Wat wil je worden?

Wat wil je worden? Wie wil je zijn? Rechter, militair, telefonist of garagist?

Misschien komt het door Coen Verbraak. Dat kan haast niet anders. De puber die ik was, had me keihard uitgelachen als haar verteld werd dat ik op een-en-dertig-jarige leeftijd overweeg militair te worden.

Toen ik vijftien was werd de pacifist in mij wakker. Ik droeg T-shirts met daarop ‘Stop de oorlog’ en was anti-‘alles met camouflageprints’. Hoewel de verwassen shirts al jaren ongebruikt in de kast liggen, kan ik ze niet weggooien. Toch raken de militairen die in de nieuwste serie van Kijken in de ziel geïnterviewd worden me elke aflevering meer. Ze praten zo bevlogen en integer over hun beroep dat het aanstekelijk werkt.

Het moet wel door Coen Verbraak komen, want eerder wilde ik ook rechter worden, en psychiater, strafpleiter, politicus, topondernemer… Zelfs voetbaltrainer leek door de slim gemonteerde gesprekken met verschillende topstukken uit dat vak opeens een optie. Niet dat ik ontevreden ben met mijn eigen beroep, hoewel de serie over schrijvers de enige is die ik niet heb afgekeken. In vergelijking met deze praktische beroepen voelt elke beschrijving van het schrijverschap even arbitrair als particulier.

Medium ntr pers kijken in de ziel

Wie een kind vraagt wat het wil worden, krijgt concrete antwoorden: brandweerman, dokter, dierenarts. Beroepen waarvan we weten wat ze inhouden. Zelf wilde ik graag werkman worden, graven op een graafmachine. Toch ken ik nu maar weinig mensen die in zo’n concrete professie zijn terechtgekomen. De meeste van mijn vrienden doen iets vaags in de culturele sector. Communicatie, productie, procesbegeleiding. Geen kleuter die het in zijn vriendenboekje schrijft. Misschien is dat het aantrekkelijke van een serie als Kijken in de ziel; het brengt je weer even terug bij de overzichtelijkheid van je kindertijd.

Ook de beroepen die Studs Terkel beschreef in zijn bestseller uit 1974 zullen zelden boven aan kinderlijstjes prijken, omdat ze zo doodnormaal zijn. Working: People talk about what they do all day and how they feel about what they do is een negendelig boek waarin alledaagse mensen aan het woord komen. Terkel onderzocht hoe de doorsnee Amerikaan zijn dag doorbrengt en wat hij daarbij voelt. Werk is niet alleen je brood verdienen, maar vooral een manier om je leven zin te geven, was zijn overtuiging. Om dit te illustreren sprak hij met één telefoniste, één boer, één bezorgjongen, één vuilnisman, en reisde daarvoor heel Amerika af. Na zijn overlijden in 2008 werden de audio-opnamen van deze interviews teruggevonden en een aantal daarvan werd door de podcast Radio Diaries uitgezonden.

De mensen die Terkel interviewt zijn niet per se hoogvliegers. Gevraagd of ze haar vak de rest van haar leven zou willen uitoefenen, moet een jonge telefoniste hartelijk lachen. Zij bouwt niet aan een grootse carrière zoals de mensen die tegenover Coen Verbraak zitten. Uiteindelijk wil ze meer dan alleen doorverbinden. Toch is de beschrijving van haar dag heel interessant, juist omdat ze expert is op dat smalle gebied. Het ‘switchboard’, de acht zinnen die ze elke dag honderden keren uitspreekt, de dingen die ze doet om het leuk te houden. Working schetst een tijdsbeeld, een wereld waarin iedereen aanvoelt dat verandering aanstaande is. Menselijke handelingen worden overgenomen door machines. Al kan niet iedereen dat geloven, want, zoals de telefoniste zegt: het moet wel een heel bijzondere machine zijn die al die onduidelijk sprekende mensen kan verstaan.

Het mooist is het interview met een vader en zoon die samen een garage hebben. De Singers: Duke, de vader, is inmiddels overleden, maar journalisten van Radio Diaries zochten zoon Lee opnieuw op en spraken met hem over het familiebedrijf dat hij inmiddels met zijn eigen zoon bestiert. In het originele gesprek met Terkel verwijt de vader zijn zoon dat hij niet klantvriendelijk genoeg is, in het weekeinde laat hij mensen met autopech rustig tot maandag wachten, iets wat de oude baas nooit zou doen. Tussen de regels door horen we het oud zeer van een familiebedrijf, ruzies die woordeloos worden gevoerd. Lee had misschien eigenlijk wel verder gewild met zijn rockbandje, maar zit nu vast in de garage. In het tweede gesprek dat Radio Diaries met de Singers voert zijn de rollen een generatie opgeschoven. Kleinzoon Scott zegt dat het lastig is, een familiebedrijf. Hij vindt zijn vader ouderwets en grapt dat hij steeds meer op ‘grandpa Duke’ gaat lijken.

Volgens Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp trekt het leger veel mensen die een familie zoeken. Mensen die vanuit een onthechte situatie verlangen naar een gevoel van saamhorigheid. De kameraadschap is groot bij defensie, dat beamen de andere geïnterviewden. Maar wanneer Coen Verbraak in de aflevering van 21 augustus een militairpsycholoog vraagt of ze het een goed idee zou vinden als een van haar kinderen in dienst zou gaan, raakt hij een gevoelige snaar.

Ze heeft al die tijd vol overgave verteld over haar beroep en de kracht van het leger, maar nu moet ze iets wegslikken. Dat ene stille moment zien we de vrouw achter het uniform. ‘Ja, mijn jongste zoon wil militair worden.’ Hij wil het heel graag en daar is ze trots op – ze heeft haar kinderen immers altijd gezegd dat ze hun hart moeten volgen. Maar ze vindt het moeilijk. ‘Stel dat er… stel…’ Ze durft het niet eens uit te spreken. Werk is zo veel meer dan je brood verdienen, dat had Terkel goed gezien.