Wat zij doen met ons geld

DE VOORMALIGE BRITSE premier Harold Wilson leidde eind jaren zeventig persoonlijk een parlementaire onderzoekscommissie om de groeiende macht van de pensioenfondsen te analyseren. Wilson hield de pensioenfondsen mede verantwoordelijk voor het mislukken van zijn gematigde sociaal-democratische politiek.

In ons land pleitte PvdA'er Jan Schaefer in 1980 als wethouder van Volkshuisvesting van Amsterdam voor het investeren van pensioengelden in stadsvernieuwing in plaats van in zomerhuisjes in de Franse Ardèche. Schaefer, die geen poot aan de grond kreeg bij de pensioenfondsen: ‘De directeur van het ABP kijkt alleen naar rendement uitgedrukt in geld en vergeet het sociale rendement. Ik heb een ander begrip van rendement. Dat is niet alleen puur uitgerekend de rente, maar ook wat je met die investeringen voor de mensen doet. Ik wil de uitkering die je krijgt op je vijfenzestigste koppelen aan de sociale omstandigheden waarin je zit. Het is toch heel wat waard wanneer je van je dertigste tot je tachtigste in een betere stad woont dan dat je al die tijd in een rotstad woont?’
Als er in die tijd al reden was voor een discussie over de macht en het beleggingsgedrag van de pensioenfondsen, dan is dat nu zeker het geval. De pensioenfondsen zijn sindsdien explosief gegroeid. De ongeveer 1100 Nederlandse pensioenfondsen beheren op dit moment samen een kleine 700 miljard gulden, meer dan het totale jaarlijkse nationale inkomen van ons land. Ter vergelijking: in de jaren vijftig was dat nog geen 10 procent.
De afgelopen jaren is er bovendien een grote verandering opgetreden in wat de pensioenfondsen met al dat geld doen. Er wordt niet langer op safe gespeeld met overheidsleningen en andere risicoloze beleggingen, maar meer en meer geïnvesteerd in aandelen. In 1980 zat nog maar 4 procent van de beleggingen van de pensioenfondsen in aandelen, maar dat percentage stijgt snel: van 19 procent in 1994 via 23 procent in 1995 tot 29 procent in 1996.
In Engeland hebben de pensioenfondsen al meer dan 75 procent van hun fondsen in aandelen belegd. Ook in de Verenigde Staten is het percentage veel hoger dan in Nederland. Halverwege dit jaar hadden de Nederlandse pensioenfondsen samen 218 miljard gulden in aandelen belegd. Dat bedrag zal de komende jaren verder stijgen. Het ABP, het grootste pensioenfonds, wil aan het eind van deze eeuw 30 procent van haar beleggingen in aandelen hebben. En de PGGM, het pensioenfonds voor de zorgsector en nummer twee qua grootte, breidde haar aandelenportefeuille uit van 14 procent van haar vermogen in 1990 tot 55 procent nu.
NU DE PENSIOENFONDSEN de ingelegde premies niet langer min of meer op de automatische piloot beleggen, zijn ze graag geziene klanten op de beurs, waar natuurlijk flink te verdienen valt aan de met veel geld werkende pensioenfondsen. Daardoor kunnen mensen in de verleiding komen, blijkt nu. Volgens een artikel in Het Financieele Dagblad zeggen diverse handelaren op de Amsterdamse effectenbeurs 'dat sommige pensioenfondsen geen zaken met hen willen doen als er niets aan de strijkstok blijft hangen’. In een redactioneel commentaar onder de kop 'Geldhonger’ haalde diezelfde krant nog steviger uit: 'Wie de oren op het Damrak te luisteren legt, hoort dat de functionaris van het Philips Pensioenfonds niet de enige is binnen de sector die zijn positie heeft misbruikt. Ook hier geldt weer dat de officiële lezing van de betrokken partijen niet spoort met de gegroeide cultuur op de beursvloer. Daar valt te beluisteren dat zaken als handel met voorkennis, het gebruik van coderekeningen en het geven van steekpenningen schering en inslag waren en zijn.’
DE GROEIENDE INVLOED van pensioenfondsen en andere institutionele beleggers is nauw verbonden met veranderingen in de wereldeconomie. Zo heeft het nu al vele jaren volgehouden bezuinigingsbeleid tot gevolg dat overheidsbudgetten steeds minder garant staan voor een onbezorgde oude dag voor iedereen. Individuele pensioenregelingen zijn daardoor belangrijker geworden, waardoor de markt voor en de omvang van pensioenfondsen en levensverzekeraars is toegenomen. Ook met het in de jaren tachtig mondiaal ingezette privatiseringsbeleid bestaat een relatie. Als een groot aantal overheidsbedrijven naar de beurs gebracht wordt, moeten er veel aandelen worden weggezet. Daarom, zo schreef de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in 1995 in haar Financial Market Trends, is het nodig dat overheden de investeringsvoorschriften voor instituties, met name voor verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen, verder dereguleren en bijvoorbeeld beleggen in andere landen toestaan.
Dat is inderdaad in toenemende mate gebeurd. Als gevolg van het wegnemen van beperkingen op grensoverschrijdend kapitaalverkeer en het verruimen van de mogelijkheden om in het buitenland te beleggen, spelen pensioenfondsen en andere institutionele beleggers een sleutelrol bij de financiële globalisering. Immense sommen geld zwerven tegenwoordig constant de wereld rond over mondiaal met elkaar verbonden financiële markten, op zoek naar een zo hoog mogelijk rendement. In Mexico en Zuidoost-Azië is gebleken wat voor sociale ravages daardoor kunnen worden aangericht. Grote beleggers en speculanten kunnen beurzen en valutakoersen destabiliseren en daardoor onder andere regeringen dwingen tot een 'gezonder’ sociaal-economisch beleid, dat gunstiger uitpakt voor de rentabiliteit van financieel kapitaal.
PENSIOENFONDSSOCIALISME. Dat is volgens businessgoeroe Peter Drucker de richting waarin de Amerikaanse economie zich ontwikkelt, want de inleggers van pensioenpremies zijn immers de bezitters van de steeds machtiger wordende pensioenfondsen. Maar die formele eigenaars hebben helemaal niets te zeggen over wat er met hun geld gebeurt, wist zeventien jaar geleden Jan Schaefer al: 'Mijn directe band met Wiarda (toen directeur van het ABP - rw) is dat hij mijn pensioengelden beheert. Hij heeft mij nooit gevraagd of ik wil dat hij naar het hoogste rendement streeft. Ik vind dat de directeuren van pensioenfondsen de mensen die vraag moeten stellen.’
Dat gebeurt natuurlijk niet. Mede onder invloed van rendement eisende institutionele beleggers is in de Verenigde Staten en in Engeland de bemoeienis van aandeelhouders met het beleid van ondernemingen sterk toegenomen. Pensioenfondsen beijveren zich daarbij niet voor meer investeringen in de sociale infrastructuur of voor een menselijk personeelsbeleid, maar verlangen van managers van aan de beurs genoteerde bedrijven dat zij zich concentreren op het optimaliseren van shareholder value en op de performance op de beurs.
Parallel aan de toename van aandelen in hun portefeuilles zien we dat ook in ons land managers van pensioenfondsen zich meer gaan bemoeien met wat er in de bedrijven gebeurt. Zo heeft het ABP laten weten dat te veel Nederlandse ondernemingen beneden de maat presteren en len pensioenfondsen samen voor hun belangen gaan opkomen door bijvoorbeeld vaker met één woordvoerder op te treden op aandeelhoudersvergaderingen.
Directies van beursondernemingen worden dus steeds strenger beoordeeld en afgerekend op het uitgekeerde dividend en de koersontwikkeling, door managers van pensioenfondsen die op hun beurt beoordeeld en afgerekend worden op het rendement dat zij behalen op hun beleggingsportefeuilles. Alternatieve milieu- of sociale doelen leggen in dit coherente systeem per definitie het loodje tegen de harde financiële rentabiliteitseisen.
Door de besluitvormingsstructuren van pensioenfondsen en als gevolg van het feit dat veel geld verdiend wordt door de kleine sociale laag die direct bij het beheer van de pensioengelden betrokken is, kunnen de gepensioneerden onmogelijk worden beschouwd als werkelijke eigenaars van deze fondsen of als degenen die beslissen over wat er met hun geld gebeurt, constateert de Franse econoom Richard Farnetti in het boek La mondialisation financière. De minoritaire groep die het vermogen van de pensioenfondsen runt, schrijft hij, 'materialiseert de belangrijkste hedendaagse vorm van rentenierskapitalisme’. Omdat in die kleine wereld van het snelle geld gigantische bedragen omgaan, hebben verschillende betrokkenen en specialisten van onder andere de controlerende Verzekeringskamer de afgelopen weken verklaard dat misstanden zoals nu aan het licht zijn gekomen nooit volledig uit te bannen zijn.
Bij het pensioenfonds van Philips hebben een beleggingsstatuut en een gedragscode frauduleus handelen blijkbaar niet weten te verhinderen. En de vraag is of een integriteitstoets, de door Het Financieele Dagblad bepleite 'mentaliteitsverandering’, of het aangekondigde kwaliteitskeurmerk van de OPF - de koepelorganisatie van ondernemingspensioenfondsen - wel zouden hebben geholpen. Het probleem is fundamenteler. In een twee jaar geleden gepubliceerde studie over het toenemende belang van institutionele beleggers waarschuwt bijvoorbeeld zelfs het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor de risico’s van de grote concentratie van rijkdom in de handen van een relatief kleine groep professionele fondsmanagers: 'De belangrijkste gevolgen zijn de toegenomen waarschijnlijkheid van marktmanipulatie en zelfs van minder efficiënte markten.’
In zijn boek Wall Street: How it Works and for Whom schrijft Doug Henwood daarom dat voor een andere logica 'het hele idee om immense hoeveelheden financieel kapitaal in weinig handen te concentreren moet worden aangevallen’. Er is op dit moment geen sprake van pensioenfondssocialisme maar van portfoliomanagerkapitalisme. Gevraagd naar de ervaringen met pensioenfondsen in de Verenigde Staten zegt Henwood: 'Pensioenfondsen zijn een leuk middel voor bankiers en beleggers om hun macht over economische zaken te vergroten. Zij concentreren spaargelden van werkenden in relatief weinig handen - portfoliomanagers die op een hoogst conventionele manier met dat geld omgaan. In de Verenigde Staten behoren de publieke pensioenfondsen in de jaren negentig tot de voorhoede van de downsize-manie, waardoor bedrijven hun personeelsbestand steeds verder verkleinen. En in de jaren tachtig waren zij belangrijke investeerders in avonturistische financiële herstructureringen, zoals leveraged buyouts.’ De economische en sociale gevolgen van dit alles zijn groot. Henwood: 'Er wordt beknibbeld op de lonen en bezuinigd op onderzoek en op andere vormen van langetermijninvesteringen, en inkomen en economische macht is naar de bovenlaag overgeheveld. Aandacht voor illegale activiteiten moet daarom niet het feit verdoezelen dat sommige van de meest schandalige aspecten van de financiële sector volkomen legaal zijn.’