. Er was geen sprake van eenzame opsluiting, hij had de beschikking over een bibliotheek en hij werd juist «met enige zorg» omringd.

Wat is rechtvaardigheid?

Het is een houding, vermoedelijk. Een bijna intuïtieve attitude. Een houding van voort durende kritiek – op alles. Van betrokken zijn, en tegelijkertijd afstandelijkheid. Een houding met een afkeer van geweld, maar die geweld niet altijd afwijst. Per definitie tegen de overheid. Een overheid die op enig moment naar een bom moet kunnen grijpen…