Kan Israël een staat zijn als alle andere?

Wat Israël heeft gedaan

Kan Israël een staat zijn als alle andere? Dat is het essentiële probleem van zijn bestaan, schrijft Edward Said. Israël is de enige staat in de wereld die nooit enige centrale bepaling van het internationaal recht heeft erkend.

Ondanks Israëls pogingen berichten over de buitengewoon destructieve invasie van de Palestijnse steden en vluchtelingenkampen op de Westoever te beperken, zijn de informatie en beelden desondanks doorgesijpeld. Dat materiaal bewijst op verbijsterende wijze wat het eigenlijke doel van de Israëlische campagne is (en altijd is geweest): de onomkeerbare verovering van het Palestijnse land en de Palestijnse maatschappij. De officiële lijn (die de VS en vrijwel alle Amerikaanse mediacommentatoren fundamenteel hebben gesteund) is dat Israël zichzelf heeft verdedigd door wraak te nemen voor de zelfmoordaanslagen die de veiligheid van het land hebben ondermijnd en zelfs zijn bestaan hebben bedreigd. Die bewering heeft de status van absolute waarheid verkregen, die noch wordt gerelativeerd door wat Israël heeft gedaan, noch door wat Israël is aangedaan.
Lamleggen van het terroristennetwerk, vernietigen van de terroristeninfrastructuur, aanvallen van terroristennesten (let op de totale ontmenselijking die al die termen suggereren): die woorden zijn zo vaak herhaald en zo achteloos dat ze Israël het recht hebben gegeven te doen wat het wil doen, wat concreet betekent het Palestijnse burgerleven vernietigen met zoveel schade, zoveel buitensporige destructie, moord, vernedering, plundering en overdadig technologisch geweld als maar mogelijk is. Geen andere staat op aarde had kunnen doen wat Israël heeft gedaan met zoveel goedkeuring en steun als de VS hebben gegeven. Niemand is méér onverzettelijk en destructief, en minder in contact met zijn eigen werkelijkheden, dan Israël.
Maar er zijn tekenen dat de verbijsterende aard van die beweringen langzaam wordt uitgehold door de bijna onvoorstelbare verwoesting door de joodse staat en zijn moorddadige premier Ariel Sharon. Neem dit voorpaginabericht: «Aanslagen reduceren Palestijnse plannen tot verbogen metaal, bergen stof» door Serge Schmemann (geen Palestijnse propagandist) in de New York Times op 11 april: «Op geen enkele manier is de volle omvang te begrijpen van de schade aan de steden en dorpen — Ramallah, Bethlehem, Tulkarm, Qalgilya, Nabloes en Jenin — zolang ze onder strenge belegering blijven, met patrouilles en sluipschutters die schieten in de straten. Maar we kunnen rustig stellen dat de infrastructuur van het leven zelf en van welke Palestijnse toekomstige staat dan ook — wegen, scholen, hoogspanningsmasten, waterleidingen, telefoonlijnen — is verwoest.» Op grond van welke onmenselijke berekeningen belegerde het Israëlische leger meer dan een week lang, met vijftig tanks, 250 raketaanvallen per dag en tientallen F16-vluchten, het vluchtelingenkamp van Jenin, een vlek van een vierkante kilometer groot van krotten met vijftienduizend vluchtelingen en een paar dozijn mannen gewapend met automatische geweren en geen enkele afweer, geen leiders, geen raketten, geen tanks, niets, en dat een reactie noemen op terroristisch geweld en de bedreiging van Israëls bestaan? Zijn Palestijnse burgers niet meer dan ratten of kakkerlakken die kunnen worden gedood en aangevallen zonder ook maar een woord van medelijden? En het gevangen nemen van duizenden Palestijnse mannen die zijn opgepakt door Israëlische soldaten, de armoede en dakloosheid van zoveel gewone mensen die proberen te overleven in de puinhopen die op de hele Westoever zijn gecreëerd door Israëlische bulldozers, het beleg dat nu al maanden doorgaat, het afsnijden van elektriciteit en water, de lange dagen van uitgaansverbod, het gebrek aan voedsel en medicijnen, de gewonden die zijn doodgebloed, de aanslagen op ambulances en reddingswerkers die zelfs de altijd zo milde Kofi Annan heeft bestempeld als schandalig? Die daden zullen niet zomaar in de vergetelheid worden geduwd. De vrienden van Israël moeten het land vragen hoe zijn suïcidale beleid in hemelsnaam kan leiden tot vrede, acceptatie en veiligheid.

Een monstrueuze transformatie van een heel volk tot weinig meer dan «militanten» en «terroristen» door de meest gevreesde en geduchte propagandamachine in de wereld, heeft niet alleen het Israëlische leger maar ook zijn vloot van schrijvers en verdedigers in staat gesteld een verschrikkelijke geschiedenis van lijden en mishandeling weg te vagen met als doel de straffeloze vernietiging van het civiele bestaan van het Palestijnse volk. Verdwenen uit het openbare geheugen zijn de vernietiging van de Palestijnse maatschappij in 1948 en de creatie van een onteigend volk; de verovering van de Westoever en Gaza en hun militaire bezetting sinds 1967; de invasie van 1982 met zijn 17.500 Libanese en Palestijnse doden en de slachtingen in Sabra en Shatila; de voortdurende aanvallen op Palestijnse scholen, vluchtelingenkampen, ziekenhuizen, civiele instellingen van welke soort dan ook. Welk antiterroristisch doel wordt gediend met de verwoesting van het gebouw en de verwijdering van de dossiers uit het ministerie van Onderwijs, het gemeentehuis van Ramallah, diverse instituten gespecialiseerd in burgerrechten, gezondheid en economische ontwikkeling, ziekenhuizen, radio- en televisiestations? Is het niet duidelijk dat Sharon er niet alleen op uit is de Palestijnen te «breken», maar ze ook te elimineren als een volk met nationale instellingen?
In zo’n context van ongelijkheid en asymmetrische macht lijkt het gestoord om de Palestijnen, die geen leger, luchtmacht of functionerend leiderschap hebben, te blijven vragen om geweld «af te wijzen», en geen vergelijkbare beperking aan Israëls daden te eisen. Zelfs het probleem van zelfmoordcommando’s, waartegen ik me altijd heb verzet, kan niet worden bestudeerd vanuit een perspectief dat een verborgen racistische norm toestaat om Israëlische levens hoger te waarderen dan de veel talrijker Palestijnse levens die zijn verloren of verminkt door langdurige Israëlische bezetting, en de systematische wreedheid tegen Palestijnen die openlijk wordt toegepast door Sharon vanaf het begin van zijn carrière in de jaren vijftig tot nu. Er is, in mijn ogen, geen vrede denkbaar die niet het werkelijke probleem aansnijdt: Israëls definitieve weigering om het soevereine bestaan te accepteren van een Palestijns volk dat aanspraak mag maken op rechten op wat Sharon, en de meesten die hem steunen, beschouwen als exclusief het land van Groot-Israël, dat wil zeggen de Westoever en Gaza.

In 1988 deed de PLO de concessie dat het opdelen van historisch Palestina in twee staten acceptabel zou zijn. Maar alleen de Palestijnen erkenden expliciet de notie van verdeling, Israël heeft dat nooit gedaan. Geen enkele Israëlische premier heeft, vanaf Rabin, ooit enige werkelijke Palestijnse soevereiniteit aan de Palestijnen toegestaan. In feite beschouwt Israël zichzelf en het joodse volk als eigenaars van het hele land Israël: er zijn wetten op grondbezit in Israël zelf die dit garanderen, maar op de Westoever en Gaza wordt hetzelfde doel gediend door het netwerk van nederzettingen en wegen, en doordat er geen enkele concessie wat grondrechten betreft aan de Palestijnen wordt gedaan. Wat zo verbazingwekkend is, is dat geen enkele official — Amerikaans, Palestijns, Arabisch, Europees, van de VN of wie dan ook — Israël heeft bekritisderd op dit punt dat in alle Oslo-documenten, -procedures en -overeenkomsten overeind is gebleven.
Om die reden controleert Israël na bijna tien jaar van «vredesoverleg» nog steeds de Westoever en Gaza. Die worden vandaag de dag direct bestuurd door meer dan duizend Israëlische tanks en duizenden soldaten, maar het onderliggende principe is hetzelfde. Om dus te spreken over het «visioen» van een Palestijnse staat, zoals modieus is geworden, is jammer genoeg inderdaad een visioen, tenzij de kwestie van grondbezit en soevereiniteit openlijk en officieel wordt erkend door de Israëlische regering. Geen enkele Israëlische regering heeft die concessie ooit gedaan of zal dat in de nabije toekomst doen. We moeten niet vergeten dat Israël de enige staat in de wereld van dit moment is die nooit internationaal vastgestelde grenzen heeft gehad; de enige staat die niet de staat is van zijn inwoners maar van het hele joodse volk; de enige staat waar meer dan negentig procent van de grond in bewaring wordt gehouden voor het exclusieve gebruik door het joodse volk. Dat Israël de enige staat in de wereld is die nooit enige centrale bepaling van het internationaal recht heeft erkend, wijst op de omvang en structurele complexiteit van het absolute rejectionisme waarmee Palestijnen hebben moeten leven. Daarom ben ik sceptisch over discussies over vrede, wat in de hedendaagse context betekent dat Palestijnen moeten ophouden zich te verzetten tegen Israëlische controle over hun land.
Het is een van de vele tekortkomingen van Arafats verschrikkelijke leiderschap dat hij nooit in de tien jaar durende Oslo-besprekingen de aandacht heeft gericht op landbezit, en Israël nooit heeft verplicht zichzelf wettelijk bereid te verklaren om aanspraak op Palestijns land op te geven; ook heeft hij nooit verlangd dat Israël moet worden verplicht zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het lijden van zijn volk. Nu ben ik bang dat hij probeert zichzelf weer te redden, terwijl we internationale waarnemers nodig hebben om ons te beschermen, net zo goed als verkiezingen om een echte politieke toekomst voor het Palestijnse volk te verzekeren.
De fundamentele vraag voor Israël en zijn volk is deze: is Israël bereid om juridisch de rechten en verplichtingen te aanvaarden als elk ander land en de landbezitpolitiek af te zweren? Nu moet de internationale gemeenschap Israël de verplichting opleggen om het principe van reële, geen fictieve, verdeling te accepteren, en om het principe te accepteren van beperking van Israëls onhoudbare extraterritoriale aanspraken en wetten die het land tot nu toe in staat hebben gesteld een ander volk volkomen onder te voet te lopen. Waarom wordt dat soort fundamentalisme kritiekloos getolereerd? Tot nu toe horen we alleen maar dat Palestijnen geweld moeten afwijzen. Wordt er nooit iets fundamenteels van Israël geëist? Kan het doorgaan met wat het heeft gedaan zonder aan de gevolgen te denken? Dat is het essentiële probleem van Israëls bestaan: of het kan bestaan als een staat als alle anderen, of altijd boven de beperkingen en plichten van andere staten verheven moet zijn. De feiten geven weinig hoop.