OPHEFFER

Waterscheiding

Obama heeft de status van een popster. Dat is bekend, iedereen heeft er al over geschreven, maar het is toch iets anders als je het met eigen ogen aanschouwt.
Obama is even in New York. Heel kort. Vanavond moet hij in Washington zijn, dat is bekend. Waarom hij hier is, weet ik niet, waarschijnlijk praat hij met eventuele sponsors. Aanvankelijk weten we niet wat er aan de hand is – we zien zo’n vijftien politiewagens en allemaal zwarte Lincolns – maar dan wordt het ons duidelijk. Een kleine duizend mensen staan voor het Time Warner-gebouw en houden van die grote borden met ‘Obama’ boven hun hoofd. En dan zien we de weliswaar grote, maar toch smal ogende Obama. Heel eventjes maar, nog geen drie seconden, schat ik. Maar de mensen zijn uitzinnig. Vooral als hij even zwaait. Althans, ik zie een zwaaiende hand tussen alle veiligheidsagenten door. Een paar dagen geleden zag ik in Central Park Bruce Springsteen en die wekte dezelfde emoties op, bij hetzelfde publiek: meisjes en jongens van in de twintig. Door alle commotie vergeet ik naar mevrouw Obama te kijken en zie ik alleen haar achterwerk en haar benen. Ik heb daar eigenlijk niet zo’n oordeel over. Advo-catenbenen, zou ik zeggen. Keurige benen, niets mis mee, al ontberen ze misschien enige erotische spanning, voorzover benen die kunnen hebben. Maar ach, dat is wellicht de blik van een vieze oude man.
Wat mij het meest heeft verwonderd deze reis is dat ik jongeren heb gesproken die er links uitzagen (wat slordig gekleed, cinematografische belangstelling, enigszins erudiet) en die niets liever willen dan dat McCain wint. Ze wantrouwen Obama. Het is moeilijk te analyseren waar dat wantrouwen uit bestaat, maar ik merk dat het domweg een wantrouwen jegens Democraten is. Verder stemt men uit traditie. Ik sprak een meisje wier voorouders tot de Founding Fathers behoorden – uit alles werd duidelijk dat zij het tegenover haar voorouderlijke geschiedenis niet kon verantwoorden om Democratisch te stemmen, dat ging tegen alles in waar zij en haar familie voor stonden en staan. Want ergens was er natuurlijk ook een oom in het Congres. ‘Maar Obama kan toch domweg beter zijn dan McCain?’ zei ik, ‘hij kan toch gewoon betere ideeën hebben, betere analyses hebben gemaakt van de huidige stand van zaken.’
Het meisje schudde haar hoofd. Ze hield niet van Democraten. Democraten wilden toch maar meer staatsbemoeienis en dat wilde zij niet.
Toen ik hier een jaar geleden was, wilde iedereen van mij weten hoe Holland eraan toe was. Men had verontrustende berichten gelezen na de moord op Van Gogh. Was Nederland Nederland nog wel? Die belangstelling voor Nederland is verdwenen, maar men wil wel weten wat ik van de cartoonrellen in De-nemarken vind. Als ik dat heb uitgelegd, en tegelijkertijd heb verteld wat ik van the freedom of speech vind, is men stomverbaasd dat mijn visie geen common sense is in Europa. Als ik ze vervolgens vertel dat Jan Peter Balkenende, onze minister-president, tegen de film Fitna was en alle islamitische landen had laten weten dat hij daar in elk geval afstand van nam, zonder zelfs de film te hebben gezien, wordt er enigszins smalend gelachen.
Maar dan gaat het gesprek weer over Obama. Een blank meisje dat er juist erg conservatief uitziet (wit overhemdje, blauw wollen vestje, rok, platte penny shoes, retro?) vertelt over Obama alsof hij het won-der is waar Amerika al jaren op heeft zitten wachten. ‘Het is logisch’, zegt ze, ‘na de slechtste president zullen we de beste krijgen die we ooit hebben gehad. Hij is de incarnatie van Martin Luther King, hij kan een eind maken aan onze wens om iedereen te willen overheersen, hij zal ons weer thuis brengen, hij zal onze kinderen weer ontwikkelen en onze ouderen en zieken verzorgen.’
‘Door de belastingen fors te verhogen’, zegt een ander meisje.
‘Dat kan best.’
‘En weg is het eigen initiatief. Obama neigt naar socialisme…’
Obama schept dus ook een waterscheiding.