Wat te doen tegen jihadisten?

Stills van geknielde westerlingen naast de IS-beul dwingen tot harde maatregelen tegen jihadisten op Europese bodem. Maar hoe pak je dit fenomeen aan zonder de rechtsstaat aan te tasten en een veelkoppig monster te creëren?

Medium commentaar 38 2014 jihadisten

Dit duivelse dilemma speelt al langer vanwege de aantrekkingskracht van Syrië op buitenlandse radicale islamisten. De snel oprukkende strijd in Irak heeft het geworstel met de juiste aanpak nu op scherp gezet. Steun aan IS, dat evident moordend, stelend, verkrachtend en plunderend de islamitische heilstaat verovert op burgers en soldaten, gaat niet samen met morele tolerantie en juridisch gezwalk. En dan wordt het lastig: welke wetgeving zet je in, bestaande of nieuwe?

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) veroorzaakte vooral onduidelijkheid. Tijdens het Kamerdebat over de maatregelen tegen jihadisten stuitte zijn voorstel om de reisgegevens van alle Nederlanders op te slaan en jihadisten het paspoort zonder tussenkomst van de rechter af te nemen op weerstand: het schaadt buitenproportioneel de privacy en rechten van alle burgers. Opstelten droop af. Een week later al stond zijn plan in een ander daglicht. In een reactie op de aanpak in Duitsland, afgelopen vrijdag, waar die dag een verbod op IS was uitgevaardigd, werd hem gevraagd of dat in Nederland ook gaat gebeuren. Hij zei toen dat IS in Nederland al geldt als een verboden terreurorganisatie, zoals hij dat zelf de dinsdag daarvoor had geformuleerd in zijn antwoorden op Kamervragen. De verwarring is er niet minder op geworden.

Ook het stevige plan van de Duitsers is omgeven door controverse. ‘We moeten voorkomen dat islamisten de jihad naar onze straten brengen’, zei de minister van Buitenlandse Zaken bij de presentatie van nieuwe wetgeving die iedere betrokkenheid – wapperen met vlaggen, demonstreren, steun betuigen op sociale media, collecteren voor het kalifaat – bij IS strafbaar stelt. Tegelijk zat zijn collega op Justitie flink in zijn maag met de gevolgen van de wetgeving. Er lopen 140 onderzoeken naar teruggekeerde IS-Duitsers, terwijl de grenzen van de capaciteit van het Openbaar Ministerie in zicht zijn. ‘We hebben te maken met een heel nieuw fenomeen, kant-en-klare antwoorden zijn er niet’, aldus de justitieminister, die liever zoekt naar alternatieve wegen. ‘De overheid moet strijders helpen het extremisme af te zweren en helpen te integreren in de Duitse maatschappij. Onder de terugkeerders zijn er mogelijk die terreur willen afzweren omdat ze tot inkeer zijn gekomen.’

De ene afgedropen jihadist is inderdaad de andere niet, zo blijkt uit een artikel deze week in De Groene, en dat zou een gedifferentieerde aanpak kunnen opleveren. Spijt belonen en diehards die blijven dromen van een martelaarsdood – en daarmee in potentie een gevaar zijn voor de samenleving – streng aanpakken. Alleen, hoe bepaalt een rechter wie werkelijk wie is? Een teruggekeerde IS-strijder heeft bovendien deelgenomen aan een terroristische organisatie en daar staat straf op, zoals een crimineel in de rechtszaal ook niet wegkomt met berouw en beloften van beterschap.

Smoor je radicalisme met een harde aanpak in de kiem of wakker je het aan – het is gissen. Wel is duidelijk dat de relatieve mildheid waarmee Syriëgangers tot nu toe zijn benaderd niet heeft geleid tot een afname van het Europees jihadisme. In de woestijn staat ondertussen de volgende kandidaat klaar bij het hakblok. De verontrustende symboliek zal niemand ontgaan: zijn hoofd moet eraf, terwijl de beul zijn gezicht bedekt.