Het verbod op wilde circusdieren

Wat wil Buba zelf?

De kwestie Buba, de verboden circusolifant die toch mag blijven, laat zien hoe we worstelen met het dier in ons midden. Betekent de zorg om dierenwelzijn dat dieren uit circussen, dierentuinen en onze nabijheid moeten verdwijnen?

Beringe, 30 november 2020, Buba en Lutz Freiwald © Marcel van den Bergh / ANP

Ze schrijdt haar tent uit, majestueus zoals alleen een olifant dat kan. Omdat ze mij niet kent, komt ze in een rechte lijn op me af. Ze besnuffelt me uitgebreid met haar slurf en probeert mijn tas open te maken. Nooit eerder stond ik zo dicht bij een olifant, zonder hek ertussen. Tot mijn verbazing is het niet intimiderend. Buba’s kalme bewegingen stralen rust en vertrouwen uit.

Buba is waarschijnlijk dankzij stropers in Zimbabwe op haar tweede wees geworden en in de jaren zeventig in Europa terechtgekomen. ‘In die tijd vonden dierenbeschermers het een goed idee als zulke olifanten werden ondergebracht in circussen en dierentuinen’, zegt circusdirecteur Lutz Freiwald, die Buba al bijna dertig jaar verzorgt.

De tijden zijn veranderd: sinds 2015 is het in Nederland verboden om ‘wilde’ circusdieren te laten optreden en te vervoeren. Freiwald had sindsdien een ontheffing van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die telkens werd verlengd terwijl hij zocht naar een geschikte opvangplek voor Buba. ‘Met pijn in mijn hart, want ik heb altijd gewild dat ze bij ons bleef.’

Op 31 december 2020, middernacht, zou de laatste ontheffing aflopen. Op 1 december besloot landbouwminister Carola Schouten echter, na een waar mediacircus en moties uit de Tweede Kamer, dat Buba toch mag blijven.

‘De hele familie Freiwald en ik zaten in de trailer van Lutz rondom de telefoon om de livestream van het Kamerdebat te volgen’, zegt Kevin van Geet, die vanuit brancheorganisatie Circuspunt voor de Duitse familie Freiwald optreedt als woordvoerder in de contacten met de media en het ministerie. ‘Toen de moties werden aangenomen, barstten we allemaal in tranen uit. Daarna is iedereen even bij Buba langsgegaan. Ik denk wel dat ze onze emotie opgepikt heeft.’

Na de opluchting landde het besef dat de onzekerheid blijft. Door de coronacrisis kan circus Freiwald niet optreden of rondreizen en bivakkeert het al maanden op een terrein in het Limburgse Beringe, met Buba, een stel kamelen, lama’s, stieren, hangbuikzwijntjes en paarden. Niemand weet hoe het nu verder moet.

Op 15 september 2015 trad het verbod in werking dat een einde maakte aan de eeuwenoude traditie van circusoptredens met wilde dieren. De circuswereld is er tot de dag van vandaag intens gefrustreerd over. ‘Het plan voor een verbod is destijds heel plotseling in het regeerakkoord van pvda en vvd terechtgekomen’, zegt Arthur Hofmeester, hoofdredacteur van circusmagazine De Piste. Hij volgt de circuswereld al ruim veertig jaar. ‘Het werd in een achternamiddag afgehamerd.’ De maatregel werd genomen vanuit het oogpunt van dierenwelzijn en omdat het volgens ‘veranderde maatschappelijke opvattingen over de intrinsieke waarde’ van dieren niet langer acceptabel werd gevonden dat ze voor ons vermaak optreden. ‘Dieren die kunstjes doen, dat vinden we nu zielig, maar in een modern circus zijn de acts afgeleid van hun natuurlijk gedrag. Een aangeklede aap of een beer op een fietsje zag je hier allang niet meer’, zegt Hofmeester.

De circussen beriepen zich ook op onderzoeken die in opdracht van de Nederlandse (en eerder de Britse) overheid werden uitgevoerd. Daarin werd geconcludeerd dat de welzijnsaantasting bij olifanten weliswaar ‘ernstig’ maar bij tijgers en leeuwen ‘gering’ was, en dat dieren in circussen het niet beter of slechter hadden dan dieren in dierentuinen. Je zou daarom niet alle dieren onder alle omstandigheden in alle circussen hoeven verbieden. Toch was dat precies wat er gebeurde. ‘Het was gemakkelijk voor de politiek om punten te scoren op dierenwelzijn door het circus aan te pakken’, zegt Hofmeester. ‘De circuswereld was ongeorganiseerd, had geen effectieve lobby en circusmensen blijven toch vreemd volk, nietwaar? Een hele sector werd als half crimineel weggezet en in de problemen gebracht. Heel anders dan nu met de nertsenfokkers: zij krijgen 180 miljoen euro schadevergoeding en de tijd om zich aan te passen.’

Tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van het verbod hadden de circussen ongeveer twee weken om te bedenken wat ze met hun dieren gingen doen.

Waar laat je een leeuw die illegaal gaat worden? Navraag bij opvangcentra als Stichting AAP en Stichting Leeuw leert dat ze veel ex-circusdieren hebben, maar niet uit Nederland. Robert Kruijff, directeur van Stichting Leeuw: ‘Ik schat dat zo’n 65 procent van onze leeuwen en tijgers afkomstig is uit het circus, voornamelijk uit Duitse circussen. De rest komt van dierentuinen en particulieren, niet zelden criminelen, uit heel Europa. De Nederlandse circusdieren zijn zo’n beetje allemaal naar het buitenland verdwenen.’

Dat gebeurde al in aanloop naar het verbod. In 2012 waren er nog rond de tachtig ‘wilde’ zoogdieren in Nederlandse circussen, in 2015, het jaar van het verbod, nog maar dertien. Voor Buba was niet meteen een oplossing, maar de Siberische tijgers van circus Belly Wien en de Aziatische olifanten van circus Renz Berlin en Renz International zijn allemaal naar Duitsland verplaatst. Die Duitse circussen waren de enige in Nederland die exotische dieren in het bezit hadden, het merendeel van de circussen huurde (vaak buitenlandse) acts met wilde dieren in. Zulke acts, zoals de zeeleeuwen van het Duitse echtpaar Düss, die in 2007 nog in de Amstel voor Carré zwommen, kunnen nu ook het land niet meer in.

Duitse circussen, Duitse acts, Duitse dieren: de circustraditie blijkt in Duitsland sterk te zijn. Vandaag de dag is het een van de weinige landen in Europa waar mag worden opgetreden met wilde dieren. Nog wel.

Een circusartiest die zijn toevlucht heeft genomen tot Duitsland is de Britse leeuwentrainer Alexander Lacey, die in heel Europa en ook in Nederland heeft opgetreden. Hij is met zes leeuwen, zeven tijgers en een luipaard neergestreken bij circus Krone in München.

‘Duitsland heeft de strengste regels van Europa. In elke stad waar ik optreed, dat zijn er zo’n veertig per jaar, komt een onafhankelijke dierenarts kijken hoe het met mijn dieren gaat’, vertelt Lacey via Facebook Messenger. Hij is voorzichtig met het geven van zijn telefoonnummer, vanwege onverkwikkelijke ervaringen met dierenactivisten. ‘Die dierenartsen kijken naar gezondheid, de grootte van de verblijven, hoe schoon ze zijn, of er speelmateriaal ligt, hoelang de dieren reizen en meer. Er is een centraal register voor circusdieren en alles wordt genoteerd in een Tierverständnisbuch, een logboek dat twintig jaar teruggaat. Er is bij mij nog nooit een probleem geconstateerd.’

Voor velen in de circuswereld geldt Lacey, die talloze prijzen en onderscheidingen won, als een voorbeeld van hoe je op een moderne manier optreedt met grote katachtigen. ‘Veel mensen denken nog steeds dat ze in het wild worden gevangen. Maar ik werk met inmiddels de negende generatie tijgers en de elfde generatie leeuwen die in het circus geboren zijn en er volstrekt aan gewend zijn. Bij mijn dieren zie je bijvoorbeeld geen stereotiep gedrag. Ook denken mensen dat de dieren gedwongen of zelfs geslagen worden. Maar dat zou de slechtst denkbare aanpak zijn als je iets van ze gedaan wilt krijgen. Ik zou in de piste constant over mijn schouder moeten kijken als ik mijn dieren niet kon vertrouwen. Ik ken ze al vanaf hun geboorte, ik zie meteen wanneer een dier even geen zin heeft in een training of optreden, dan hoeft hij niet mee te doen. Zij kennen mij ook, ik ben een deel van hun groep. Dit werk draait om vertrouwen.’

De dompteur weet dat de beeldvorming over de circuswereld niet bepaald wordt door haar beste, maar door haar slechtste vertegenwoordigers. Verhalen over ontklauwde tijgers en mishandelde beren, ook als dat gebeurde in verre landen of lang geleden, blijven hangen. ‘Er zijn goede en slechte circussen en er is altijd ruimte voor verbetering. Maar om even een rauwe vergelijking te maken: er zijn ook ouders die hun kinderen mishandelen en dan reageren we ook niet met een verbod voor alle mensen om kinderen te hebben.’

Lange tijd stak hij als hoogtepunt van zijn act zijn hoofd in de muil van de imposante mannetjesleeuw Masai. Wat ervoer hij dan? ‘Masais bek was warm en vochtig, maar stonk niet, tenzij ze een boer liet. Leeuwen zweten door te hijgen, dus op warme dagen sloeg die ruwe tong tegen mijn wang tot mijn gezicht rood zag. Ik blies altijd op zijn keelamandelen, dat kietelt lekker. Ik deed dat al toen hij nog een welpje was. Zo wende hij aan de act.’

Is het niet voorstelbaar dat een dier zelf plezier schept in optreden? ‘Als hij een act zonder dwang zelf bedenkt en uitvoert’

Lacey doet deze act, de meest archetypische van de leeuwentemmer, nu niet meer. ‘Masai is inmiddels overleden en ik heb momenteel geen leeuw die er net zo geschikt voor is. Ook vond mijn familie het altijd doodeng. Maar bovenal is deze act nu niet politiek correct meer. Mensen denken dat ik mijn moed wil laten zien, maar het enige wat ik wil is de capaciteiten van de dieren laten zien.’

Buba in circus Freiwald, Heerlen, 2015 © Olivier Middendorp / ANP

In november 2020 kondigde de Duitse landbouwminister Julia Klöckner aan olifanten, giraffen, nijlpaarden, neushoorns en beren in het circus te willen verbieden. De route klinkt bekend: eerst moet er wetenschappelijk onderzoek komen. Hoewel grote katten niet direct in beeld zijn, voelt Lacey de buil al hangen. ‘Ook hier neemt de regering de agenda van de dierenactivisten over en wordt ons niets gevraagd.’

Frankrijk maakte eind september bekend wilde dieren in reizende circussen en dolfinaria te gaan verbieden. Polen en Italië werken naar een verbod toe, landen als België, Engeland, Oostenrijk, Ierland, Schotland, Noorwegen, Roemenië en Bulgarije hebben het al.

Is de strijd tussen dierenrechtenorganisaties en het circus daarmee gestreden? Allerminst. De Partij voor de Dieren (pvdd) voert nu een lobby voor een verbod op Europees niveau en wil dat het Nederlandse verbod wordt uitgebreid naar reptielen, vogels en gedomesticeerde zoogdiersoorten zoals kamelen, honden en paarden die nu nog wel de piste in mogen.

‘Geen enkel dier hoort in het circus thuis’, licht Leonie Vestering het standpunt toe. Ze is de nummer drie op de kandidatenlijst van de pvdd voor de Tweede Kamer. Als directeur van Wilde Dieren de Tent Uit, de coalitie van dierenbeschermingsorganisaties, streed ze voor het verbod. ‘Ik zeg niet dat in alle circussen dieren actief mishandeld worden. Maar ook als een rapport spreekt van een “geringe welzijnsaantasting” is er nog steeds een welzijnsaantasting. Het welzijn van dieren gaat verder dan de minimale zorg voor basisbehoeften zoals voedsel en onderdak. Een dier moet ook kunnen leven naar zijn aard, moet kunnen floreren.’

Volgens Vestering is er altijd sprake van welzijnsaantasting als dieren worden afgericht voor een optreden. ‘Een dier moet van ons iets doen wat hij uit zichzelf niet wil doen. Ook als er niet geslagen wordt, gaat dat altijd gepaard met een vorm van dwang, zoals voedselonthouding. Dat geldt overigens niet alleen voor circussen, maar bijvoorbeeld ook voor roofvogelshows en paardensport.’

Is het niet voorstelbaar dat een dier zelf plezier schept in optreden? ‘Als hij een act zonder dwang zelf bedenkt en uitvoert, zoals een kat die achter een laserlichtje aangaat. Maar in een piste met al die herrie en indrukken zou de lol hem snel vergaan.’

Ook de ‘battle for Buba’ is nog niet gestreden. Ze heeft een grote schare fans die online petities hebben opgezet als ‘Buba hoort bij de Freiwalds’ en ‘Laat Buba bij haar familie blijven!’ Stichting Buba haalt donaties op voor Freiwald en verkoopt in de webshop mondkapjes met Buba’s foto erop. Een voormalig inspecteur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, die belast was met controles op dierenwelzijn, stuurde een ingezonden brief naar de krant waarin hij vertelde dat hij ‘geen enkel signaal had dat Buba het niet naar zijn zin had’.

Aan de andere kant staan dierenrechtenorganisaties als Animal Rights, Bite Back, Dierbewustleven, Een Dier Een Vriend, Comité Dierennoodhulp, Vrienden van de Olifant, Stichting Dierennood en Stichting Rechten voor al wat Leeft die met brieven, petities en demonstraties de minister probeerden te bewegen Buba naar een opvangcentrum te laten verhuizen. Activisten lieten een drone boven het verblijf van Buba vliegen om opnamen te maken. Enkele organisaties hebben al laten weten de beslissing van minister Schouten bij de rechter aan te zullen vechten. ‘Buba blijft de gevangene van Freiwald’, staat te lezen op AnimalsToday.nl.

De tekst van de cda-motie die de Tweede Kamer aannam is nogal lollig opgesteld: ‘een olifant in de Kamer’, en: ‘olifanten hebben een goed geheugen en zullen onze politieke keuzes onthouden’. Dat klinkt niet alsof er heel diep over is nagedacht. ‘Hoe ga je dit verkopen aan de andere circussen die wel hun dieren hebben weggedaan?’ reageert Leonie Vestering. ‘Het is juridisch maar zeer de vraag of je een permanente uitzondering kunt maken op het verbod.’

Ze was zelf een van de oprichters van Elephant Haven, een vorig jaar geopende opvanglocatie in Frankrijk die vaak genoemd wordt als bestemming voor Buba. ‘Een groot park met heuvels en water, waar ze op termijn met soortgenoten kan zijn. Dat wordt haar ontzegd door niet-deskundige Kamerleden, die zich nu nogal misplaatst op de borst kloppen als kampioenen van dierenwelzijn.’

Volgens Freiwald doe je Buba helemaal geen plezier als je haar onderbrengt bij andere olifanten. ‘Daar kan ze niet meer aan wennen, ze is dominant naar hen toe, dat wordt vechten. Circusolifanten zijn nu eenmaal aan mensen gewend.’ Vestering denkt dat Buba met geduld en goede verzorging wel weer goed gesocialiseerd kan raken in een groep olifanten. ‘Elephant Haven had de Freiwalds zelfs aangeboden een tijdje te blijven logeren totdat Buba “geland” was.’

Moet je een olifant op leeftijd (Buba is 45) überhaupt nog wel uit haar vertrouwde omgeving weghalen? Vestering: ‘Op leeftijd? Ze kan nog wel twintig jaar leven. Nog twintig jaar eenzaamheid bij het circus.’ Zo komen twee kampen die zich allebei beroepen op dierenwelzijn elke keer tot tegengestelde conclusies. Iedereen meent te weten wat het beste is voor Buba. Kunnen we er ook achter komen wat Buba zelf wil?

Ze is even ondergebracht geweest bij een bevriend circus in Duitsland, maar dat werd geen succes. Freiwald: ‘Ze stopte met eten. Ze had heimwee. Dat zegt genoeg. We hebben haar teruggehaald.’ Kun je hieruit inderdaad afleiden wat Buba wil? Het punt met dieren is natuurlijk altijd dat we het ze niet gewoon kunnen vragen. Het blijft altijd een kwestie van het dier proberen te ‘lezen’, hun gedrag te interpreteren.

We zitten in Freiwalds woonwagen als hij ineens opstaat en het gordijn opzij trekt. ‘Kijk eens naar Buba.’ Ze zwaait haar kop ritmisch van links naar rechts, het zogenoemde weven. ‘Wat zie je?’

‘Veel deskundigen zien weven als een teken van stress bij olifanten’, zeg ik zo neutraal mogelijk.

‘Kijk nu eens naar links’, zegt Freiwald. Door het andere raam zie ik dat zijn vrouw Monika een kruiwagen vol wortels heeft klaargezet. De hangbuikzwijntjes eten er al van. Freiwalds punt is duidelijk: het weven was eerder blijde verwachting dan stress. Het blijft altijd een kwestie van interpreteren.

Alexander Lacey met Masai in het Ringling Bros. and Barnum & Bailey Circus, Uniondale, New York, 2017 © Peter Foley / EPA / ANP
‘Niets haalt het bij een dier in het echt. Daar ontstaat fascinatie, een affectieve relatie die maakt dat we dieren willen beschermen’

Sommige van de pakweg 25 circussen in Nederland zijn sinds het verbod volledig ‘dierloos’ doorgegaan. Ze brengen meer verhalende en theatrale voorstellingen met veel zang en dans, geïnspireerd door Cirque du Soleil. Andere gaan door met de dieren die nog wel mogen. Waar ooit tijgers door hoepels sprongen, draait nu een kalkoen een pirouette. Ook zijn er circussen die werken met dierenpoppen of als dieren verklede artiesten. In het Duitse circus Roncalli klapt het publiek nu voor hologrammen van olifanten en paarden.

Betekent deze ontwikkeling dat we dieren steeds minder vaak in levenden lijve gaan tegenkomen? Die vraag wordt des te urgenter nu de discussie oplaait rond dierentuinen. Een Rotterdams pvdd-raadslid vroeg zich begin vorig jaar af of Diergaarde Blijdorp nog wel subsidie zou moeten ontvangen en rapper Ronnie Flex riep in de zomer van 2020 zijn Twitter-volgers op niet meer naar de dierentuin te gaan. En dat was nog voor het incident met het doodschieten van de ontsnapte chimpansees Mike en Karibuna in Dierenpark Amersfoort.

De Partij voor de Dieren stelt dat dierentuinen ‘in hun huidige vorm niet meer van deze tijd zijn’ en zich zouden moeten omvormen tot opvangcentra voor dieren die niet meer in hun oorspronkelijke habitat kunnen leven. ‘Het moeten plekken worden waar dierenwelzijn op één staat. Zonder publiek, maar met misschien af en toe donateursdagen’, vindt Leonie Vestering

Is ze niet bang dat zo het contact tussen mens en dier verdwijnt? ‘Nee hoor. Je hoeft niet op de rug van een olifant te gaan zitten om contact te maken. Je kunt dieren ook observeren in de natuur. Natuurlijk is een giraffe in het circus spectaculair, maar dat is een edelhert in het wild ook. Bovendien zijn er zoveel prachtige natuurdocumentaires. Ik zag laatst zelfs dat je in virtual reality met dolfijnen kunt zwemmen. Dan hoeven we de echte dolfijnen niet meer lastig te vallen. Die hebben hun eigen belangen en zijn niet op afroep beschikbaar voor onze behoeften. We hebben de wereld niet in onze zak zitten.’

De circuswereld ziet het uiteraard anders. Kevin van Geet: ‘Van YouTube krijg je geen respect voor dieren.’ Lutz Freiwald: ‘Zonder hautnah (van dichtbij – pqdv) contact met dieren bekommert zich straks niemand meer om hen.’ Piste-hoofdredacteur Arthur Hofmeester: ‘Je moet geen segregatie tussen mensen en dieren in de maatschappij afdwingen. Jongere generaties hebben geen benul meer van wat dieren zijn. Dan krijg je toestanden als dat gezinnetje dat een paar jaar terug in Beekse Bergen uit de auto stapte tussen de cheeta’s.’ Alexander Lacey: ‘Dieren moet je met je eigen ogen zien. Dat stelt mensen open voor de schoonheid en magie van dieren.’

Herman van Veen nam ooit het liedje ‘Leve het circus’ op voor een cd voor het Wereldnatuurfonds en zong: ‘Een dier is een dier/ En dat is ’ie alleen/ Dat is ’ie alleen/ In het echt’. Is het een verarming als we het voortaan met hologrammen moeten stellen?

‘In Azië experimenteren ze nu met virtual reality dierentuinen. Je loopt zo tussen de leeuwen door’, zegt Maarten Reesink, docent Animal Studies aan de Universiteit van Amsterdam, een vakgebied dat de relatie tussen mens en dier onderzoekt. ‘Ik weet nog niet zo goed wat ik ervan moet denken. Want natuurlijk haalt niets het bij een dier in het echt. Daar ontstaat fascinatie, een affectieve relatie die maakt dat we dieren willen beschermen, tegen stropers, uitsterven, de bio-industrie. Als we dieren niet meer meemaken, verwatert die relatie. Maar het blijft problematisch om dieren voor dat doel te houden. We paraderen ook geen weeskindjes rond die bescherming nodig hebben.’

Reesink staat achter het verbod op dieren in het circus, maar vindt niet dat alle dierentuinen per direct dicht moeten. ‘Ik worstel ermee. In de dierentuin hebben dieren toch meer ruimte en hoeven ze niet rond te reizen. Meer dan het circus heeft de dierentuin een rol in educatie en conservatie, zij het van een beperkt aantal soorten. Maar een dier in gevangenschap brengt natuurlijk wel hetzelfde onwenselijke idee over als een dier dat optreedt: dat het er is voor ons plezier. Dat het als een hulpje van de mens doet wat wij willen. Zo’n dierbeeld leidt ook weer tot een rare relatie. Mensen gaan bijvoorbeeld lichtvaardig huisdieren aanschaffen: laten we deze keer eens een chinchilla proberen.’

Kunnen mensen niet schakelen tussen die dierbeelden: dit is een tijger in het circus, dit is een tijger in het wild? ‘Niet heel goed. Toen ik nog rondleidingen gaf in Artis, gilden alle kinderen bij de lemuren altijd “Koning Julien!” Het beeld uit de tekenfilm Madagascar was overheersend.’

Brengen het welzijn en de waardigheid van dieren dan met zich mee dat we ze eigenlijk niet meer dicht bij ons kunnen houden, in circussen, dierentuinen, kinderboerderijen, als huisdier? ‘Dat is de grote vraag’, zegt Reesink aarzelend. ‘Ik denk dat we heel anders over dieren moeten gaan denken. Ze zijn nog steeds in onze nabijheid, we moeten ze alleen willen zien. Neem de dieren in de stad: we leven samen met duiven en vossen en reigers, maar zien ze nog niet als medeburgers. Dat samenleven kunnen we beter inrichten, zodat meer dieren zich tussen ons in thuis kunnen voelen. Zelfs de wolf heeft weer een plekje gevonden op de Veluwe.’

Hoe magisch, bijzonder en ontroerend een relatie met een dier kan zijn, wordt duidelijk in de Netflix-hit My Octopus Teacher. ‘Film kan dat best overbrengen, maar het lijkt me toch een schrikbeeld als dat de enige manier wordt waarop we dieren nog tegenkomen: digitaal, op een schermpje’, zegt antropoloog Jet Bakels, die de rol van dieren in onze cultuur en verbeelding onderzoekt. ‘Wat ervaar je dan eigenlijk nog? We verliezen het werkelijke contact met dieren en daarmee een wezenlijk aspect van ons bestaan. Op den duur zullen we ons daardoor minder aan dieren gelegen laten liggen.’

Voelen we ons meer met dieren verbonden als we in het circus zien hoe iemand zijn hoofd in een leeuwenmuil steekt? ‘Ik liet laatst op een college een foto zien van Alexander Lacey met zijn hoofd in de bek van Masai’, vertelt Bakels. ‘Ik vroeg de studenten: wat zien jullie nou? Hun reactie: onderdrukking, dominantie, pesten. Nou, dat was vijftien jaar geleden wel anders geweest. Ik zie zelf een ultieme demonstratie van vertrouwen over en weer. Vergaande samenwerking tussen mens en dier. Ik heb de act in het echt in de piste gezien en dan is het nog indrukwekkender dan op de foto. Dus ik kan me er wel iets bij voorstellen wanneer circusmensen het hebben over magie, verwondering, de spanning van dicht bij een dier zijn.’

De antropoloog ziet ook niet veel kwaad in bijvoorbeeld de fotomomenten met zeeleeuwen in het Dolfinarium, die de pvdd ook een gruwel zijn. ‘Ik ben niet per se voor dolfinaria en zeg niet dat je zeeleeuwen specifiek voor de foto moet houden. Maar als je ze dan toch hebt, en je hebt eerst van alles verteld over ecologie, leefwijze en conservatie, dan kan zo’n foto-ervaring veel toevoegen aan onze verbinding met dieren. Ook dierentuinen kunnen daarbij helpen: ze vormen een soort etalage, dieren zijn er ambassadeurs van hun soort. Natuurlijk brengt dit wel een enorme verantwoordelijkheid met zich mee en moet je goed nadenken over welke dieren je op welke manier kunt houden.’

Bakels vindt het verbod op alle wilde dieren in het circus dan ook te absoluut. ‘De omgang tussen mens en dier wordt wel heel plat als er geen ruimte is voor ambiguïteiten, geen oog voor de culturele relatie. Als alleen een dier in het wild goed is, sluit je de ogen voor de werkelijkheid. Zoveel wildernis is er niet meer en ook daar hebben de dieren veel van ons te lijden. Er leven inmiddels meer tijgers in gevangenschap dan in het wild.’

Hoe oordelen Reesink en Bakels over de beslissing dat Buba mag blijven? Maarten Reesink: ‘Ik las onlangs Gay Bradshaw, een Amerikaanse trans-species psychologist die olifanten bestudeert met oog voor hun soort-specifieke én hun individuele, subjectieve ervaringen en persoonlijke geschiedenis. Zo’n benadering zou het meest nauwkeurig kunnen vaststellen wat Buba zelf wil. Dat is hier het belangrijkst.’ Jet Bakels: ‘We weten allemaal dat olifanten zeer intelligent en sociaal zijn en een rijk gevoelsleven kennen. In de natuur is dat gericht op de groepsgenoten, maar bij Buba misschien wel op de Freiwalds. We moeten er open in staan en die mogelijkheid accepteren.’

We gaan nog een keer naar de andere kant van het hek, de kant van Buba, de laatste circusolifant van Nederland. Als ze aan komt lopen, doen we een stap opzij om haar de ruimte te geven. Dit moet een van de meest basale ervaringen van een olifant zijn: alle andere wezens gaan altijd voor je aan de kant. Ik raak haar nog een keer aan. Haar huid is ruw, maar niet zo ruw als je zou denken, en warm. Hautnah contact, zoals Lutz Freiwald zegt. Ervaar ik magie, verwondering, de spanning van dicht bij een dier zijn? Zonder meer. Ik ga straks links en rechts vertellen dat ik oog in oog stond met een olifant.

Hoe het verder moet met die olifant, is nog niet duidelijk. De minister zal waarschijnlijk in een brief aan de Tweede Kamer gaan vertellen hoe ze uitvoering wil geven aan de moties. Freiwald heeft een aanvraag ingediend voor een permanente ontheffing van het verbod. De verzorging van Buba kost rond de zeventigduizend euro per jaar. Ze eet alleen aan groenten en fruit al zo’n duizend kilo per maand en op koude dagen draait de kachel in haar tent er bijna honderd liter diesel doorheen. ‘Sinds het verbod heb ik al drie ton aan Buba uitgegeven’, zegt Freiwald. ‘Onze oudedagvoorziening is eraan opgegaan.’

Buba zal op enige manier geld moeten opbrengen. Maar optreden is voorgoed verleden tijd. ‘Buba is geen circusolifant meer’, zegt Van Geet. ‘Ze is een olifant die bij een circus verblijft. Misschien kunnen bedrijven haar sponsoren, of kan ze een rol spelen in educatieprogramma’s of therapiesessies met kinderen of bejaarden. We weten het nog niet.’

Mensen betoveren om van dieren te houden? Dat kan Buba zeker. Freiwald klopt op haar slurf. ‘Ondanks alle moeilijkheden ben ik blij dat ze bij ons mag blijven. Ze hoort bij de familie.’


Het onderzoek voor dit artikel is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Theater in Nederland (Willem Rodenhuis Fonds)