De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk vanavond om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Toneel - Song from Far Away

‘We bestaan in de stiltes tussen de geluiden die we maken’

Als er iemand van heel dichtbij doodgaat, een kind, een minnaar, dan slaat dat een bomkrater. Dan moet alles ophouden.

Medium song from far away 14 15 c2 a9 jan versweyveld 1

‘Stop all the clocks, cut off the telephone’, dicht de dichter. Anders, grilliger misschien, gaat dat bij de doden die net iets verder van je af staan. De doden waarvan je vergeten was hoe belangrijk ze voor je zijn. Of van wie je, om wat voor reden ook, hun betekenis hebt verdrongen. Die bijna vergeten doden, die plotseling uit hun tijd en uit jouw leven donderen, die doen op een andere manier pijn. Een stuk vel wordt uit je huid gescheurd. Je jankt met een kracht die je van jezelf niet kent. Die vreemde schrijnende dood, lijkt het onderwerp van de voorstelling Song from Far Away. Een monoloog. Op een tekst van Simon Stephens, met songs van Mark Eitzel. Speciaal geschreven voor acteur Eelco Smits. Bij Toneelgroep Amsterdam. Ivo van Hove regisseert.

De bankier Willem, 34, is een aantal jaren geleden naar New York vertrokken en daar redelijk succesvol. Hij lijkt gevlucht voor zowel zijn familie in Amsterdam alsook voor de mislukte relatie met een jongen aldaar. Hij maakt ons deelgenoot van het moment waarop hij, eerst via een sms, daarna direct van zijn moeder, hoort dat zijn broer Pauli dood is, hartaanval of zoiets, de details komen later. Hij moet naar Amsterdam komen, voor de begrafenis en alles eromheen. Willem begint meteen brieven aan Pauli te schrijven. Tussen 25 en 31 januari van een onbestemd jaar, vanaf de ontvangst van het doodsbericht tot het moment van zijn terugvlucht naar New York. De brieven zijn eigenlijk dagboekaantekeningen, feitelijke verslagen van ontmoetingen, observaties, overdenkingen. Opgetekend in de losse, associërende schrijfstijl die eigen is aan het toneel van Simon Stephens. Hij bewerkte eerder het Ubu-materiaal van Alfred Jarry voor Toneelgroep Amsterdam. Van zijn recente werk zag ik Three Kingdoms, over wreedheden in de internationale sekshandel. Het werd in 2012 onder meer geproduceerd door Johan Simons’ Münchner Kammerspiele, een in een Europees samenwerkingsverband gemaakte toneelvoorstelling, die in Engeland felle discussies losmaakte. Een rauwe toneelavond was het, waarin Stephens’ grote liefde voor de hedendaagse muziek-scene hoorbaar was. Net als een van de grote thema’s in zijn werk: de globalisering maakt ons thuislozer dan ooit, dat gaat ons een keer opbreken, hoe onomkeerbaar is dat proces eigenlijk?

Dat thema maakt ook deel uit van Song from Far Away. Willem is een soort globalist in persoon. Zijn bankzaken vliegen letterlijk de wereld rond, hij komt pas echt los in hotelkamers en anonieme bars op vliegvelden, plekken op een vlucht lijken zijn natuurlijke biotoop. Maar geconfronteerd met alles wat dichtbij is en intiem staat hij hulpeloos, badend in angstzweet. Het verdriet van zijn vader om diens dode zoon Pauli, dat onmatige huilen als van een gewonde hond, vervult Willem met afgrijzen. Wanneer zijn eigen tranen plotseling stromen, bij een klein moment van herwonnen intimiteit met zijn ex-lover Isaac, weet Willem niet waar hij het zoeken moet van schaamte. De aanblik van zijn kleine nichtje Anka, die ‘oom Willem’ in haar wereld opneemt als een ultiem vertrouwde en grappige kinderheld, bezorgt hem vertedering maar vooral doodsschrik, en die worden verwoord in overpeinzingen die zowel intens geestig als deprimerend zijn. Stephens’ meanderende alleenspraak heeft veel kwaliteiten, hij is spiritueel en dartel aan de ene kant, intens droevig, ongemakkelijk, stoïcijns en snoeihard aan de andere. ‘We bestaan in de stiltes tussen de geluiden die we maken. We sterven allemaal onderbroken. En jij hebt geen geluiden meer over, Pauli. Je bent spoorloos verdwenen.’ Broer Pauli lijkt in deze vertelling voor Willem trouwens langzaam een dubbelganger te worden, een wandelende slagschaduw. Door een bijna nonchalant gelanceerd, kortdurend en prachtig lichteffect, ergens midden in de voorstelling, zelfs letterlijk. Pauli neemt als het ware bezit van Willem. Uiteindelijk vooral via diens gitaar. En via zijn liedteksten. Die de broers aan het slot samen lijken te zingen. In een eenstemmig duet. Of een tweestemmige solo.

De scenografie van Jan Versweyveld is vol in zijn kleuren en sterk in zijn karigheid. De regie van Ivo van Hove geeft in al haar ijzigheid alle ruimte aan de toneelspeler. Zij hebben een zijkamertje voorzien, waarin de gestorven broer Pauli als het ware op een lege stoel tegenspel biedt, kan worden toegesproken. Eelco Smits bespeelt een rijk, groot en muzikaal toneelspelersregister. Hij diminueert en verhevigt, hij schakelt van nuchtere observaties en vertederende overpeinzingen naar radeloze woede en de schrik en het afgrijzen dat zijn hoop op een iets vrijer leven, met iets meer adem en veel meer liefde, langzaam maar zeker aan het vervliegen is. Hij is reddeloos verloren aan de huiver van een grote depressie die hem langzaam in de armen sluit. Hij vecht, maar hij is dat gevecht ook hopeloos aan het verliezen. Zonder enige vorm van powerplay bevestigt Eelco Smits in Song from Far Away dat hier een groot toneelspeler aan het werk is.


Song from Far Away t/m 29 augustus in Stadsschouwburg Amsterdam, van 2 t/m 19 september in Young Vic in Londen, in november/december en in mei/juni 2016 op tournee, zie www.tga.nl.


Beeld: Eelco Smits in Song from far away. Foto’s Jan Versweyveld / TGA