Watertrappelen

‘Haring in tomatensaus’, zei de assistent-voetbaltrainer. Dat was hij van plan aan zijn avondrust toe te voegen. Met brood. Hij hoefde er niet over na te denken, terwijl hij van de microfoon onder zijn neus naar de ogen van de reporter boven diens neus keek. De tv-man knikte meer dan instemmend. Onprofessioneel afdwalend zag hij zijn eerste gehuurde vakantiehuisje voor zich en rook hij zelfs even het zoete en toch nijdasserig aroma van de in de propere slijterij van Burgerbrug gekochte witte Martini.

Wist zichzelf voor de komende avond echter verzekerd van een bezoek aan zijn favoriete restaurant waar hij als voorgerecht, net zoals bij zijn laatste bezoek, ging genieten van een tempura van forse garnalen. Watertrappelend in een branding van rijstazijn en sesamolie, soja, een halve lepel honing en naar hij dacht toch ook een slokje gembernat. Zuurzoet. In het begin misschien wat vreemd naast de garnalen maar halverwege kreeg je de smaak te pakken.
Thuis hielden ze vroeger wel van macaroni maar niet van spaghetti. Misschien nog een te vreemd woord. Toch ijverde ik, met mijn kinderlijke hang naar nieuwlichterij, voor min of meer regelmatige consumptie daarvan. De niet gemotiveerde tegenzin van mijn zuster werd enigszins gebroken als haar werd toegestaan de lange slierten eerst met het mes tot mondzamer formaat terug te brengen. Terwijl toch nergens stond dat het snijspaghetti was. Met de bonen had ik in dat opzicht geen moeite en zij niet met mij. Aan het eind van hun levenspad wachtte logischerwijs de snijboongroene snijbonenmolen. Een ronduit gezellige machine. Aan de keukentafel geklemd spuugde hij de snippers alle kanten op. Zeker wanneer je te hard draaide, zoals mij wel toevertrouwd was. Het was beter, en het stond niet eens onaardig, als er een schone theedoek omheen werd gehangen. We aten er meestal kalfslever bij.
En zo jong als ik was, ook ik genoot van de bonensnippers. Temeer daar ik wist dat we morgen van die complete koude snijbonen in de natuurazijn aten.