De balkan 

We blijven nog

Kosovo en Bosnië zijn nog lang niet van het Westen af.

Hij is terug van weggeweest, de Kosovo-kwestie. Het is bijna acht jaar geleden dat Navo-bommenwerpers, waaronder Nederlandse f16’s, werden ingezet tegen het Servië van Slobodan Milosevic. De aanleiding: zijn veiligheidstroepen terroriseerden de Kosovo-Albanezen, die in de Servische provincie hun eigen parallelstaat hadden ingericht, compleet met eigen onderwijs en belastingsysteem. De achterliggende reden: er moest voor eens en altijd worden afgerekend met Milosevic, die werd beschouwd als de enige échte kwaaie pier op de Balkan. Het is de aanklagers van het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag niet gelukt dit te bewijzen voordat hij vorig jaar stierf. Acht jaar na de bevrijding van Kosovo zit het Westen nog altijd met de kwestie in zijn maag. Want Kosovo was en is een provincie van Servië. Albanezen vormen er de overgrote meerderheid (anderhalf miljoen). Voor hen is er geen andere optie dan onafhankelijkheid. Er wonen nog maar honderdduizend Serven in Kosovo. Samen met andere door de Albanezen geminachte minderheden hebben ze zich vooral genesteld in het aan Servië grenzende noorden. Instemmen met onafhankelijkheid zien ze als zelfmoord. Het gebied wordt sinds het vertrek van de laatste Servische troepen en de komst van Navo-eenheden (juni 1999) bestuurd door de VN. Al die tijd is gesteggeld over Kosovo’s status. Dat het gebied geen provincie van Servië meer kan zijn, staat vast. Dat de Serven daarmee weigeren in te stemmen, eveneens.

Deze week, vermoedelijk komende vrijdag, zal Martti Ahtisaari, de Finse VN-gezant, zijn voorstellen voor de status van Kosovo bekendmaken. Al weken praten VN-medewerkers hun mond voorbij en is duidelijk dat volledige onafhankelijkheid er niet in zit. Waarschijnlijk zal het een voorwaardelijke onafhankelijkheid worden. De Albanezen moeten nog veel verbeteren aan hun met hulp van de Navo op de Serven veroverde gebied, willen ze klaar zijn voor een echte onafhankelijkheid. Tegelijkertijd ziet het er niet naar uit dat Servië Kosovo met rust zal laten als Navo en VN er wegtrekken.

Nationalisme – het idee dat een etnisch gedefinieerd volk het recht heeft op een eigen staat – is een westerse notie die tragische gevolgen heeft op de Balkan. Serven, Kroaten, Albanezen, Slavische moslims, Turken, Hongaren, Vlachen en Roma leven er door elkaar heen. Wie een Balkanstaat wil vestigen heeft drie keuzes: gelijkwaardig samenleven, etnisch zuivere gebieden creëren of minderheden binnen de grenzen onderdrukken.

In Bosnië wordt gelijkwaardig samenleven in een gecompliceerde unie van inmiddels nagenoeg etnisch zuivere gebieden opgelegd door, opnieuw, de VN en de Navo. Een internationale Hoge Vertegenwoordiger moet de regeringen van de deelgebieden in toom houden; troepen moeten erop toezien dat oude strijders zich niet herbewapenen en hun zonen laten aantreden. Ook in Bosnië loopt het niet van een leien dakje. De Duitse multimiljonair Christian Schwarz-Schilling, die nog geen jaar Hoge Vertegenwoordiger was, kondigde vorige week aan op te stappen. Het lukte hem niet de boel bijeen te houden. De Bosnisch-Servische leider Milorad Dodik dreigt een referendum te houden over het opbreken van Bosnië en het bij Servië voegen van zijn nu nog Bosnische Republika Srpska.

De invloedrijke denktank International Crisis Group (icg) pleit al sinds 1999 voor de voorwaardelijke onafhankelijkheid van Kosovo, die nu waarschijnlijk door Ahtisaari zal worden voorgesteld. Onduidelijk is of het toeval betreft dat hij emeritus voorzitter is van icg. Het is echter opvallend dat de normaal gesproken zo nauwgezet opererende icg-onderzoekers zich in hun laatste rapporten vooral uitlaten over de noodzaak een oplossing te vinden voor de status van Kosovo, en niet over de vraag of Kosovo onafhankelijkheid wel aan kan.

Het antwoord op die vraag is een volmondig neen. Economisch kan Kosovo niet overleven, zeker niet als een groot deel van de grootconsumerende en banenverschaffende hulpverleners en andere ex-patriots zal vertrekken. Belangrijke sectoren als politie en rechterlijke macht functioneren nauwelijks. Ook de bescherming van de Serven in het noorden is een probleem. Vrijwel niemand, ook icg niet, zoals blijkt uit oudere rapporten, gelooft dat hun ten langen leste een gelijkwaardig bestaan zal worden geboden in het ge-albaniseerde Kosovo.

De kans dat Servië zal meewerken aan een onafhankelijk Kosovo is klein. Bij de verkiezingen van vorige week speelde de kwestie een belangrijke rol. Metohija, een streek in Noordoost-Kosovo, is de bakermat van het Servische orthodoxe christendom. Dat maakt het verlies van Kosovo voor veel Serven een extra pijnlijke kwestie. Overigens hebben de Albanezen, ondanks de aanwezigheid van de Navo, er al aardig wat van de eeuwenoude Servische heiligdommen en kerken opgeblazen. De Servische verkiezingen leverden een meerderheid op voor partijen die weigeren in te stemmen met afscheiding van Kosovo. Eind vorig jaar werd bovendien in de grondwet opgenomen dat Kosovo voor eeuwig deel zal zijn van Servië.

En dan zijn er nog de kwesties van de Russische instemming met een noodzakelijke nieuwe resolutie in de Veiligheidsraad en de precedentwerking van het afhankelijk verklaren van een gebied waarvan de inwoners een gewapende opstand hebben ontketend. Binnen de EU zijn onder meer Spanje (Basken) en Griekenland (Albanezen) tegen. Het gesteggel zal fascinerend worden. Het gedwongen samenleven zal voortbestaan. Niemand weet hoe de teleurgestelde Albanezen zullen reageren. Al eerder, in 2004, koelden zij hun woede op westerlingen, Serven en Roma. Het resultaat: elf doden.