De Groene Live #25: Zijn corona-complotten waanzin? Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Wat te doen?

Een gevleugelde zin van Oscar Wilde uit Dorian Gray‘Nowadays people know the price of everything and the value of nothing’ – lijkt de inspiratie te zijn van een tentoonstelling in TENT, Rotterdam, maar over een wildeaans cultuurbegrip gaat het er niet.

Wel over ‘verschuivingen in het denken over het begrip waarde en economie, en de positie van kunst daarin’, aldus de curatoren.

Het zou wel eens kunnen dat zij eerder dachten aan het boek van Raj Patel, The Value of Nothing: How to Reshape Market Society and Redefine Democracy (2010). Patel stelt daarin aan de orde dat in het heersend economisch reglement waarde en prijs als begrip vrijwel identiek zijn geworden, en dat dat leidt tot een gevaarlijke oversimplificatie van de werkelijkheid. Zoekend naar andere systemen van waarde dan alleen de financieel-economische belandt Patel bij religie; de opdracht van de curatoren van TENT is om die zoektocht binnen de kunsten te entameren.

Het moge duidelijk zijn dat dat geen kleinigheid is. Als de heren economen al met de handen in het haar zitten, wat zouden de kunstenaars dan, als moedig zootje, voor wezenlijke inzichten kunnen fourneren? De materie is zó weerbarstig, de problematiek zo omvangrijk dat veel kunstenaars zich beperken tot een gebaar, een statement. Zo zag ik de grote installatie Producing time in between other things van Iratxe Jaio en Klaas van Gorkum. Deze bestaat uit een groot aantal voorwerpen die de grootvader van Van Gorkum in zijn vrije tijd op de draaibank vervaardigde: kloeke kaarsenstandaards, kapstokken, fruitschalen, et cetera. De kunstenaars fotografeerden de voorwerpen bovendien in situ, bij de verschillende Van Gorkums thuis. Het is op z’n best een sympathieke mijmering over ambacht, hobby, arbeid en vrije tijd. Het doet denken aan het al even sympathieke evenement van Christien Meindertsma, Het verzameld breiwerk van Loes Veenstra uit de 2e Carnissestraat (2012), een korte blik op de wereld zoals die óók is, onooglijk, nederig, beperkt en arm, maar met een waardigheid die door de kunstenaar glans krijgt, tijdelijk.

Sommige kunstenaars graven toch dieper. Er is een vernuftig project van Paolo Cirio dat eigenlijk vooral onderzoeksjournalistiek is: hij achterhaalde tweehonderdduizend brievenbusfirma’s op de Kaaimaneilanden en maakte die beschikbaar voor iedereen (loophole4all.com), zodat wij allemaal onze factuurtjes uit een belastingparadijs kunnen gaan sturen. De meest concrete en meest inspirerende ‘werken’ staan echter, als oude SP-activisten, met beide benen op de grond, in de wijk. De grote presentatie van de projecten uitgevoerd door Jeanne van Heeswijk in de Afrikaanderwijk in Rotterdam is nauwelijks meer een kunstwerk te noemen; het is een omvangrijke visualisatie van economische en sociologische data die in die wijk verzameld werden. Een onderzoek naar het functioneren van de lokale dagmarkt, bijvoorbeeld, of de manier waarop oude politieverordeningen het ondernemersverkeer frustreren geven concreet inzicht in economische waarden en hun werking in het hier en nu. Ze tonen tenminste concreet wat de burger, de social designer, de activist, de politicus of zelfs de kunstenaar te doen staat. >

Gelukkig ondervraagt de tentoonstelling ook zichzelf, door middel van een geestig werk van Jonas Lund, Projected Outcomes: op een groot doek schreef hij alle kostenposten en alle subsidiestromen uit het kasboek van de tentoonstelling. Kosten: tachtigduizend euro. Dat is de prijs. De waarde dient anders te worden uitgedrukt, neem ik aan.


The Value of Nothing, t/m 16 november, TENT, Rotterdam, tentrotterdam.nl. Aan het project zijn ook andere activiteiten verbonden, zoals Breaking the Bank, waarin academici, journalisten en studenten van de Erasmus University College het vraagstuk verder onderzoeken


Beeld: Jeanne van Heeswijk, Afrikaanderwijk Cooperatie. The Value of Nothing in TENT (Aad Hogendoorn).