Televisie

Wat nou elitair?

TELEVISIE Nipkowschijf

Volkskrant-_recensent Wim de Jong, deelnemer aan het juryberaad voor de Nipkowschijf, werd in zijn omgeving ter verantwoording geroepen voor de bekroning van Rob Hofs _Sporen uit het Oosten, documentairereeks over een treinreis door Azië. Door weinigen bekeken zou dit een veel te obscure winnaar zijn. Zijn gesprekspartners bedoelden dat de toekenning een zoveelste staaltje van elitaire Nipkow-achterkamertjespolitiek was. Dit volgens een stuk van De Jong in Vara TV Magazine. Dat hij die kritiek vermeldt lijkt te duiden op aarzeling over de juistheid van de jurykeuze, maar hij houdt die overeind. Allereerst door erop te wijzen dat de toekenning regelmatig naar programma’s voor een groot publiek ging: J.J. de Bom, Kees van Kooten en Wim de Bie (2x), Paul de Leeuw (2x), Barend & Van Dorp, Kopspijkers, Koefnoen en Holland sport. Dan noemde De Jong nog niet eens Pipo de clown (!) en Koos Postema. Maar weer wel de Ere-Nipkows voor Mies Bouwman, alweer Kees en Wim, Martijn Lindenberg (sport!), Theo Reitsma (sport!), Ellen Blazer en Sonja Barend. Hoezo elitair? Waarbij opvalt dat juist de laatste jaren de meeste schijven naar publieksknallers gingen: het debat over hoge en lage cultuur was aan de jury kennelijk niet voorbij gegaan.

Voor mij had het zelfs te veel invloed. Publiekskrakers worden al voldoende beloond met kijkcijfers, gala’s, ringen en beelden. Een serieuze persprijs zou daar alleen naartoe moeten gaan wanneer het ook nog eens superieure kwaliteit betreft. Veel kwaliteitstelevisie, zoals Sporen uit het Oosten, wordt na 23.00 uur uitgezonden en zou dus per definitie niet mee kunnen dingen als kijkersaantallen meebeslissen. Alsof een serieuze filmjury louter blockbusters zou bekronen. Hef die prijs dan maar op. De enige inhoudelijk lijkende kritiek op Sporen was dat het ‘Novib-kalendertelevisie’ betreft. Die moet van mensen komen die na de wat ouderwetse fraaie-plaatjes-leader meteen stopten met kijken.

Natuurlijk moet de Nipkow blijven. Om goede wil te tonen maar meteen een kaskraker als eerste kandidaat voor volgend jaar: bnn’s Donorshow. Een stunt die alleen kon slagen doordat hij uit verdachte Endemol-hoek kwam, waaruit immers volop ranzigheid komt (in het eerste programma-idee was het dan ook geen fake maar echt!). En omdat hij Bart de Graaf moest eren, die in eigen kring zalig is verklaard maar die in zijn krachtige eentje het gemiddeld ethisch gehalte van het tv-aanbod beduidend deed dalen. Hartstikke tegen was ik, maar ik keek om recht van spreken te hebben. Vooraf zat er al veel ongeloofwaardigs in, maar tijdens de uitzending nog veel meer: zoals de totale afwezigheid van empathie bij de kandidaten voor het lot van de doodzieke donor en de dubieuze criteria van het selectieproces (die achteraf dubieus blijven, want ze bleven onweersproken). Halverwege zei echtgenote: ‘Als het nou maar acteurs waren geweest, dan was het geweldig.’ ‘Dan zou het de Nipkow verdienen’, zei ik. En daar blijf ik voorlopig bij. Ook al omdat Tegenlicht de prijs al eerder won. Maar als die doorgaan als dit jaar, met De Putters Litvinenko-films, De Wouter Tapes, de indrukwekkende (en nauwelijks gesignaleerde!) zesdelige Midden-Oosten-reeks en nog veel meer prachtprogramma’s, dan kom ik volgend jaar in de problemen.