Van zeemonster tot ambassadeur

Wat vertelt de orka ons?

Normaal gesproken vormt de killer whale geen gevaar voor de mens, maar na ‘aanvallen’ op zeilboten voor de Portugese kust vroegen we ons af: is de orka uit op wraak? En zo ja, kun je het hem kwalijk nemen?

Het klinkt misschien vreemd, maar kon het zijn dat de orka boos is op de mens? Voor de kust van Spanje en Portugal hadden orka’s urenlang schippers achtervolgd, ze doken onder de romp, ramden met hun kop tegen het roer en lieten de zeilboot rondtollen, tot schrik van de opvarenden. De ontvangers van het eerste mayday-bericht moeten gedacht hebben dat het om een flauwe grap ging: een orca attack? Daar hadden ze nog nooit van gehoord. Dat nieuwsgierige walvissen een kijkje komen nemen bij boten en in een baldadige bui een beuk kunnen uitdelen, is niets nieuws, maar hier leek iets anders aan de hand. ‘Scientists baffled,’ kopte The Guardian.

Dit is verhaal is ook te beluisteren

Misschien waren de orka’s gestrest vanwege het lawaai van vrachtschepen, opperden walviswetenschappers. Begin dit jaar was er door de lockdown even wat minder scheepsverkeer, maar die rust was voor de orka’s helaas van korte duur. Of wellicht protesteerden ze tegen de tonijnvissers die hun voorkeursvoedsel wegkapen en in wier netten ze verstrikt raken. Het is niet ondenkbaar dat orka’s beseffen dat het aan de inhaligheid van de mens te wijten is dat ze honger lijden. Een neurowetenschapper die het orkabrein had bestudeerd verklaarde: ‘Als je me vraagt of orka’s het cognitieve vermogen hebben om opzettelijk iemand aan te vallen, of om boos te zijn, dan is het antwoord: ja.’

De Orcinus orca is vernoemd naar Orcus, de Romeinse god van de onderwereld en boodschapper van de dood – een killer whale, al vormen ze voor mensen normaal gesproken geen gevaar. In het Nederlands heet hij ook wel zwaardwalvis, vanwege de imposante rugvin die bij mannetjes wel twee meter lang kan worden. Ze zwemmen in elke oceaan, in de Noordzee, bij de Canadese westkust, van onder het zuidelijkste puntje van Patagonië tot boven het noordelijkste puntje van Noorwegen en in elke zee gebruiken ze een andere jachttechniek om tonijn, zalm, haring, haaien, zeehonden, pinguïns of potvissen te vangen. In hun wereld zijn vrouwen de baas, blijven families bij elkaar en leven verschillende gemeenschappen met een eigen taal en cultuur doorgaans vreedzaam naast elkaar.

Redenen om boos te zijn hebben orka’s genoeg: ze zien de visvoorraden slinken, waardoor ze verzwakt raken en vaker miskramen krijgen; ze voelen het water warmer worden, waardoor het ecologische evenwicht verstoord raakt; en omdat ze zich aan de top van de maritieme voedselpiramide bevinden, hopen giftige chemicaliën die ooit werden gebruikt in verf en gloeilampen zich op in hun lichaam, waardoor ze onvruchtbaar raken. De orkapopulatie in de Straat van Gibraltar is volgens biologen vrijwel zeker gedoemd te verdwijnen.

Ineens klinkt die ogenschijnlijk onwetenschappelijke gedachte zo vreemd niet meer: waren deze orka-aanvallen een noodkreet? Misschien zelfs een wraakactie?

Op tweejarige leeftijd werd de orka die later wereldfaam zou vergaren als Tilikum uit het water getakeld voor de kust van IJsland. Met bommen en netten hadden vissersschepen de walvissen in een ondiepe baai gedreven en terwijl bonkige zeelieden de jonge orka’s op een drager bonden, maakten hun moeders hartverscheurende geluiden. Een van de mannen begon te huilen, maar hij stopte niet met werken. Dertig jaar later vindt hij het nog steeds het ergste wat hij ooit heeft gedaan, vertelt hij in de documentaire Blackfish (2013).

De orka werd gekocht door een zeezoogdierenpark in Canada, waar hij zijn artiestenaam kreeg. Tilikum kwam terecht in een betonnen bak met soortgenoten die hij niet kon verstaan omdat ze een andere taal spraken, en die hem aanvielen, omdat de walvissen die in zee 160 kilometer op een dag kunnen zwemmen, gevangen zaten in een aquarium dat kleiner is dan een voetbalveld. Na een incident waarbij een trainer om het leven kwam, verhuisde Tilikum in 1992 naar een SeaWorld-park in Florida. Zijn rugvin was toen al gebogen. Bij de rondleidingen zeiden de dolfinariumgidsen dat dat normaal was voor een mannetjesorka, maar in het wild komt zoiets nauwelijks voor. Ze vertelden bezoekers dat orka’s zo’n 25 jaar oud worden, maar in de open oceaan leven ze meer dan twee keer zo lang.

De trainers vonden ‘Tilly’ nieuwsgierig en vrolijk. Ze dachten dat de orka blij was om hen ’s ochtends te zien, al wisten ze niet of dat nou kwam doordat hij eenzaam en hongerig was, of omdat hij hen aardig vond. Ze maakten zichzelf wijs dat ze de orka kenden, dat ze een speciale band hadden opgebouwd. Ze drukten hun neus tegen die van Tilikum, haakten hun handen achter zijn vin en plantten hun voeten op zijn snuit om zich omhoog te laten duwen in het water. Ter beloning wierpen ze vis in zijn bek. Als ’s avonds het publiek verdwenen was en de lichten uitgingen bleef Tilikum achter in het bassin.

Op een woensdagmiddag, begin 2010, voerde Tilikum een show op die hij al zo vaak had opgevoerd dat hij de trucjes – salto’s, buikschuivers, pirouettes – onderhand wel kon dromen. Maar deze keer had Tilly een fluitje gemist en een rondje te veel gezwommen terwijl hij met zijn flipper naar het publiek zwaaide. Voor straf werd hij genegeerd. De orka wist dat de vis bijna op was omdat hij het ijs op de bodem van de emmer kon horen rammelen.

Net als altijd was er ter afsluiting van de sessie een ‘rustmoment’ waarbij de trainer naast de walvis komt liggen om hun band te versterken. Daar ging het mis. Geschrokken toeschouwers bedekten de ogen van hun kinderen toen ze zagen hoe Tilikum zijn tanden in de arm van Dawn Brancheau zette en haar onder water sleurde. In de documentaire zegt een oud-collega van de overleden trainer: ‘Het begon misschien als spel of uit frustratie en escaleerde in bijzonder gewelddadig gedrag. Uiteindelijk heeft hij die arme meid volkomen verminkt.’

Na het fatale voorval vroeg men zich af: was dit een ongelukje? Was het agressie? Was de orka getraumatiseerd door al die jaren in gevangenschap en beet hij nu van zich af? En zo ja, kon je het de orka kwalijk nemen? Voorafgaand aan elke show stelde een SeaWorld-trainer de toeschouwers gerust door te bezweren dat de orka’s de kunstjes uitvoerden omdat ze het leuk vinden, niet omdat ze gedwongen werden, maar stiekem wisten ze wel beter.

De film die de grootste invloed heeft gehad op mijn kinderjaren was zonder twijfel Free Willy. Ik kreeg de videoband van mijn moeder, als goedmakertje voor haar soloreis naar Australië waar ze, tot mijn jaloezie, échte walvissen had gezien. Bij thuiskomst liet ze foto’s zien waarop ik in de verte een paar staartvinnen kon ontwaren. Ik kon me alleen maar inbeelden hoe magisch het geweest moest zijn om in de nabijheid van zulke zeereuzen te verkeren. Als ik later groot was, zou ik dolfijnentrainer worden. In het Dolfinarium Harderwijk keek ik vol ontzag toe hoe de mannen en vrouwen met elegante armbewegingen de zeedieren dirigeerden. Ik bewoog mijn vinger over het glas van de bassins en was verrukt als een dolfijn oogcontact met me maakte.

Pas toen we orka’s opsloten konden we ze van dichtbij bestuderen en ontdekten we dat veel vooroordelen onterecht waren

Helemaal gefascineerd raakte ik door de grootste dolfijnsoort op aarde; Willy combineerde de vrolijke speelsheid van Flipper met de vervaarlijke kracht van de haai uit Jaws. Op mijn slaapkamerwand verscheen een muurschildering van twee orka’s (moeder en kind) en op school hield ik spreekbeurten over deze ware koning van de oceaan.

Dit is wat me zo’n 25 jaar later nog bijstaat van de Free Willy-trilogie:

  • De opstandige Jesse, verlaten door zijn moeder, die met een graffitispuitbus het dolfinarium insluipt en terugdeinst wanneer de machtige walvis opdoemt achter het glas.
  • De even opstandige Willy, losgerukt van zijn familie, die zich weigert te voegen naar zijn rol als circusdier.
  • De wijsheden van Randolph, de inheemse Amerikaan voor wie orka’s een spirituele kracht symboliseren.
  • De melancholische melodie uit Jesse’s mondharmonica die een snaar raakt bij de orka.
  • Willy achterop een aanhangwagen, onderweg naar de zee, naar de vrijheid, terwijl Jesse hem nat probeert te houden met een tuinslang.
  • Jesse’s tranen wanneer zijn vriend eindelijk het ruime sop kan kiezen.
  • De met dennenbos omzoomde baaien waar de glimmend zwarte rugvinnen van een groep wilde orka’s de waterspiegel doorklieven.
  • De schurken van de oliemaatschappij die de zee vervuilen en de bevrijde walvis opnieuw willen vangen.
  • Willy die met Jesse op zijn rug onder de brandende golven door duikt.
  • Het oog van Willy waarachter een complete wereld lijkt schuil te gaan.
  • De troost die Jesse bij Willy vindt.

Na het zien van de films maakte ik nieuwe carrièreplannen: ik wilde niet medeplichtig zijn aan de gevangenschap van zulke slimme dieren en besloot dat zeebioloog een geschikter beroep was. ’s Nachts droomde ik over ontmoetingen met wilde walvissen en overdag zette ik acties op touw om de orka te beschermen. Zoals zoveel kinderen wilde ik Willy ook in het echte leven bevrijden.

Niet eens zo lang geleden stond de zwaardwalvis bekend als een gevreesd roofdier, een bloeddorstige killer waar je als mens ver bij uit de buurt moest blijven. En mocht je als visser onverhoopt toch een groep tegenkomen, dan kon je maar beter zorgen dat je een machinegeweer of harpoenen aan boord had om dit gevaarlijke plaagdier te lijf te gaan. In 1954 riepen IJslandse haringvissers de hulp in van de Amerikaanse marine om de ‘woeste zeekannibalen’ die hun vangst oppeuzelden en hun netten beschadigden af te knallen. ‘De zee kleurde rood van het bloed’, schreef een journalist destijds.

Dit citaat komt uit het boek Orca: How We Came to Know and Love the Ocean’s Greatest Predator, van historicus James M. Colby. Colby’s vader verdiende zijn geld met het vangen van orka’s. Het is geen beroep waar je vandaag met trots over vertelt, maar zo’n vijftig jaar geleden was de orkahandel een bloeiende industrie in het noordwesten van de Verenigde Staten. En hoewel Colby de dieronterende praktijk niet mooier maakt dan het was, laat hij ook zien hoe dolfinaria hebben bijgedragen aan de omarming van de orka, want, zoals David Attenborough al eens opmerkte: ‘No one will protect what they don’t care about; and no one will care about what they have never experienced.’

Pas toen we orka’s opsloten konden we ze van dichtbij bestuderen en ontdekten we dat veel vooroordelen onterecht waren. Waaghalzen lieten zich in het water zakken bij het verschrikkelijke zeemonster en konden er tot veler verrassing over navertellen. Orka’s leken zelfs plezier te hebben in de interactie met mensen. Doordat het publiek in waterparken kennismaakte met de ster van de spectaculaire shows, veranderde de reputatie van de orka. De moordenaar werd een beminnelijk dier.

Colby vertelt het verhaal van Skana, de orka in het aquarium van Vancouver die diende als proefdier voor psychologen. Hun test was simpel: de walvis moest het onderscheid maken tussen een paneel met een enkele lijn en een paneel met twee lijnen. Gaf de orka het juist antwoord, dan kreeg ze haring als beloning. Het duurde even, langer dan bij de dolfijnen, voordat Skana het doel van het experiment begreep, maar toen ze het eenmaal doorhad haalde ze een vrijwel perfecte score.

Totdat Skana, na wekenlang dezelfde opdracht te hebben uitgevoerd, opstandig werd. Ze krijste het uit, sloeg met haar borstvinnen op het wateroppervlak en weigerde mee te werken. De psycholoog laste een pauze in en toen hij later terugkwam om het experiment te hervatten gebeurde er iets opmerkelijks: Skana begon consequent het verkeerde antwoord te geven. De onderzoekers stonden voor een raadsel: waarom zou een dier zichzelf een beloning onthouden? Het leek wel of Skana verveeld en gefrustreerd was geraakt en daarom bewust de test saboteerde. Voor de psycholoog was het een ‘transformerende’ ervaring, vertelt hij tegen Colby, ‘want dit betekende dat ik te maken had met een organisme waarvan ik het gedrag alleen kan verklaren als ik aanneem dat het een soortgelijk denkproces heeft als ikzelf’.

Orka Morgan in gevangenschap in het Dolfinarium Harderwijk, 2010 © Marcel Antonisse / ANP

Langzaamaan kwamen we tot het besef dat de theorieën van de verlichte filosofen die beweerden dat de mens het enige dier is met een ziel en hij met alle niet-mensen zonder gewetenswroeging kan doen en laten wat hij wil, aan herziening toe was. We begonnen ons te bekommeren om het lot van de zeezoogdieren die we eeuwenlang hadden gebruikt als voedsel, brandstof of medicijn en die daardoor met uitsterven bedreigd waren geraakt. Actievoerders in rubberen bootjes probeerden walvisvaarders de pas af te snijden en kregen waterkanonnen op zich gericht. Natuurbeschermers verklaarden bereid te zijn te sterven om het leven van walvissen te beschermen.

Met speciale sonarapparatuur vingen biologen walvisgesprekken op en converteerden die naar een golflengte die geschikt is voor het menselijk oor. De lp Songs of the Humpback Whale werd een internationale bestseller. In haar boek The Moon by Whale Light (1991) schrijft de Amerikaanse essayist Diane Ackerman: ‘Walvissen hebben de grootste hersenen op aarde, niet minder complex dan die van ons. Ze hebben cultuur, ze hebben taal. Ze zingen liederen die regels volgen die we kennen uit de klassieke muziek. Waar gebruikt het wezen met het grootste brein op aarde dat voor? Waarom zingt het? Wat betekenen hun liederen? Bijna alle kennis over walvissen is een prikkelend mysterie.’

Ecologen merkten hoe onmisbaar walvissen zijn in het complexe oceanische voedselweb toen het kelpwoud ten zuidwesten van Alaska te lijden had onder een overvloed aan herbivore zee-egels. Door de industriële walvisjacht was de populatie potvissen in de regio flink afgenomen en die was nu net de favoriete maaltijd van de plaatselijke orka’s. Bij gebrek aan walvisprooi begonnen de orka’s op zee-otters te jagen en omdat die een van de weinige natuurlijke vijanden waren van zee-egels, kregen de kelp-etende egels vrij spel, waardoor het onderzeese zeewierbos aftakelde.

Op internationale conferenties sloten landen verdragen om de walvisjacht te staken, en dat hielp: de populatie van vinvissen, noordkapers, grijze walvissen en bultruggen herstelde zich. ‘Walvissen bewezen de soevereiniteit en veerkracht van de natuur’, schrijft de Australische journalist Rebecca Giggs in haar boek Fathoms: The World in the Whale. ‘Walvissen gaven mensen aanleiding om na te denken over het feit dat welwillende regeringen konden samenwerken, dat industrieën konden worden tegengehouden en dat de bescherming van verwondering een waarde was die over de hele planeet werd gedeeld.’

Keiko, zoals Willy in het echt heette, was een mediagenieke ambassadeur voor walvisbeschermers. Ieder kind dat Free Willy had gezien vond dat de hoofdrolspeler hetzelfde lot verdiende als de zwaardwalvis in de film. Hun campagne had succes: Keiko werd vrijgelaten, al is het achteraf de vraag of ze hem er werkelijk een plezier mee deden. De orka vond geen aansluiting bij zijn soortgenoten, was na 22 jaar gevangenschap verleerd hoe te jagen en wanneer toeristen langs vaarden zwom hij hun boten tegemoet. Om te voorkomen dat Keiko verhongerde, voerden verzorgers hem bevroren haring. De totale operatie kostte meer dan twintig miljoen dollar en kende een minder fraai einde dan het Hollywood-verhaal. Vijf jaar nadat hij was uitgezet in de oceaan overleed Keiko op 26-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking. In The New Scientist verscheen een artikel met de titel: ‘Why freeing Willy was the wrong thing to do’.

‘De les die walvissen ons leren is dat je een complex brein kunt hebben, zonder dat het uitmondt in de dood van de planeet’

De staatssecretaris die een kijkje kwam nemen in het Dolfinarium, een man die tijdens zijn ambtstermijn het economische belang steevast liet prevaleren boven de natuur, vond dat Morgan ‘een intelligente blik’ had. In 2010 was de jonge orka terechtgekomen in Harderwijk, nadat ze verzwakt en verweesd was aangetroffen in de Waddenzee. Het Dolfinarium had ik sinds mijn kindertijd gemeden, maar nu twijfelde ik: was dit geen uitgelezen kans om eindelijk een echte orka te zien? Kon ik mijn principiële bezwaren niet opzijzetten, in de wetenschap dat Morgan niet gevangen was, maar gered?

Ik dacht terug aan de betoverende beelden in Free Willy 2 (mijn favoriete deel), van Willy en zijn familie in hun natuurlijke omgeving, en besloot te wachten op een kans om zo’n scène ooit in het echt te mogen aanschouwen.

Morgan was niet de eerste orka die ooit in Harderwijk verbleef. In 1968 betaalde het Dolfinarium zestienduizend dollar voor een primeur: een zwaardwalvis die bij Vancouver Island aan land was gebracht werd per boot, vrachtwagen en vliegtuig naar Schiphol vervoerd, om na een reis van meer dan zestig uur in totaal te water te worden gelaten als allereerste orka in een Europees aquarium. In het Polygoonjournaal zei de presentator: ‘De orka is berucht om zijn agressiviteit en zijn vraatzucht, maar in gevangenschap toont hij of zij zich een uiterst lief dier.’ ‘Tula’ was direct een publiekstrekker en werd klaargestoomd voor deelname aan de dolfijnenshow, maar zover zou het nooit komen: twee maanden na aankomst in Harderwijk werd Tula dood aangetroffen op de vloer van het bassin.

Om Morgan een soortgelijk lot te besparen moest ze wegblijven uit Nederland, daarover was iedereen het wel eens, maar over haar nieuwe bestemming ontspon zich een felle strijd. De orka moest terug naar open zee, zeiden actievoerders, waar walvissen thuishoren. Morgan vrijlaten zou haar doodvonnis betekenen, vreesden de Dolfinarium-biologen: zonder familie kon ze onmogelijk overleven in het wild. Burgers demonstreerden, politici debatteerden en advocaten procedeerden over de orka die uiteindelijk werd vervoerd naar een waterpark op Tenerife, waar ze samen met haar in gevangenschap geboren baby nog altijd optreedt voor publiek. Na afloop van een show in 2016 bleef Morgan minutenlang bewegingsloos op het droge liggen. Volgens dierenrechtenactivisten was dit een zelfmoordpoging.

De website van de touroperator belooft ‘een memorabel avontuur’ – als we geluk hebben tenminste, want een garantie op het spotten van wilde walvissen valt nu eenmaal niet te geven. De omstandigheden zijn in ieder geval goed, vertelt de kapitein terwijl we de haven verlaten: in december trekken geregeld grijze walvissen langs de kust van Californië, vanuit hun arctische voedergebied op weg naar hun winterverblijf in Mexicaanse wateren. Een dag eerder is er in de buurt ook een groep orka’s gesignaleerd. Bij die terloopse mededeling overvalt me een vlaag van kinderlijke opwinding.

Na een half uur varen cirkelt een groepje dolfijnen behendig rond onze boot. Even verzet ik me tegen het kuddegedrag van de toeristen die het tafereel met camera’s vastleggen, omdat ik dit moment wil ervaren zonder tussenkomst van een scherm, maar al gauw grijp ik toch naar mijn telefoon, omdat ik dit ‘memorabele avontuur’ na afloop wil kunnen herbeleven. (Later zie ik dat ik in alle commotie mijn vinger voor de lens hield.)

‘Wooooaaah, yeaaah!’ Het geluid dat opstijgt wanneer we de eerste walvisstaart boven de golven zien uitsteken laat zich nog het beste omschrijven als gejuich. Onze gids deelt wetenswaardigheden over deze walvissoort, maar de meeste informatie gaat langs me heen. Geconcentreerd speur ik de zeespiegel af, op zoek naar de nevelwolken die de locatie van de groep grijze walvissen verraden. Elke keer dat er een boven water komt veer ik op. ‘De ontmoeting met een walvis kan een golf van ontzag opwekken, een suggestie van nieuwe werelden die voor onze wereld verborgen zijn’, schrijft Rebecca Giggs in Fathoms. Zou het te laat zijn om me te laten omscholen tot zeebioloog?

Orka’s hebben we die dag niet gezien en hoewel ik onder de indruk ben van de majestueuze grijze walvissen kan ik een licht gevoel van teleurstelling niet onderdrukken. ’s Avonds kijk ik naar filmpjes van spontane ontmoetingen met orka’s: ze glijden ondersteboven vlak onder het wateroppervlak, hun witte buik scherp afstekend tegen de donkere golven. Dit zijn de kunstjes die de orka doet omdat hij het wil, niet omdat het moet. Die nacht droom ik de dromen uit mijn jeugd.

Zeventien dagen en meer dan vijftienhonderd kilometer zwom orka Tahlequah met haar doodgeboren kind. Ze balanceerde het levenloze kalf op het puntje van haar neus, net zo lang totdat het lichaam begon te ontbinden. De demonstratie van rouw bleef niet onopgemerkt. Een politicus uit Amerika twitterde: ‘De recente, tragische dood van het orkakalf is hartverscheurend en we voelen allemaal de pijn van de moeder en haar groep.’

Opnieuw waren de wetenschappers verbaasd geweest: ze wisten wel dat orka’s uiting konden geven aan verdriet, maar dat het rouwproces zo lang duurde was ongekend. Ze maakten zich zorgen over Tahlequahs gezondheid, zowel fysiek als mentaal. Sommige mensen opperden dat de orka ons iets duidelijk probeerde te maken, dat ze ons wilde confronteren met de verwoestende gevolgen van ons gedrag, want we mogen de harpoenen dan hebben opgeborgen, de indirecte gevolgen van de menselijke consumptiedrang zijn niet minder schadelijk voor het onderwaterleven.

‘Walvissen zijn de hoeders van ons geweten, ze herinneren ons eraan dat de oceanen bedreigd worden’, zegt Roger Payne, een bioloog die zijn hele leven ‘het nauwe pad bewandelt tussen de walviswereld en de mensenwereld’, in Ackermans The Moon by Whale Light. ‘De les die walvissen ons leren is dat je een complex brein kunt hebben, zonder dat het uitmondt in de dood van de planeet.’

Afgelopen zomer werd bekend dat Tahlequah weer zwanger was en opnieuw leefden mensen over de hele wereld mee. Zou het haar, na drie miskramen sinds 2010, eindelijk lukken om een nieuw lid toe te voegen aan de orka-familie in de Stille Oceaan? Begin september kwam het verlossende bericht: baby J-57 was geboren en hij maakte het goed, al waarschuwden walvisonderzoekers direct dat we niet te vroeg mochten juichen: door een gebrek aan chinookzalm, de belangrijkste prooi in de regio, overlijdt ongeveer veertig procent van de orkakalfjes voordat ze de volwassenheid bereiken.

In de trailer van de film Orca (1977), over een zwaardwalvis die een walvisjager achternazit, zegt de voice-over: ‘In sommige opzichten zijn orka’s misschien wel intelligenter dan mensen. Ze blijven hun hele leven lang trouw aan een partner. Het zijn voorbeeldige ouders, beter dan veel mensen. En net als mensen hebben ze een diepgeworteld instinct voor wraak.’ Ik stel me zo voor dat menig bioscoopbezoeker de orka aanmoedigde, verbolgen als ze waren door de wreedheid van de mens.

Na de berichten over ‘orka-aanvallen’ voor de Portugese kust, betrapte ik mezelf in ieder geval op een dergelijke reflex. Niet omdat ik geloofde dat de orka een moordlustige agressor is, maar omdat ik ergens meende dat onze soort een lesje in nederigheid verdient. Ik likete iemand die op Twitter gekscherend suggereerde dat de orka’s klassenbewustzijn hebben bereikt en medestrijders zijn geworden tegen kapitalistische inhaligheid. Ze schreef: ‘Seeing wild orcas was a top ten life experience for me, moved me to tears, and thus I hope these guys sink all the fucking boats in portugal.’

De werkelijkheid is een stuk minder spannend. Na uitvoerig onderzoek kwamen wetenschappers tot de conclusie dat de orka’s vermoedelijk gewoon wilden spelen, zo lees ik op de website van de bbc. Dit was geen agressie maar onbesuisd gedrag van drie nieuwsgierige orkapubers – zwarte Gladis, grijze Gladis en witte Gladis – die hun eigen kracht niet kennen. In plaats van een aanval spreken de onderzoekers liever over een ‘interactie’. Ja, het had best gekund dat de orka’s boos zijn op ons, ze zijn er slim genoeg voor en als we eerlijk zijn hebben ze er ook alle reden toe. Maar waarschijnlijk is dat niet het geval. Misschien zegt onze vrees voor wraakzuchtige orka’s uiteindelijk meer over onszelf dan over deze walvissen die – in de woorden van Randolph uit Free Willy – ‘al naar de sterren keken toen de mens nog niet bestond’.