Generatie Alles: Jonge entrepreneurs met lef

‘Wat mij betreft zit de crisis tussen de oren’

Nog zijn er twintigers die als ondernemer een gat of gaatje in de markt zien. Succes tegen de keer. Een paar voorbeelden van dappere beginners. ‘Ondernemen is leuk, maar als je erg groot wordt, heb je zorgen. In de basis zullen we klein blijven.’

Oma’s breien hippe modeaccessoires

Eenzaamheid onder ouderen verminderen door ze onder begeleiding van jonge ontwerpers hippe modeaccessoires te laten breien – met ‘Granny’s Finest’ won voormalig student bedrijfskunde Niek van Hengel (28) vorig jaar tienduizend euro met de Rotterdamse ‘Aardig Onderweg’-prijs in de categorie ondernemerschap. De prijs is bedoeld voor mensen die iets betekenen voor de stad. Toch voelen hij en medeoprichter Jip Pulles (31) zich allereerst ondernemers: ‘We zorgen ervoor dat mensen doen waar ze het best in zijn.’

Van Hengel kwam tijdens een bezoek aan zijn oma in het verzorgingstehuis op het idee voor de breiclub. ‘Ze breide eigenlijk vooral voor zichzelf, gewoon omdat ze het leuk vond. Dat vond ik zonde. Jip heeft voor zijn afstudeerscriptie bedrijfskunde aan de hogeschool een haalbaarheidsstudie naar ons idee gedaan. Daarna zijn we een pilot gestart om het in de praktijk te toetsen. We hebben tijdelijk een klein winkeltje gehuurd en zijn gewoon begonnen.’

Granny’s Finest is nu bijna twee jaar bezig. De winkel aan de Karel Doormanstraat in Rotterdam is meer dan alleen een winkel. ‘Mensen willen in deze tijd wat beleven als ze gaan winkelen. Onze winkel is een combinatie van een buurthuis en een gewone winkel. Er gebeurt van alles. Op vrijdagmiddag is hier bijvoorbeeld een breiclub. De meeste mensen die breien zijn wat ouder, maar iedereen die een bijdrage wil leveren is welkom.’

Volgens Van Hengel leiden de bezuinigingen in de zorg tot een vermindering van het aantal activiteiten in verzorgingstehuizen: ‘Wij nemen die gedeeltelijk over. De overheid wil dat ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Het is belangrijk dat mensen dan beter op elkaar letten. We bieden voor ouderen een veilige en laagdrempelige mogelijkheid om een sociaal netwerk in de buurt op te bouwen. Soms komen ze er bijvoorbeeld achter dat de buurvrouw ook heel erg van breien houdt.’

Inmiddels melden de breiclubs zich zelf aan. ‘Om ons bedrijf te promoten, adverteren we en leggen flyers neer. De oma’s die breien krijgen niet betaald uit de inkomsten van de verkoop, maar we organiseren de activiteiten ter plekke kosteloos, nemen iets lekkers mee voor bij de koffie en zorgen soms ook voor uitstapjes. Bovendien zijn de granny’s trots op de kwaliteit. We zorgen voor goede, duurzame materialen, bijvoorbeeld fairtrade wol uit Peru.’

Het bedrijf wil jonge ontwerpers een mogelijkheid bieden om zich te profileren en ervaring op te doen. ‘We zijn een platform voor jonge ­ontwerpers. De ouderen en zij kunnen van elkaar leren. Tegelijkertijd brengen we het ambacht weer onder de aandacht.’

De winkel is nu nog niet winstgevend: ‘Tot nu toe heeft iedereen vrijwillig ­meegedaan. Maar de verkoop loopt heel goed. We hebben een webshop, waar producten van drie ontwerpers te koop zijn en willen groeien door het aantal verkooppunten te vergroten. Ook gaan we minder seizoensgebonden producten aanbieden, zoals interieuritems en babyartikelen.’

Zelf gecreëerde stageplek wordt fulltime baan

Marjolein Theunissen (26) wil met het door haar opgerichte Cultuurbewust.nl de cultuurparticipatie onder jongeren van achttien tot 35 jaar vergroten. Op de website staan recensies, interviews en reportages over uiteenlopende kunstuitingen. Ze worden geschreven door jonge freelancers, die op die manier de kans krijgen om journalistieke ervaring op te doen.

Toen Theunissen tijdens haar studie kunst­geschiedenis op zoek was naar een stageplek om schrijfervaring op te doen, sloot geen enkel bedrijf aan op haar eigen wensen. Daarom besloot ze in 2009 zelf maar een stageplek te creëren en richtte Cultuurbewust.nl op. ‘Het was niet de bedoeling om er mijn werk van te maken, maar ik vond het erg leuk en het was een succes.’ Inmiddels heeft ze Edward Janssens (25) als hoofdredacteur aangetrokken. De artikelen worden op vrijwillige basis geschreven door redacteuren verspreid over heel Nederland en de site trekt nu ongeveer zestigduizend unieke bezoekers per maand, vooral uit de Randstad en de studentensteden. ‘Onze bezoekers zijn vaak hoger opgeleid, wij schuwen bijvoorbeeld opera en klassieke muziek niet. Maar ook hiphop komt aan bod.’

Promotie voor de site gaat min of meer vanzelf: ‘Theaters en gezelschappen plaatsen bijvoorbeeld op hun eigen site links van onze recensies. Ook zijn we actief op sociale media. Na Google komen de meeste bezoekers via ­Facebook en Twitter op Cultuurbewust.nl terecht. We weten dat bezoekers gemiddeld drie minuten op de site blijven.’ Inkomsten worden gegenereerd door betaalde advertenties te plaatsen. ‘We hebben een heel duidelijke doelgroep. Daarom kunnen adverteerders heel gericht adverteren. Ook zetten we prijsvragen en speciale acties op de site.’ Via de webshop Shop­cultuurbewust.nl kunnen culturele cadeaus worden gekocht. ‘Ik zie de shop als een extra service. Ieder artikel is uniek. We merken wel dat mensen nog moeten wennen aan het idee om direct bij de kunstenaars te kopen. Het is nu nog vrij rustig, maar ik denk dat het een kwestie van tijd is voordat het beter gaat lopen. De naamsbekendheid moet nog verder toenemen.’

Aspirant-cultuurjournalisten die voor de site willen gaan schrijven, moeten een sollicitatieprocedure doorlopen: ‘Kandidaten moeten aanleg hebben voor schrijven en verstand hebben van hun onderwerp. Ze sturen een proefrecensie en we kijken hoe ze omgaan met feedback. Onze site zorgt eigenlijk voor een win-win-win-situatie. Instellingen krijgen naamsbekendheid, onze redacteuren kunnen journalistieke praktijk­ervaring opdoen en een netwerk opbouwen op cultureel gebied en wij krijgen artikelen binnen om onze site te updaten.’ De crisis zorgt niet voor een terugslag, merkt Theunissen: ‘Culturele instellingen moeten toch aan promotie doen en weten onze site te vinden. Om in de toekomst te kunnen uitbreiden en mensen aan te nemen, zullen we externe ­projecten gaan opzetten, bijvoorbeeld in samenwerking met gemeenten. We hebben al veel ervaring met het geven van masterclasses interviewen en recensies schrijven op middelbare scholen.’

Hout van oude kranten

Het in Eindhoven gevestigde ontwerplabel Vij5 trekt wereldwijd de aandacht met het van oude kranten gemaakte ‘KrantHout’. Dit als hout te bewerken materiaal werd onder meer toegepast in het dashboard van de Peugeot Onyx-conceptcar, die in september 2012 op de internationale autobeurs in Parijs werd getoond.

Oprichter Arjan van Raadshooven (32) heeft het label, dat gespecialiseerd is in interieurproducten, vernoemd naar zijn favoriete getal. Sinds de start in 2006 werkt hij samen met zijn partner Anieke ­Branderhorst. Er wordt voor de uitbreiding van de collectie steeds gezocht naar samenwerking met jonge ­ontwerpers. ‘Mieke Meijer, de bedenker van KrantHout, heeft het materiaal voor een project aan de Eindhovense Design Academy ontwikkeld. Daarna is het in de la beland. Mieke kenden we via ons netwerk. We hebben voor de door­ontwikkeling van KrantHout ­ontwerpers uitgenodigd met de vraag wie ermee wilde werken. Je kunt het niet bij ons kopen, maar we gebruiken het voor allerlei producten, zoals kasten, bureaus en sieraden.’ Momenteel bestaat het collectief dat met KrantHout werkt uit Van Raadshooven, Branderhorst en tien ontwerpers.

Op de internationale designbeurs in Milaan in april 2011 werd KrantHout door medewerkers van Peugeot opgepikt. ‘Op die beurs lopen altijd veel scouts rond die op zoek zijn naar nieuwe materialen en talentvolle ontwerpers.’ De samenwerking met Peugeot levert Vij5 veel naamsbekendheid op en ook de knowhow voor nieuwe toepassingen van KrantHout in de autobranche. Van Raadshooven heeft een realistische kijk op duurzaamheid: ‘Vij5 is te klein om de wereld te verbeteren. Wat we met oude kranten doen is “upcycling”, meerwaarde geven aan een restmateriaal. We kunnen daardoor wel ons steentje bijdragen aan het denken over duurzaamheid. We proberen in onze collectie zo veel mogelijk te kiezen voor het duurzame alternatief, ook al is dat soms iets duurder.’

De crisis heeft weinig vat op Vij5: ‘Wat mij betreft zit de crisis tussen de oren. Het begint nu eigenlijk normaal te worden. Hiervoor was the sky the limit. Ik geloof erg in wat ze in China “business friendship” noemen. We werken met lokale ondernemers die elkaar opdrachten gunnen. Ik vind dat een normale manier van zakendoen.’ Vij5 is nu een bedrijf met een beperkt aantal medewerkers en wat Van Raadshooven betreft blijft dat ook in de toekomst zo: ‘De kern van Vij5 blijft klein. Het maakt ons flexibel. Ik vind dat in deze tijd een gezonde eigenschap voor een bedrijf. Ondernemen is leuk, maar als je erg groot wordt, ben je meer bezig met managen. Dan heb je zorgen. In de basis zullen we klein blijven.’

Handgeschreven print

Manon van Essen (25) waagt een duik in het diepe als ze in 2009 Print Personal overneemt. Het bedrijf heeft een techniek ontwikkeld om digitale letters om te zetten in handgeschreven tekst. Van Essen verbetert de software en inmiddels heeft het bedrijf kantoren in Gorinchem en Amsterdam en tien man personeel.

Print Personal is een jong marketing­bureau dat zich specialiseert in gepersonaliseerde ­mailings. De software die digitale teksten omzet naar handgeschreven teksten en persoonlijke handschriften kan reproduceren is nog steeds een eyecatcher. Print Personal is de enige in Europa die dit kan.

Van Essen wil wereldwijd de grootste worden in handschriften. Toch is internationale bekendheid niet haar prioriteit: ‘De nadruk ligt nu op de Nederlandse markt en het perfectioneren van de software voor de app.’

Binnenkort lanceert Print Personal namelijk een app waarmee gebruikers hun eigen handschrift tot een digitaal lettertype kunnen omvormen. Met de Handwriter-app scannen gebruikers met hun smartphone een geschreven tekst in. Binnen een paar minuten is het handschrift klaar voor digitaal gebruik. Op Facebook en Istagram kunnen teksten met behulp van de app in het handschrift van de gebruiker worden gepubliceerd.

Voordat Van Essen het bedrijf overnam, had ze zich tijdens een stage eerst uitgebreid verdiept in de sector. Uit haar onderzoek kwam naar voren dat consumenten online behoefte hebben aan natuurgetrouwe, handgeschreven kaarten. Het bedrijf van haar vader, de Nederlandse ­vestiging van Frama Group, was bereid in de daarvoor benodigde software te investeren. Handwriter bevat een vaste set handschriften, maar het is voor klanten ook mogelijk om een eigen persoonlijk schrift te laten digitaliseren. De app die in ontwikkeling is, gebruikt een geavanceerde versie van de Handwriter-software.

Print Personal heeft inmiddels klanten in verschillende sectoren. Online- kaartenverstuur­der Greetz gebruikt de techniek van Print Personal zodat mensen een persoonlijk tintje aan de kaarten kunnen toevoegen. Onder meer PostNL en Peugeot schakelen Print Personal in om gepersonaliseerde mailings te sturen. Met de nieuwe app zal dat alleen maar meer worden. >

Perfect chococadeau

Chocolade was altijd al een passie van Annefrid Imenkamp (31). Toen ze in Amerika de perfecte reep met chilipeper en knettersuiker proefde, kwam ze erachter dat de reep niet verkrijgbaar was in Nederland. Eind 2010 zegde ze haar vaste baan op om een webwinkel voor chocolade te starten. In september 2011 stond Chocstar online.

Op de site van Chocstar kunnen klanten in drie stappen een eigen chocoladereep samenstellen. De bezoekers maken eerst een keuze uit witte, melk- of een van de twee soorten pure chocolade. Vervolgens stellen zij hun reep samen uit een lijst van meer dan 75 ingre­diënten. Op de site kunnen ze reclame maken voor hun eigen reep door er zelf een passende naam voor te bedenken.

Het kwam door een samenloop van omstandigheden dat Imenkamp besloot om Chocstar te starten: ‘Ik had al vaak over ondernemen ­nagedacht. Toen ik drie jaar terug op het idee kwam om een website met gepersonaliseerde chocola te maken, besloot ik dat het tijd werd om het erop te wagen. Het bleek een goede zet, want ik heb in twee jaar meer geleerd dan tijdens zes jaar in loondienst.’

In de opstartperiode probeerde Imenkamp een chocolatier te vinden om mee samen te werken, maar dat bleek moeilijk te zijn. Ze had communicatie gestudeerd en bezat geen netwerk in de traditionele chocoladewereld. Ze besloot daarom uiteindelijk zelf een cursus tot chocolatier te volgen. November 2011 was het aantal bestellingen op Chocstar al zo groot dat ze alsnog met een vakgenoot in zee ging. Zo kon ze de grote investeringen in machines uitstellen en heeft ze haar bedrijf zonder leningen van de grond gekregen. Via crowdfunding heeft Chocstar inmiddels wel het kapitaal bij elkaar om een eigen productielijn te kunnen opzetten. Imenkamp heeft nu het hele proces weer in eigen hand. Chocstar heeft in januari een eerste chocolademaker aangenomen en huurt flexibele werk­studenten in tijdens de drukke inpakperiodes.

Online blokken

Voormalig ­rechtenstudent Homam Karimi (30) startte in 2009 StudyTube als reactie op de massale hoorcolleges tijdens zijn studie. Karimi heeft ter verbetering van het hoorcollegesysteem een online leeromgeving ontwikkeld. Studenten kunnen bij StudyTube online commentaar op proeftentamens krijgen.

In het begin kan een student de site gratis gebruiken. Na een paar weken wordt een gebruikstarief van 9,99 euro per maand geheven. Op de site krijgen bezoekers tentamenvragen over het vak dat ze willen leren. Als ze een vraag fout beantwoorden, krijgen ze extra uitleg en meer opgaven over dat thema. Na afloop kunnen ze op de site zien hoe goed ze de lesstof beheersen. Als het percentage hoog genoeg is, krijgen zij van StudyTube een slagingsgarantie.

Toen Karimi StudyTube net had opgericht, leerde hij econometrie-student Gerard Riphagen (28) kennen. Rip­hagen was enthousiast over het idee. De conceptmatige Karimi zag een goede sparringpartner in de logisch denkende Riphagen. Hij werd de eerste werk­nemer van het bedrijf. Nu heeft StudyTube meer dan tien werknemers in dienst.

Aangezien Karimi zelf rechten heeft gestudeerd, werden eerst de rechtenvakken aan het online portfolio toegevoegd. Inmiddels heeft Rip­hagen een leeromgeving opgezet voor diverse economievakken. Andere faculteiten komen ook steeds meer aan de beurt. Uiteindelijk willen ze zo veel mogelijk vakken aanbieden. StudyTube gebruikt onder meer bestaande YouTube-­filmpjes van professoren voor de uitleg. Ze ontwikkelen waar nodig ook eigen filmpjes in samenwerking met professoren.

Karimi benadrukt dat StudyTube geen vervanging is voor de reguliere colleges: ‘Veel mensen denken in eerste instantie vaak dat ons bedrijf het lesprogramma aan de universiteit wil vervangen, maar dat is niet de bedoeling. Juist doordat het zenden van informatie door technologie wordt overgenomen, kunnen professoren meer tijd besteden aan het bespreken van de leerstof en diepgang creëren.’

Onlangs werd bekend dat durfkapitalist Henq een half miljoen in StudyTube steekt. Het bedrag wordt gebruikt om de software verder te verbeteren. Hoewel er uitbreidingsmogelijk­heden zijn in het bedrijfsleven wil Karimi zich daar niet op richten: ‘Het geld is daar, maar de roem is te halen in het onderwijs. In het bedrijfsleven zijn er al veel modernere leermethodes beschikbaar, daarom is juist het onderwijs een mooie uitdaging. Ik zou willen dat de onderwijsinstellingen ons programma gaan gebruiken. Zij zijn echt aan vernieuwing toe en het zou mooi zijn als we zoiets kunnen bewerkstelligen.’