H.J.A. Hofland

Wat J. de H. S. wel/niet gezegd heeft

Jaap de Hoop Scheffer, secretaris-generaal van de Navo, is geen knechtje van George W. Bush! Dat dacht ik toen ik in de International Herald Tribune (¾ juli, voorpagina) het verslag had gelezen van zijn gesprek in Brussel met een verslaggeefster, Elaine Sciolino. Het was opzienbarend, niet zozeer om wat erin stond als wel om wie het gezegd had. Als Amerika en de internationale gemeenschap er niet in slagen samen te werken, zijn Irak en Afghanistan gedoemd failed states te worden. «Dat kunnen we ons in deze twee regio’s van levensbelang niet veroorloven.» Hij had scherpe kritiek op de regering van president Bush, die de Navo als bondgenootschap in de steek had gelaten, en de verdragsorganisatie alleen nog gebruikte als die een Amerikaans belang diende. In het bijzonder was hij niet te spreken over de Amerikaanse methode om coalities te vormen naar de eisen die een militaire onderneming stelt. Als dat zo doorgaat, komt onherroepelijk het ogenblik waarop de Europeanen hun eigen veiligheid gaan organiseren.

De Hoop Scheffer, vermeldde het interview verder, had zich nooit voor het deelnemen van Navo-troepen aan de bezetting van Irak uitgesproken. Ook nu, op de half mislukte Navo-top in Istanboel, niet. Trainen buiten Irak is mooi genoeg. En zoals het nu, met assistentie van de Navo onder Amerikaanse leiding in Afghanistan gaat, loopt het daar ook mis. Dan neemt de Taliban de macht weer over.

Van de Verenigde Staten mag de Navo alleen voor spek en bonen meedoen, is de strekking van de boodschap. Symbolisch, in deze context, is dit voor de secretaris-generaal zelf. In een persoonlijk gesprek vertelde Bush hem niets over de vervroegde soevereiniteitsoverdracht. Hij hoorde het nieuws pas de volgende ochtend, kort voor het begin van de officiële vergadering.

Het interview verscheen in de krant. Alarm in Brussel. Zó had Jaap de Hoop Scheffer het absoluut niet gezegd! Brief naar de New York Times. Terwijl ik dit schrijf, maandag, 10.00 Amerikaanse tijd, zit de hoofdredactie van de NYT die brief te bestuderen.

Het zou de eerste keer niet zijn dat een geïnterviewde zich een ongeluk schrikt als hij in de krant leest wat hij tegen een journalist heeft gezegd. Dat komt dichter bij de regel dan bij de uitzondering. En evenmin als hij/zij leest wat hij/zij niet heeft gezegd. Daarvoor geldt hetzelfde. Een interview geven is even moeilijk als een interview afnemen. Laten we hopen dat dit allemaal op een bandje staat. Onderste steen boven!

Maar nemen we aan dat J. de H. S. het niet heeft gezegd; dat Elaine Sciolino (van wie ik, voor dit geval, graag een foto zou zien) zich door haar verbeeldingskracht heeft laten mee slepen. Zou het je dan niet spijten dat de secretaris-generaal iets anders heeft gezegd dan in de krant staat? Want zelden zal een zo belangrijk iemand in het openbaar de spijker zo zuiver op de kop hebben geslagen. En bovendien zou het behalve waar ook zeer verstandig zijn geweest als hij gezegd had wat hij niet gezegd heeft.

De Europese lidstaten van de Navo hebben drie redenen om zich op dit ogenblik, na de toezegging aan interim-premier Allawi om troepen te trainen, zich niet verder in Irak te mengen.

De eerste is dat Bush en de zijnen een geïmproviseerde en onberekenbare buitenlandse politiek volgen. Dat zijn twee verschillende dingen. Improviseren kan noodzakelijk zijn. Worden daarin de troepen van andere lidstaten betrokken, dan eist het bondgenootschap dat die van tevoren van de improvisaties op de hoogte worden gesteld. Dit is tegen de gewoonte van Washington. Bijgevolg wordt de politiek onberekenbaar. Geen politicus van enige betekenis die daar zijn geloofwaardigheid aan waagt.

De tweede reden wordt gesteund door historische argumenten. Een strijdmacht van 160.000 man in een vreemd land, zeker een niet-westers, wordt daar als een bezettingsmacht ervaren, en dit des te meer naarmate die daar langer blijft en eerder de neiging heeft groter te worden dan te krimpen. Dat hangt nu eenmaal samen met het koloniale tijdvak, waarvan het Westen pas in de loop van de tweede helft van de vorige eeuw aarzelend afscheid heeft genomen. De Fransen, met de déconfiture van Algerije nog vers in het geheugen (president Chirac is daar luitenant geweest), zullen ervoor bedanken onder vreemd en onberekenbaar commando naar Irak te gaan. De Duitsers hebben de bekende andere motieven.

De derde reden is dat niemand precies kan zeggen met wélke oorlog, of half-oorlog, of nasleep van oorlog «we» daar nu bezig zijn. Tegen het internationaal terrorisme? Voorlopig is dit dankbaar omdat het er een zo vruchtbaar front bij heeft gekregen. En niet onwaarschijnlijk dat, naarmate de bezetting langer duurt en eventueel omvangrijker wordt, deze dankbaarheid zal toenemen. Of dient de bezetting te leiden tot het stichten van een nieuw Irak? Dan willen de bondgenoten wat nauwkeuriger weten hoe Washington zich dit voorstelt: een eenheidsstaat, of een soort statenbond van soennieten, sjiïeten en Koerden? Hoe worden de inkomsten uit de olie verdeeld? Wat denkt Navo-lid Turkije ervan? Heeft enige «bondgenoot» in de Navo er een flauwe voorstelling van hoe Bush en Allawi, met assistentie van duizend man personeel van de Amerikaanse ambassade in Bagdad, zich dit alles voorstellen? Weet Jaap de Hoop Scheffer er meer van?

De secretaris-generaal moet zijn organisatie bij elkaar houden. Dat is bij een dusdanig beredeneerd wantrouwen aan deze kant van de oceaan een heksenwerk.

En dan is er nog een probleem dat wel bekend is maar niet genoemd wordt. Bush cum suis zijn van mening dat in Irak meer troepen nodig zijn, maar met de verkiezingen in het vooruitzicht komt het de regering niet goed uit meer Amerikaanse soldaten te sturen, of hun verblijf weer te verlengen. Troepen van de bondgenoten moeten de Amerikanen vervangen. Gebeurt dit, dan dient dat de campagne van Bush op twee manieren. Zie! De Europeanen hebben eindelijk ons leiderschap erkend, zal de president zeggen. En het resultaat is dat onze jongens naar huis kunnen. Twee vliegen in één klap.

Ik kan me voorstellen dat Jaap de Hoop Scheffer zo gedacht heeft, ook al heeft hij het niet zo gezegd.