Het ongenoegen van Bemelen, Limburg

‘Wat maakt het uit wat ik stem’

In 2006 kleurde de verkiezingskaart van Limburg nog ‘groen’ van het CDA, in 2010 ‘grijs’ van de PVV. Nu domineert het ‘blauw’ van de VVD. Is de Limburgse onvrede nu verdwenen?

Medium nicole 20segers wat 20maakt 20het 20uit 2024102012 web

‘Ik was het gewoon met alles oneens’, bromt Fon en hij gooit een ruitenboer op tafel. Buiten is het donker, binnen zitten vier mannen aan de ronde houten cafétafel voor het raam, twee anderen eromheen. Ze zijn allemaal boven de vijftig, sommigen lopen al tegen de zeventig. Volle glazen bier voor zich. Het is maandagavond, de avond dat de kaartclub bijeenkomt in café De Baskuul in het Zuid-Limburgse dorp Bemelen. Stökske rapen – een soort klaverjassen maar dan anders. Ook de kastelein schuift af en toe aan, verder is zijn café toch leeg. Er is geen muziek, alleen de zware stemmen van de mannen uit het dorp en het ploffen van de kaarten op tafel. ‘Het dorp?’ schampert de groenteboer die in zijn donkerleren jas naar achteren leunt. ‘Daar gaat het goed mee.’ De mannen zijn zwijgzaam, maar al snel komen de dorpsgrieven naar boven.

‘Specialisten uit het ziekenhuis zijn hier komen wonen.’ Fon, met getekend gezicht, lacht besmuikt. ‘Allemaal Hollanders.’

‘Onze kinderen konden geen huizen meer kopen hier’, moppert een ander. ‘Ze werden te duur. Te huur is er ook niks.’

‘Eindelijk worden er nu wat nieuwe woningen gebouwd’, vult de kastelein, eind veertig en de jongste van het gezelschap aan. ‘Maar het is veel te laat.’

‘En onze jongeren zijn al vertrokken’, benadrukt een ander. ‘Naar andere dorpen.’

‘Het is al jaren zo dat onze jeugd geen kans meer krijgt’, gromt de groenteboer. Hij schudt de kaarten.

‘Dit jaar is de lagere school dichtgegaan’, klaagt een ander. De kastelein haalt een nieuwe ronde biertjes, Leeuw-bier uit Valkenburg.

‘Ik stem al twintig jaar niet meer’, zegt iemand die schuin achter de tafel zit en meekijkt met het spel. ‘Jantje Modaal is altijd de klos. Wat maakt het uit wat ik stem.’

‘Ik heb twee jaar geleden pvv gestemd’, erkent Fon. De andere mannen van de kaartclub zwijgen. Fon is de enige die niet uit het dorp komt maar uit Margraten, een aantal kilometer verderop. Hij neemt een grote slok bier. Maar van die pvv is hij nu weer af. Deze keer heeft hij SP gestemd. ‘Wilders heeft niets voor elkaar gekregen toch?’

In Limburg, waar twee jaar geleden tot verbazing van velen nog één op de drie kiezers pvv stemde, is Wilders bij de laatste verkiezingen teruggezakt naar 17,6 procent. Maar de Limburgers keerden niet terug naar hun oude partij. Sterker, het cda verloor nog meer kiezers dan twee jaar geleden. De vvd – die, net als de pvda, in het zuiden altijd werd gezien als ‘Hollands’, een partij waar je tegen was – is heer en meester over het Limburgse platteland geworden. Ook in Bemelen stemden de meeste dorpelingen, 125, op de vvd. 75 kozen voor de pvda en nog maar 33 voor het cda, waarmee het cda na d66 en de SP de vijfde partij is geworden. De pvv volgt met 29 stemmen. Twee jaar geleden was het aantal pvv-kiezers in het dorp twee keer zo groot; een op de vijf inwoners stemde op Geert Wilders. Wat is er gebeurd met dat onbehagen in Limburg?

BemelenBieëmele op z’n Limburgs – is een piepklein dorp dat ligt in een kom, omsloten door de Bemelerberg en de heuvels met de mergelgrotten. De driesprong in het midden van het dorp vormt het centrale punt, middenin staat nog een oude waterput, een vergeelde meiboom eraan vastgebonden. Hier ligt café De Baskuul en daartegenover, hoog op een heuvel, rijst de parochiekerk de Heilige Laurentius boven de dorpelingen uit. De eerste herfstbladeren vallen van de oude lindebomen rondom de kerk. Erachter ligt de lagere school, nu vol graffiti, en ernaast het gemeenschapshuis. Er wonen 583 mensen in Bemelen, dat valt onder de gemeente Eijsden-Margraten. Vanaf de kerk leidt de ene weg naar Maastricht, de tweede omhoog naar Cadier en Keer en de derde voert de Bemelerberg op. Bemelen wordt wel het dorp-waar-de-tijd-heeft-stil-gestaan genoemd. Maar schijn bedriegt.

Boven op de Bemelerberg ligt, naast hotel Bergrust, de bungalow van Wiel Dreessen, een oude telg uit een van de grote familieclans uit het dorp. ‘De koning van Bemelen’ wordt hij ook wel genoemd. Vanaf de berg kan hij in de winter, als de bomen kaal zijn, het dorp beneden zien liggen. De lange man, met donkerblond, borstelig haar en een langwerpig gezicht, zit in een lila overhemd op een zwartleren bankstel, tegen de muur glimt een bronzen kap van de open haard. Wiel Dreessen is zeventig jaar en nog steeds raadslid voor de lokale partij Samenwerkingsverband Margraten (svm). Hij is in het dorp opgegroeid, samen met zeven broers en twee zussen, en kent elke mergelgrot van binnen. In 1966, op zijn 24ste, richtte hij in Bemelen zijn eigen partij op: Fractie Dreessen. De jonge Dreessen vond dat er wat moest gebeuren. Er was woningnood, de school was te klein, de infrastructuur was verouderd. Bemelen moest groeien en een volwaardig dorp worden. Wiel Dreessen werd in 1966 direct benoemd tot wethouder. De jaren zestig en zeventig waren de glorietijd van het dorp. Het aantal inwoners steeg, het dorp breidde uit, er werden huizen gebouwd, er kwam gas, riolering, een voetbalclub en een gemeenschapshuis. ‘Eindelijk was er een goede plek voor de dorpsfeesten.’

Vrijwel iedereen in Limburg was vroeger van de kvp en later van het cda, ook Wiel Dreessen, dus in de lokale politiek ging het om personen. Vanaf 1966 heeft hij onafgebroken in het gemeentebestuur gezeten, als wethouder en later als locoburgemeester. De lokale politici liepen regelmatig door het dorp, ze wilden laten zien dat ze iets deden voor de mensen, ze waren aanspreekbaar. In Bemelen verdeelden twee familiefracties de koek. Twee families, twee kampen. ‘Mijn vader zat in de gemeenteraad’, zegt Jan Kerckhoffs, nu 64 jaar, appelteler en een van de laatste leden van het Gregoriaanse mannenkoor. ‘Toen hij ermee stopte, werd er grote druk uitgeoefend om zijn functie over te nemen.’ Hij zit in spijkerbroek en een bruine trui in de grote keuken van zijn witte boerderij, die pal tegenover die van de familie Dreessen in het dorp staat. ‘Ik ging langs de deuren en zei dan: “Ik zou het appreciëren als u op mij stemde.” Het ene deel van het dorp was van mij, het andere van Wiel Dreessen. Je probeerde mensen aan je kant te krijgen. Het was wel een strijd, heel persoonlijk in zo’n kleine gemeenschap.’

In 1982 ging Bemelen op in de gemeente Margraten, de familieclans verloren daarmee hun directe macht, het gemeentehuis verloor zijn functie. Sinds 1 januari 2012 is Margraten met Eijsden samengevoegd. De gemeente is nu een van de vele grote plattelandsgemeenten in Nederland met in totaal 25.011 inwoners – het kleine dorp Bemelen is daarbinnen slechts een van de vele ‘kernen’. ‘Bemelen heeft minder aandacht gekregen sinds de herindeling’, bevestigt Dreessen, die ook in de grote gemeente altijd actief is gebleven.

De pvv-stem was ook in Bemelen de stem van de ontevredenen, denkt hij. Maar de vraag is: ontevreden waarover? Er zijn in het dorp nauwelijks werklozen, geen moslims en geen Vogelaar- of Prachtwijken. Mensen lijken hier heel welvarend te leven in het heuvelland. ‘Er is vanuit Den Haag soms te weinig aandacht voor de periferie’, verklaart Dreessen. ‘Wij moeten altijd knokken om iets rond te krijgen.’ Bijvoorbeeld de eindeloze vertraging van de ondertunneling van de A2 in Maastricht. Wilders appelleerde aan dat sentiment tegen Den Haag en de Randstad. Bij de laatste verkiezingen speelde de pvv-leider echter vooral in op het anti-Europa-gevoel. En dat slaat volgens Dreessen hier niet aan. Zuid-Limburg is juist erg op Europa gericht. ‘We zitten om de hoek bij Luik, Leuven, Aken. We zijn een euregio en krijgen geld uit Brussel. Europa is voor ons belangrijk. We kunnen niet zonder. Eerder willen mensen dat het makkelijker wordt om over de grens te wonen en werken.’

‘Wie of wat wijst ons de weg?’ preekt pater Jos Pijpers. Het Gregoriaanse mannenkoor dat boven in het koor staat, zet in. Een handjevol gelovigen zit tijdens deze zondagochtendmis verspreid over de kerkbanken. De donkere stemmen van het koor vullen de kleine parochiekerk. De kerk heeft altijd centraal gestaan in het dorp. Evenals de pastoor. Hij kwam langs, dronk een kopje koffie, maakte een praatje. Vijf jaar geleden verdween de eigen pastoor uit Bemelen. Het bisdom Roermond besloot geen nieuwe aan te stellen. Pater Jos Pijpers, van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën uit het klooster van Cadier en Keer, verzorgt nu de heilige mis. Hij heeft als missionaris zeventien jaar in Ghana gewerkt, daarna veertien jaar in Manilla. Toen hij terugkeerde, kon hij in de pastorie van Bemelen wonen. Daarom doet hij, naast zijn werk als provincieoverste van de paters in het kloosterverzorgingshuis, deze parochie erbij. ‘We bidden voor de regeringsleiders die bezig zijn met de formatie, voor het welzijn van de mensen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd.’ Hij spreidt zijn armen, zijn witte habijt wappert breed uit. ‘Laten we bidden.’

Na de mis loopt de pater onder het beieren van de klokken naar de pastorie. Vanuit zijn woonkamer kijkt hij door statige grote ramen uit over het kerkhof, de kerk en daarachter de velden en heuvels met de mergelgrotten. Naast de deur staan twee houten stoelen uit Benin met leeuwen als armleuning – een van de vele herinneringen aan zijn Afrikaanse tijd. ‘Ik betrek in mijn gebeden graag de wereldscène’, zegt pater Pijpers, een zachtaardige man, 68 jaar, met een zwarte broek en zwart overhemd, terwijl hij een kopje koffie en een stuk vlaai neerzet. Daarom ook noemde hij de formatie. ‘Anders blijven gebeden hol.’ Op zijn revers glimt een goudkleurig kruisje. Bemelen heeft nog een zaterdagavond- en een zondagochtendmis. Een luxe voor zo’n klein dorp, vindt de pater. Het is weliswaar niet altijd zo leeg als vandaag, op bepaalde dagen komen de dorpelingen in groten getale, zoals bij de grafzegeningen met Allerzielen, op Aswoensdag en tijdens de viering van de Heilige Antonius van het varken. ‘Maar’, zo erkent hij, ‘ik hoef er nooit een extra stoel bij te zetten.’

Ook al is de leegloop van de kerk al jaren gaande – het is met kerkbezoeken zoals het is, de pater heeft dat al lang geaccepteerd –, de gevolgen daarvan worden steeds meer voelbaar. In Limburg waren de kerk en het leven daaromheen sterk met cultuur en traditie verbonden. ‘Bij ons ligt het er ook aan dat we zelf geen jonge mensen meer hebben om dingen bij elkaar te houden’, verklaart hij. En dat geldt niet alleen voor de kerk. Door de bevolkingskrimp staat alles onder druk: het mannenkoor bijvoorbeeld. Het bestaat al 125 jaar, al die tijd vulden jonge jongens het koor weer aan, nu is iedereen grijs. Voor het gemengde koor dat Bemelen ook nog heeft geldt hetzelfde. Ook zal er nu de lagere school is gesloten geen eerste communie meer worden gevierd.

De val van het cda heeft te maken met de ontkerkelijking, daar is pater Pijpers van overtuigd. ‘Mijn vader had altijd een poster op het raam met “Kies kvp”. Het hoorde bij je bestaansrecht, je identiteit. Kerk en politiek waren sterk met elkaar verbonden.’ Als de pastoor vroeger iets zei, dan deed je dat. Mensen voelden zich verplicht om op het cda te stemmen. In Bemelen deed iedereen dat dan ook, op één na: dat was een ‘rooie’, die stemde op de cpn, iedereen wist wie dat was. De kerk had in het zuiden macht. Die was volledig uitgebouwd, de pastoor bemoeide zich met je privé-leven, maar had ook invloed op je werk. Wilde je bijvoorbeeld een baan krijgen, dan had je wel een briefje van hem nodig. En daar zat het cda aan gekoppeld. ‘Niemand wil dat meer, dat is echt voorbij’, concludeert pater Pijpers. ‘Het is de vraag of confessionele partijen nog van deze tijd zijn.’

Dertig jaar geleden liep een Limburger naar de pastoor of de burgemeester die uitlegde hoe het zat. Die zijn verdwenen. ‘Maar wat het dorp echt veranderd heeft, is de komt van de Hollanders’, zegt Guus Urlings, journalist bij dagblad De Limburger, een man van begin zestig, met een stevige grijze baard en zachte tongval. We zitten aan een tafel in café De Baskuul. De regen slaat tegen de ramen, aan de bar zitten twee vrouwen aan een glaasje Jägermeister, verder is het nog rustig op deze zaterdagmiddag. ‘Toen ik hier met mijn ouders kwam wonen, in 1953’, vervolgt Urlings, ‘toen zeiden mensen in het dorp: “Wat moeten die vraem luuj hier?” Terwijl we uit Amby kwamen, een dorp tien kilometer verderop, nu een wijk van Maastricht. We waren geen boeren, geen dokter, dierenarts, pastoor of burgemeester, mijn vader was ambtenaar, postbode. Die boerenfamilies uit het dorp waren allemaal op de een of andere manier met elkaar verwant.’

‘De ziel van Bemelen is verbrokkeld’, schrijft Urlings in het boek Het onbehagen, dat het resultaat is van een tweejarige zoektocht van een paar redacteuren van het regionale dagblad naar aanleiding van de pvv-overwinning. Ze vonden een structurele onzekerheid bij de zuiderlingen, die ontstaan was door de veranderingen in de omgeving. De pvv heeft in 2010 in Limburg duidelijk de ‘Limburgse kaart’ gespeeld met slogans als: ‘Limburgers terug aan de Limburgers’, ‘Liever carnaval dan moskeeën’ of ‘Liever zuurvlees dan halal’. Dat sloeg aan. ‘Waar het om gaat is de vraag: wie ben ik als Limburger?’ concluderen de auteurs. ‘De Limburgers zijn op zoek naar hun identiteit, en wat ze doen is terugkeren naar hun eigen gemeenschap, ze zoeken het “onder ons”. Ze omarmen dat wat als eigen wordt gezien.’

De kastelein van De Baskuul zet nog een kop koffie neer. Volgens de journalist is er in Bemelen echt wat veranderd toen Maastricht zich begon te ontwikkelen, vooral met het academisch ziekenhuis en de universiteit. Artsen uit alle delen van Nederland hadden het dorp snel ontdekt; Bemelen ligt zeven kilometer van de stad, idyllisch in het heuvelland, ideaal om buiten te wonen. Ze vestigden zich eerst aan één kant van het dorp, de goudkust werd het al snel genoemd, en bouwden er grote bungalows. ‘Een aantal boeren is daar met verkoop van land goed uitgesprongen’, zegt Urlings. ‘Maar ook heeft het de woningprijzen enorm opgedreven.’ Zijn generatie en iedereen die daarna kwam is uit het dorp vertrokken. Wie het kon betalen, ging zelf bouwen. Er waren nauwelijks jonge gezinnen meer, en daardoor uiteindelijk ook te weinig leerlingen voor de school waar anderhalve eeuw lang de kinderen van Bemelen leerden schrijven en rekenen. ‘Hierdoor is de oude, hechte dorpsgemeenschap pas echt kapotgegaan.’

De onvrede over deze invasie van vraem luuj en de gevolgen daarvan sluiten volgens Urlings aan bij een van de karakteristieke eigenschappen van Limburgers: ‘Ze hebben snel het gevoel dat ze achtergesteld worden, van “wij hangen weer eens aan de lètste mem”.’ Er hoeft maar een kleine aanleiding te zijn om dat gevoel naar boven te laten komen. En dat is, aldus Urlings, de belangrijkste reden waarom de pvv in Limburg zo succesvol was. ‘Ik zou niemand kunnen aanwijzen die in Bemelen pvv heeft gestemd’, zegt Urlings. ‘Maar ik verdenk ze allemaal. Stennis maken, laat ze de boel maar eens opschudden. Die Wilders gaat wat veranderen.’ Het ging niet om de islam, daar is hij van overtuigd. ‘De meeste inwoners hebben nog nooit een mohammedaan gezien.’ Daarom lopen ze nu volgens hem ook weer zo makkelijk weg bij de pvv. Wilders heeft niks laten zien, zijn taal was voor veel Limburgers te hard geworden en wat hij roept over Europa interesseert ze niet, integendeel: ze waren bang dat hij op 13 september Brussel ging bellen en uit de EU zou stappen.

En het cda? Toen Guus Urlings naar school ging, stond er op zijn rapport hoe vaak hij naar de kerk was gegaan. ‘Het katholicisme is een religie van niet-nadenken’, vervolgt hij gedreven. ‘Mensen keken op naar de pastoor, de leraar, de dokter. Ze luisterden naar wat van bovenaf werd verordonneerd. Daar legde je je bij neer. En toen durfde die blonde Limburger uit Venlo opeens iets te zeggen.’ Dat was ook volgens Urlings de grote fout van het cda nu, er stond geen Limburger meer op de lijst. ‘Limburgers stemmen altijd op “een van ons”. Nu moesten ze op Sybrand van Haersma Buma stemmen. Hoe ver kun je van een Limburger afstaan?’

Limburg was in feite lange tijd een apolitieke samenleving. Een stem op het cda was een loyaliteitsstem, geen politieke stem. Landelijk stemden Limburgers op de kvp, later het cda, daarin speelde identiteit een rol, het zuiden en vooral de kerk. Lokaal stemden ze op een persoon die het beste hun belangen waarborgde. Maar met het wegvallen van de kerk en daarmee van het cda ligt er een hele provincie braak. De pvv gebruikte dat, maar nu die aan populariteit heeft ingeboet, kijken Limburgers vooral naar hun eigen belang. ‘Waarom de vvd hier nu zo groot is?’ vraagt Wiel Dreessen. ‘Op het platteland, ook in Bemelen, is veel eigenbouw, dus is de hypotheekrenteaftrek belangrijk. In gebieden waar veel huurwoningen staan, zoals Maastricht en de mijnstreek, zie je dat de pvda de grootste partij is geworden.’ Ook in het zuiden heeft de landelijke tweestrijd de stemming bepaald. Limburg is na anderhalve eeuw definitief bij Nederland gekomen.

‘Ja, Limburgers zijn gewone Nederlanders geworden’, lacht Urlings. ‘Maar het onbehagen in Limburg is niet weg’, besluit hij. ‘De dorpssamenleving zal de problemen ook zelf moeten aanpakken. Bijvoorbeeld via de verenigingen.’

Bij de harmonievereniging Sint Laurentius zijn ze er al mee begonnen. ‘Die lètste vief noeëte…’ De dirigent gebaart. De muzikanten pakken hun instrumenten op: klarinetten, dwarsfluiten, saxofoons, tuba’s, contrabassen, drumwerk, buisklokken, cello’s en violen. Het gemeenschapshuis is elke maandagavond vol muziek. Achter de bar praten de beschermheer John Husken, de voormalige huisdokter van het dorp, de voorzitter Huub Nelissen, die drie kinderen in de harmonie heeft spelen, en de secretaris Win Russell, de vrouw van een specialist uit het ziekenhuis, over de toekomst van de harmonie. De harmonie geeft concerten, doet mee aan concoursen en treedt op bij alle feesten: het parochiefeest, de kermis, de processie, sinterklaas, Koninginnedag. Maar de vereniging, opgericht in 1914, kampt met een afnemend ledental. Daarom is de werkgroep Toekomst opgericht. Op de achtergrond speelt de harmonie Light My Fire van The Doors – onderdeel van het plan om de muziekkeuze moderner te maken. Vroeger kwam de aanwas vanzelf via de basisschool. ‘Nu moeten we kinderen met een lampje zoeken’, zegt de voorzitter. Hij is net langs de deuren geweest om een financiële bijdrage te vragen aan de dorpsbewoners. ‘Het gebeurt zelden dat mensen niet meedoen’, zegt hij. ‘Zonder harmonie wordt het hier een dooie boel. Dat vindt iedereen. Doa moot meziek gemaak weure in ’t dörrep.’