Kari Robertson, Casting Channels, Dredged Monuments in TENT. Rotterdam, 2022 © Aad Hoogendoorn

Een groene buis komt uit de muur en glijdt naar de grond, richt zich op en mondt uit in een wit bad op pootjes, waar het water dat door de slang stroomt bubbels veroorzaakt in het schuim. In dat bad ligt ook een grijze slang, afkomstig uit twee andere gaten in de muur, en vanaf een punt hoger aan de muur klettert een waterstraal met kracht naar beneden. De waterpartij van kunstenaar Kari Robertson doet denken aan een klassieke fontein, alleen is het hier geen leeuwenbek die het water naar buiten spuwt, maar de tepel van een vrouwenborst, en spuit een andere straal water in het bad niet uit een vissenkop, maar uit de middelvinger van een siliconen handschoen.

Voor haar nieuwe werk ontwikkelde Robertson een ingenieus systeem waarbij regenwater wordt opgevangen van het dak van TENT, platform voor hedendaagse kunst in Rotterdam, en vervolgens door de tentoonstelling circuleert. In een volgende ruimte zien we waar de groene buis uit de muur oorspronkelijk vandaan komt, van buiten, dwars door een raam, en hoe die na een aantal kronkels via een ander raam weer naar buiten verdwijnt. Een tweede bad in deze ruimte is ruimer, rond van vorm en laag bij de grond, maar ondanks de aanwezigheid van weer een hand en nog een borst allesbehalve uitnodigend.

De baden van Robertson lijken met hun slangen en pompen gemaakt voor een natuurkundig of mogelijk zelfs medisch experiment op het gebied tussen het menselijke en het artificiële – bepaald geen plek voor ontspanning. Ze maken deel uit van de groepstentoonstelling Material Memory met vijf internationale kunstenaars die, op één na, in Nederland aan een academie studeerden en die voor de gelegenheid zijn samengebracht door onderzoeker, schrijver en curator Katayoun Arian. Uitgangspunt van de show is dat alles in onze wereld, van voorwerpen tot gebouwen tot noem maar op, werkelijk álles, ‘herinneringen in zich draagt’, en wel ‘omdat alles voortvloeit uit onderlinge afhankelijkheid’. Die herinnering staat, denk ik, voor de tijd als motor die de wereld draaiende houdt en waarin elke materie een product is van een lange, ondoorgrondelijke geschiedenis, niet zelden in beweging gezet door de mens, maar lang niet altijd. Neem water, als materie in een kringloop de ultieme drager van tijd die Robertson zich toe-eigent, van de regen buiten tot de kunstwerken binnen die ze deels maakte van jesmonite, een composietmateriaal op waterbasis. Ze laat zien hoe water met al zijn ‘herinneringen’ doordringt tot in het diepste wezen van de mens en vooral in dat van de vrouw met haar waterlichaam, de melk uit haar borsten. Volgens het ‘hydrofeminisme’ ligt in de connectie van fluïditeit tussen lichaam en water zelfs een mogelijke ontsnapping aan een kapitalisch, patriarchaal systeem besloten.

Voorwerpen, gebouwen... álles draagt herinneringen in zich

Dat geheugen van materie is tegelijk een kracht en een zwakte, want waar treden de vervuiling en de vergetelheid op? De bijdrage van Cihad Caner, resident aan de Rijksakademie, gaat terug in de tijd om een misverstand op te helderen. In zijn installatie zoekt hij naar de relatie tussen de tulp, symbool voor Nederland, en het Ottomaanse Rijk, waar de tulp eens door sultans op hun tulband werd gedragen. De herinnering ligt verzonken in de taal, waarbij het woord ‘tulp’ van ‘tulband’ losgeweekt zou zijn om elders een nieuw leven te beginnen. De tijd is van de tulp af te pellen als de lagen van een ui en precies daartoe nodigt Caner uit. Het mooist zijn de glazen sculpturen die in de lucht hangen, met vormen die van dichtbij ook tulpen blijken. Dramatisch uitgelicht door spotjes schittert het glas alsof de tulpen zelf licht geven, maar op de muur achter hen werpen ze een donkere schaduw die al die schittering tenietdoet. Daar zijn de bloemen niets dan donkere vlekken, materie van elke herinnering beroofd.

Zo pompen de kunstwerken in Material Memory gedachten rond met materialen die de verbeelding prikkelen. Het idee van materie met een geheugen is redelijk ongrijpbaar en wat opvalt is hoe delicaat de materie is die bij deze kunstenaars een herinnering draagt: het water van Robertson, het glas van Caner, de blauwdrukken op textiel van Hannah Dawn Henderson, de bomresten in de video van Tuan Andrew Nguyen. Het prachtige Copperland and Riceland van Clementine Edwards, die na een opleiding tot goud- en zilversmid studeerde aan het Dutch Art Institute, bestaat uit assemblages met piepkleine sculpturen. In deze intieme miniatuurwerelden verbeeldt ze haar hechte relatie met ‘niet-levende materie’, aldus de zaaltekst. We zien onder meer schroeven, oorbellen, bouten en veren in wonderlijke onderonsjes, gepresenteerd op een bedje van rijstkorrels die soms zelf ook kleine sculpturen vormen, verguld met goud-, zilver- en koperblad. De onderdelen trof Edwards aan op straat, staat in kleine letters op het tekstbordje vermeld, op de straten van Rotterdam om precies te zijn, zoals alle materie wel ergens vandaan komt.

Material Memory, t/m 19 februari in TENT in Rotterdam, tentrotterdam.nl