Het verraad van de PvdA

Water in de rode wijn

De Nederlandse sociaal-democratie is als een kameleon. Ze kleurt rood als ze zich opwindt, om in rust de kleur van haar omgeving aan te nemen. Ook nu weer levert de PvdA sociaal-democratische waarden als bestaanszekerheid, emancipatie en goed werk in bij de VVD.

Zomaar twee willekeurige voorbeelden van de ontluisterende wijze waarop de pvda in het kabinet-Rutte II opnieuw haar ideologische veren afschudt. Onder de kop Dutch Art Scene Is under Siege verbaasde The New York Times zich onlangs paginagroot over de ‘culture war’ die de Nederlandse overheid heeft ontketend tegen de kunsten. Een treurig stemmend verhaal over de doodstrijd waarin theatergezelschappen en musea zijn verwikkeld, nu de overheid geen rol meer voor zichzelf ziet weggelegd als beschermer van wat cultureel waardevol is maar in de markt niet overleeft.

De verbazing van de verslaggeefster geldt ook het feit dat, hoewel de verbale agressie tegen de kunsten is verstomd, de hernieuwde regeringsdeelname van sociaal-democraten verder niets blijkt uit te maken voor de ‘slachting’ in de kunstwereld. The New York Times vroeg de Nederlandse minister van Cultuur uiteraard om commentaar. ‘Ms. Bussemaker declined to be interviewed’, meldt de krant droog over de weigering van de pvda-minister.

Ander voorbeeld. In het eo-programma Blauw bloed, waarin het doorgaans vooral gezellig moet blijven, bleek royalty-verslaggever Jeroen Snel onlangs kritischer over het staatsbezoek van de Oranjes aan Brunei dan minister Lilianne Ploumen. Snel schetste de sultan als een man die van gekkigheid niet meer weet wat-ie met zijn geld moet doen en vroeg Ploumen of ze geen moeite had met het gebrek aan pers­vrijheid in het sultanaat. De sociaal-democratische minister ontweek deze vragen en beklemtoonde slechts het grote handelsbelang dat Nederland in Brunei heeft.

In de Burgerzaallezing sprak socioloog Jacques van Doorn, groot kenner van de sociaal-democratie, al twintig jaar geleden over het ‘naargeestige schouwspel’ dat het ‘commercievriendelijke geflikflooi’ van de pvda oplevert. Van Doorn, bij leven nota bene vvd’er, hield de sociaal-democraten voor dat de beschermende hand van de overheid soms is geboden omdat niet alles van waarde ook betaalbaar is. ‘De cynische wijsheid van Bertolt Brechts koopman is van alle tijden: Ich weiss nicht was ein Mensch ist, ich kenne nur seinen Preis. Daartegen te hebben geprotesteerd is de grote historische verdienste van de sociaal-democratie’, zei Van Doorn. En vermanend: ‘Het blijft haar toekomstige roeping.’

In zijn lezing kenschetste Van Doorn de sociaal-democratie in Nederland als een kameleon. Het diertje kleurt rood als het zich opwindt, om in rust weer de kleur van zijn omgeving aan te nemen. De metafoor is nog altijd actueel. In de verkiezings­campagne zette lijsttrekker Diederik Samsom zijn partij stevig in het rood, met zijn uithalen naar het ‘rechtse rotbeleid’ en het ‘rancuneuze revanchisme’ van Rutte I, maar nu de pvda met de vvd een regeringscoalitie heeft gesloten, kleurt de partij weer naar de dominante liberale omgeving. Dat is de politieke werkelijkheid achter de bevinding van het Centraal Planbureau dat de vvd in de kabinetsformatie 77 procent van zijn verkiezingsprogramma heeft binnen­gehaald, tegen 41 procent voor de pvda.

De politieke conclusie is dat met het aantreden van Rutte II de liberale regime change in Nederland ongeremd doorgaat. Na enkele uitglijers is vvd-leider Mark Rutte op dit moment publicitair de gebeten hond. Hij kan weinig goed meer doen, zeker niet nu media meer dan ooit geneigd zijn door te bijten als zij bloed ruiken. Dat ongunstige beeld in de publiciteit leidt evenwel af van het succes dat Rutte sinds zijn aantreden als premier boekt in de vestiging van het nieuwe regime in Nederland. Het liberale doel van een zo klein mogelijke overheid en een dito verzorgingsstaat geeft richting aan het beleid, ook al gaat dat doel soms verborgen achter een tegemoetkoming aan de coalitie­partner. Eerder leverde het cda zich aan dat regime uit, nu de pvda. Dat gaat ten koste van crisis­verschijnselen in zowel de christen-democratie als de sociaal-democratie.

In het decembernummer van Socialisme Democratie duidt politiek filosoof Wout Cornelissen met de term ‘regime change’ de gewenning aan een bepaald type samenleving aan, met de bijpassende visie op de rol van de overheid en het beleid. Het nieuwe regime mag als gevestigd worden beschouwd als er een brede consensus over bestaat. In de Nederlandse politiek is dat het geval met het beleid van steeds maar weer bezuinigen, met het doel de overheid klein te maken, en met de ontmanteling van de verzorgingsstaat. Dat beleid is vanzelfsprekend, niet omdat het objectief gezien het enige juiste is, maar omdat de achterliggende visie op de overheid en de verzorgingsstaat geen onderwerp van debat meer is. In Rutte II belichamen de pvda-ministers Jeroen Dijsselbloem op Financiën en Lodewijk Asscher op Sociale Zaken deze consensus.

De linkse politiek theoreticus Antonio Gramsci (1891-1937) zou allicht spreken van ‘psychologisch cement’ waarin de pvda gegoten zit. Hij doelde op een situatie waarin de politiek overtuigd is geraakt van de juistheid van één benadering. Degene die beschikt over deze ‘ideologie van de macht’ stelt zijn eigen ideeën voor als normaal en juist, waardoor de zienswijze van de tegenstander abnormaal, onjuist en marginaal gaat lijken. De laatste voelt zich dan gedwongen zichzelf de hele tijd te rechtvaardigen, totdat hij dat maar opgeeft. De sociaal-democratie heeft altijd gestreden tegen gewenning aan het bestaande als dat de sociale rechtvaardigheid in stand laat. In Rutte II lijkt zij moegestreden, althans voor het moment.

De gewenning aan het nieuwe regime lijkt ook het liberale mensbeeld te omvatten. Individuen worden vooral beoordeeld op hun productiviteit, een maatstaf die politiek tot uitdrukking komt in de totem die het kabinet voor de ‘hardwerkende Nederlander’ heeft opgericht en anderzijds in de stiefmoederlijke behandeling van ‘niet-productieve’ krachten als kunstenaars, asielzoekers, werklozen, niet-technische wetenschappers. Van illegalen verklaart het kabinet zelfs het bestaan strafbaar.

Van Doorn beschreef het kameleontische destijds als een karaktertrek die de geschiedenis van de sociaal-democratie tekent. Ook tijdens de eerste coalitie met de vvd, ten tijde van Paars (1994-2002), was links bereid al het water dat rechts aanreikte in de rode wijn te doen, om met de socioloog te spreken. Met de liberalen voerde de pvda een beleid van uitbundige belastingverlagingen, privatisering en liberalisering, ook toen in de gedachte dat zulk beleid onontkoombaar was en objectief het juiste.

Brigitte de Waal is een van de werknemers die in deze tijd de wrange vruchten proeven van de aanbesteding van publieke diensten, een marktconform gebruik dat onder Paars ontstond. Sinds de gemeente het schoonmaakwerk in de scholen heeft uitbesteed aan het bedrijf Effektief, heeft De Waal niet meer tien minuten, maar afgeklokt één minuut en dertig seconden om een lokaal waarin kinderen de hele dag hebben verkeerd schoon te maken. Dat is godsonmogelijk en daarom heeft zij de opdracht ‘resultaatgericht’ te reinigen, een eufemisme voor snel de bezem er doorheen halen. De vuilniszakken zijn op rantsoen en ze moet de lokalen zwabberen met de mop die ze ook voor de toiletten gebruikt. Zij en haar man, ook schoonmaker, werken fulltime, maar geld om af en toe de trein te nemen van Groningen naar hun dochter in Rotterdam is er eigenlijk niet. Een collegaatje kan het eenvoudigweg niet aanzien dat de kinderen in een vieze, ongezonde omgeving les krijgen, en dweilt daarom de lokalen buiten werktijd nog drie kwartier na, onbetaald. De gemeente ondertussen verheugt zich over de besparing die het schrappen van 2500 uren schoonmaakwerk oplevert.

De lotgevallen van Brigitte de Waal en haar collega’s staan niet op zichzelf. Ze illustreren de groeiende ongelijkheid tussen enerzijds degenen die de macht op de arbeidsmarkt hebben en het goed voor zichzelf regelen en anderzijds de werknemers die deze macht ontberen. De verliezers in deze stressmaatschappij zijn allengs beperkt in hun mogelijkheden om zin in hun werk te vinden, zich daarin te ontplooien en zich gezien te weten. Ook dat laat het verhaal van Brigitte zien.

Dat verhaal roept de idee van een fatsoenlijke arbeidsorde in herinnering, een van de centrale thema’s in de sociaal-democratische traditie. In deze traditie wordt het belang van werk behalve aan de inkomenszekerheid die het biedt, óók afgemeten aan waarden als emancipatie, zeggenschap, sociale rechten en zekerheid. In de fatsoenlijke arbeidsorde van de sociaal-democraten krijgt werk zo betekenis voor de maatschappij en de levensvervulling van mensen. De overheid speelt in dit denken een onmisbare rol, als tegenwicht tegen de amorele hardheid van de markt.

Het handelen van de pvda in het kabinet is in deze sociaal-democratische traditie moeilijk te plaatsen. In een tijd van scherp oplopende werkloosheid heeft zij getekend voor minder bescherming tegen ontslag en voor een vergaande ingreep in de ww, waarbij werklozen ongeacht hun vroegere inkomen al na één tot anderhalf jaar terugvallen op de bijstand. Dat vergroot het risico op het ontstaan van een ‘precariaat’, een nieuwe onderklasse met weinig rechten, mensen die voortdurend de eindjes aan elkaar moeten knopen en van het ene na het andere kortetermijncontract afhankelijk zijn, zonder reëel perspectief op een ander bestaan.

Oud-pvda-politicus Marcel van Dam noemt dit dreigende perspectief ‘dé sociale kwestie van deze tijd’, met mogelijk ernstige maatschappelijke gevolgen. Zo hebben de ervaringen van mensen als Brigitte de Waal repercussies voor hun vertrouwen in de maatschappij. ‘De angst voor daling op de maatschappelijke ladder, de onzekerheid en machteloosheid die gepaard gaat met precaire arbeid en de afnemende waardering voor vaardigheden en vakmatigheid spelen een belangrijke rol in de manier waarop mensen tegen de wereld aankijken’, schrijft Monika Sie Dhian Ho in Socialisme Democratie. Zij is directeur van de Wiardi Beckman Stichting (wbs), het wetenschappelijk bureau van de pvda. Het verhaal van De Waal bevestigt Sie in haar vermoeden dat de politiek vervreemd is geraakt van de ervaringswereld van mensen, met als gevolg dat mensen op hun beurt vervreemden van de politiek. In het ergste geval gaan zij politiek eerder als hét probleem zien dan als een oplossing van het probleem. Politieke partijen schieten te kort in het verbinden van de dagelijkse verzuchtingen en dromen van mensen met politieke strijd en idealen. Dat is ernstig, concludeert Sie, want politiek moet juist het middel in handen van de mensen zijn om hun leven te sturen en hun vrijheid te vergroten.

Het risico dat de breuk tussen publiek en politiek zich verdiept is des te groter nu de extra bezuinigingen die Rutte II doorvoert basiszekerheden in het dagelijkse leven verder aantasten. Sluipenderwijs keert de klassieke bestaans­onzekerheid terug, in de vorm van onzekerheid over betaalbare zorg, goed onderwijs, behoud van werk en inkomen, sociale zekerheid die meer is dan een grijpstuiver. In de visie van Sie Dhian Ho steekt ook een vorm van ‘mentale bestaansonzekerheid’ de kop op. Ze doelt op onzekerheid over al die onderscheidingen die richting geven aan onze dagelijkse beslissingen, zoals de normatieve helderheid over het verschil tussen redelijk en onredelijk, fatsoenlijk en onfatsoenlijk.

In dat licht is bestaanszekerheid door sociaal-democraten altijd gezien als een vorm van vrijheid. Verlost van zowel materiële als mentale noden kun je meer van het leven maken. De opvatting dat bestaanszekerheid ouderwets is, iets voor angstige mensen, doet aan dat inzicht geen recht. Zonder een minimum aan zekerheid, normatieve helderheid en veiligheid ontbreekt al snel de zelfredzaamheid om vorm te geven aan je eigen leven. ‘De vrees is het zand in de machine van het leven’, schreef Joop den Uyl in 1951 als wbs-directeur al in De weg naar vrijheid.

Hand in hand met de liberalen hebben sociaal-democraten al decennialang de zelfbeschikking van mensen weten te vergroten, dankzij de bevrijding van dwang, gezagsverhoudingen en privileges die waren ontleend aan traditie en geloof. Dat was de gezamenlijke missie van de pvda, de vvd en andere liberale partijen. Met de zelfbeschikking is het goed gesteld, met de zelfredzaamheid minder. Dat komt doordat de maatschappelijke condities daartoe als gevolg van bezuinigingen op onderwijs, zorg, sociale zekerheid en maatschappelijk werk allengs minder gunstig worden. Daarbij komt dat de overheid solidariteit soms eerder als kostenpost ziet dan als noodzakelijke steun in de rug om zelfredzaamheid te verwerven. Emancipatie was voor sociaal-democraten altijd het achterliggende motief voor solidariteit. Door de regime change onder Rutte II wordt aan deze belangrijke voorwaarde voor vrijheid minder en minder voldaan.

Illustratief is de acute pijn die de drastische korting op de chronische awbz-zorg oplevert. Volgens het onderzoeksbureau Nyfer verliezen anderhalf miljoen aow’ers met een chronische aandoening al dit jaar hun recht op persoonlijke verzorging, dagbesteding en huishoudelijke hulp. Ook hier, net als in het geval van de kunsten, weet de overheid wel wat deze voorziening kost, maar is ze verleerd de maatschappelijke waarde en betekenis te benoemen.

Lange tijd beschouwde de politiek de ouderenzorg evenals de cultuur als iets wat ofschoon onrendabel, wel waardevol was en daarom de beschermende hand van de overheid behoefde. Ten tijde van de opbouw van de verzorgingsstaat richtte de rooms-rode coalitie onder premier Willem Drees voor dat soort activiteiten het ministerie van Maatschappelijk Werk op, naderhand aangevuld met Cultuur (crm). In die tijd gold het als vooruitgang dat ouderen voor hun dagelijkse zorg voortaan niet meer afhankelijk waren van de bereidwilligheid van vrienden en verwanten. Vrijwilligerswerk kwam sindsdien ook daadwerkelijk voort uit de vrije wil om de naaste te dienen.

Het kabinet-Rutte verwacht van familie en vrienden dat zij deze zorg overnemen. In het licht van de naoorlogse geschiedenis is dat dus achteruitgang. Vrijwilligerswerk dat niet echt uit vrije wil geschiedt is geen vrijwilligerswerk.

Al met al wordt bestaanszekerheid steeds meer een persoonlijke prestatie, een kwestie van geld, en steeds minder een vanzelfsprekend kenmerk van beschaving, een verworvenheid waarop mensen recht kunnen doen gelden ongeacht hun inkomen en opleiding. In dit opzicht hebben de woorden van pvda’er Thijs Wöltgens nog niets aan actualiteit ingeboet: ‘Het sociaal-democratisch project is niet voltooid, maar eerder in levensgevaar.’ Wöltgens schreef dat in 1996, ten tijde van Paars I, in De nee-zeggers, een boek dat hij naar eigen zeggen schreef uit boosheid over de ‘Internationale van het geld’.

De lotgevallen van Brigitte de Waal en andere verliezers van de liberale regime change behoren tot de reeks verhalen die de Wiardi Beckman Stichting heeft opgetekend als basis van het project Van waarde: Sociaal-democratie voor de 21ste eeuw. De wbs presenteert het eindresultaat van dit langlopende project deze week. De ambitie van de initiatiefnemers, onder wie directeur Sie Dhian Ho, is om het algemeen belang opnieuw te formuleren in het licht van de sociaal-democratische waarden bestaans­zekerheid, verheffing, goed werk en binding. Sie doet dat in een essay, eveneens met de titel Van waarde. De interviews met De Waal en anderen zijn vergezeld van een nawoord van de Vlaamse socioloog Mark Elchardus gebundeld in het boek Vooruit: De verzwegen politiek van het dagelijks leven. Als derde boek in het kader van dit project verschijnt de artikelenbundel Tegenwicht: Waarom waarden ertoe doen.

Het wbs-project kan de coalitie van pvda en vvd onder hoogspanning zetten, als de tekenen niet bedriegen. Op aandringen van voorzitter Hans Spekman heeft het partijbestuur een congresresolutie opgesteld die de politiek geladen conclusies van Van waarde overneemt. In de resolutie staat onder meer dat de pvda de bestaanszekerheid van werknemers als Brigitte de Waal moet ‘garanderen’.

Spekman stuurt daarmee aan op een directe confrontatie met partijleider Diederik Samsom. Ook de voorzitter realiseert zich dat de conclusie van het wbs-project geen andere kan zijn dan dat de pvda haar waarden verzaakt, door mee te werken aan de vestiging van het liberale regime van een kleinere overheid en een kleinere verzorgingsstaat. Een partij die ‘de verzuchtingen en dromen van mensen’ wil verbinden met politieke strijd moet er zijn voor mensen als Brigitte de Waal, op wie de risico’s van de markt en het commerciële model worden afgewenteld. Anders raakt de pvda vervreemd van de mensen voor wie de sociaal-democratie ooit is ontstaan. Dat is wat er dreigt, nu het concrete handelen van de pvda in het kabinet-Rutte II zo ver is weggedreven van de sociaal-democratische idealen.

Evenals de christen-democratie ontstond de sociaal-democratie in de negentiende eeuw juist in de strijd tegen het economisch liberalisme, een systeem dat arbeiders zo min mogelijk rechten gaf om zo veel mogelijk productie uit hen te halen. Onder het motto dat de arbeider zijn loon waard is, deelden sociaal-democraten en christen-democraten allerlei sociale en morele ideeën over zinvol, lonend werk, dat niet alleen op het rendement maar ook op de maatstaf van menselijke waardigheid moest worden beoordeeld. De christen-democratische beweging zocht de remedie voor ‘de sociale kwestie’ vooral in kerkelijke en maatschappelijke organisaties, de sociaal-democratische meer in militant arbeidersverzet, stakingen en actie. Mede dankzij het afzweren van het revolutionaire marxisme in 1938 door haar voorganger sdap kon de pvda na de oorlog samen met de christelijke partijen de basis leggen voor de verzorgingsstaat. ‘Bestaanszekerheid’ was het kernwoord. Bij de invoering van haar Bijstandswet in 1963 prees de katholieke minister van crm, Marga Klompé, het Nederlandse sociale stelsel omdat het van liefdadigheid een recht had gemaakt, geen ‘genadegift’.

De pvda streefde in deze tijd naar ‘breideling van het kapitalisme’, met de overheid als corrector van onrechtvaardigheden die onherroepelijk optreden in een stelsel dat louter op economische wetmatigheden is gebaseerd en uit zichzelf dus geen boodschap heeft aan sociale en culturele belangen. In die visie heeft de overheid de taak ‘zwakke krachten’ als de cultuur en het welzijnswerk te beschermen omdat ze noodzakelijk zijn voor het welbevinden van mensen. Over bestaanszekerheid en verheffing, beide doelen van de verzorgingsstaat, schrijft Sie: ‘Het ideaal is dat ieder individu tot zijn recht mag komen, zich gezien weet en een betekenisvol leven in vrijheid kan leiden.’ Ook werk kan volgens filosoof Hans Achterhuis aan dat ideaal bijdragen, mits het voldoet aan de volgende condities: ‘De sisyfusarbeid die het beroepsleven soms is, blijkt te voldoen als zij kan worden verbonden met het vakmanschap van Prometheus en de erkenning verkrijgt die Achilles met zijn heldendaden nastreefde.’ Dat geldt voor de hoogleraar evenzeer als voor Brigitte de Waal.

Humanisering van arbeid door breideling van het kapitalisme was altijd een kernthema van de sociaal-democratie. Ook in deze traditie is het handelen van de pvda in het kabinet moeilijk te plaatsen. Eerder dan tegenwicht te bieden, gaat de pvda mee in het verschuivende machtsevenwicht van arbeid en kapitaal. Internationaal wordt het kapitaal bevoordeeld met een steeds milder belastingregime, ten koste van hogere belastingen op arbeid. Het kabinet volgt die trend. Tekenend is hoe de grote exportondernemingen met dito spaaroverschotten hoe dan ook moeten worden ontzien en het midden- en kleinbedrijf wordt opgezadeld met een btw-verhoging. Volgens de Financial Stability Board, een onderzoeksorganisatie onder de vleugels van de G20, is Nederland met veertienduizend brievenbusmaatschappijen vierde in de rij van belastingparadijzen. Deze ‘schaduwbanken’ en andere vage financiële dienstverleners blijven ongemoeid, ook nu de sociaal-democraten regeren. Het beeld dat de pvda het kapitaal voortrekt is dodelijk voor een partij van de arbeid.

In de visie van de wbs is de sociaal-democratie voor alle potentiële slachtoffers van de kapitalistische dynamiek altijd een breekijzer geweest om zich te bevrijden uit de bestaans­onzekerheid. In dat licht beschouwd is het project Van waarde een onderzoek naar de vraag hoe de pvda die rol kan herwinnen. Ondertussen domineert in het beleid de gedachte dat onzekerheid mensen vrijer en sterker maakt dan zekerheid. De verklaring is waarschijnlijk dat de pvda al te lang heeft nagelaten de maatschappelijke waarde en betekenis van de verzorgingsstaat te benoemen. Ze is gewillig meegegaan in de kritiek op de hoge kosten, ook als de regering onder deze vlag essentiële waarden van de verzorgingsstaat zoals bestaanszekerheid op het spel zette.

Op een wbs-bijeenkomst over Van waarde in Tilburg vertelde Sie Dhian Ho het verhaal van Esther, een geëngageerde ergotherapeute uit Oost-Nederland, die gebukt gaat onder het gevoel dat de managers de zeggenschap over haar werk hebben overgenomen. In het nieuwe gebouw van de zorginstelling waar zij werkt mag zij zelfs het licht niet meer bedienen. Dat doet het gebouw zelf, met behulp van sensoren. De therapeute weet uit ervaring dat het licht veel te fel is voor haar patiënten, mensen met hersenletsel die gauw overgeprikkeld zijn, maar zij kan er niets aan doen. Haar mensen kunnen ook niet meer zelf hun koffie inschenken. Het oude koffiezetapparaat is vervangen door blinkende horeca-apparatuur, een toestel dat voor de patiënten te ingewikkeld is maar wel mooi past bij de esthetica van het nieuwe gebouw.

In reactie op het gevoel van machteloosheid dat ze op haar werk ervaart, heeft Esther besloten haar leven voortaan ‘klein’ te houden: ‘Want ik wil gelukkig zijn.’ Politiek houdt ze ver van zich vandaan, alleen al om teleurstelling te voorkomen. Haar geval staat niet op zichzelf, volgens Mark Elchardus. Op de wbs-bijeenkomst in Tilburg signaleerde hij dat als mensen dromen en toekomstplannen maken ze deze meestal in de privé-sfeer situeren. Dat is geen gunstig signaal over de kwaliteit van de arbeidsorde en de publieke sfeer, meent hij. Volgens Elchardus moet vooral de sociaal-democratie zich dat aantrekken. Meer dan de liberalen, die het de mensen vooral in de privé-sfeer naar de zin willen maken, gelooft zij in politiek die een betere maatschappij dichterbij brengt door het publieke domein op orde te brengen. En anders dan liberalen menen sociaal-democraten dat privé-geluk niet kan worden veiliggesteld zonder collectieve, politieke actie om de bestaans­zekerheid op peil te houden. Het eigen leven ‘klein houden’ zal de pijn van het bestaan slechts tijdelijk verdoven, aldus Elchardus.

De verhalen van Brigitte, Esther en de anderen vertellen volgens de wbs hoe de sociaal-democratische waarden bestaanszekerheid, emancipatie, goed werk en binding kunnen helpen om iets van het leven te maken. Het doel van het Van waarde-project is volgens Sie Dhian Ho dan ook om de dagelijkse verzuchtingen en dromen van mensen weer inzet van het politiek handelen van de pvda te maken, om te beginnen in het kabinet-Rutte II. In dat licht is het een vorm van verraad van de sociaal-democratie om de eigen idealen bij de liberalen in te leveren en mee te werken aan hun regime change.