Idfa - Sergei Loznitsa, Austerlitz

Wat nooit weer?

Het openingsshot van Sergei Loznitsa’s Austerlitz (2014) duurt een minuut of twee en gedurende die tijd is wat je ziet, paradoxaal genoeg, meer geluid dan beeld: het geruis van bladeren die zachtjes wiegen in de wind en het geroezemoes van mensen die zich ergens achter de struiken lijken op te houden.

Medium au still 4

Dan volgt een breed wandelpad met mensen die komen en mensen die gaan. Drommen, dat is het enige juiste woord voor het soort gezelschap dat ze vormen. Ze schuifelen voorbij in vele soorten en maten, maar niemand springt er echt uit. Zonnebrillen, petjes, driekwartsbroeken, wife beaters en hotpants: het is nu eenmaal hoe we ons op een zomerse ochtend aankleden, los van de vraag wat we met de dankbaar aanvaarde vrije tijd denken te gaan doen. In de deinende massa van weinigzeggend textiel en bleke huid is het slechts een ironisch T-shirt dat weet op te vallen: COOL STORY BRO.

Dan pas volgt een beeld van wat zich schijnbaar achter de camera bevond: de voorgevel van een licht gebouw, niet heel hoog, met daarin een poort. In het half openstaande metalen hekwerk waardoor de stroom naar binnen druppelt is een belofte leesbaar: Arbeit macht frei.

Loznitsa filmde bezoekers van een tweetal concentratiekampen, Dachau en Sachsenhausen. In ongeveer anderhalf uur – niet veel meer dan dertig shots – beweegt de camera nooit, al komt met ieder nieuw kader eerst de gaskamer en daarna de verbrandingsoven wat dichterbij. Het camerawerk is terughoudend, gespeend van iedere esthetische pretentie.

Op een open plek, in de schaduw van drie naargeestige houten palen, vertelt een Spaanse gids over onvoorstelbare martelingen, over hoe de andere gevangenen alles konden horen en over hoe het hun moraal brak. Wanneer de groep zich weer in beweging zet, blijven een man en een vrouw achter om nog snel een foto te maken. De man leunt als Sint-Sebastiaan tegen een van de palen. De vrouw houdt haar telefoon omhoog en een Ersatz-sluitergeluidje verbreekt de stilte. Dan hobbelt ook het duo het beeld uit, de groep achterna.

Medium au still 2

Ver in de achtergrond ovens, daarvoor de voorbij drijvende hoedjes en parapluutjes, de bungelende fototoestellen. Met opa en oma aan je zijde en een selfiestick in je hand poseren voor het hekwerk met die meest cynische van alle cynische beloften? Het is waar het themapark en het schuldige landschap plotseling samenvallen. Austerlitz lijkt, meer dan meditatie of aanklacht, simpelweg een registratie. Maar van wat precies? Het is een niet-begrijpende registratie van het niet-begrijpen van iets dat sowieso niet valt te bevatten. En dat wat niet wordt begrepen wordt naarmate het verder wegzakt in het verleden steeds onbevattelijker, zo lijkt het althans. Minder echt, haast.

Austerlitz ontleent zijn titel aan de gelijknamige roman van W.G. Sebald, waarin Jacques Austerlitz zijn joodse wortels uitgraaft en het lot van zijn moeder in Theresienstadt overpeinst. Een collega en vriend van Sebald vertelde op de bbc hoe hij zelf ooit naar Auschwitz was geweest, maar dat ‘Max’ dat uiteindelijk nooit zou doen. ‘Hij kon de gedachte dat er een cafetaria was, voor toeristen, niet velen.’