Opheffer

We bestrijden denkbeelden

Je kunt, op grond van de huidige actualiteit, een paar zaken vaststellen.

– Er bestaat niet zoiets als «ethisch handelen» dat je als argument kunt gebruiken in een gespannen situatie. («Ja, maar wij handelen veel ethischer dan zij – wij waarschuwen ze voordat we ze gaan doden, en dat doen zij niet.»)

– Er bestaat niet zoiets als «lessen die we moeten leren van de geschiedenis». Toen we niet meer wisten hoe we «geschiedenis» moesten interpreteren, toen we maar bleven kletsen over «perspectief», en over de onmogelijkheid om te achterhalen wat er werkelijk is gebeurd, toen we merkten dat bijna elk historisch oordeel in de loop van de tijd in het tegendeel verandert, bleken alle lessen die we hadden geleerd overbodig en onzinnig.

– Het onderscheid tussen burgers en militairen is schijn. Het is ook idioot: burgers mag je niet doden, maar als zo’n burger een militair hemd aantrekt, of met een stuk katoen zwaait waarop een dessin staat dat ons niet welgevallig is, zou het opeens wel mogen? Wanneer je van burgers en soldaten twee verschillende mensensoorten maakt, zal elke partij daar onmiddellijk strategisch voordeel uit proberen te halen.

– Men wil helemaal geen rechtvaardigheid, en ook geen democratie.

Zo hoor je steeds – ik behoor daar ook toe – dat «democratie» rechtvaardiger zou zijn dan een dictatuur, maar de democraten in een dictatuur zijn altijd in de minderheid («logisch, die zijn vermoord!») en als de dictator eens een keer ziek is, dan rouwt het hele land (zie Fidel Castro). Ik herinner me dat onze keurige Balkenende eens een gevaarlijke, bijna dodelijke ontsteking had aan zijn teen, wat grote hilariteit onder ons volk tot gevolg had.

– Een mensenleven is niks waard.

Dit wisten we al, maar we doen net of het omgekeerde het geval is. Dat oorlogen voortduren komt niet alleen door de opvatting dat het leven van de vijand niets waard is, maar ook dat het eigen leven niks betekent. Wanneer zelfmoordterroristen hun eigen leven waardevol zouden vinden, zouden het geen zelfmoordterroristen zijn. Het feit dat wij een leger hebben, betekent dat wij uiteindelijk de levens van onze manschappen als wapen inzetten, dat dat leven dus niets betekent. In een oorlog zie je onmiddellijk hiërarchieën ontstaan. Het leven van Churchill was destijds meer waard dan dat van een willekeurige soldaat op het veld. Minister Kamp stuurt Nederlandse soldaten naar het gevaarlijke Uruzgan in Afghanistan in het besef – hij zegt dat ook – dat die beslissing waarschijnlijk mensenlevens zal kosten – maar niet het zijne.

– Men wil helemaal niet vrij zijn.

Dat is iets dat me nog als het absurdst voorkomt. Bij elke oorlog zijn er altijd tal van momenten dat je je eigen vrijheid min of meer kunt behouden, zoals je altijd maar min of meer «vrij» bent. Er zijn twee soldaten ontvoerd. Dat zou je eventueel kunnen interpreteren als een oorlogshandeling, maar vervolgens zou je er ook heel timide op kunnen reageren. Je zou bijvoorbeeld meteen kunnen onderhandelen – dat zou je eigen vrijheid en de vrijheid van je volk niet direct in gevaar brengen. Je zou het ook «hogerop» kunnen zoeken – bij de Verenigde Naties. Je zou ook twee soldaten van hen kunnen ontvoeren, ook dat zou je eigen vrijheid minder hebben aangetast. De daadwerkelijke vrijheid wordt echter tot een niet meer te hanteren symbool gemaakt. De aantasting van de vrijheid van twee soldaten is de aantasting van de vrijheid van ons gehele volk.

Over die vrijheid valt meer te zeggen. De fascistische ideologie van de Hezbollah-beweging – ze gaan tenslotte uit van een bloed-en-bodem-theorie – is intern zo gestructureerd dat de onderdanen per definitie zelf niet vrij zijn, maar verplicht een soldatenstatus hebben. Niemand kan binnen die beweging een vrije keuze maken; men dient te luisteren naar leider Nasrallah. Men geeft dus de eigen vrijheid met liefde op. Vrijheid is dan ook niet meer richtinggevend voor het leven, zoals wij dat hier in het Westen menen. Vrijheid heeft men zelfs liever niet. Een strenge hand – van God of zijn plaatsvervanger op aarde – is verre te verkiezen boven de eigen vrijheid en dat moeten wij goed beseffen. Sterker: als zij het voor het zeggen krijgen, dienen wij onze vrijheid ook op te geven, want die is niet goed voor ons.

– Op het moment dat je uit de mond van een politicus het woord «vernietigen» hoort, is vrede ver weg. Anders gezegd: is oorlog dichtbij.

Olmert: «Wij moeten Hezbollah vernietigen, anders blijft het een gevaar voor Israël.»

Hezbollah en aanverwante, vooral Iraanse, groeperingen: «De enige redding voor het Midden-Oosten is als de staat Israël vernietigd wordt.»

Het begrip «vernietiging» werkt altijd als een puist die je wilt wegduwen, waarna hij ergens anders weer opdoemt. Wat vernietigd moet worden, mag niet meer bestaan – het is een kanker, maar op een gegeven moment houdt de chemotherapie op; dan is je hele lichaam weggebrand – en als de kanker dan terugkomt…

Bij het begrip «vernietigen» is het altijd interessant wat vernietigd moet worden. Mensen? Eigenlijk wil niemand dat, maar iedereen doet het. Als een Hezbollah-krijger een oprechte jood en een democraat wil worden, is hij hier van harte welkom, en als wij de wens zouden uiten ons onder de knoet van Ayatollah weet-ik-veel te schikken, dan zouden we uit Iran net zo veel olie kunnen krijgen als we willen en wordt er geen bom gegooid. We bestrijden denkbeelden, idealen, visies die aan mensen vastgekleefd zitten. Ze zitten vastgekleefd met de lijm die «verantwoordelijkheid» heet. De krijgers en hun leiders nemen verantwoordelijkheid voor hun denkbeelden; die zijn van hen, in hen en met hen.

– Sommige denkbeelden moeten vernietigd worden, want die zijn verkeerd.