‘wat staan we daar eigenlijk te doen?’

Annet Malherbe speelt in alle films van Alex van Warmerdam. Voor ‘De jurk’ deed ze tevens de casting. En ze voedt Alex’ kinderen op. Mag ze dan af en toe een beetje depri zijn? ‘Goede ’s morgens juffrouw Jannie!’
ZE DEED DE CASTING van Alex van Warmerdams nieuwe speelfilm De jurk, die vorige week in premiere ging. Een film waarin ze bovendien een prachtig rolletje speelt als ‘ordinaire vrouw’: hoogblond geverfd haar, pastelblauw angora en veel make-up - ‘Lekker om te doen.’ Een week eerder had ze ook al een premiere: als de stadse indringster Francien in Aan het eind van de aspergetijd, een toneelstuk van de jonge toneelschrijver en acteur Frank Houtappels. En verder staat ze nog vers in het collectieve geheugen als de morsige juffrouw Jannie in Jiskefets Debiteuren/Crediteuren.

Annet Malherbe (38) is kortom ruimschoots aanwezig in alle regionen van de uitvoerende kunst. Terug van weg geweest waar het de live performance betreft. ‘Bijna twee jaar geleden, in mei 1994, ben ik ingestort’, vertelt ze aan de keukentafel van haar Amsterdamse huis, die zojuist met een brede armzwaai van hagelslag en andere ontbijtresten is ontdaan. 'Ik wilde niets meer weten van toneel en alles wat ermee te maken had. Dacht: wat staan we daar eigenlijk te doen? Een tekst uit je hoofd leren om die dan op een of ander podium op te zeggen, ik vond het zo'n onzin!’
Nu ze erop terugkijkt, was het vooral de combinatie van werk en moederschap waarop ze stukliep. 'Dat zie je meer gebeuren met vrouwen van mijn leeftijd: je wilt een carriere, en tegelijkertijd wil je een goede moeder zijn. Die eisen zijn heel hoog, dus dan is het logisch dat het op den duur ergens gaat lekken. En ik heb natuurlijk ook een achterlijk vak, het is altijd alles of niks. Een deeltijdbaan bestaat niet. Met twee jonge kinderen (Houk en Mees, zonen van haar en Alex van Warmerdam - mvds) krijg je dan toch een ambivalente houding; je hebt ook nog een ander leven.’
Het is op zijn minst veelzeggend dat Malherbe in Aan het eind van de aspergetijd de rol overnam van Loes Luca, ook moeder. 'Zij zorgt alleen voor haar kind en zag geen gat in zo'n zware reisvoorstelling: zeventig voorstellingen tot 6 juni, vijf dagen per week op de planken. Ik vind het ook veel, maar ik heb toch ja gezegd. Als je twee jaar letterlijk van het toneel verdwenen bent en je wordt nog steeds gevraagd, dan is dat best prettig. Ik voelde het bijna als een verplichting aan mijn vak. Bovendien vind ik het nu weer leuk om te spelen.’
HET WAREN VOORAL 'de jongens van Jiskefet’ die Malherbe haar speelplezier teruggaven. Als ze daarover vertelt, is ze zichtbaar in haar element. 'Behalve dat ik het thuis zo druk had, was ik ook somber omdat ik me afhankelijk voelde van andermans tekst, andermans mening. Bij Debiteuren/Crediteuren speelde dat niet, dat was van ons. Juffrouw Jannie is echt helemaal mijn schepping. Die jongens (Kees Prins, Michiel Romeyn en Herman Koch - mvds) hadden me gebeld met de vraag: kun jij een koffiejuffrouw komen spelen? Voor de rest deed ik gewoon wat ik dacht dat ik doen moest. Zij ook, en op een wonderlijke manier werkte dat. Bovendien was juffrouw Jannie een behoorlijk gedeprimeerd type, net als ik in die tijd, dus dat kwam goed uit.’
Geen wonder, want de teksten werden min of meer ter plekke verzonnen. 'We zaten met z'n vieren aan tafel eindeloos te geiten’, vertelt Malherbe genietend. 'Af en toe zei iemand iets wat in een hersenpan bleef hangen. Echte plotjes bedachten we niet. Meer een onderwerp, en dan maar zien wat er gebeurde. De eerste keer dat we het speelden werd het meteen opgenomen. Lekker uit de losse pols, met het risico dat het helemaal misgaat. Die spanning, daar houd ik van!’
Een goede improvisatrice noemt Malher be zichzelf, maar de drang om zelf stukken te maken zegt ze te missen. 'Dat kan ik helemaal niet, daar heb ik me bij neergelegd. Ik weet het inderdaad niet zeker, want ik heb het nog nooit geprobeerd. Ik denk dat ik te lui ben, te ongedisciplineerd. Hoewel ik voldoende discipline heb om te kunnen functioneren, een huishouden te laten draaien… nou ja, twee kinderen die keurig naar school gaan, kleren aan hebben en te eten krijgen - het loopt hier niet in het honderd, al zitten we nu natuurlijk in een stresstijd met die premieres. Maar ik ben anders dan Alex. Die gaat door met schrijven als het tegenzit. Bij mij moet het toch een beetje vanzelf gaan.’
THEATERMAKER, cineast, schrijver, vormgever en acteur Alex van Warmerdam is al bijna zeventien jaar de man in Malherbes leven. Zij voert thuis de regie ('Al doet hij veel, hoor’), hij regisseerde haar in diverse eigen voorstellingen en in alle drie zijn films. Een natuurlijke samenwerking, omdat het bekende 'halve woord’ volstaat. 'Ik zit er bij wijze van spreken bij als hij het schrijft. Het is zijn ding, maar we praten er altijd veel over. Alex is trouwens heel ontvankelijk, hij laat zijn werk aan veel mensen lezen.
Of ik veel ruimte krijg? Eh, ja, al zijn de rollen op papier al behoorlijk uitgewerkt. Dus het is meer “gestalte geven”. Maar ik kan wel mijn fantasie gebruiken. In Abel speel ik bijvoorbeeld een meisje dat in een peepshow werkt. Nou, daar ben ik nog nooit geweest en daar ga ik ook niet kijken voor zo'n rol. Je ziet vaak acteurs die hele biografieen aanleggen van het karakter dat ze spelen. Ik ben niet zo theoretisch, ik werk veel intuitiever. Als je fantasie genoeg hebt, kun je je toch ook voorstellen hoe het in een peepshow toegaat? Ik zie zoiets wel als ik het speel.’
Na een totaal andere, maar even gedenkwaardige rol als een door godsdienst bezeten vrouw in De Noorderlingen is Malherbes aandeel in De jurk wat mager uitgevallen. De katoenen zomerjurk in kwestie, die tijdens haar bestaan een reis maakt langs verschillende vrouwenlijven, mag zelfs niet even de kathedrale vormen van de actrice omhullen. Zelf vindt ze dat geen probleem. 'Alex had me een grotere rol toebedacht, maar die heb ik afgeslagen omdat ik hem niet geschikt vond. Het is echt niet zo dat ik coute que coute een hoofdrol in zijn films wil spelen. Zo'n extreem bijrolletje als suikerspin vind ik ook prachtig, daar kun je helemaal in loos gaan.’
Achter de schermen had Malherbe een des te flinkere vinger in de pap: als casting director boog zij zich over de perfecte match tussen rollen en acteurs. Een taak die haar spelenderwijs toeviel, zegt ze, 'want je praat met elkaar toch over dat soort dingen. En ik ken Alex zo goed dat ik eigenlijk meteen weet wat hij zoekt; ik moet zo iemand dan alleen nog vinden. In mijn ogen is het een behoorlijk onorthodoxe cast geworden, met oude bekenden als Olga Zuiderhoek en Henri Garcin, en een hele hoop goeie acteurs in soms piepkleine bijrolletjes. Bij een fragmentarische film als De jurk was type casting heel belangrijk: heb je een ontwerper nodig, dan moet het ook meteen een duidelijke ontwerper zijn. Als het publiek zich steeds moet afvragen: wie is dat nu weer, dan ben je weg.’
ZELF BEPALEN, zelf doen, Malherbe heeft er merkbaar plezier in. Toch klimt ze nu weer op het toneel, dienstbaar aan andermans tekst en andermans visie. Omdat ze zichzelf nu eenmaal geen kunstenaar vindt. 'Meer een uitvoerend, eh… nee, niet uitvoerend kunstenaar, dat is te beladen. Acteren is een vak, een beroep. Al wil ik nooit een actrice worden die drijft op haar routine. Ik probeer anderen en mezelf toch elke avond opnieuw te verrassen. Maar ik zeg wel gewoon m'n tekst, anders wordt iedereen gek. Of ik nooit de neiging voel er een andere draai aan te geven? Natuurlijk, maar dat is nu eenmaal niet de afspraak.’
Zou ze dan misschien niet toch, ooit, zelf…? Malherbe staart dromerig voor zich uit. 'Ik zou graag willen zingen, al jaren. Een programma met twintig mooie nummers. Maar dan moet ik eerst muzikanten verzamelen, en andere mensen ervan overtuigen dat ik het kan. Daar voel ik me dan toch nog te wankel in. En ik zie het ook niet meer zitten om in een jeugdhonk in Putje Veenstra voor drie puisterige jongeren op te treden - dat heb ik gedaan. De mensen moeten wel in een leuk theater naar mij komen kijken, niet naar zomaar 'n bandje.’