Wat werkelijk telt

Jack Kerouac
On the Road
Penguin Modern Classic, 280 blz., € 11,95

Bob Dylan
Chronicles Volume One (2004)

De held uit de Amerikaanse autobiografische roman heeft lucht nodig. Zijn leven speelt zich af in de grote stad, New York of Chicago, die hij regelmatig ontvlucht om te zwerven en talloze geschifte figuren te ontmoeten. Het oermodel is Jack Kerouacs On the Road uit 1957. Voor sommigen heeft het boek de tijd slecht doorstaan. Graa Boomsma kwalificeerde de Nederlandse vertaling in De Groene Amsterdammer in 1995 als ‘vormeloos, zeurderig, eentonig, chaotisch, oppervlakkig’, en sprak van ‘los zand in een doodlopende straat’. De vormeloosheid verraadt echter de nerveuze onrust van de personages en hun onwil om zich aan de geordende samenleving van hun ouders aan te passen. De roman wordt zo een experimentele zoektocht naar een nieuwe stijl, en een verwerping van de strakke kaders van het neorealisme waarmee schrijvers als John Steinbeck en Nelson Algren naam maakten. Kerouac geeft zich over aan een visionair beeld dat gevoed wordt door de oneindige landschappen van de VS, de wegen die het land doorkruisen, de sterrenhemel boven spookachtige steden. De literaire uitgestrektheid van zijn roman is ook innig verbonden met de stream of consciousness: gedachten ontstaan, schijnbaar willekeurig, via associaties, wat het chaotische effect versterkt. On the Road werd in drie weken geschreven en is daardoor bijna hijgerig. Het is een opgewonden verslag van het leven van de stichters van een subcultuur, de verheerlijking van wat werkelijk telt: seks, muziek en drugs. Je moet de roman niet in vertaling lezen, omdat je dan de slang mist, de kleur van Kerouacs dialogen, zijn vermogen om de ontregeling en ontaarding van emoties in taal om te zetten. On the Road is een roman die nog steeds telt. Bob Dylan heeft ooit gezegd dat het boek zijn leven heeft veranderd, en het werd zijn eigen bijbel. Kerouacs stem klinkt door in zijn Chronicles Volume One (2004), terecht geprezen als een van de mooiste werken van de beginnende eeuw. Daar waar Kerouac de grenzen van zijn vrijheid aftastte en tegen de American Dream aanschopte, laat Dylan zien hoe hij zijn weg vindt door op een nieuwe manier gebruik te maken van alles wat al gezegd, gezongen en geschreven is. Ook hij vertelt over de begintijd in New York en de ontmoetingen die hem gevormd hebben, de muziek, de vrouwen, ook hij gaat er weg om er terug te keren. Maar in tegenstelling tot Kerouac, die ondanks zijn verlangen om niets te versluieren nooit dichtbij is, laat Dylan de lezer toe in de kern van zijn persoonlijkheid: daar waar creativiteit wordt geboren, waar de enorme brij aan woorden, representaties en geluid door elkaar wordt gehusseld en opnieuw bewerkt tot iets nieuws en volstrekt unieks. Wat hem met Kerouac verbindt is de intensiteit van het schrijven, de compromisloosheid, het vermogen om de tijdgeest te incarneren en de dwingende noodzaak tot scheppen die zij beiden voelen. Dylan en zijn voorganger hebben dezelfde rechtstreekse stijl en grillige woordkeus. Wat hen onderscheidt is dat Kerouac gedreven wordt door destructiedrang, en Dylan de bouwer is van een nieuwe verbeelding. Pas met hem begonnen de tijden echt te veranderen.