Wat vertelt het geld

In de internationale politiek is het net als net als met het huishoudboekje. Mensen vinden over het algemeen heel veel dingen gewichtig en belangrijk, zeker wanneer ze daarover praten met andere mensen; voor een helderder beeld van hun werkelijke prioriteiten helpt een blik in hun rekeningoverzicht. Op dezelfde manier kunnen we een helder beeld krijgen van welke regeringen de financiële crisis het meest bedreigend vinden: dat zijn zij die er het meeste geld tegenaan gooien.

Een overzicht van de verschillende reddingspakketten over de wereld leert dan een simpele les: Europa ligt er nog niet echt wakker van; de Verenigde Staten, China en Japan doen dat wél, en de grootste paniek zit bij de landen die in de afgelopen jaren het idee kregen dat ze het decadente, slome en arrogante Westen eindelijk te pakken hadden.
Het overzicht (zie de link onderaan, gemaakt voordat de VS afgelopen week een nieuw stimuleringsplan van 1,2 biljoen dollar aankondigden) leert dat Amerika de helft uitgeeft van alle stimuleringsplannen ter wereld. De landen van de Europese Unie, met een gezamenlijke economie die grofweg even groot is als de Amerikaanse, gaven acht keer zo weinig uit. De Chinezen en Japanners spendeerden het dubbele van de Europeanen, terwijl Rusland en Brazilië (in economische termen beide tien maal zo klein als de EU) elk ongeveer eenzelfde bedrag tegen de dreigende economische inzakking aansmeten. En de ‘motor van Afrika’, Zuid-Afrika, heeft relatief het meest besteed.
Bij het overzichtje moeten wel wat voetnoten worden geplaatst, bijvoorbeeld dat Europese landen zich wel voor heel veel geld hebben verplicht aan bankgaranties. Maar de hoofdconclusie blijft overeind: Europa is nog niet echt bang. Dat sluit aan bij een onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB), dat vorige week concludeerde dat Nederlanders zich niet al te grote zorgen maken. Misschien is het de rust van de ervaring: de regeringen en burgers van landen die eeuwenlang het centrum van de wereldeconomie vormden, laten zich niet gek maken door een dipje hier en daar. Of misschien is het slome, decadente apathie: zoals het dikke konijn dat verstijfd in het licht van de autokoplampen blijft zitten. Als we straks niet snoeihard door de bumper worden geschept, hebben we kennelijk gelijk gehad. Of misschien raasde het gevaar rakelings langs ons heen, terwijl we alleen konden denken aan wat we allemaal nog op wilden knabbelen: ignorance is bliss.

Het overzicht, op economie-discussiesite voxeu.org