Jihadisten in Nederland

‘Wat zeg je tegen je moeder?’

Naar schatting organiseren zich in Nederland zo’n honderdvijftig jonge jihadisten in los-vaste verbanden; een deel van hen wil naar Syrië om te vechten. Ze zoeken de hoogste beloning in de islam: het martelaarschap. Niet allemaal zijn het naïevelingen.

Medium 18076942

De Amsterdamse bekeerling Abdullah West (27) kent zeker vier jongens die naar het Syrische burgerconflict zijn afgereisd om er de jihad te vechten tegen het leger van Bashar Al Assad. Namen wil hij niet noemen. Hij wil de families van deze jongens niet met ongewenste media-aandacht opschepen. ‘Het zijn doodnormale jongens die een grote liefde hebben voor Allah, zijn profeet en de ummah (geloofsgemeenschap).’

West, die zich tien jaar geleden tot de islam bekeerde, kent deze Syriëgangers uit organisaties waarvoor hij actief is geweest, zoals Straat Dawah en Behind Bars. Straat Dawah bestaat uit een groep moslimjongeren met een sterke bekeringsdrang die gereformeerde bastions als Urk aandoen om daar op straat het woord van Allah te verspreiden. Behind Bars is opgericht om aandacht te vragen voor het justitieel onrecht dat islamitische terreurverdachten wereldwijd treft. Straat Dawah werd in januari en februari in De Telegraaf door inlichtengenanalisten van de aivd aangemerkt als een gezelschap waarvan enkele leden de jihad in Syrië vechten.

Op Facebook wond West zich onlangs op over de etiketten die deze Syriëgangers opgeplakt krijgen: ‘naïevelingen’, ‘kanonnenvlees’, ‘terroristen’. West richtte zich tot een naamloze jij, de buitenwereld, om het beeld te corrigeren dat men van deze ‘mujahideen’(jihadisten) koestert. ‘Jij hebt niet gelogeerd bij deze broeders om te weten hoe standvastig ze zijn, je hebt ze niet Qiyam al Lail (nachtgebed) zien doen en ze zien huilen wanneer ze de koran reciteerden. Hoe durf je dan te zeggen dat ze niet weten wat ze doen en dat ze “kanonnenvlees” zijn? Deze mensen willen dood om wille van Allah.’

De leden van Straat Dawah en Behind Bars zijn merendeels jongemannen tussen de twintig en dertig jaar oud. Ze kennen geestverwanten en generatiegenoten in organisaties als Sharia4Holland en Sharia4Belgium (beide reeds ontbonden). Als blijk van hun orthodoxie veranderen deze jongens hun oorspronkelijke naam in zogenaamde ‘kunya’s’ (samengestelde namen) als Abou Moussa, Abu Sa’ied, Abu Moslim, Abou Hanief of Abu Qasim. Het voorvoegsel Abou betekent ‘vader van’, en wordt gevolgd door de naam van hun eerstgeborene of de naam van een historische islamitische strijder. Ze hebben los-vaste verhoudingen. De ene keer demonstreren ze tegen een mogelijk boerkaverbod (zoals in 2011 in Den Haag, waar ook de in Syrië gesneuvelde Mourad Massali bij aanwezig was), en op een ander moment staan ze zij aan zij met leden van Sharia4Holland/Sharia4Belgium om op het Museumplein in Amsterdam te demonstreren tegen de film Innocence of Muslims. West schat hun landelijk aantal, inclusief een vaste kern van tien man, op ongeveer honderdvijftig jongeren. Het is een informeel netwerk. Ze kunnen onderling over details verschillen van mening – zoals met Sharia4Holland dat de implementatie van de sharia in Nederland nastreefde (die moet volgens West eerst in alle islamitische landen wet worden) – maar in hoofdlijnen zijn het gelijkgestemden.

Het is een vertakt netwerk, met leden en sympathisanten door heel Nederland. Tot een paar maanden geleden kwamen ze een keer per week samen op een jongerenavond die Straat Dawah hield in een bedrijfspand in Den Haag. Er waren jongeren aanwezig uit Rotterdam, Den Haag, maar ook uit Delft en Zoetermeer, waarvan inmiddels een flink aantal in Syrië zit.

Deze jongens houden er een puristische lezing van de islam op na. Ze moeten niets hebben van gematigde imams en islamitische koepelorganisaties die afwijken van een strikte interpretatie van de koran en de hadiths (overleveringen). West heeft dan ook harde woorden voor een Amsterdamse imam als Yassin El Forkani die herhaaldelijk heeft verklaard dat islamitische jongeren niets in Syrië te zoeken hebben. ‘El Forkani is een sell out. Hij zegt alleen wat de overheid wil horen.’

Hoogleraar contraterrorisme aan de Universiteit Leiden Edwin Bakker deelt de observatie dat veel van de Syriëgangers uit deze organisaties voortkomen: ‘De rol van groepjes als Behind Bars is groter geworden. Maar er zijn ook gevallen van jongeren in Syrië die tot een paar maanden terug amper belangstelling hadden voor de politieke islam. Zij zijn wel deels via personen die tot deze organisaties behoren geradicaliseerd.’

De jongens die West kent, zijn niet naar Syrië gegaan om er de democratie te verspreiden, vertelt hij. Ze willen allereerst helpen om de sharia in Syrië te implementeren. Het land moet een ‘khalifa’ worden, een islamitisch kalifaat. Daarnaast zoeken ze er de hoogste beloning in de islam, het martelaarschap. West noemt het een blijk van aanbidding van hun schepper. Dat ze als gevolg van dat streven als ‘kanonnenvlees’ worden ingezet door militair beter getrainde jihadisten, is geen bezwaar. ‘Deze jongens willen een kogel door hun hoofd omwille van Allah. Ze willen juist gedood worden.’

Het circuit waartoe West behoort, wordt door hoogleraar Bakker omschreven als de ‘jihadistische avant-garde’ van Nederland. Een prominente figuur binnen dit milieu is de 21-jarige Leidenaar Maiwand Al-Afghani, een geboren Afghaan. Hij is onder meer de beheerder van enkele YouTube-kanalen: SalafiMediaNL, MilatuIbrahimNL (waarvan de Duitse tak door een rechter is verboden), AnsarulAseerNL en SalafiMediaNL/Nasheeds. Hij was in 2011 spreker op het protest tegen het boerkaverbod en hij onderhoudt nauwe banden met enkele leden van Straat Dawah, Behind Bars, Sharia4Holland/Sharia4Belgium. Op internet (onder meer maroc.nl, marokko.nl, forums.ansaar.nl) is hij ijverig als doorgeefluik voor teksten en filmpjes waarin geleerden de jihad in Syrië voor moslims een nastrevenswaardig doel verklaren.

‘Wij volgen de haqq (het juiste pad)’ zegt Al-Afghani. ‘De meeste moslims in Nederland weten dit in hun hart ook wel, maar er zijn er maar weinig die hiervoor durven uit te komen.’

Zijn taalgebruik is exemplarisch voor het discours binnen dit milieu. Al-Afghani prijst de ‘aqidah’ (het geloof) en de ‘manhaj’ (theologische kennis) van de Nederlandse moslimjongeren die in Syrië zitten. Zij vechten een juiste strijd tegen de alevitische (tak van het sjiïtisme, aangehangen door Al Assad) regering van Syrië. Hiermee volgen ze in de voetsporen van de ‘salaf’ (de eerste generatie moslims) die ook onbevreesd de ‘jihad fissabililah’ (jihad om wille van Allah) aangingen tegen de ‘taghut’ (zij die anderen dan Allah aanbidden). Al-Afghani doet ‘du’ah’ (smeekbedes) dat Allah deze jongens – zodra ze ‘shaheed’ (martelaar) worden – opneemt in ‘janat’ (hemel). Het zijn echte ‘muwahid’ (iemand die alleen Allah aanbidt) met gedegen kennis van de ‘hukm’ (islamitische regel- en wetgeving) over de heilige strijd in ‘Bilad al-Sham’ (historische naam van Syrië).

‘De ummah is één lichaam’ zegt Al-Afghani. ‘Als zij daar pijn hebben in Syrië, dan voelen wij het hier ook. Die pijn wakkert de strijdlust aan van de jongeren hier. Ze kunnen niet blijven toekijken terwijl hun broeders door de sektarische kuffar (ongelovigen) worden afgeslacht.’

Abdullah West voegt daaraan toe dat de deelname van deze jongens aan de jihad in Syrië niet los gezien kan worden van de politieke context in Nederland. Na 11 september 2001 is er volgens hem een aanhoudende campagne tegen de islam gevoerd, culminerend in het kabinet-Rutte I (2010-2012) dat gedoogd werd door de anti-islampartij bij uitstek, de pvv. Het is volgens West niet toevallig dat organisaties als Behind Bars, Straat Dawah en Sharia4Holland juist in die periode opkwamen. ‘We spraken onderling vaak over de vernederingen die de islam en de moslims werden aangedaan. Ooit waren we een wereldmacht. De islam regeerde. Maar door zaken als kolonisatie en oorlog zijn we gebroken. Onze profeet wordt beledigd door Wilders. Onze mensen worden afgeslacht. Nu weer in Syrië. Het is te veel.’

Het gevoel dat de islam en (soennitische) moslims vernedering op vernedering te verduren krijgen, wordt bevestigd en versterkt door de berichten over de gruwelen die in Syrië plaatsvinden. Hoogleraar Bakker stipt hierbij de rol van internet aan, het zou radicalisering versnellen. Er zijn ettelijke sites (en.shaam.org), YouTube-kanalen (Syrian Scenes), Facebook-groepen (The New Syria) en Twitter-accounts (@RevolutionSyria) die een onophoudelijke stroom aan expliciete video’s en foto’s van slachtpartijen doorgeven. Vooral het leed dat onschuldige kinderen is aangedaan is uitvoerig gedocumenteerd. ‘Syria is calling… Will we answer??!!’ luidt de tekst boven een foto van een zwaargewond Syrisch meisje. De foto verscheen in de Facebook-groep Wake up. Ya ahlul sunnah. Het is een Facebook-groep waar een van de Nederlandse Syriëgangers, de Delftenaar Jordi de Jong (Abu Mousa Al Gharib), op geabonneerd is.

Er verschijnen ook filmpjes die beloven dat de vernedering van soennitische moslims gewroken kan worden. Daaronder valt het propagandamateriaal van jihadistische groeperingen. De Belgische arabist Pieter Van Ostaeyen, die de strategische ontwikkelingen van jihadistische groeperingen in Syrië nauwlettend volgt, plaatste op 2 april op zijn weblog een aantal filmpjes van het jihadistische Jabhat al Nusra (een aan al-Qaeda gelieerde jihadistengroep die sinds januari 2012 in Syrië meevecht). Het vijftal filmpjes dat model staat voor een veelvoud aan soortgelijk videomateriaal heeft volgens Van Ostaeyen een duidelijk wervend karakter en doet een dwingend appèl op moslims wereldwijd om zich aan te sluiten bij de jihad in Syrië.

Eén categorie van die propagandafilmpjes benadrukt de militaire kracht van de jihadistische groeperingen. Ze tonen trainingskampen waarin stoere en gemaskerde jongemannen gedrild en klaargestoomd worden voor het slagveld. De filmpjes verheerlijken guerrillatactieken en romantiseren de diepreligieuze jihadist die onbevreesd het geavanceerdere Syrische leger bestrijdt.

Een tweede categorie propagandafilmpjes toont de humane kant van jihadistische groeperingen; hierin delen ze voedsel en dekens uit aan een behoeftig volk. En een derde categorie benadrukt de militaire overwinningen, zoals succesvolle bomaanslagen die onder de klanken van anasheeds (religieuze liederen) vanaf de planning tot aan de uitvoering gefilmd worden. Rode draad door al deze filmpjes is de verering van de shaheed, de martelaar, die met een rotsvast geloof in zijn hart zijn leven offert voor de goede zaak.

Abdelkarim Honing, een 22-jarige bekeerling uit Haarlem, zegt twintig Nederlandse jongeren te kennen die zich bij jihadistische groeperingen in Syrië hebben aangesloten. ‘Twee jaar geleden begon een vreedzaam protest in Syrië tegen het regime van Bashar al-Assad. Het was de tijd van de Arabische lente. Die is overal op een teleurstelling uitgelopen. In Tunesië en Egypte zijn de seculiere regimes vervangen door nieuwe marionetten van het Westen. In Syrië is dat protest geëscaleerd in een burgeroorlog. Broeders hier in Nederland hebben toen een duidelijke keuze gemaakt. Zij zeiden: wij kiezen de kant van de jihadistische soennieten. Zij hebben een doel dat we delen: het Syrische volk bevrijden van de alevitische tirannie en het stichten van een kalifaat.’

Honing komt net als Abdullah West bij Straat Dawah en Behind Bars vandaan. Op het moment is hij een dankbaar en gewillig aanspreekpunt voor media die zich willen informeren over jongeren die in Syrië zitten. Dat is zijn bescheiden bijdrage aan de jihadistische zaak.

Ook Honing vertelt over de jongerenavond die Straat Dawah en Behind Bars elke zaterdag in een Haags bedrijfspand hielden. Het was voornamelijk een ‘Zuid-Hollandse aangelegenheid’ waar veel jongens uit onder meer Delft en Zoetermeer op af kwamen. Vaak zat de ruimte vol met meer dan veertig jongens. ‘We spraken over zaken die alle moslims aangaan, zoals vasten en bidden. Maar we spraken er ook over zaken waarvoor je niet zo makkelijk terecht kunt in de reguliere moskeeën. De jihad bijvoorbeeld, of de “sunnah” (aanbevolen leefregel) van het dragen van een wapen.’ Er waren volgens Honing vorig jaar plannen om de krachten van die ‘moslims van hetzelfde type’ in heel Nederland te bundelen. Een eerste resultaat daarvan was de site www.dewaarheid.nl. Daarop ontmoedigden ze moslims om aan de laatste verkiezingen mee te doen omdat democratie ‘shirk’ (afgoderij) is. Er werd daarna veel overlegd – wel of geen vrouwen bij protestacties, wel of geen mediacontact zoeken – maar uiteindelijk bloedde de zaak dood omdat de aandacht verlegd werd naar Syrië.

Waar Honing zich op het moment het meest aan ergert, is het sociologisch en quasi-psychologisch sausje dat door media en politiek over de Syriëgangers wordt gegoten. Hij schat het aantal Europese jongeren dat in Syrië zit op enkele honderden (circa zeshonderd volgens het Britse International Centre for the Study of Radicalisation). Wie worden daar uit gepikt ter portrettering? De jongens met een problematisch verleden. Als voorbeeld dient Jordi de Jong (Abu Moussa Al-Gharib). In NRC Handelsblad en de Volkskrant werd volgens Honing De Jongs keuze voor de jihad iets te gretig gekoppeld aan een pijnlijke levensgeschiedenis (jong uit huis, problematische relatie met ouders). ‘Daarmee wordt van die jongen een zielig geval gemaakt die niet weet wat hij doet. Misschien heeft die jongen inderdaad problemen, maar zou dat voor alle zeshonderd gelden? De jongens in Syrië die ik ken hebben een grondige kennis van de islam en van de politieke situatie daar.’

De 26-jarige Heetenaarse bekeerling Zakariya al-Hollandi/Victor Droste is zo’n voorbeeld van iemand die een weloverwogen keuze heeft gemaakt om naar Syrië te gaan, vertelt Honing. Vorige week plaatste Honing op YouTube een anderhalf uur durend gesprek dat hij met Al-Hollandi had gehouden en waarin de laatste nog eens beargumenteerde waarom hij in Syrië moet zijn. Al-Hollandi verklaart in het filmpje dat hij beïnvloed is door de lectuur van de Amerikaans-Jemenitische prediker Anwar al-Awlaki, die bij leven een populaire propagandist van de jihad was en in 2011 geliquideerd werd bij een Amerikaanse drone-aanval. Ook voelde Al-Hollandi zich in toennemende mate betrokken bij het Syrische volk dat leed onder de wreedheden van Bashar al-Assad. Al-Hollandi stipt ook aan dat het getreiter (boerkaverbod, slachtverbod) van moslims door de Nederlandse regering hem begon dwars te zitten: ‘Moslims in Europa worden steeds meer vernederd. We moeten trots zijn op onze deen (religie).’

Drie jaar geleden, toen de pvv met een anti-islamitische boodschap de derde partij van Nederland werd, is Al-Hollandi zich op eigen houtje gaan verdiepen in de islam. Hij wilde weten wat voor religie dat is waar iedereen zo negatief over sprak. Toen hij gegrepen raakte door de koran en de geloofsbelijdenis uitsprak, kwam hij via internet in contact met orthodoxe moslims in Engeland. Via deze omweg raakte hij in contact met het Nederlandse milieu van orthodoxe jongeren.

‘Ik leerde Al-Hollandi exact een jaar geleden kennen’, zegt Honing. ‘Het was bij een demonstratie voor de ambassade van Marokko. Het was georganiseerd door Behind Bars. We zouden protesteren tegen de behandeling van islamitische terreurverdachten in de Marokkaanse gevangenis. Ik zat in een auto. We sloegen de straat van de ambassade in. Toen zag ik hem voor het eerst. Hij was de enige andere autochtone jongen. Hij had een volle, rode baard. Sindsdien gingen we regelmatig en graag met elkaar om.’

Al-Hollandi’s ouders maakten zich duidelijk zorgen over hun zoon, vertelt Honing. Soms vroegen ze hem of hij contact onderhield met al-Qaeda. Zowel Honing als Abdullah West vertelt dat Al-Hollandi tijdens de laatste Kerst een conflict met zijn ouders kreeg omdat hij als moslim niet aan een christelijke feestdag kon meedoen. Al-Hollandi, die tot dan bij zijn ouders woonde, heeft toen anderhalve maand in een moskee geleefd. De aanvaring met zijn ouders trok een zware emotionele wissel op Al-Hollandi, maar volgens Honing mag daar niet uit geconcludeerd worden dat zijn keuze voor de jihad daar verband mee houdt.

‘Ik trok het afgelopen jaar heel intensief met Al-Hollandi op. Ik heb hem goed leren kennen. Theologisch is hij veel sterker dan ik. Hij heeft veel kennis. Hij is op sommige punten ook veel strenger dan ik. Ik kon nog wel eens zeggen dat ik sommige dwalende islamitische sekten kan begrijpen, maar hij absoluut niet. Hij was veel rechtlijniger dan ik. Zijn keuze voor de jihad moet echt daaruit begrepen worden. Het is een theologische keuze, en geen emotionele die hij in een labiele toestand heeft gemaakt. Hij volgt de weg van de salaf voor wie de jihad ook een heilige plicht was. Hij maakt die keuze uit liefde voor Allah en omdat hij het lijdende soennitische volk wil bijstaan. En als hij in Syrië is zal hij zich niet aansluiten bij het Vrije Syrische Leger, of bij de Koerden, maar bij Jabhat Al-Nusra, omdat alleen zij strijden voor de implementatie van de sharia.’

Honing vertelt dat zijn vriend geen moment zwakke knieën had. Enkele weken terug vergezelde Honing Al-Hollandi naar het ouderlijk huis in Heeten. Al-Hollandi haalde er spullen op die hij wilde verdelen onder vrienden. Daarna heeft Al-Hollandi zijn moeder innig omhelsd. Er was die laatste weken weer warm en liefdevol contact tussen Al-Hollandi en zijn familie. Honing, die van Al-Hollandi’s plannen wist, vond het een aangrijpend gezicht: een moeder die onwetend is van het feit dat dit misschien wel de laatste keer is dat ze haar zoon zal zien.

‘Wat zeg je tegen je moeder, als zij denkt: wat doet die jongen mij nou, ik hield van hem’, vraagt Honing aan Al-Hollandi in het YouTube-filmpje. Al-Hollandi is stil en lacht ongemakkelijk, hij gaat verzitten, en antwoordt vervolgens met een kort betoog over onderwerping in de islam.

‘De avond voor zijn vertrek heeft hij bij mij geslapen’, zegt Honing. ‘Hij heeft nog zijn baard afgeschoren om tijdens zijn reis geen aandacht te trekken. De ochtend daarop is hij naar Duitsland gereisd. Hij had zevenhonderd euro op zak en een tas met kleren. In Duitsland heeft hij het vliegtuig naar Turkije genomen. Hij had telefoonnummers bij zich van mensen met wie hij daar contact moest opnemen. Die zouden hem Syrië binnenloodsen. Er was een dag lang paniek omdat het netwerk daar plat lag en hij niemand kon bereiken. Maar uiteindelijk kwam het allemaal goed. Het laatste dat ik van hem gehoord heb is dat hij in een trainingskamp in Syrië zit.’

Honing verwacht niet dat Al-Hollandi ooit zal terugkeren. Dit is wat Al-Hollandi hem heeft verteld: als hij geen martelaar in Syrië wordt, als hij de val van Al-Assad en de stichting van een kalifaat meemaakt, dan zal hij doorreizen naar Irak om zich daar aan te sluiten bij de soennitische jihadi’s die strijden tegen de Iraakse marionettenregering.


Beeld: Amaury Miller/HH