Wat zou moeten

Valt er nog wat te regeren in Nederland? Nou, misschien wat milieu- en armoedebeleid? Ja, dat zou moeten. ‘Zou moeten’ ligt paars in de mond bestorven. Over wat zou moeten en wat toch niet in de troonrede stond.
EEN PAAR MAANDEN geleden nog leek de regering uitgeregeerd. Het regeerakkoord was zo'n beetje uitgevoerd, wat viel er de laatste twee jaar nog te doen? Met name Bolkestein vond dat er maar een ‘annex’ moest komen bij het regeerakkoord.

De vraag wat er in die ‘annex’ moet komen, is sinds vorige week niet moeilijk te beantwoorden. De uitdagingen liggen plotseling voor het oprapen. Een en ander is nog niet terug te vinden in de jongste troonrede en de regeringsplannen voor volgend jaar, maar misschien was het daarvoor ook iets te kort dag.
Het was in een en dezelfde week dat de klimaatcommissie van de Tweede Kamer zich unaniem uitsprak voor een kruistocht tegen het broeikaseffect, dat de PvdA een inspirerend plan presenteerde voor de toekomst van de sociale zekerheid, dat het Sociaal Cultureel Planbureau onthulde dat er in Nederland 900.000 huishoudens leven in armoe, dat het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) liet weten dat er van het milieubeleid schrikbarend weinig terecht komt en dat het SCP duidelijk maakte dat er een toenemende steun is voor 'links’ beleid: herverdeling, collectieve voorzieningen, milieubeleid.
Minister Melkert van Sociale Zaken draaide er op zijn begrotingspersconferentie niet omheen. Hij vindt de progressieve trend die het SCP constateert 'uitermate interessant en ook relevant’, al zeggen enquêtecijfers natuurlijk niet alles 'zolang je er niet met de collectebus naast gaat staan’. Nee, hij vind het nog geen tijd om de bezuiniging van 380 miljoen op de bijstand ongedaan te maken, maar 'er is bij de bevolking blijkbaar meer begrip voor wat je collectief moet organiseren’. Niet alleen Melkert, maar ook zijn frisse staatssecretaris Frank de Grave reageerde vervolgens opmerkelijk enthousiast op de hervormingsideeën voor de sociale zekerheid die de PvdA onder leiding van Karin Adelmund bedacht.
EN HET MOET gezegd: de ideeën van Adelmund c.s. zijn een belangrijke doorbraak in het denken over arbeid en sociale zekerheid. De naamgeving mag dan wat flauw zijn, het idee van social miles levert een mooie combinatie van solidariteit en individuele keuzevrijheid. En de 'participatiewet’ die de commissie bedacht, heeft vele voordelen van het basisinkomen, terwijl het de nadelen handig omzeilt. De social miles houden in dat werknemers de mogelijkheid (en misschien zelfs de verplichting) krijgen om bovenop de bestaande sociale zekerheid te 'sparen’ voor punten die naar eigen goeddunken kunnen worden gebruikt voor zorg- en scholingsverlof, voor vervroegde uittreding of voor extra geld in geval van werkloosheid. Het verschil met het sparen via een bank is dat de social miles niet louter bestaan uit geld, maar ook uit rechten: je kunt er door de werkgever niet uitgegooid worden als je de miles gebruikt en bovendien vinden er geen pensioen- en uitkeringsbreuken plaats bij het opnemen van verlof.
De participatiewet doet denken aan de eerder door de PvdA bedachte 'basisbaan’, en is bedoeld voor een groot deel van de mensen die nu in de bijstand zitten. In tegenstelling tot de bijstand is het 'participatieloon’ onafhankelijk van het inkomen van de partner of het eigen vermogen, en bovendien mag er worden bijverdiend. Voorwaarde is wel dat de ontvanger 'participeert’: een opleiding volgt, vrijwilligerswerk doet of anderszins actief is. Een soort basisinkomen, maar alleen voor iedereen die geen volwaardig inkomen heeft. Onduidelijk is wat er vervolgens met de bijstand moet gebeuren: kan deze omhoog omdat daar alleen nog de echte losers in zitten, die nooit aan de bak zullen komen? En wie bepaalt wie in welke uitkering mag? En hoe hoog is het participatieloon, of wordt dat per individu vastgesteld door een ambtenaar? De uitwerking is kortom nog niet helemaal rond, maar het idee is er.
Verder wil de PvdA-werkgroep 'flexwerkers’ meer recht geven op sociale zekerheid, te betalen door de werkgevers want die gebruiken flexwerkers om hun bedrijfsrisico op te vangen. Bovendien krijgt iedereen die niet over een opleiding op het niveau van het leerlingwezen beschikt, het recht om alsnog een diploma te halen. Aardig is vooral dat Adelmund c.s. wijzen op de vele functies van de sociale zekerheid die nogal eens vergeten dreigen te worden. 'Een ontwikkeld stelsel van sociale zekerheid helpt de jacht op permanente inkomensvergroting afremmen. Het schept ruimte voor een meer ecologisch verantwoorde levensstijl. Zoals het ook, door een rem te zetten op de economische strijd om survival, ruimte schept voor eerlijk delen en culturele ontplooiing.’
Het is natuurlijk tamelijk cru om dit alles te presenteren op het moment dat het uitkleden van de sociale zekerheid zo'n beetje voltooid is. Hoe veel aardiger zou het geweest zijn als de PvdA deze ideeën twee jaar geleden tot inzet had gemaakt van de kabinetsformatie. Het lijkt bijna een wetmatigheid: sympathieke plannen worden nooit bedacht om vanaf vandaag het beleid te beïnvloeden maar gaan altijd over de verre toekomst. Gezien Melkerts reactie hoeven de ideeën echter niet te blijven liggen tot de volgende verkiezingen. Wel zal de minister van Sociale Zaken dan zijn begroting fors moeten herschrijven, want het huidige beleid staat vooralsnog tamelijk haaks op de plannen van Adelmund.
EEN TWEEDE pijler van het regeringsbeleid voor de komende twee jaar werd afgelopen zondag aangedragen door bisschop Muskens van Breda. Het kabinet heeft het armoedeprobleem tot nu toe ernstig verwaarloosd, vindt de monseigneur. Ook het Sociaal en Cultureel Rapport luidde de noodklok. Eén op de zeven huishoudens in Nederland (900.000 huishoudens) moeten het doen met een uiterst laag inkomen. Voor alleenstaanden is 'laag’ minder dan 1330 gulden netto per maand, voor alle andere huishoudensvormen gaat het om iets hogere bedragen.
Vanzelfsprekend maakt het kabinet zich daar ernstig zorgen om. De sociale conferentie die de regering eind oktober belegt, moet dan ook een 'markante trendbreuk’ teweegbrengen, aldus minister Melkert. En premier Kok wil, geconfronteerd met de armoedecijfers, 'de ingroei van mensen die langer aan de kant hebben gestaan, beter mogelijk maken’. En: 'Ik wil er graag met anderen aan werken, en als de bisschop daar over mee wil denken, graag.’
De derde pijler ten slotte werd vorige week aangedragen door de kamerbrede klimaatcommissie en door het RIVM. Voorafgaand aan de serie begrotingspersconferenties van de ministers gaf het RIVM een eigen persconferentie waarin het instituut in beschaafde bewoordingen de vloer aanveegde met het milieubeleid. 'Als de regering de doelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen wil halen, moet de energieprijs eenvoudig worden verdubbeld’, zo sprak milieudirecteur Van Egmond voor zijn doen opmerkelijk kras. Zeker, veel milieubelastende stoffen werden de afgelopen jaren teruggedrongen, maar de uitstoot van het broeikasgas CO2, dat direct samenhangt met energiegebruik en dus met economische groei, neemt notabene toe. En voor tal van andere stoffen geldt dat de afname langzamerhand stokt, omdat de simpele technische maatregelen inmiddels zijn genomen. Wil je de uitstoot verder remmen, dan zul je veel ingrijpender maatregelen moeten nemen. De eerste tien procent vermindering is nu eenmaal makkelijker te bewerkstelligen dan de volgende. Iedere volgende maatregel is moeilijker en duurder dan de voorgaande.
Op het eerste gezicht lijkt de Milieubalans misschien een willekeurige hoeveelheid plussen en minnen - deels gaat het goed, deels gaat het slecht - maar er is wel degelijk sprake van een patroon. Het komt erop neer dat alles wat makkelijk met end of pip-maatregelen te bereiken is, redelijk goed gaat, en alles waar een verandering van de economische structuur voor nodig is, slecht. Van Egmond van het RIVM: 'We zijn erg van de cijfers geschrokken, maar eigenlijk zijn de uitkomsten niet verbazingwekkend, gezien het beleid tot nu toe.’ Nee, meer kan hij er niet over zeggen. 'We mogen nu eenmaal geen politieke aanbevelingen doen, met ons onderzoek hopen we slechts de kwaliteit van de beraadslagingen te verbeteren.’
De toename van de uitstoot van CO2, vorig jaar vier procent, is voor een groot deel te wijten aan een uitbreiding van de petrochemie en van de commerciële dienstverlening. Die laatste lijkt misschien een 'schone’ sector, maar gaat gepaard met veel extra verkeer. Op de achterflap van de Milieubalans merkt het RIVM subtiel op dat Nederland wat de plannenmakerij betreft weliswaar voorop loopt, maar in de realisatie van de plannen gelijke tred houdt met het buitenland, terwijl het milieu er hier slechter aan toe is. Een beetje milieuminister grijpt zulke cijfers aan om zich tegenover haar collegaministers extra sterk te maken voor een beter milieubeleid. Zo niet minister De Boer. Zij werd boos op het RIVM. En terwijl RIVM-directeur Van Egmond stelt dat het halen van de CO2-doelstelling drie procent minder CO2 (in het jaar 2000 ten opzichte van 1990) 'buiten bereik’ ligt tenzij de energieprijzen verdubbelen, blijft De Boer volhouden dat het ook met het huidige beleid nog steeds 'zou moeten kunnen’.
'ZOU MOETEN’ is een geliefde uitdrukking van de minister. Het kan misschien niet, het gebeurt misschien niet, de andere ministers willen het misschien niet, maar het zou wel moeten. 'Groei, versterking van de concurrentiekracht en toename van de werkgelegenheid zouden gecombineerd moeten worden met een vermindering van de milieudruk’, zegt ze in het persbericht over de nota Milieu en economie, waar het kabinet volgend voorjaar mee komt. Zouden moeten. Ondertussen werpt de milieuminister zich maar op de ruimtelijke ordening (het Groene Hart) en milieuvriendelijke woningbouw, want daar heeft ze in ieder geval de andere ministers niet bij nodig.
Een paar uur na de persconferentie van het RIVM stond minister Wijers van Economische Zaken bijna te dansen van geluk, wijzend op een grafiekje waaruit bleek dat de broeikasgassen wel degelijk dalen. Zie je wel, het kan! riep hij. 'Ontkoppeling’, heet dat in jargon: economische groei zonder dat de milieuvervuiling (in gelijke mate) toeneemt. En hij had z'n cijfers van het RIVM, zei hij. Dat komt zo: Wijers heeft het over alle broeikasgassen en daar horen ook de cfk’s bij, en die zijn de afgelopen jaren inderdaad zo sterk afgenomen dat daardoor ook de optelsom van alle broeikasgassen een dalende lijn vertoont. Maar de grap is dat de cfk’s inmiddels helemaal zijn uitgebannen, dus daar valt geen winst meer te halen.
Het zal nu geheel van CO2 moeten komen, en zoals gezegd stijgt dat, en is er geen enkele reden waarom het de komende jaren plotseling zou gaan dalen. Dat is zorgelijk, vindt ook Wijers, maar we moeten niet te star rekenen. Want door zijn ligging trekt Nederland nu eenmaal veel transport en (petrochemische) bedrijvigheid aan, maar de manier waarop in Nederland wordt geproduceerd is wel veel milieuvriendelijker dan elders. Dus eigenlijk is iedereen beter af als het in Nederland gebeurt.
Toen het kabinet afgelopen voorjaar constateerde dat het regeerakkoord zo'n beetje was uitgevoerd, sloegen de ministers aan het brainstormen over Nederland in 2015. Uitermate inspirerende bijeenkomsten waren dat, zo vertelt iedereen die erbij was. Het toekomstbeeld dat die sessies voortbrachten had echter een hoog jaren-vijftiggehalte. Kok liet de koningin in de Troonrede zelfs letterlijk de vergelijking trekken met het Marshallplan. Dat valt de kabinetsleden nauwelijks kwalijk te nemen, mensen blijven nu eenmaal altijd verlangen naar het wereldbeeld uit hun jeugd en dat leverde in dit geval veel asfalt en beton op. Waar de regering precies aan denkt, weten we niet, want iedere minister geeft een eigen draai aan de uitkomsten van de brainstormsessies en er staat niets op papier.
Maar de nota Investeren in de toekomst van de ministers Wijers, De Boer, Jorritsma en Van Aartsen geeft wel een indruk. De economie moet jaarlijks met drie procent groeien, Nederland is en blijft 'distributieland’, en we moeten op zoek naar extra ruimte in het water, onder de grond en in de lucht ('overkluizing’). En verder moet er natuurlijk veel worden geïnvesteerd in kennis, al wordt dat niet verder geconcretiseerd, en moet alles natuurlijk samen gaan met duurzaamheid.
Zou moeten. De 'agenda 2000-plus’ noemde premier Kok het afgelopen maandag. We moeten volgens de premier 'de lat wat hoger leggen’ en 'de lijnen waar we mee bezig zijn wat verder doortrekken’ om zo 'de stukken op het bord te krijgen om de partij de volgende periode goed te kunnen spelen’.
Zoals gezegd was het waarschijnlijk te kort dag om de bevindingen van het RIVM, de bisschop van Breda, de klimaatcommissie en het SCP nog in de regeringsplannen mee te nemen. Maar het brainstormen beviel zo goed dat het vast geen probleem is om nog een paar sessies te houden. En misschien kan er dan ook iets op papier worden gezet, opdat de volksvertegenwoordiging kan meepraten.