Wat stellen we uit?

‘Pad werd wakker. “Kijk nou toch eens!”, zei hij. “Wat een bende is het hier in huis. Ik moet heel hard werken.” Kikker keek door het raam. “Pad, je hebt gelijk”, zei Kikker. “Het is een troep.” Pad trok de dekens over zijn hoofd. “Ik doe het morgen wel”, zei Pad. “Vandaag ga ik lekker niets doen.”’
Dit citaat is afkomstig uit Morgen, een van de vele filosofische verhalen voor alle leeftijden van de Amerikaanse schrijver/illustrator Arnold Lobel (1933-1987) over de fameuze boezemvrienden Kikker en Pad, die in hun onhandigheid en kortzichtigheid zo heerlijk herkenbaar zijn.
De vraag is natuurlijk of Pad zich daadwerkelijk zal overgeven aan zijn verlangen om als Ilja Iljitsj Oblomov – de grootste nietsnut uit de wereldliteratuur – de hele dag in bed te blijven liggen mijmeren. Zijn constatering dat hij hard moet werken geeft al aan dat hij, zoals iedereen, besmet is met het nuttigheidsvirus. En daarvan ben je niet zomaar verlost. Ook Pad niet: denkend aan alles wat hij de volgende dag moet doen voelt hij zich zo ongelukkig dat hij toch maar opstaat, waarna hij hartstochtelijk aan ‘het grote schoonmaken’ begint onder het motto ‘stel niet uit tot morgen, wat gij heden kunt doen’, met als resultaat een opgeruimde woning en een al even opgeruimd gemoed.
Maar, hoe erg is het eigenlijk als van uitstel afstel komt? We werken de hele dag heel hard in afwachting van het tijdstip waarop we weer naar bed mogen. We zwoegen een heel jaar lang omdat we in de zomer zo graag in zon en wind zomaar een beetje richtingloos willen leven. We ploeteren het grootste deel van ons leven voort om vervolgens eindelijk van ons pensioen te kunnen genieten. Eindelijk… Alsof we niet al eerder zouden kunnen of mogen genieten.
Wat stellen we nu eigenlijk uit? Vergeten we goedbeschouwd niet te leven door niet wat vaker onbezorgd, doelloos rond te hangen?
Natuurlijk, werken moet: brood op de plank is nodig. Maar het moderne idee dat werken het hoogst haalbare is en altijd volledig bevredigend (dus ‘leuk’) moet zijn is zwaar overtrokken.
Luieren is niet alleen wenselijk maar ook noodzakelijk. Pad weet dat. Die gaat morgen doen waar hij zin in heeft: lekker niets. Althans, dat suggereert hij.

Arnold Lobel, Dagen met Kikker & Pad. Ploegsma, 64 blz., € 12,95