Watervallen

Nog luttele regels pas op de plaats voor de versausde japonaise. Was hier sprake van vervalsing, vergissing of verbetering? Niet iedereen zal toegeven dat mijn concoctie, die daar gevuld met geitenallerlei in de pan lag naar de zuiver betonnen espagnole smaakte. Maar ik wel.

Is het mogelijk dat je van allerlei spoedigs en min of meer toevalligs als soja, sake en mirin met als parapluutje, zoals de goede heelmeester zegt, koriandermos en knoflooknoot en laurierloot daarnaast, zomaar een saus opricht waar anderen een week alchemie voor nodig hebben? Natuurlijk is dat niet mogelijk. Maar wel leunde mijn versoepte mengsel ergens tegenaan dat vanaf nu onontbeerlijk is. Ware het niet dat er iets teveel shichimi tougarashi in zat. Shichimi betekent zeven aroma’s en tougarashi staat voor rode peper. De zeven zijn een mengsel van rode pepervlokken, bruine sansho-peper, fragmenten gedroogde mandarijnschil, zwarte hennepzaden, wit maanzaad, scherfjes donkergroen gedroogd zeewier en witte sesamzaden.
Terug naar de poot. De Tarahumar-indianen lopen altijd hard. Zij denken te weten dat hun voorouders regendruppels waren, die bij landing op blad of steen onmiddellijk alle kanten opspatten. Er zijn ook mensen die watervallen zijn. Mannen die moeiteloos op elkaar klimmen. Zonder enig probleem vanuit allerlei menselijke torens weer naar beneden vallen. Het klimmen en vallen vloeien in elkaar over. Ze nemen alle vormen aan die binnen vier of vijf lichamen in en uit balans maar kunnen bestaan. Zo nu en dan zie je ze op een voet of hand steunen. De hand ontploft meteen weer tot een ander gebaar en de voet maakt intussen een dubbele salto. In het circus. Wat anderen als vallen en opstaan betitelen, is in hun wereld een onophoudelijke opeenvolging van watervallen, die zowel van onderen naar boven als andersom stromen. Cascadeurs hebben zij zich genoemd. Daarom doen die lamspoten, voordat ze de pan ingaan, mij denken aan de kuiten van die mensen, waarvan de kuitspieren het enige vaste lijken.